Deze artikel biedt een gedetailleerd overzicht van de resultaatafspraken binnen het kader van Voortgezette Vroegschoolse Educatie (VVE), met een nadruk op voorbeelden uit de praktijk in gemeenten zoals Tiel en Vaals. Op basis van de beschikbare documenten wordt ingegaan op de inhoud van deze afspraken, de ambities en wensen rondom de evaluatie, en de resultaten die zijn behaald in de afgelopen jaren. Bovendien worden aandachtspunten en kwaliteitsimpulsen belicht die relevante invloed hebben op de uitvoering en doelstellingen van VVE-programma’s.
Inleiding
Resultaatafspraken in VVE vormen een essentieel kader voor het bepalen van doelen en de evaluatie van leeropbrengsten van jonge kinderen die deel nemen aan VVE-programma’s. Deze afspraken worden gemaakt tussen de gemeente en diverse VVE-organisaties, zoals peuterspeelzalen en basisscholen. De doelstelling van VVE is gericht op het vroegtijdig herkennen en aanpakken van onderwijs- en taalachterstanden bij jonge kinderen, met als einddoel het verbeteren van de start op de basisschool.
De inhoud van deze afspraken is niet statisch, maar wordt regelmatig geëvalueerd en aangepast op basis van ervaringen, wensen en nieuwe inzichten. In de documentatie uit Tiel en Vaals wordt duidelijk dat resultaatafspraken niet alleen gericht zijn op cijfermatige metingen, maar ook op kwaliteitsaspecten en het opbouwen van een doorgaande lijn tussen voor- en vroegschool.
Uitgangspunten voor resultaatafspraken in VVE
Resultaatafspraken zijn niet bedoeld als verplichte doelen, maar als aanknopingspunten voor het voortdurend verbeteren van de kwaliteit van VVE. In de documentatie van Tiel wordt benadrukt dat de doelstelling van VVE is gericht op het voorkomen en vroegtijdig opsporen van onderwijs- en taalachterstanden. Hierbij is het van belang om te werken aan een gezamenlijke verantwoordelijkheid tussen voor- en vroegschool, zodat kinderen het beste starten in hun onderwijsloopbaan.
Een belangrijk uitgangspunt is dat resultaatafspraken geen verantwoording van de kant van scholen of VVE-organisaties impliceren. Ze fungeren eerder als middel om in gesprek te treden over kwaliteit en opbrengsten. In dat kader worden ook de resultaten van eerdere jaren gebruikt, zoals de monitor VVE Tiel, om de inhoud van de afspraken te verbeteren en te richten op relevante leeropbrengsten en sociale-emotionele ontwikkeling.
Opbrengsten van resultaatafspraken in de periode 2011-2015
In Tiel is in 2014 een evaluatie van de resultaatafspraken in de periode 2011-2015 gedaan. Uit deze evaluatie is gebleken dat de afspraken hebben bijgedragen aan het verkrijgen van inzicht in leeropbrengsten van VVE-kinderen. Zo is bijvoorbeeld aangetoond dat VVE-kinderen die minimaal 6 maanden voorschoolse educatie hebben genoten, betere leeropbrengsten behalen dan kinderen die dit aanbod niet hebben gehad.
Daarnaast hebben de resultaatafspraken bijgedragen aan het bevorderen van opbrengstgericht handelen binnen de VVE-organisaties. De uitwisseling van ervaringen en resultaten heeft geleid tot een sterke bewustwording van kwaliteit en doorgaande lijnen in het onderwijsaanbod. Dit heeft ertoe geleid dat leidsters, leerkrachten en leiding in VVE-organisaties meer aandacht besteden aan leeropbrengsten en ontwikkeling van kinderen.
Echter, is er geen duidelijk bewijs voor een structureel hoger leerresultaat aan het einde van groep 2. De resultaten zijn hier wisselend, wat suggereert dat andere factoren, zoals individuele kindkenmerken en omgevingsfactoren, ook een rol spelen in het onderwijsresultaat.
