Inleiding
In Nederland is het stelsel van voorschoolse educatie in de afgelopen jaren sterk veranderd, met als doel een betere voorbereiding van kinderen op het basisonderwijs en een hogere kwaliteit van de zorg. Deze transformatie is in het kader van de harmonisatie van kinderdagopvang en peuterspeelzalen, die als doel hebben om eenheid te brengen in het aanbod van voorschoolse educatie. Deze harmonisatie is wettelijk vastgelegd en moet sinds 2018 volledig worden uitgevoerd. In gemeente Rhenen is deze overgang al een jaar eerder ingezet, om te profiteren van de gunstige financiële effecten.
In dit artikel wordt een diepgaande inzicht gegeven in de aanpak van voor- en vroegschoolse educatie (VVE) in peuterspeelzalen in Rhenen, met name in de context van de regio Gelderland. Het focuspunt ligt op het VVE-programma, de doelgroep, de aanbieders en de praktische implementatie. Bovendien worden de huidige cijfers, de indicatiestelling en de samenwerking met het basisonderwijs besproken.
Wat is VVE?
VVE staat voor voor- en vroegschoolse educatie en is een landelijk erkend programma dat gericht is op de ontwikkeling van kinderen vanaf 2 jaar. Het programma richt zich op vier ontwikkelingsdomeinen: taal, sociale-emotionele ontwikkeling, motorische vaardigheden en cognitieve vaardigheden. Het doel is om kinderen met specifieke risico’s een sterke basis te geven voor hun schoolloopbaan.
In het kader van VVE worden kinderen geïdentificeerd op basis van indicaties, die zijn gebaseerd op factoren zoals de opleiding van de ouders, het taalniveau thuis, en de omgeving waarin het kind opgroeit. Deze indicaties worden gebruikt om kinderen te selecteren voor een VVE-programma, dat in peuterspeelzalen en kinderdagverblijven wordt uitgevoerd.
De VVE-programma’s die in Rhenen worden gebruikt, zijn gecertificeerd en erkend door het Nederlands Jeugdinstituut. Programma’s zoals Uk en Puk, Startblokken en Doe Meer met Bas zijn onder andere in gebruik. Deze programma’s zijn ontworpen om kinderen in een speel- en leeromgeving te ondersteunen en hun ontwikkeling te stimuleren.
De doelgroep van VVE
De doelgroep van VVE is bepaald op basis van een indicatiestelling, die bestaat uit een aantal criteria. Deze criteria zijn gedefinieerd in de gewichtenregeling, waarbij het opleidingsniveau van de ouders een belangrijke rol speelt. Daarnaast zijn er gemeente-specifieke redenen voor indicatie, zoals:
- Het feit dat thuis niet of onvoldoende Nederlands wordt gesproken;
- Pedagogische onmacht, oftewel het gebrek aan kennis en vaardigheden van de ouder om het kind te ondersteunen;
- Een onvoldoende stimulerende omgeving, waarin het kind niet voldoende wordt aangemoedigd en gestimuleerd;
- Kinderen met geconstateerde achterstanden op het gebied van taal-spraak en of sociaal emotionele ontwikkeling;
- Onvoldoende interactie tussen ouder/verzorger en kind.
Deze indicaties worden gebruikt om kinderen te identificeren die het meest baat hebben bij VVE. Het doel is om deze kinderen in een VVE-groep te plaatsen, waarin een maximum van 50% van de kinderen geïndiceerd zijn. De andere 50% bestaat uit kinderen zonder indicatie. Dit gemengde model zorgt ervoor dat kinderen met en zonder risico’s samen leren, waardoor de sociale ontwikkeling kan worden gestimuleerd.
De praktijk in Rhenen
In gemeente Rhenen zijn er meerdere instellingen die VVE aanbieden. Deze instellingen zijn ondergebracht in verschillende peuterspeelzalen en kinderdagverblijven. De meeste instellingen gebruiken een gecertificeerd programma, zoals Uk en Puk, Startblokken of Doe Meer met Bas. Deze programma’s zijn ontworpen om kinderen op een speelse en educatieve manier te ondersteunen.
