Inleiding
De postcoderoosregeling, ook bekend als de Regeling Verlaagd Tarief, is sinds 2013 een belangrijk instrument geweest om duurzame energieopwekking in Nederland te stimuleren. Deze regeling richt zich op coöperaties en verenigingen van eigenaars (VvE’s), die gezamenlijk investeren in het opwekken van duurzame energie, bijvoorbeeld via zonnepanelen. Het doel is om mensen die geen of onvoldoende mogelijkheden hebben om op hun eigen dak duurzame energie op te wekken, toch deel te laten nemen aan groene energieprojecten.
In 2021 is de postcoderoosregeling vervangen door een subsidiegestuurde regeling, waarbij de administratieve complexiteit is verminderd. Echter, een van de kritische punten die blijven hangen, is of de regeling rendabel is voor dakeigenaren in VvE’s. Deze vraag is van groot belang, aangezien de dakeigenaar in dit model een cruciale rol speelt als locatieverlener voor de zonnepanelen.
In dit artikel zullen we een gedetailleerde analyse geven van de postcoderoosregeling, met een focus op de financiële aspecten voor dakeigenaren in VvE’s. We zullen onder andere de werking van de regeling, de veranderingen in 2021, de financiële vergoedingen en eventuele kanttekeningen bespreken.
Wat is de postcoderoosregeling?
De postcoderoosregeling is een Nederlandse stimuleringsregeling die coöperaties en VvE’s in staat stelt om gezamenlijk duurzame energie op te wekken. De regeling is vooral populair geworden voor zonne-energieprojecten. Het kernconcept is dat deelnemers – huishoudens of organisaties met een kleinverbruiksaansluiting – binnen een bepaalde postcodegebied, of in aangrenzende gebieden, kunnen deelnemen aan een gemeenschappelijke installatie die duurzame energie opwekt. Deze postcodegebieden vormen samen een zogenaamde "postcoderoos".
De regeling is ingevoerd om het opwekken van duurzame energie toegankelijker te maken, vooral voor mensen die geen eigen dak hebben of die dat niet willen gebruiken voor zonnepanelen. Het is bedoeld als een instrument om groene energieopwekking te stimuleren binnen stedelijke en dichtbevolkte gebieden.
In 2021 is de regeling volledig veranderd. In plaats van een belastingkorting die direct aan de deelnemers wordt terugbetaald, wordt nu een subsidie uitgekeerd aan de coöperatie of VvE. Dit heeft geleid tot een administratieve vereenvoudiging, maar ook tot nieuwe vragen over de financiering en rendabiliteit van zowel het project als de deelname voor individuele huishoudens.
Werking van de postcoderoosregeling
Voor de verandering in 2021
Voor de verandering in 2021 werkte de postcoderoosregeling als volgt:
- Opzetten van een coöperatie of VvE: Een groep huishoudens richt een coöperatie of VvE op.
- Locatie zoeken: De coöperatie zoekt een geschikte locatie – meestal een plat dak – om zonnepanelen te installeren.
- Postcodegebied bepalen: De coöperatie stelt een postcodegebied vast. Deelnemers moeten binnen dit gebied of in aangrenzende gebieden wonen.
- Deelname en investeringen: Deelnemers investeren in het project, meestal via het aankopen van certificaten of aandelen.
- Belastingkorting: De deelnemers ontvangen een belastingkorting via hun energieleverancier, gebaseerd op het aantal kWh dat ze via het project opwekken.
- Opbrengsten verdelen: De opbrengsten van het project – zowel van de verkoop van stroom als van de belastingkorting – worden verdeeld onder de deelnemers.
Deze werkwijze had als voordeel dat het deelnemers direct financieel betrokken maakte bij het project, maar het had ook nadeelen. Zo was de administratie complex, en was het niet altijd duidelijk hoe de opbrengsten precies verdeeld werden. Bovendien was het voor dakeigenaren – die vaak geen aandeel hadden in het project – vaak onduidelijk of hun deelname rendabel was.
Na de verandering in 2021
In 2021 is de regeling volledig omgezet in een subsidiegestuurde regeling. De belangrijkste veranderingen zijn:
- Geen aparte coöperatie meer nodig: In de oude regeling was het vaak nodig om een aparte coöperatie op te richten. In de nieuwe regeling is dit niet meer verplicht.
- Subsidie in plaats van belastingkorting: In plaats van dat de deelnemers een belastingkorting ontvangen, krijgt de coöperatie of VvE nu een subsidie van het rijk per opgewekte kWh.
- Verdeling van opbrengsten: De coöperatie bepaalt zelf hoe de opbrengsten – zowel van de verkoop van stroom als van de subsidie – worden verdeeld.