Ambities voor de inhoud van de resultaatafspraken
In de jaren 2016-2019 zijn er duidelijke ambities gecommuniceerd voor de inhoud van de resultaatafspraken in VVE. Een belangrijk punt is dat de focus op de leerwinst en het niveau (Cito I t/m V) in de voorschoolse en vroegschoolse periode moet liggen. Dit betekent dat de resultaatafspraken zich richten op de vaardigheidsgroei van kinderen in de voor- en in de vroegschool.
Daarnaast blijven de resultaatafspraken voor taal- en rekenontwikkeling van toepassing, aangezien de meeste VVE-organisaties dezelfde toetsinstrumenten (Cito-LOVS) gebruiken. Het meetmoment is echter aangepast; op sommige scholen is het meetmoment medio groep 1 (M1) vervallen, waardoor andere tijdstippen gekozen moeten worden voor het meten van leeropbrengsten.
Een andere ambitie is om de resultaatafspraken te handhaven die betrekking hebben op het percentage kinderen met een verlengde kleuterperiode. Dit is echter toe te splitsen op VVE-leerlingen, zodat een duidelijk beeld ontstaat van de leerontwikkeling binnen deze specifieke groep. Dit maakt het mogelijk om doorgaande lijnen in de ontwikkeling te herkennen en eventuele interventies in te stellen indien nodig.
Aanpassingen en wensen rond het proces
Niet alleen de inhoud van de resultaatafspraken is herzien, maar ook de manier waarop het proces verloopt. In Tiel zijn er wensen vanuit de VVE-organisaties om het proces te vereenvoudigen. Zo is er een wens om de administratieve lasten te verminderen en om duidelijkere richtlijnen te formuleren voor de registratie en rapportage van leeropbrengsten.
Daarnaast is er een wens om het proces van het evalueren van resultaten te verbeteren. Dit omvat onder andere het gebruik van een uniforme overdrachtsprocedure tussen voor- en vroegschool, en het vergroten van de ouderbetrokkenheid. Hierbij wordt benadrukt dat ouders een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van hun kind en dat hun betrokkenheid moet worden bevorderd.
Kwaliteitsimpulsen voor VVE
Naast de inhoud van de resultaatafspraken en het proces, zijn er ook kwaliteitsimpulsen die een rol spelen in de verbetering van VVE. In de documentatie van Vaals wordt bijvoorbeeld aandacht besteed aan het opbouwen van een rijke speelleeromgeving voor jonge kinderen. Hierbij wordt benadrukt dat het spelelement centraal moet staan, en dat taalontwikkeling een doorlopende draad moet vormen in de activiteiten.
Een andere kwaliteitsimpuls is het opnemen van de ondersteuningsbehoefte van VVE-kinderen in de groepsplannen. Dit betekent dat er aandacht moet zijn voor individuele verschillen en dat het differentiëren van het onderwijsaanbod moet worden verbeterd. Hierbij wordt gewerkt aan een doorgaande lijn van voorschool naar groep 1-2, zodat zowel leiding als leerkrachten aanpassingen kunnen maken die passen bij de behoeften van de kinderen.
Voorbeelden van resultaatafspraken in de praktijk
In de gemeente Tiel zijn er concrete voorbeelden van resultaatafspraken die zijn opgesteld in samenwerking met diverse VVE-organisaties. Een voorbeeld is de afspraak om de leeropbrengsten op de VVE-basisscholen te evalueren in de periode tussen eind groep 1 en eind groep 2. Deze evaluatie is gebaseerd op de Cito-LOVS-toetsen en richt zich op de taal- en rekenontwikkeling van de kinderen. Op de VVE-peuterspeelzalen wordt de leerwinst gemeten tussen het eerste en laatste meetmoment.
Daarnaast is er een afspraak om de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen in de voorschoolse periode te meten. Dit betreft onder andere de speelwerkhouding en het sociaal gedrag van kinderen. Hierbij wordt gebruikgemaakt van instrumenten die gericht zijn op het beeld vormen van de emotionele ontwikkeling en het vermogen van kinderen om te interageren in groepsactiviteiten.
