Voor- en vroegschoolse educatie (VVE) is een educatief beleid dat gericht is op jonge kinderen in de leeftijd van 2 tot 6 jaar die risico lopen op onderwijsachterstanden. Het doel van VVE is om deze kinderen vroegtijdig ondersteuning te bieden, zodat zij beter opgewassen zijn tegen de eisen van het basisonderwijs. Dit artikel biedt een overzicht van de definitie van VVE, de doelgroep, de samenwerking tussen partijen, en de financiële en kwaliteitsaspecten van het beleid. De informatie is afgeleid uit de beschikbare bronnen en richt zich op de wettelijke en beleidsgerichte context in Nederland, met nadruk op de gemeenten Vlieland en Valkenswaard.
Introductie
VVE is een integraal onderdeel van het onderwijsachterstandenbeleid in Nederland. Het programma richt zich op jonge kinderen met een risico op taal-, reken- of sociaal-emotionele achterstanden en biedt een gestructureerde opbouw van onderwijs en opvang. Het beleid is mede mogelijk gemaakt door middelen van het rijk en vereist een duidelijke samenwerking tussen gemeenten, basisscholen, kinderopvanginstellingen en andere betrokken partijen. De doelgroep bestaat uit kinderen die vanwege sociale, taal- of cognitieve factoren extra ondersteuning nodig hebben om zich volledig te kunnen ontwikkelen.
Deze artikelen zijn opgesteld op basis van beleidsdocumenten van gemeenten en andere relevante overheidsservices, met het oog op het vormgeven van een effectief en duurzaam onderwijsbeleid voor jonge kinderen. De nadruk ligt op het voorkomen van onderwijsachterstanden via vroegtijdige interventie en het creëren van een doorgaande leerlijn tussen de voorschoolse opvang en het basisonderwijs.
Definitie van voor- en vroegschoolse educatie
VVE staat voor voor- en vroegschoolse educatie, een educatief programma dat gericht is op jonge kinderen met een risico op onderwijsachterstanden. Het programma biedt een gestructureerde leerlijn die zich richt op de ontwikkeling van taal, rekenvaardigheden, motoriek en sociaal-emotionele vaardigheden. De doelgroep bestaat uit kinderen in de leeftijd van 2 tot 6 jaar die op basis van professionele inschatting in aanmerking komen voor extra ondersteuning.
Het beleid van VVE is wettelijk ingebed in de Wet op het Onderwijs en de Onderwijsvormen (OKE), waarin gemeenten verantwoordelijk zijn voor het aanbod van voorschoolse voorzieningen en het onderwijs is verantwoordelijk voor de vroegschoolse periode (groep 1 en 2). Dit betekent dat VVE een samenwerking vereist tussen gemeenten en basisscholen om een doorgaande leerlijn te garanderen.
VVE is niet alleen gericht op het verbeteren van cognitieve vaardigheden, maar ook op het vormen van kinderen tot verantwoordelijke en zelfredzame personen. Dit aspect maakt het beleid niet alleen een kwestie van onderwijs, maar ook van opvoeding en sociale ontwikkeling. De GGD en de Inspectie voor het Onderwijs houden het kwaliteitsniveau van VVE in de gaten en bieden waar nodig begeleiding en beoordeling.
Doelgroep VVE
De doelgroep van VVE bestaat uit kinderen in de leeftijd van 2 tot 6 jaar die op basis van een professionele inschatting in aanmerking komen voor extra ondersteuning. Deze inschatting wordt gedaan door een consultatiebureau of pedagogisch medewerker, die bepaalt of het kind risico loopt op taalachterstand, rekenachterstand of andere ontwikkelingsachterstanden.
De doelgroepdefinitie is afhankelijk van meerdere criteria. Zo zijn kinderen die vallen onder een van de volgende categorieën van belang voor VVE:
- Kinderen met een verhoogd risico op taalontwikkelingsachterstand.
- Kinderen met een duidelijke achterstand in taal- of cognitieve ontwikkeling.
- Kinderen die sociaal-emotioneel vertraging vertonen.
- Kinderen uit arme of multiculturele achtergronden die extra ondersteuning nodig hebben.
De keuze voor de leeftijd van 2 jaar is strategisch. Hiermee kan er meer worden aangeboden dan de wettelijk verplichte 960 uur kinderopvang. De doelgroep is dus niet beperkt tot kinderen die formeel een achterstand vertonen, maar ook tot kinderen die voordeel hebben van vroegtijdige interventie. Dit maakt VVE een preventief beleid dat gericht is op het voorkomen van onderwijsachterstanden.