- Geen verrekening via energieleverancier: In de oude regeling werd de belastingkorting via de energieleverancier terugbetaald. In de nieuwe regeling is dat niet meer het geval; alles gebeurt via de coöperatie.
Deze veranderingen hebben geleid tot een administratieve vereenvoudiging, maar ook tot nieuwe onzekerheden. Zo is het voor deelnemers vaak niet duidelijk hoeveel de subsidie per kWh precies is, en hoeveel dit zal opleveren over de jaren heen. Bovendien is het budget voor de subsidie begrensd – er is in 2021 €37 miljoen beschikbaar, en wanneer dit budget is uitgegeven, kunnen nieuwe projecten niet meer opgestart worden.
De rol van dakeigenaren in VvE’s
Een van de cruciale rolspelers in een postcoderoosproject is de dakeigenaar. Dit is de persoon of organisatie die toestaat dat zonnepanelen op hun dak worden geplaatst. In veel gevallen is dit een VvE die zelf geen zonnepanelen wil of kan installeren, maar die wel bereid is om haar dak aan te bieden voor een groter project.
De vraag die zich nu stelt is: is het voor deze dakeigenaren rendabel om deel te nemen aan een postcoderoosproject?
Financiële vergoedingen voor dakeigenaren
In de oude regeling (voor 2021) was het meestal zo dat dakeigenaren geen directe vergoeding ontvingen voor hun deelname. Ze kregen meestal geen aandeel in het project, noch een belastingkorting. Ze gaven gewoon hun dak ter beschikking voor de installatie van zonnepanelen, en kregen daartegenover meestal weinig of geen financiële beloning.
In sommige gevallen – zoals bij het project van VvE Groot Kattenburg – is er wel een vergoeding mogelijk. Bij dit project kreeg de VvE een lening uit het Duurzaamheidsfonds van de gemeente, waardoor de prijs van een certificaat €125 was, en de terugverdientijd ongeveer 4 jaar. In dit geval kreeg de dakeigenaar dus wel een aandeel in het project, en kreeg zij/ze een financieel rendement via het certificaatstelsel.
In de nieuwe regeling (sinds 2021) is het financiële model veranderd. De subsidie wordt nu uitgekeerd aan de coöperatie of VvE, en de verdeling van de opbrengsten is aan de coöperatie overgelaten. Dit betekent dat de dakeigenaar – als deze geen aandeel heeft in de coöperatie of VvE – mogelijk geen directe vergoeding ontvangt voor hun deelname.
Een kritiek die in de evaluatie van de regeling door de Kwink groep is geformuleerd, is dat er weinig prikkels zijn voor dakeigenaren om hun dak te laten gebruiken voor zonnepanelen. Zij kunnen dus vaak geen directe financiële opwachting verwachten, terwijl hun deelname essentieel is voor het functioneren van het project.
Risico’s en onzekerheden
Een ander aspect dat voor dakeigenaren van belang is, zijn de risico’s die met deelname aan een postcoderoosproject gepaard kunnen gaan. Deze risico’s zijn niet altijd duidelijk, en kunnen zowel technisch als juridisch van aard zijn.
Technische risico’s: De installatie van zonnepanelen op een dak kan invloed hebben op de constructie, isolatie of sfeer van het gebouw. Dit geldt vooral voor oudere of historic gebouwen. Het is belangrijk dat een dergelijk project wordt uitgevoerd door erkende professionals en met een grondige inspectie van de dakconstructie.
Juridische risico’s: In de oude regeling had de dakeigenaar vaak geen aandeel in het project, en kon er dus geen juridische garantie gegeven worden op het resultaat. In de nieuwe regeling is het wettelijke kader nog niet volledig duidelijk, en kan er onzekerheid zijn over de verantwoordelijkheden bij eventuele schade of fouten in de installatie.
Financiële risico’s: Het rendement van een postcoderoosproject is niet altijd gegarandeerd. De subsidie per kWh is nog niet vastgelegd, en kan variëren per project of per jaar. Bovendien is het budget voor subsidie beperkt, wat betekent dat niet iedereen die wil deelnemen aan een project, dat ook kan. Dit brengt onzekerheid met zich mee, en maakt het voor dakeigenaren lastig om een verstandelijke keuze te maken.
De invloed van de verandering in 2021
De verandering van de postcoderoosregeling in 2021 heeft zowel voordelen als nadeelen voor dakeigenaren in VvE’s. Hieronder geven we een overzicht van de belangrijkste punten:
Voordelen
Administratieve vereenvoudiging: In de oude regeling had de dakeigenaar vaak niets te maken met de administratie, omdat de belastingkorting via de energieleverancier werd verrekend. In de nieuwe regeling is deze administratie nu volledig bij de coöperatie, wat betekent dat er minder administratieve lasten zijn voor de dakeigenaar.
