Inleiding
De gemeente Dronten heeft in 2021 een subsidieregeling opgesteld om houders van kindercentra in staat te stellen om voorschoolse educatie (VVE) aan te bieden aan reguliere peuters en VVE-peuters. Deze regeling beoogt de capaciteit voor VVE in de gemeente te verruimen, zowel qua locaties als groepen, en zo een dekkend aanbod te realiseren. Hierdoor kunnen wachtlijsten voor VVE-peuters worden voorkomen, en kunnen meer peuters profiteren van de kwaliteit van VVE.
Een centraal aspect van deze regeling is de mogelijkheid voor houders om prioriteit te krijgen bij de verdeling van subsidies. Houders die een aantoonbare wachtlijst met VVE-peuters hebben, worden bijvoorbeeld voorrang gegeven boven houders zonder wachtlijstproblematiek. Dit artikel biedt een gedetailleerde analyse van de subsidieregeling, met een focus op de criteria voor subsidiebeleid, het subsidiekader, de vereisten voor kwalificatie en de verantwoordingseisen. Op deze manier wordt duidelijk hoe de gemeente Dronten het aanbod van VVE opbouwt en welke rol subsidies daarbij spelen.
Subsidiebeleid en Prioriteit
Het Doel van de Subsidieregeling
De subsidie is bedoeld om houders in staat te stellen om VVE aan te bieden aan kinderen van 2,5 tot 4 jaar die aan de voorwaarden voor VVE voldoen. Het doel is om de capaciteit van VVE in de gemeente Dronten te vergroten, zowel qua locaties als qua groepen. Hierdoor kan het aanbod van VVE uitgebreid worden, wat ertoe leidt dat wachtlijsten voor VVE-peuters voorkomen worden. Bovendien kan het aantal kinderen dat baat heeft bij VVE toenemen, wat bijdraagt aan een betere voorbereiding op het primair onderwijs.
Subsidieaanvragers en Criteria voor Prioriteit
Voor deelname aan de subsidieregeling zijn enkel houders van kindercentra in de gemeente Dronten in aanmerking gekomen. Deze houders zijn verantwoordelijk voor de volledigheid en juistheid van hun subsidieaanvraag. De gemeente Dronten beoogt met de regeling houders in staat te stellen om VVE aan te bieden, zodat de gemeente een dekkend aanbod kan garanderen.
Een belangrijk aspect van de regeling is de mogelijkheid om subsidieaanvragers te prioriteren. Houders die een aantoonbare wachtlijst met VVE-peuters hebben, krijgen bijvoorbeeld voorrang boven houders die geen wachtlijstproblematiek hebben. Dit wordt duidelijk uitgedrukt in artikel 7 van de subsidieregeling, waarin wordt vermeld dat bij de verdeling van de subsidie een prioritering kan worden aangehouden.
Deze prioritering is bedoeld om ervoor te zorgen dat subsidies op doelgerichte wijze worden toegekend, zodat de meest dringende gevallen eerst worden afgewikkeld. Houders die bijvoorbeeld al lang wachten op toegang tot VVE voor hun kinderen, kunnen hierdoor eerder in staat worden gesteld om dit aanbod te realiseren. Hiermee wordt het doel van de regeling – het voorkomen van wachtlijsten – gesteund.
Subsidieplafond en Subsidiehoogte
Het subsidieplafond voor 2021 was maximaal € 15.000. Dit plafond was opgesteld op basis van één nieuwe groep per houder, wat betekende dat in totaal twee nieuwe groepen konden worden voorzien van VVE. Per groep was een eenmalige subsidie van maximaal € 7.500 beschikbaar. Het college van burgemeester en wethouders kon tussentijds het subsidieplafond aanpassen, indien dat nodig was. Dit betekent dat het plafond niet vastgelegd was voor de gehele periode van de regeling, maar onderhevig was aan eventuele wijzigingen.
De subsidiehoogte per groep was afhankelijk van het ingediende (werk)plan van de houder. Dit plan moest onder meer aangeven hoe de noodzakelijke kwalificaties voor VVE zouden worden geregeld, zoals het scholen van pedagogisch medewerkers en het aanschaffen van een VVE-programma en een bijpassend kindvolgsysteem. De precieze subsidiehoogte werd bepaald op basis van de uitvoerbaarheid en het gedetailleerde karakter van het werkplan. Dit betekent dat de subsidie niet automatisch volledig uitbetaald werd, maar afhankelijk was van de inhoud van het plan.
Voorbevoorschot en Einduitkering
De subsidie werd verdeeld in twee stukken: een voorbevoorschot en een einduitkering. Het voorbevoorschot bedroeg maximaal 90% van de subsidie per groep. Dit voorbevoorschot werd uitbetaald op basis van het ingediende (werk)plan. Het voorbevoorschot was bedoeld om houders in staat te stellen om de noodzakelijke voorbereidingen voor het aanbieden van VVE te treffen. Dit omvatte bijvoorbeeld de scholing van pedagogisch medewerkers en het aanschaffen van een VVE-programma.
De einduitkering bedroeg 10% van de subsidie per groep en werd uitbetaald nadat de toezichthouder kinderopvang had beoordeeld dat de kwaliteit van de VVE op de betreffende groepen op orde was. Deze einduitkering was dus afhankelijk van een positieve inspectie door de toezichthouder. Pas nadat deze inspectie was gedaan en de kwaliteit van de VVE was goedgekeurd, werd het laatste deel van de subsidie uitbetaald. Dit maakt duidelijk dat de subsidie niet volledig automatisch werd toegekend, maar onderhevig was aan beoordeling.