Samenwerking tussen partijen
De uitvoering van VVE vereist een sterke samenwerking tussen gemeenten, basisscholen, kinderopvanginstellingen en andere betrokken partijen. Deze samenwerking is verankerd in het concept van de brede school, waarin verschillende partijen samenwerken om een doorlopende leer- en opvoedingslijn te creëren. De partners in een brede school kennen elkaar, hebben regelmatig overleg en creëren een compleet aanbod van onderwijs, zorg, opvang en vrijetijdsbesteding in de wijk.
In Valkenswaard is het beleid van VVE verankerd in een visie waarin de samenwerking tussen kinderopvang en basisonderwijs centraal staat. Elke school heeft één of meerdere voorschoolse voorzieningen in de school of binnen een straal van 1 km. De locaties van Peuterdorp hebben, op één locatie na, allemaal een inhoudelijke samenwerking met de nabijgelegen basisschool. Deze samenwerking is van essentieel belang om de kwaliteit van VVE te verhogen.
Binnen het VVE-beleid van Vlieland werken de leidsters van de kinderopvang en de leerkrachten van de groepen 1 en 2 van de basisschool samen. Deze samenwerking is verankerd in het zogenaamde koppeloverleg, waarin concrete doelen en acties worden vastgesteld. De pedagogisch coach en de VVE-coördinator ondersteunen waar nodig de leidsters bij de uitvoering daarvan en leggen actief de verbinding tussen voor- en vroegschool. Deze samenwerking is van essentieel belang voor het creëren van een doorgaande leerlijn.
Financiële aspecten van VVE
Het financieren van VVE is mede mogelijk gemaakt door middelen van het rijk uit de Onderwijsachterstandenbeleid (OAB). De gemeente Vlieland ontvangt deze middelen en stelt op basis daarvan haar VVE-beleid vast. Het beleid is niet nieuw, maar richt zich op een inhoudelijke en organisatorische doorontwikkeling.
In Valkenswaard is er sprake van een duidelijke financieringssystematiek voor VVE. De uitwerking van het scenario m.b.t. de doelgroep is hierin verwerkt. Daarnaast wordt ingegaan op het bereik van en toeleiding naar VVE, kwaliteit van VVE-aanbod, doorgaande lijn, coördinatie en resultaatafspraken. De financiering van VVE is mede afhankelijk van de categorie van ouders. Er zijn vier categorieën van ouders:
- Ouders van doelgroeppeuters VVE
- Ouders van reguliere peuters
- Ouders die wél recht hebben op kinderopvangtoeslag
- Ouders die géén recht hebben op kinderopvangtoeslag
De financiering van VVE is voor deze ouders verschillend. Werkende ouders die peuteropvang afnemen kunnen vanaf 2018 kinderopvangtoeslag aanvragen. Kostwinnersgezinnen en niet werkende ouders kunnen voor peuteropvang wél een beroep doen op gemeentelijke subsidie. Ook is de ouderbijdrage gelijk getrokken met de kinderopvang.
De financieringssystematiek is verwerkt in het beleidsplan van Valkenswaard voor 2020-2021. Hierin wordt ingegaan op de financiering van VVE en de rol van de gemeente in het aanbod van voor- en vroegschoolse educatie.
Kwaliteitsaspecten van VVE
De kwaliteit van VVE is van essentieel belang voor de effectiviteit van het programma. De kwaliteit van VVE-aanbod wordt beoordeeld door de GGD en de Inspectie voor het Onderwijs. Deze instanties houden toezicht op het kwaliteitsniveau van VVE en bieden waar nodig begeleiding en beoordeling.
De kwaliteit van VVE is niet alleen meetbaar, maar ook verbeterbaar. Het gaat niet alleen om het effectief aanleren van kennis en vaardigheden, maar ook om het vormen van kinderen tot verantwoordelijke en zelfredzame personen. Dit maakt VVE niet alleen een educatief programma, maar ook een opvoedingsprogramma.
In Vlieland is er een duidelijke focus op de kwaliteit van VVE. Het beleid richt zich op het creëren van een degelijk fundament voor het basisonderwijs, waarin de kleuters het programma in groep 1 en 2 voortzetten. De kwaliteit van VVE is verwerkt in een convenant, waarin afspraken zijn gemaakt over de inhoud en de organisatie van VVE.