De volgende instellingen bieden VVE aan:
- Stichting Peuterspeelzaal Rhenen (SPR)
- Stichting Kinderopvang Rhenen (SKR)
- Kinderopvang De Regenboog
- Stichting Kindcentra De Link
- Peuterspeelzaal Het Visnet
- Peutergroep Willem Teellinck
Deze instellingen werken op basis van een aanmeldingsproces, waarbij ouders worden aangemoedigd om hun kind te inschrijven. Het principe is “geen dwang, wel drang”, wat betekent dat ouders niet worden gedwongen om hun kind in een VVE-groep te plaatsen, maar er wel op worden aangedrongen om de voordelen van VVE te overwegen.
Als ouders niet spontaan een aanmelding doen, worden ze telefonisch benaderd en uitgenodigd voor een huisbezoek of een bezoek aan de instelling. Dit is bedoeld om ouders te informeren over de voordelen van VVE en om eventuele zorgen of vragen van hen weg te nemen.
Cijfers en statistieken
De statistieken van Rhenen geven een goed beeld van het huidige aanbod en de deelname aan VVE. In december 2015 waren er in totaal 425 peuters die deelnamen aan een peuterspeelzaal of kinderdagverblijf. Van deze kinderen hadden 66 een VVE-indicatie, wat ongeveer 15% uitmaakt. Dit is in lijn met de landelijke cijfers, waarbij ongeveer 15% van de peuters geen voorschoolse educatie volgt. In Rhenen is dit percentage echter hoger, namelijk ongeveer 40%, wat betekent dat een relatief groot aantal kinderen thuis of via informele opvang of gastouderopvang zit.
In de tabel hieronder zijn de cijfers van de VVE-deelname in 2015 samengevat:
| Instelling | Aantal peuters | Aantal met VVE-indicatie |
|---|---|---|
| Kinderdagverblijven | 108 | 5 |
| Peuterspeelzalen | 152 | 57 |
| Thuis en/of informele opvang | 165 | 4 |
| Totaal | 425 | 66 |
Deze cijfers geven aan dat de meeste VVE-geïndiceerde kinderen in peuterspeelzalen zitten, wat wijst op de betekenis van deze instellingen voor de uitvoering van VVE-programma’s.
In 2015 bezochten 14 kinderen een consultatiebureau elders in de regio. Dit suggereert dat een deel van de ouders kiest voor een alternatief aanbod of buiten de gemeente. Ouders gaven als reden: geen belangstelling, meestal vanwege geloofsovertuiging, andere vorm van hulpverlening, of het feit dat het kind naar een kinderdagverblijf buiten Rhenen gaat. Ook zijn er kinderen op de wachttlijst voor een VVE-groep.
De aanpak van indicatie en toeleiding
De toeleiding van kinderen naar VVE-groepen is een belangrijk onderdeel van het programma. In Rhenen is er een stroomschema ontwikkeld dat de toeleiding van kinderen regelt. Dit schema is opgebouwd rond het principe van "geen dwang, wel drang", wat betekent dat ouders niet worden gedwongen, maar wel op een duidelijke manier worden aangemoedigd om hun kind in een VVE-groep te plaatsen.
Als ouders na meerdere gesprekken nog steeds geen aanmelding doen, wordt telefonisch contact opgenomen. In sommige gevallen wordt ook een huisbezoek aangeboden of wordt er een gezamenlijk bezoek gedaan aan de instelling. Deze aanpak is bedoeld om ouders te informeren over de voordelen van VVE en om eventuele zorgen of vragen weg te nemen.
Daarnaast is er sprake van onderlinge doorverwijzing. Dit betekent dat als een instelling geen plek meer heeft voor een VVE-kind, het kind wordt doorverwezen naar een andere instelling. Dit zorgt ervoor dat zoveel mogelijk kinderen deel kunnen nemen aan een VVE-programma.
Samenwerking met het basisonderwijs
Een belangrijk aspect van het VVE-programma is de samenswerking met het basisonderwijs. In Rhenen wordt er sterk gewerkt aan een doorlopende leerlijn tussen de peuterspeelzalen en de basisscholen. Deze samenwerking zorgt ervoor dat de overgang van de peuterspeelzaal naar de basisschool soepel verloopt en dat kinderen zich snel aanpassen aan de nieuwe omgeving.