Kwalificatie- en Inspectieproces
Voor deelname aan de regeling moesten houders zich kwalificeren voor het aanbieden van VVE. Dit kwalificatieproces bestond uit een gesprekscyclus met de gemeente Dronten. In deze cyclus vond een startgesprek, een tussentijds evaluatiegesprek en een eindgesprek plaats. Hierin werd beoordeeld of de houder in staat was om VVE aan te bieden aan peuters die aan de voorwaarden voldeden.
Daarnaast moest een inspectiebezoek plaatsvinden door de toezichthouder kinderopvang. In dit bezoek werd bepaald of de kwaliteit van de VVE voldoet aan de wettelijke eisen en aan het Drontense Kwaliteitskader voor VVE. Pas als deze kwaliteit was goedgekeurd, kon de houder structurele subsidie voor VVE aanvragen. Dit betekent dat de houder eerst moest bewijzen dat hij in staat was om VVE aan te bieden op een kwalitatief hoog niveau, voordat hij subsidies kon ontvangen.
Beperkingen voor de Subsidieaanvraag
De regeling bevatte ook een aantal beperkingen voor de subsidieaanvraag. Eén van deze beperkingen was dat de subsidie alleen kon worden aangevraagd door houders die in het afgelopen jaar een positief inspectierapport hadden ontvangen. Dit betekent dat houders die eerder in de problemen waren gekomen, bijvoorbeeld met overtredingen, geen subsidie konden ontvangen. Dit is een logische maatregel, omdat het beoogd is om subsidies te verlenen aan houders die in staat zijn om VVE op een kwalitatief hoog niveau aan te bieden.
Een andere beperking was dat subsidies niet werden toegekend aan houders die eerder al subsidies hadden ontvangen voor VVE. Dit betekent dat subsidies niet dubbel werden uitbetaald, wat erop wijst dat de regeling bedoeld is om nieuwe houders in staat te stellen om VVE aan te bieden, en niet om bestaande houders te ondersteunen.
Bovendien kon de subsidie niet worden aangevraagd voor locaties die al geregistreerd waren als VVE-locaties, tenzij er sprake was van een overname door een andere houder. Dit betekent dat de regeling gericht is op het uitbreiden van het aanbod van VVE, en niet op het ondersteunen van bestaande aanbieders. Dit is ook in lijn met het doel van de regeling, namelijk het realiseren van een dekkend aanbod van VVE in de gemeente Dronten.
Verantwoording van Subsidie
Houders die subsidies hadden ontvangen, waren verplicht om deze subsidies te verantwoorden. Dit hield in dat ze moesten aantonen dat de subsidies correct en doelmatig werden gebruikt. De verantwoording moest aantonen dat de subsidies werden gebruikt om de noodzakelijke voorbereidingen voor het aanbieden van VVE te treffen, zoals het scholen van pedagogisch medewerkers en het aanschaffen van een VVE-programma.
De verantwoording was ook gericht op de kwaliteit van het aanbod van VVE. Houders moesten aantonen dat de kwaliteit van de VVE voldoet aan de wettelijke eisen en aan het Drontense Kwaliteitskader voor VVE. Dit was een voorwaarde voor de einduitkering van de subsidie, wat betekent dat houders pas de laatste 10% van de subsidie konden ontvangen als ze konden bewijzen dat ze VVE aanboden op een kwalitatief hoog niveau.
Conclusie
De subsidiebeleid van de gemeente Dronten voor de voorschoolse educatie in peuteropvang is bedoeld om het aanbod van VVE uit te breiden en wachtlijsten te voorkomen. De regeling biedt houders in de gemeente Dronten de mogelijkheid om subsidies aan te vragen voor het aanbieden van VVE aan reguliere peuters en VVE-peuters. Deze subsidies zijn onderhevig aan een aantal voorwaarden, zoals het kwalificatieproces, het inspectiebezoek en de verantwoording van subsidies.
Een belangrijk aspect van de regeling is de prioritering van subsidies aan houders die een aantoonbare wachtlijst met VVE-peuters hebben. Deze prioritering is bedoeld om ervoor te zorgen dat subsidies op doelgerichte wijze worden toegekend, zodat de meest dringende gevallen eerst worden afgewikkeld. Hierdoor kan het doel van de regeling – het voorkomen van wachtlijsten – worden gesteund.
De subsidiehoogte per groep is afhankelijk van het ingediende (werk)plan van de houder. Dit betekent dat subsidies niet automatisch worden uitbetaald, maar afhankelijk zijn van de uitvoerbaarheid en het gedetailleerde karakter van het plan. De subsidie is verdeeld in twee stukken: een voorbevoorschot en een einduitkering. Het voorbevoorschot is bedoeld om houders in staat te stellen om de noodzakelijke voorbereidingen voor het aanbieden van VVE te treffen, terwijl de einduitkering afhankelijk is van een positieve inspectie door de toezichthouder kinderopvang.
De regeling bevat ook een aantal beperkingen voor de subsidieaanvraag. Deze beperkingen zijn gericht op het voorkomen van dubbele subsidies en het ondersteunen van nieuwe houders in plaats van bestaande houders. De verantwoording van subsidies is een verplichte stap in het proces, waarbij houders moeten aantonen dat subsidies correct en doelmatig zijn gebruikt, en dat de kwaliteit van VVE voldoet aan de wettelijke eisen.
In het totaal beoogt de regeling om het aanbod van VVE in de gemeente Dronten uit te breiden en wachtlijsten te voorkomen. Door subsidies aan houders te verlenen, wordt het mogelijk om VVE aan te bieden aan meer kinderen, wat bijdraagt aan een betere voorbereiding op het primair onderwijs. De regeling is dus een belangrijke stap in de richting van een dekkend aanbod van VVE in de gemeente Dronten.