In Valkenswaard is er een visie op VVE die is vertaald in een hoofddoel met doelstellingen. Deze doelstellingen zijn gericht op het verbeteren van de kwaliteit van VVE-aanbod, de doorgaande lijn, de coördinatie en de resultaatafspraken. De kwaliteit van VVE is een blijvend punt van aandacht in het beleid van Valkenswaard.
Werkwijze en overdracht in VVE
De werkwijze van VVE is gericht op het creëren van een doorgaande leerlijn tussen de voorschoolse opvang en het basisonderwijs. De overdracht van kinderen van de voorschoolse opvang naar het basisonderwijs is een belangrijk aspect van het VVE-beleid.
In Vlieland is de overdracht verankerd in het koppeloverleg, waarin leidsters van de kinderopvang en leerkrachten van de groepen 1 en 2 van de basisschool samenwerken. Deze samenwerking is van essentieel belang voor het creëren van een doorgaande leerlijn. De pedagogisch coach en de VVE-coördinator ondersteunen waar nodig de leidsters bij de uitvoering daarvan en leggen actief de verbinding tussen voor- en vroegschool.
De overdracht van kinderen van de voorschoolse opvang naar het basisonderwijs is ook een belangrijk aspect van het VVE-beleid in Valkenswaard. De overdracht is verwerkt in een visie op VVE, waarin de doorgaande lijn tussen de voorschoolse opvang en het basisonderwijs centraal staat. De overdracht is een blijvend punt van aandacht in het beleid van Valkenswaard.
Resultaat en monitoring
Het resultaat van VVE is een belangrijk aspect van het beleid. De effectiviteit van VVE wordt gemeten door middel van monitoring en beoordeling. De GGD en de Inspectie voor het Onderwijs houden toezicht op het kwaliteitsniveau van VVE en bieden waar nodig begeleiding en beoordeling.
In Vlieland is er een duidelijke focus op monitoring van VVE. Het beleid richt zich op het creëren van een degelijk fundament voor het basisonderwijs, waarin de kleuters het programma in groep 1 en 2 voortzetten. De monitoring van VVE is verwerkt in een convenant, waarin afspraken zijn gemaakt over de inhoud en de organisatie van VVE.
In Valkenswaard is er een visie op VVE die is vertaald in een hoofddoel met doelstellingen. Deze doelstellingen zijn gericht op het verbeteren van de kwaliteit van VVE-aanbod, de doorgaande lijn, de coördinatie en de resultaatafspraken. De monitoring van VVE is een blijvend punt van aandacht in het beleid van Valkenswaard.
Conclusie
VVE is een educatief beleid dat gericht is op jonge kinderen met een risico op onderwijsachterstanden. Het doel van VVE is om deze kinderen vroegtijdige ondersteuning te bieden, zodat zij beter opgewassen zijn tegen de eisen van het basisonderwijs. Het beleid is verankerd in de wet OKE en vereist een sterke samenwerking tussen gemeenten, basisscholen, kinderopvanginstellingen en andere betrokken partijen.
De doelgroep van VVE bestaat uit kinderen in de leeftijd van 2 tot 6 jaar die op basis van een professionele inschatting in aanmerking komen voor extra ondersteuning. De financiering van VVE is mede mogelijk gemaakt door middelen van het rijk uit de Onderwijsachterstandenbeleid. De kwaliteit van VVE is van essentieel belang voor de effectiviteit van het programma en wordt beoordeeld door de GGD en de Inspectie voor het Onderwijs.
In Vlieland en Valkenswaard is het VVE-beleid verankerd in een visie die is vertaald in een hoofddoel met doelstellingen. Deze doelstellingen zijn gericht op het verbeteren van de kwaliteit van VVE-aanbod, de doorgaande lijn, de coördinatie en de resultaatafspraken. De werkwijze en overdracht in VVE zijn verankerd in het koppeloverleg, waarin leidsters van de kinderopvang en leerkrachten van de groepen 1 en 2 van de basisschool samenwerken.
VVE is een belangrijk wapen in de strijd tegen kansenongelijkheid en richt zich op het creëren van een doorgaande leerlijn tussen de voorschoolse opvang en het basisonderwijs. Het beleid is mede mogelijk gemaakt door middelen van het rijk en vereist een sterke samenwerking tussen gemeenten en basisscholen.