Mogelijkheid tot directe opbrengsten: In sommige gevallen – zoals bij VvE Groot Kattenburg – is het mogelijk dat de dakeigenaar een aandeel krijgt in het project en dus ook een directe opbrengst via het certificaatstelsel. Dit kan een aantrekkelijk rendement opleveren, vooral als de terugverdientijd rond de 4 jaar ligt.
Langer geldende vergoedingen: In de oude regeling was de vergoeding voor 10 jaar geldig. In de nieuwe regeling is dit uitgebreid naar 15 jaar. Dit betekent dat de financiële opwachting voor de dakeigenaar langer kan duren, wat het rendement gunstiger maakt.
Mogelijkheid tot flexibiliteit: In de nieuwe regeling is het mogelijk dat deelnemers die verhuizen buiten het postcodegebied, toch blijven deelnemen aan het project. Dit betekent dat de dakeigenaar – als deze bijvoorbeeld ook verhuist – niet per se uit het project hoeft te treden, wat een beperking in de oude regeling was.
Nadeelen
Onzekerheid over subsidiebedragen: De hoogte van de subsidie per kWh is niet vastgelegd en wordt pas duidelijk in het najaar. Dit maakt het voor dakeigenaren moeilijk om te bepalen of het project financieel aantrekkelijk is.
Budgetbeperkingen: In 2021 is er €37 miljoen beschikbaar voor subsidie. Als dit budget snel leegraakt, kan het zijn dat niet alle projecten die willen starten, dat ook mogen. Dit brengt onzekerheid met zich mee voor dakeigenaren die willen meedoen.
Geen overgangsregeling: De oude regeling kan niet worden vervangen door de nieuwe. Partijen die nu gebruik maken van de oude regeling, kunnen niet overstappen naar de nieuwe. Dit betekent dat dakeigenaren die in het oude systeem zitten, mogelijk in een minder gunstige situatie terecht komen.
Minder prikkels voor dakeigenaren: In de oude regeling was er vaak geen financiële beloning voor het aanbieden van een dak. In de nieuwe regeling is dat ook niet veranderd. Het is dus nog steeds meestal de coöperatie of VvE die het grootste deel van het rendement geniet, terwijl de dakeigenaar meestal geen directe opbrengsten heeft.
Technische en juridische onzekerheid: De dakeigenaar moet vaak vertrouwen op de coöperatie of VvE om de installatie goed uitgevoerd te krijgen. Er zijn geen duidelijke wettelijke garanties, en de verantwoordelijkheden bij eventuele schade of fouten zijn vaak onduidelijk.
Conclusie
De postcoderoosregeling is een belangrijk instrument geweest om duurzame energieopwekking in Nederland te stimuleren. Door de verandering in 2021 is het administratieve kader vereenvoudigd, wat positief is voor zowel de coöperatie als de dakeigenaar. Echter, de financiële aspecten blijven onzeker, en het is voor dakeigenaren in VvE’s niet altijd duidelijk of hun deelname rendabel is.
In sommige gevallen – zoals bij het project van VvE Groot Kattenburg – is het mogelijk dat de dakeigenaar een aandeel krijgt in het project en dus ook een directe opbrengst. In andere gevallen is de dakeigenaar meestal geen directe winnaar, en ontbreekt het aan financiële prikkels om hun dak te laten gebruiken voor zonnepanelen.
De nieuwe subsidiegestuurde regeling biedt wel meer stabiliteit, met een vergoeding die 15 jaar geldig is, wat het rendement gunstiger maakt. Bovendien is het mogelijk dat deelnemers die verhuizen, toch blijven deelnemen aan het project. Dit is een positief signaal voor de flexibiliteit van de regeling.
Toch blijft er onzekerheid over de hoogte van de subsidie per kWh, en over het budget dat beschikbaar is voor nieuwe projecten. Dit maakt het voor dakeigenaren moeilijk om een verstandelijke keuze te maken.
Om de postcoderoosregeling verder te verbeteren, is het belangrijk dat er meer duidelijkheid komt over de financiële vergoedingen, en dat er prikkels worden ingevoerd voor dakeigenaren die hun dak ter beschikking stellen. Bovendien is het essentieel dat er juridische en technische garanties worden opgesteld, zodat dakeigenaren zich niet blootstellen aan onnodig risico.
Tot slot is het duidelijk dat de postcoderoosregeling een waardevolle bijdrage kan leveren aan de duurzame energietransitie in Nederland. Of deze regeling rendabel is voor dakeigenaren in VvE’s, hangt echter sterk af van het specifieke project, de subsidiebedragen, en de wettelijke voorwaarden.