In 2018 werden verschillende wettelijke en administratieve regelingen vastgesteld die van belang zijn voor Verenigingen van Eigendom (VVE’s). Deze regels betreffen voornamelijk het tariefbeleid rond voorschoolse voorzieningen, subsidiebedragen voor kinderopvang, ouderbijdrage- en leningsregels, en veranderingen in de wettelijke aansprakelijkheid en onderhoudsbeheersregelingen. Deze artikel geeft een overzicht van de belangrijkste regels, op basis van officiële documenten en regelingen uit 2018. Het doel is om een duidelijke, feitelijke en geïntegreerde weergave te bieden aan zowel huidige VVE-leden, als ook aan toekomstige eigenaren, investeerders en professionals in de woningeigendomsector.
Inleiding
In 2018 kwamen verschillende wettelijke en beleidsregels in werking die gericht zijn op het ondersteunen van kinderopvang, het beheren van appartementswoningen en het aanpassen van aansprakelijkheid en onderhoudsregelingen binnen VVE’s. De relevante documenten zijn beschikbaar via officiële bronnen zoals de Lokale Regelgeving en de Officiële Bekendmakingen. Deze regels zijn van belang voor VVE’s, omdat ze direct of indirect de financiële verantwoordelijkheden van de vereniging en haar leden beïnvloeden. De analyse hieronder is gebaseerd op de tekst van drie bronnen: een tarievenbesluit van Texel, een subsidie- en bijdragebeleid van Purmerend, en een wetshervorming betreffende het nieuwe Burgerlijk Wetboek.
Tarieven voor voorschoolse voorzieningen in Texel
In de gemeente Texel is in 2018 het Tarievenbesluit Voorschoolse Voorzieningen 2018 van kracht geweest. Dit besluit betreft de vergoedingen en bijdragevoorschriften voor kinderopvang voor kinderen van 2 en 3 jaar. Het besluit is gebaseerd op de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en de Verordening tegemoetkoming kosten voorschoolse voorzieningen 2014.
Normtarief en VVE-bijdrage
Volgens het besluit is het normtarief per uur in 2018 € 7,57. Dit tarief geldt zowel voor reguliere peuterplaatsen als voor VVE-peuterplaatsen. Daarnaast is in 2018 ook de VVE-bijdrage voor een ingevulde VVE-plaats vastgesteld op € 368 per jaar. Deze bijdrage is bedoeld als een vergoeding aan de instelling die zorgdraagt voor voorschoolse voorzieningen.
Ouderbijdrage
De ouderbijdrage is in 2018 vastgelegd in een tabel die is opgesteld op basis van het gezamenlijk toetsingsinkomen van het gezin. De bijdrage varieert per uur, afhankelijk van het inkomen en het aantal kinderen. De tabel is een aanvulling op het tarievenbesluit en bepaalt hoeveel ouders zelf moeten betalen bovenop de normtariefvergoeding. De tabel bevat onder andere de volgende niveaus:
- Voor gezinnen met een inkomen onder € 23.470 is de ouderbijdrage gratis.
- Bij een inkomen van € 23.471 tot € 28.981 is de bijdrage € 1,05 per uur voor het eerste kind en € 0,93 per uur voor het tweede kind.
- Bij hogere inkomens stijgt de bijdrage aanzienlijk, met een maximum van € 5,52 per uur voor het eerste kind en € 2,50 per uur voor het tweede kind.
Deze bijdrage is bedoeld om de financiële toegankelijkheid van kinderopvang te waarborgen, terwijl tegelijkertijd rekening wordt gehouden met het inkomen van ouders.
Peuterplaats en VVE-peuterplaats
In de bijlage van het besluit worden de begrippen ‘peuterplaats’ en ‘VVE-peuterplaats’ gedefinieerd:
- Een peuterplaats is een opvangplek van 2 dagdelen van 3,5 uur per week, gedurende 40 weken per jaar.
- Een VVE-peuterplaats is een opvangplek van 10-12 uur, verdeeld over 3 of 4 dagdelen per week, gedurende 40 weken per jaar.
Deze regels zijn van belang omdat ze bepalen welk type opvang wordt vergoed of ondersteund door de gemeente en hoe de bijdrage van ouders wordt berekend.
Subsidie en ouderbijdrage in Purmerend
In de gemeente Purmerend zijn in 2018 regels vastgesteld voor de subsidie en ouderbijdrage voor kinderopvang. Deze regels zijn onderdeel van de Nadere regels subsidie peuterspeelzalen 2018, die zijn opgesteld op basis van artikel 6 van de Bijzondere subsidieverordening peuterspeelzalen Purmerend 2012.
Subsidiebedragen
De subsidiebedragen zijn per kindplaats vastgesteld op:
- € 743,23 per jaar voor reguliere kinderopvang (2 dagdelen per week).
- € 2.056 per jaar voor kinderopvang in kaders van VVE (4 dagdelen per week).
Deze bedragen zijn bedoeld als een vergoeding aan instellingen die kinderopvang aanbieden, zodat deze op een betaalbare manier blijven beschikbaar voor ouders.
