Inleiding
De postcoderoosregeling, ook bekend als de Regeling Verlaagd Tarief, was gedurende jaren een belangrijke stimuleringsmaatregel voor verenigingen van eigenaars (VvE’s) en energiecoöperaties die collectief duurzame energie opwekten. Deze regeling gaf fiscale voordelen in de vorm van een verlaagd tarief op de energiebelasting, zolang de betrokken partijen binnen een bepaald postcodegebied woonden en actief meewerkten aan een gemeenschappelijk project, zoals een zonnedak. Eind 2020 is besloten dat de regeling zou worden vervangen door een subsidierendement, namelijk de Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE). Deze verandering heeft directe gevolgen voor VvE’s die al dan niet betrokken zijn bij duurzame energieprojecten.
Deze overgang is het resultaat van een wenselijk beleid om energiecoöperaties en VvE’s te stimuleren op basis van subsidies in plaats van via een verlaagde energiebelasting. Dit brengt voordeeltjes met zich mee op het vlak van administratieve eenvoud, financiële doorzichtigheid, en het verbinden van de stimulering aan daadwerkelijke investeringen en energieproductie. In dit artikel wordt een gedetailleerde uitleg gegeven van de oude regeling, de overgang naar de nieuwe subsidierendement, en wat dit betekent voor VvE’s en hun leden.
De postcoderoosregeling: een korte historische context
De postcoderoosregeling is ontstaan uit het Energieakkoord voor duurzame groei van 2013, waarbij sociale partners afspraken maakten over de toekomstige energievisie van Nederland. De regeling was ontworpen om kleine verbruikers – huishoudens en kleine organisaties – te stimuleren tot het collectief opwekken van duurzame energie, doorgaans in de vorm van zonnestroom. De voorwaarden voor het gebruik van deze regeling zijn gericht op coöperaties of VvE’s die een gemeenschappelijke installatie realiseren. De term “postcodegebied” of “roos” slaat op de wijk waar de deelnemers wonen; zij moeten dus in de directe omgeving van het project wonen om deel te nemen.
De fiscale stimulering bestond uit een verlaagd tarief op de energiebelasting. Dit betekende dat VvE-leden of coöperatie-leden die zonnestroom opwekten, recht hadden op een belastingkorting. Deze korting kon hun investering in duurzame energie deels compenseren. Een voorwaarde was dat de coöperatie of VvE een aanwijzing had ontvangen van de Belastingdienst. Dit proces vereiste een administratief traject voor de coöperatie, waarna individuele leden verklaringen moesten indienen om hun aandeel in de opwekking te bepalen.
De regeling was bedoeld als een tijdelijke maatregel, en in 2021 is besloten dat de regeling zou worden vervangen. Vanaf 1 april 2021 is de postcoderoosregeling officieel vervallen. Bestaande deelnemers die voor die datum hun deelname hadden aangemeld, behouden echter hun rechten tot 15 jaar na de start van het project. Dit betekent dat ook nu nog leden van een VvE of coöperatie korting kunnen genieten op hun energiefactuur, mits de coöperatie zich aan bepaalde administratieve eisen houdt.
De overgang naar de Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE)
De postcoderoosregeling is vervangen door de Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE), die wordt uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Deze nieuwe regeling is gericht op het stimuleren van coöperatieve energieopwekking, waarbij VvE’s en energiecoöperaties subsidies ontvangen voor het opwekken van duurzame energie.
Het belangrijkste verschil tussen de oude regeling en de SCE is de aard van de stimulering. In plaats van een belastingkorting op de energiebelasting, ontvangt de coöperatie of VvE nu een directe subsidie van de overheid. Deze subsidie wordt uitgekeerd per geproduceerde kWh aan duurzame energie. De bedragen zijn vastgesteld per energiebron en type installatie, en de subsidie is bedoeld om het opwekkingsproject rendabel te maken. De subsidie is gedurende 15 jaar geldig, zolang het project voldoet aan de gestelde eisen.
Een voordeel van de SCE is de administratieve vereenvoudiging. In de oude regeling moesten individuele leden verklaringen indienen en eventueel overstappen van energieleverancier. In de nieuwe regeling wordt de verrekening van het rendement van het project geregeld via de coöperatie of VvE. Dit betekent dat de relatie tussen de energieleverancier en de individuele leden wordt geïsoleerd van het administratieve traject rond de stimulering.
Daarnaast is de SCE niet langer afhankelijk van de hoogte van de energiebelasting. In de oude regeling was de korting afhankelijk van het tarief dat op een bepaald moment gold. Dit maakte de regeling gevoelig voor veranderingen in de energiebelasting. De nieuwe regeling is daarentegen gebaseerd op een vaste subsidie per geproduceerde kWh, wat de voorspelbaarheid van de financiering vergroot en de deelnemers minder blootstelt aan marktvariabelen.
Wat betekent de SCE voor VvE’s?
Voor VvE’s betekent de overgang naar de SCE een aangepaste benadering van het beheren van duurzame energieprojecten. In de oude regeling had de VvE de taak om individuele leden te helpen bij het aanvragen van verklaringen en het doorgeven van verklaringen aan de Belastingdienst. In de nieuwe regeling is de administratie grotendeels gemiddeld door de coöperatie of VvE, die nu de verantwoordelijkheid draagt voor het aanvragen van subsidies bij de RVO en het verwerken van de subsidiebedragen in de interne administratie.