De rol van evaluatie en monitoring
Evaluatie en monitoring zijn essentieel voor het verbeteren van resultaatafspraken. In Tiel is bijvoorbeeld jaarlijks een VVE-monitoring gedaan, waarbij leeropbrengsten en andere relevante indicatoren zijn beoordeeld. Uit deze monitoring is gebleken dat kinderen die deel nemen aan VVE-programma’s betere resultaten behalen dan kinderen die dit aanbod niet hebben gehad. De resultaten worden gebruikt om de inhoud van de afspraken te verbeteren en om aandacht te geven aan eventuele tekortkomingen in het onderwijsaanbod.
In Vaals is er eveneens aandacht voor het evalueren van resultaatafspraken. Zo is er bijvoorbeeld een pilot uitgevoerd waarin de leeropbrengsten van VVE-kinderen zijn geëvalueerd aan het einde van groep 2. Uit deze pilot is gebleken dat er verbeteringen mogelijk zijn in het aanbod van VVE, bijvoorbeeld door het differentiëren van het onderwijs en het vergroten van de ouderbetrokkenheid.
De rol van partnerschap en samenwerking
Resultaatafspraken in VVE zijn niet alleen gericht op individuele organisaties, maar ook op het opbouwen van partnerschap en samenwerking tussen voor- en vroegschool. In de documentatie van Tiel is bijvoorbeeld benadrukt dat het belangrijk is om visieontwikkeling te stimuleren op basis van gezamenlijke inzichten en ervaringen. Hierbij wordt benadrukt dat preventie een centrale rol speelt in het VVE-programma, en dat het aanbod moet gericht zijn op het vroegtijdig herkennen en aanpakken van onderwijsachterstanden.
In Vaals is er eveneens aandacht voor het opbouwen van een doorgaande lijn tussen voor- en vroegschool. Zo is er bijvoorbeeld een afspraak om een uniforme overdrachtsprocedure in te voeren in alle koppels. Deze procedure zorgt ervoor dat kinderen een vloeiende overgang maken van de peuterspeelzaal naar de basisschool, en dat de leeropbrengsten en ontwikkelingen continu worden gevolgd.
Praktische uitvoering en administratie
De praktische uitvoering van resultaatafspraken vereist een goed gestructureerde administratie en registratie van leeropbrengsten. In Tiel is bijvoorbeeld een registratieformulier opgesteld dat zowel in ParnasSys als in ESIS kan worden ingevuld. Dit formulier bevat relevante gegevens van VVE-leerlingen, zoals de leeropbrengsten in taal, rekenen, sociaal-emotionele ontwikkeling en motoriek.
Daarnaast is er een evaluatieformulier voor leerlingresultaten, dat jaarlijks wordt ingevuld en gebruikt wordt voor het analyseren van trends en verbeterpunten. Deze administratieve stappen zijn essentieel voor het behouden van consistentie en het maken van betrouwbare evaluaties.
Conclusie
Resultaatafspraken in VVE vormen een belangrijk kader voor het verbeteren van de kwaliteit van voor- en vroegschoolse educatie. In de gemeenten Tiel en Vaals is duidelijk dat deze afspraken niet alleen gericht zijn op het meten van leeropbrengsten, maar ook op het bevorderen van doorgaande lijnen, kwaliteitsimpulsen en samenwerking tussen organisaties. De ervaringen uit de afgelopen jaren tonen aan dat resultaatafspraken bijdragen aan het opbouwen van inzicht in leerontwikkeling en sociale-emotionele groei van kinderen, en dat ze een waardevolle basis vormen voor het voortdurend verbeteren van VVE-programma’s.
De voorbeelden uit Tiel en Vaals laten zien dat het belangrijk is om de inhoud van resultaatafspraken regelmatig te evalueren en aan te passen aan nieuwe inzichten en wensen van betrokken partijen. Hierbij is het van belang om aandacht te blijven besteden aan zowel cijfermatige metingen als kwaliteitsaspecten, en om samenwerking en partnerschap centraal te houden in het proces.