Ouderbijdrage
De ouderbijdrage in Purmerend is gebaseerd op het toetsingsinkomen van het gezin, evenals het aantal kinderen. De bijdrage is inkomensafhankelijk en varieert per uur. De hoogte van de ouderbijdrage in 2018 was als volgt:
| Toetsingsinkomen | Ouderbijdrage per uur (1e kind) | Ouderbijdrage per uur (2e kind en e.v.) |
|---|---|---|
| < € 23.470 | Gratis | Gratis |
| € 23.471 – € 28.981 | € 1,05 | € 0,93 |
| € 28.982 – € 39.880 | € 1,50 | € 0,99 |
| € 39.881 – € 54.242 | € 2,03 | € 1,00 |
| € 54.243 – € 77.970 | € 3,12 | € 1,22 |
| € 77.971 – € 108.044 | € 4,89 | € 1,60 |
| ≥ € 108.045 | € 5,52 | € 2,50 |
Deze tabel is een belangrijk instrument voor het bepalen van de bijdrage die ouders zelf moeten betalen bovenop de subsidie. De hoogste bijdrage is voor gezinnen met een hoger inkomen, terwijl lager inkomen leidt tot een lage of nul bijdrage.
Doel van de regeling
De regeling in Purmerend is bedoeld om kinderopvang financieel toegankelijk te maken voor ouders van alle inkomensniveaus, terwijl tegelijkertijd instellingen worden ondersteund in hun financiering. De regeling maakt gebruik van een inkomensafhankelijke bijdrage, zodat kinderopvang betaalbaar blijft voor gezinnen met een beperkt budget.
Wettelijke aandachtspunten voor VVE’s in 2018
Naast de regels rond kinderopvang en bijdragebeleid, zijn er in 2018 ook wettelijke wijzigingen doorgevoerd die van belang zijn voor VVE’s. Deze wijzigingen betreffen onder andere de aansprakelijkheid bij leningen, onderhoudsregelingen, en overgangstermijnen.
Aansprakelijkheid bij leningen
Een belangrijke wettelijke wijziging betreft de aansprakelijkheid van VVE’s bij leningen die zijn afgesloten in het kader van het beheer van de gemeenschappelijke ruimtes. Volgens artikel 113 lid 5 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek kan een geldverstrekker zich op de kredietwaardigheid van de VVE baseren bij het verstrekken van een lening. De individuele appartementseigenaren zijn slechts aansprakelijk voor het deel dat hen aangaat.
Deze regeling is bedoeld om VVE’s de mogelijkheid te geven om leningen af te sluiten op basis van hun eigen kredietwaardigheid, in plaats van die van individuele eigenaren. Dit is een belangrijke verandering in het appartementsrecht, omdat het VVE’s meer autonomie biedt bij het beheer van hun financiële verplichtingen.
Daarnaast is voorgeschreven dat de aansprakelijke personen en de hoogte van de schuld duidelijk gemaakt moeten worden. Dit kan gerealiseerd worden door bijvoorbeeld periodieke informatie te verstrekken aan de geldverstrekker over de leden van de VVE en het deel van de schuld dat hun aangaat. Deze regeling is vergelijkbaar met de regels voor schuldoverneming, zoals die in artikel 6:155 BW zijn neergelegd.
Onderhoudsbeheer en reservering
Een andere wettelijke aandachtspunt voor VVE’s in 2018 betreft de reservering voor planmatig onderhoud. In het kader van de wetswijziging is een overgangstermijn ingesteld van drie jaar, waarin VVE’s de tijd krijgen om hun reserveringsniveau aan te passen aan het wettelijke niveau. Na deze overgangstermijn geldt de norm van 0,5% van de aankoopprijs als minimale reservering.
Deze regeling is bedoeld om VVE’s de mogelijkheid te geven om geleidelijk hun reservering te verhogen, zodat ze in de toekomst voldoen aan de wettelijke eisen. De overgangstermijn is bedoeld om te voorkomen dat VVE’s meteen in verstreng worden geplaatst als gevolg van de nieuwe regels.
Beheer en besluitvorming
In het kader van het beheer van gemeenschappelijke ruimtes en de uitvoering van wettelijke verplichtingen, heeft de VVE de mogelijkheid om in rechte op te treden tegen appartementseigenaars die hun verplichtingen niet nakomen. Deze rechten zijn geregeld in artikel 126 lid 3 van het Modelreglement. Bovendien kan in sommige gevallen besluitvorming plaatsvinden onder toezicht van de kantonrechter, indien één of meerdere eigenaars niet meewerken.
Daarnaast zijn er voorstellen gedaan om de informatieverstrekking en communicatie binnen VVE’s te verbeteren. Zo is er bijvoorbeeld een voorstel gedaan om een handreiking te ontwikkelen in de vorm van een digitale tool of app, die toegankelijk maakt informatie over rechten en plichten van bewoners, onderhoudsbeheer, energiebesparing en ondersteuning door de overheid.
Conclusie
In 2018 zijn verschillende belangrijke regels en beleidsmaatregelen vastgesteld die van invloed zijn op VVE’s. Deze regels betreffen enerzijds het financiële beheer van kinderopvang, waarbij zowel subsidiebedragen als ouderbijdragevoorschriften zijn vastgelegd, en anderzijds de wettelijke aansprakelijkheid en onderhoudsregelingen voor VVE’s. De regels in Texel en Purmerend tonen aan dat kinderopvang op een inkomensafhankelijke manier betaalbaar moet zijn, terwijl tegelijkertijd instellingen worden ondersteund in hun financiering. De wettelijke wijzigingen rond aansprakelijkheid en onderhoudsbeheer bieden VVE’s meer autonomie en flexibiliteit bij het beheer van hun financiële verplichtingen en gemeenschappelijke ruimtes. Tegen de achtergrond van deze ontwikkelingen is het belangrijk dat VVE’s goed geïnformeerd zijn over de regels en beleidsmaatregelen die hun dagelijks functioneren beïnvloeden.