Inleiding
In de context van collectieve warmtevoorziening in Nederland worden steeds meer aandacht en regelgeving gericht op zowel de technische als juridische aspecten van warmtelevering. De wettelijke kaders en regelgeving die hieromheen worden ontwikkeld, zijn bedoeld om zowel de leefbaarheid van gebouwen te waarborgen als de verantwoordelijkheden van betrokken partijen duidelijk te maken. Dit artikel biedt een overzicht van de belangrijkste verplichtingen en verantwoordelijkheden van warmtebedrijven, de rol van restwarmte, en de definities en toepassingsgebieden van de begrippen warmte en afleversets. Daarnaast wordt ingegaan op het concept van leveringszekerheid en de technische vereisten die van toepassing zijn op collectieve warmtevoorziening. Het artikel richt zich op zowel (potentiële) eigenaren van woningen als professionals in de vastgoedsector en legt de basis voor een goed begrip van de wettelijke en technische kaders.
Definitie en Toepassing van Warmte
Begrip Warmte
In het kader van collectieve warmtevoorziening is warmte gedefinieerd als thermische energie die ten behoeve van ruimteverwarming of verwarming van tapwater wordt geleverd door middel van het transport van water of een andere vloeistof. Deze definitie legt vast dat het wetsvoorstel van toepassing is op de levering van water of een andere vloeistof voor ruimteverwarming en tapwaterverwarming. De temperatuur van de vloeistof is niet van invloed op de definitie, maar het doel van de levering wel. Dit betekent dat zowel lage- als hoge-temperatuurwarmte onder deze definitie vallen, zolang de energie wordt gebruikt voor verwarming van ruimtes of water.
Warmtebedrijf
Een warmtebedrijf is een onderneming of warmtegemeenschap die zich bezig houdt of voornemens is zich bezig te houden met het transport en de levering van warmte, evenals de productie of inkoop van warmte ten behoeve daarvan. In sommige gevallen kan het warmtebedrijf ook een joint-venture zijn tussen een warmteleveringsbedrijf en een warmtenetbedrijf. Deze samenwerkingen zijn bedoeld om de levering en distributie van warmte efficiënter te maken. Warmtebedrijven kunnen een aanvraag indienen bij het college om aangewezen te worden voor een warmtekavel. Daarnaast kan in specifieke gevallen een ontheffing worden aangevraagd voor kleine collectieve warmtesystemen.
Restwarmte en haar Invloed
Definitie van Restwarmte
Restwarmte is gedefinieerd als onvermijdelijke thermische energie die als bijproduct in de bedrijfsvoering van een onderneming wordt opgewekt en die zonder verbinding met een warmtenet ongebruikt terecht zou komen in lucht of water. Deze definitie sluit aan bij de richtlijn 2018/2001/EU en is gelijk aan de definitie van restwarmte die wordt gebruikt in de context van Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Uit de definitie volgt dat restwarmte een afvalproduct is dat anders geloosd zou worden, waarbij geen extra brandstofinzet nodig is. Dit is ook in lijn met de aanbevelingen van de Europese Commissie, die stellen dat restwarmte alleen als zodanig kan worden aangemerkt als deze nergens aan onttrokken wordt en geen externe koeling vereist.
Toepassing van Restwarmte
Afvalverbrandingsinstallaties (AVI) en installaties met warmte-krachtkoppeling (WKK), zoals elektriciteitscentrales, zijn geen restwarmtebronnen volgens deze definitie, omdat de warmte die zij leveren niet als restwarmte kan worden geclassificeerd. Uitzondering op deze regel is warmte die kan worden teruggewonnen uit de emissies van deze installaties. Deze warmte is wél een onoverkomelijk bijproduct, welke zonder benutting geloosd zou worden en dus wel als restwarmte geldt. Ook de resterende thermische energie in het effluent van rioolwaterzuiveringsinstallaties, tussen het zuiveringsproces en de lozing op het oppervlaktewater, kan worden aangeduid als restwarmte.
Verplichtingen van het Warmtebedrijf
Leveringszekerheid
Leveringszekerheid is een kernbegrip in het kader van collectieve warmtevoorziening. Het wetsvoorstel legt vast dat de door het warmtebedrijf geleverde warmte voldoende moet zijn om de verblijfsruimtes van alle verbruikers die zijn aangesloten op het warmtenet, continu te kunnen verwarmen tot minimaal 20 graden Celsius, uitgaande van een buitentemperatuur van niet lager dan -10 graden Celsius. Bovendien moet het warmtebedrijf zorgen voor een continue levering van tapwater dat voldoet aan de legionellanorm. Een tijdelijke onderbreking van de warmtelevering die niet langer dan vijf dagen duurt en incidenteel voorkomt, valt niet onder het begrip leveringszekerheid. Dit is bedoeld om ervoor te zorgen dat dergelijke incidentele onderbrekingen niet worden gezien als een schending van de verplichtingen van het warmtebedrijf.