Een belangrijk punt voor VvE’s is dat de investering in duurzame energie nu volledig ten laste komt van de gezamenlijke eigenaren. De subsidies worden niet direct teruggelost op de investering, maar worden in de loop der jaren verwerkt in de energiekosten van de leden. Dit betekent dat VvE’s een zorgvuldige beoordeling moeten maken van de financiële haalbaarheid van het project voordat ze investeren. Het is essentieel dat de verwachtingen van de leden realistisch zijn en dat het project over de lange termijn rendabel is.
De SCE is bedoeld voor zonne-energie, windenergie en waterkracht. Voor zonnepanelen is er een vaste vergoeding per kWh, evenals voor windturbines en waterkrachtinstallaties. Deze vergoedingen zijn bepaald op basis van de technische specificaties van de installatie en de verwachtingen omtrent de productie. De VvE of coöperatie ontvangt deze vergoeding gedurende 15 jaar, mits het project voldoet aan de eisen.
Administratieve vereisten voor bestaande deelnemers
Voor degenen die al deelnamen aan de postcoderoosregeling vóór 1 april 2021, gelden nog steeds bepaalde regels. Deze leden behouden hun recht op korting op hun energiefactuur tot maximaal 15 jaar na de start van het project. Echter, om deze korting correct te verwerken, moet de coöperatie of VvE voldoende en correcte administratieve gegevens doorgeven aan de energieleverancier. Dit betreft bijvoorbeeld de namen en adressen van de leden, de start- en einddatum van hun deelname, het aantal kWh dat opgewekt is of toegewezen is, en de productieperiode.
Zonder deze gegevens kan de energieleverancier de korting niet verwerken op de energiefactuur. Daarom is het belangrijk dat de coöperatie of VvE actief communiceert met haar leden en met de energieleverancier om te zorgen dat alle benodigde documenten op tijd worden ingediend. In de praktijk kan dit vooral van toepassing zijn op tussentijdse verrekentingen, zoals kwartaalrekeningen, waarin de korting alvast wordt verwerkt.
De rol van de coöperatie of VvE in de SCE
In de nieuwe regeling speelt de coöperatie of VvE een centrale rol. Deze organisatie is verantwoordelijk voor het aanvragen van subsidies bij de RVO, het beheren van de administratie, en het verwerken van de subsidiebedragen in de interne financiële administratie. Daarnaast moet de coöperatie of VvE ervoor zorgen dat de individuele leden op de hoogte blijven van hun aandeel in het project en van eventuele veranderingen in de administratie.
Een belangrijk aspect van deze rol is het verwerken van de subsidie in het verrekeningsproces. De korting die individuele leden ontvangen, is afhankelijk van het aantal kWh dat zij opwekken of toegewezen krijgen. De coöperatie of VvE moet dit verrekenen met de energiekosten van de leden, wat kan leiden tot verminderingen op de energiefacturen. Dit moet duidelijk en transparant worden geregeld, zodat leden weten wat ze kunnen verwachten.
Buiten het verrekeningsproces moet de coöperatie of VvE ook actief communiceren met de RVO en eventueel met externe partijen, zoals projectontwikkelaars of installateurs. De coöperatie of VvE is verantwoordelijk voor de coördinatie van het project, waaronder de aankoop van apparatuur, de installatie en het beheer van de installatie. Dit vraagt om een zekere mate van organisatorische capaciteit, die niet altijd vanzelfsprekend aanwezig is binnen een VvE.
Conclusie
De overgang van de postcoderoosregeling naar de Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE) betekent een duidelijke verandering in de manier waarop VvE’s en energiecoöperaties worden gestimuleerd tot het opwekken van duurzame energie. In plaats van een verlaagd tarief op de energiebelasting, ontvangen deze organisaties nu subsidies per geproduceerde kWh. Dit heeft voordelen op het vlak van administratieve eenvoud en financieringsvoorspelbaarheid.
Voor VvE’s betekent deze overgang dat zij een actievere rol moeten spelen in de administratie en het beheren van hun duurzame energieprojecten. De investering in zonnestroom, windenergie of waterkracht komt volledig ten laste van de gezamenlijke eigenaren, maar in de loop der jaren ontvangen zij een korting op hun energiekosten via de subsidies. Deze subsidies zijn gedurende 15 jaar geldig en zijn vastgesteld per type installatie.
Bestaande deelnemers van de postcoderoosregeling behouden hun recht op korting tot 15 jaar na de start van hun project, mits de coöperatie of VvE de benodigde administratieve gegevens correct doorgeeft. Voor nieuwe projecten geldt de SCE, die wordt uitgevoerd door de RVO.
De overgang naar de SCE is bedoeld als een aanpassing aan de veranderende energievisie van Nederland en maakt deel uit van een bredere inzet om duurzame energieopwekking te stimuleren. Voor VvE’s en hun leden is het belangrijk om te begrijpen hoe de nieuwe regeling werkt en wat de administratieve verplichtingen zijn. Alleen zo kan een duurzamere toekomst voor de woningbouw worden gerealiseerd.