Het doel is om kinderen een veilig en geruststellend gevoel te geven zodat ze zich kunnen ontplooien in de nieuwe leefwereld. De instellingen werken daarbij nauw samen met de basisscholen, bijvoorbeeld door informatie uit te wisselen over de kinderen, leerdoelen te delen en bij te dragen aan het ontwikkelen van leertrajecten die aansluiten bij de eisen van het basisonderwijs.
Een voorbeeld van een instelling die dit model goed implementeert is PO De Schatkist. Hier wordt peuteropvang geboden aan kinderen van 2 tot 4 jaar, in een groep van maximaal 16 kinderen. In deze groep is ook opvang mogelijk voor VVE-geïndiceerde kinderen. De nadruk ligt hier op continuïteit en verbinding met het basisonderwijs, zodat kinderen zich veilig en bekend voelen wanneer ze later op school komen.
De toekomst van VVE in Rhenen
De toekomst van VVE in Rhenen is van belang, zowel voor de instellingen als voor de ouders en kinderen. De gemeente en de instellingen zijn van plan om de deelname aan VVE te vergroten, met name door extra financiële middelen die beschikbaar zijn sinds 2016. Minister Asscher heeft extra middelen vrijgemaakt om te bevorderen dat meer kinderen naar de peuterspeelzaal of kinderdagverblijf gaan.
In de praktijk is het echter duidelijk dat een aantal ouders geen gebruik maakt van VVE, onder andere vanwege geloofsovertuiging of andere vormen van hulpverlening. Geschat wordt dat een maximale stijging van 80 peuters mogelijk is, wat zou betekenen dat het huidige aantal van 334 kinderen van 2 en 3 jaar in 2015 zou stijgen naar ongeveer 414 kinderen.
Daarnaast zijn er plannen voor samenvoegingen van instellingen, zoals bijvoorbeeld tussen Stichting Kinderopvang Rhenen (SKR) en Stichting Peuterspeelzaal Rhenen (SPR). Deze samenvoegingen zijn bedoeld om de organisatie efficiënter te maken en om beter in staat te zijn om VVE te bieden. SKR en SPR zijn al sinds 2005 in de praktijk één werkorganisatie, wat suggereert dat de samenvoeging in 2017 technisch en logistisch haalbaar is.
De rol van VVE in de regio Gelderland
VVE is niet alleen van betekenis in Rhenen, maar ook in de bredere regio Gelderland. In deze regio is de samenwerking tussen gemeenten, instellingen en basisscholen essentieel voor het succes van VVE. De instellingen in Rhenen zijn onderdeel van een landelijk netwerk van VVE-aanbieders, en werken samen met andere gemeenten om ervoor te zorgen dat kinderen op een consistente manier worden voorzien van voor- en vroegschoolse educatie.
De regio Gelderland heeft een relatief lage bevolkingsgroei, wat betekent dat de aanbieders van VVE moeten versterken om het huidige aantal kinderen te kunnen bedienen. In Rhenen zijn er momenteel zes instellingen die VVE aanbieden, wat suggereert dat het aanbod redelijk gediversifieerd is. Deze instellingen werken op basis van gecertificeerde programma’s, wat zorgt voor kwaliteit en consistentie in de aanbieding.
Conclusie
VVE speelt een cruciale rol in de voorschoolse educatie in Rhenen en heeft als doel om kinderen vanaf 2 jaar een sterke basis te geven voor hun schoolcarrière. De aanbieders van VVE werken op basis van een duidelijke indicatiestelling en bieden kinderen met specifieke risico’s een ondersteunende omgeving waarin ze kunnen groeien en zich kunnen ontwikkelen.
In Rhenen is de samenwerking met het basisonderwijs een belangrijk onderdeel van het VVE-model, en wordt er gestreefd naar een zo groot mogelijk bereik en deelname. De huidige cijfers tonen aan dat de deelname aan VVE in Rhenen iets hoger is dan landelijk, maar dat er nog ruimte is voor verbetering.
De toekomst van VVE in Rhenen hangt af van de samenwerking tussen instellingen, de bereidheid van ouders om deel te nemen en de beschikbaarheid van extra middelen. Door de plannen voor samenvoegingen en door het gebruik van gecertificeerde programma’s kan het VVE-model in Rhenen verder worden versterkt en uitgebouwd.