Verplichtingen bij Onderbreking
Het warmtebedrijf is verplicht om alles redelijkerwijs in zijn vermogen liggende in het werk te stellen om onderbrekingen van de warmtelevering te voorkomen. Indien toch een onderbreking optreedt, moet deze zo snel mogelijk worden beëindigd. Er zijn echter situaties waarin het warmtebedrijf deze verplichting niet kan nakomen. Deze uitzonderingen zijn:
- Situaties die buiten de macht van het warmtebedrijf liggen.
- Onderbrekingen die noodzakelijk zijn voor veiligheid of om ernstige schade aan installaties van het warmtebedrijf of van derden te voorkomen.
- Onderbrekingen die noodzakelijk zijn voor regulier onderhoud, waarvoor de warmtelevering drie dagen van tevoren aan de verbruikers moet worden gemeld.
Daarnaast moet het warmtebedrijf een storingsregistratie bijhouden en, in het geval van een ernstige storing, compensatie verstrekken aan de verbruikers. Voor deze compensatie moet het warmtebedrijf vaststellen wanneer een storing heeft plaatsgevonden, hoe lang deze heeft geduurd en welke verbruikers erbij betrokken zijn.
Technische Verplichtingen
Afleversets
Een afleverset vormt de verbinding tussen het warmtenet en de binneninstallatie van een verbruiker. Afleversets worden gebruikt voor de levering van warmte ten behoeve van ruimteverwarming of tapwaterverwarming of een combinatie van beide. In het wetsvoorstel is voorgesteld dat een aangewezen warmtebedrijf verplicht is om binnen een redelijke termijn een afleverset in gebruik te nemen wanneer:
- een bestaande afleverset vervangen moet worden;
- een nieuwe afleverset geïnstalleerd moet worden in een nieuw of bestaand gebouw.
Het beheren en onderhouden van de afleverset is eveneens een verantwoordelijkheid van het warmtebedrijf. Er zijn echter uitzonderingen waarin een afleverset niet noodzakelijk is voor de levering van warmte. In die gevallen hoeft het warmtebedrijf geen afleverset te installeren.
Verantwoordelijkheid van de Gebouweigenaar
Eigen Verantwoordelijkheid
Hoewel het warmtebedrijf verantwoordelijk is voor het leveren van voldoende warmte, heeft de gebouweigenaar ook een eigen verantwoordelijkheid. Deze ligt bijvoorbeeld in het gedrag van de eigenaar, zoals het niet langdurig openzetten van ramen of deuren op koude dagen. In dergelijke gevallen kan het warmtebedrijf de woning technisch in staat zijn om voldoende te verwarmen, maar door het gedrag van de eigenaar kan dit toch niet gebeuren. Het wetsvoorstel benadrukt dat een gebouw in voldoende mate is verwarmd als de verblijfsruimtes tot minimaal 20 graden Celsius kunnen worden verwarmd uitgaande van een buitentemperatuur van -10 graden Celsius. Dit betekent dat technische voorwaarden zijn vastgelegd, maar dat de daadwerkelijke effectiviteit ook afhankelijk is van het gedrag van de bewoner.
Conclusie
Collectieve warmtevoorziening in Nederland is gereguleerd door een serie juridische en technische kaders die het doel hebben om zowel de leefbaarheid van woningen te waarborgen als de verantwoordelijkheden van betrokken partijen te duidelijk maken. De definities van warmte, restwarmte en leveringszekerheid zijn essentieel voor het begrip van de wettelijke eisen die op warmtebedrijven en verbruikers rusten. Het warmtebedrijf is verplicht om alles redelijkerwijs in zijn vermogen liggende in het werk te stellen om onderbrekingen van de warmtelevering te voorkomen of zo snel mogelijk te beëindigen. Daarnaast moet het warmtebedrijf zorgen voor het installeren en onderhouden van afleversets, tenzij specifieke uitzonderingen van toepassing zijn.
De rol van de gebouweigenaar is eveneens van belang, omdat het gedrag van de bewoner een invloed kan hebben op de daadwerkelijke verwarming van de woning. De wettelijke kaders benadrukken dat een gebouw in voldoende mate is verwarmd als de verblijfsruimtes tot minimaal 20 graden Celsius kunnen worden verwarmd. Het is daarom belangrijk dat zowel het warmtebedrijf als de woningeigenaar hun verantwoordelijkheden begrijpen en naleven.