Inleiding
De voorschoolse en vroegschoolse educatie (VVE) speelt een essentiële rol in de voorbereiding van jonge kinderen op de basisschool. Het is een beleidsveld waarin de Nederlandse overheid, via de Rijksoverheid en de gemeenten, een actieve rol speelt. VVE-programma’s zijn bedoeld om kinderen met een risico op onderwijsachterstand te ondersteunen, met als doel hun kans op een succesvolle schoolloopbaan te vergroten. De beschikbare bronnen tonen aan dat zowel het aantal kinderen dat VVE ontvangt, als de financiering en uitvoering van deze programma’s, belangrijke aandacht krijgen in het beleid.
Deze artikelen geven een overzicht van de huidige situatie rond aantallen kinderen in VVE, de financiering door de Rijksoverheid en de gemeenten, de doelstellingen die in het regeerakkoord zijn vastgelegd, en de kwaliteitseisen waaraan VVE-voorzieningen moeten voldoen. Het artikel richt zich niet op de pedagogische inhoud van VVE, maar op de beheersing van het beleid, de financiering en de uitvoering. Hierbij wordt gebruikgemaakt van data vanaf 2023 tot en met 2026, waarin de beleidsperiode van gemeente Vlieland centraal staat, als voorbeeld voor andere gemeenten in Nederland.
Doelgroep en aantallen kinderen in VVE
Definitie van doelgroepkinderen
De term doelgroepkind verwijst in de context van VVE naar kinderen die op grond van risicofactoren een groter kans lopen op een taal- of ontwikkelingsachterstand. Deze risicofactoren worden bepaald door het college van de gemeente en zijn onder meer gerelateerd aan het opleidingsniveau van de ouders, eventuele indicaties voor Stevig Ouderschap, en de taalomgeving thuis. Een kind kan een indicatie voor VVE ontvangen via de Jeugdgezondheidszorg (JGZ). De verpleegkundige daar beoordeelt of het risico op een achterstand groot genoeg is om een indicatie af te geven.
Niet alle kinderen die VVE ontvangen zijn automatisch doelgroepkinderen. Ook kinderen die niet op de lijst van risicofactoren vallen, kunnen ondersteuning krijgen, vooral in de vorm van 16 uur per week aan voorschoolse educatie. Deze aanpak is onderdeel van een bredere strategie van de Rijksoverheid om onderwijsachterstanden te voorkomen.
Aantallen en toegang tot VVE
De beschikbare data geeft aan dat de gemeente Vlieland in haar beleidsperiode 2023–2026 de doelstelling heeft dat tenminste 90 % van de doelgroepkinderen deelneemt aan het VVE-programma. Dit is een doel dat op nationaal niveau ook centraal staat, gezien de kritiek op de huidige deelnamegraad van kinderen in VVE. In een aantal gemeenten wordt niet volledig bereikt wat het doel is, zoals ook in een aantal grote steden het aantal aanmeldingen juist teruggelopen is.
In Vlieland is er bovendien een doel dat alle peuters van 2,5 tot 4 jaar op het eiland een aanbod van VVE krijgen. In geval van onvoldoende beschikbare kinderopvangplaatsen, krijgen doelgroepkinderen prioriteit. Dit betekent dat de gemeente prioriteit geeft aan kinderen met het hoogste risico op onderwijsachterstand, wat in lijn is met het wettelijke kader dat gemeenten moeten volgen.
Financiering en verdeling van middelen
De financiering van VVE is een belangrijke aandachtsvraag in de uitvoering van het beleid. De Rijksoverheid stelt sinds 2019 een nieuwe methode ter beschikking voor de verdeling van middelen aan gemeenten en scholen. Deze methode is ontworpen om fouten te voorkomen en administratie te verminderen. De middelen worden verdeeld op basis van actuele gegevens en betere bepalende kenmerken.
In de context van gemeente Vlieland is duidelijk dat het beschikbare budget per jaar vastligt. In de jaren 2023 tot en met 2026 is er jaarlijks een budget van €64.000 beschikbaar, met in 2023 een aanvullend bedrag van €32.000, meegenomen vanuit 2022. Dit betekent dat het totaal beschikbare bedrag in 2023 €96.000 is, terwijl het in de jaren daarna €64.000 per jaar is. Deze middelen worden gebruikt voor het aanbod van VVE in combinatie met de opvangdienst “De Jutter”, die uniek is in haar rol op Vlieland.
Uitdagingen met betrekking tot aantallen en capaciteit
Een van de uitdagingen die gemeenten als Vlieland tegenkomen, is het feit dat het aantal kinderen in de leeftijdscategorie 0 tot 4 jaar op sterk fluctueert. In combinatie met de wettelijke verplichtingen op het gebied van bezetting (minimaal 7 kinderen per groep in de opstartfase van een opvang), leidt dit tot een fragile situatie. De gemeente heeft daarom gekozen om in de eerste instantie alleen doelgroepkinderen een gratis aanbod van vier ochtenden per week te geven, om de druk op de opvang niet te verhogen.
Deze keuze laat zien dat de uitvoering van VVE afhankelijk is van de beschikbaarheid van kinderopvangcapaciteit en het aantal kinderen dat het risico op een onderwijsachterstand draagt. In gemeenten met een lage dichtheid, zoals Vlieland, is het lastiger om opvang aan te bieden die aan wettelijke eisen voldoet.
Doelstellingen van VVE-beleid in de jaren 2023–2026
De doelstellingen van het VVE-beleid in Vlieland zijn duidelijk geformuleerd en geënt op nationale beleidslijnen. In het regeerakkoord is afgesproken dat het aantal uren dat kinderen VVE volgen, vanaf 2020 is toegenomen van 10 uur per week naar 16 uur. Dit is een belangrijke wijziging, die betekent dat kinderen in deze leeftijdscategorie een intensievere voorbereiding op de basisschool krijgen.
De doelstellingen van Vlieland voor de periode 2023–2026 zijn als volgt:
- Alle peuters van 2,5 tot 4 jaar kunnen op Vlieland naar een voorschoolse voorziening met een VVE-aanbod. Indien er onvoldoende kinderopvangplaatsen zijn, krijgen doelgroepkinderen voorrang.
- Reguliere peuters van 2,5 tot 4 jaar krijgen een aanbod van 640 uur VVE per jaar (16 uur per week, 40 weken).
- Aan alle doelgroep-peuters van 2,5 tot 4 jaar wordt een programma van 16 uur VVE geboden, wat wettelijk verplicht is.
- VVE is voor alle ouders van doelgroepkinderen betaalbaar en soms gratis. Doelgroep-peuters van niet-kot-ouders krijgen 640 uur per jaar gratis VE-aanbod.
- Peuter- en kleutereducatie is preventief en richt zich ook op kinderen in een moeilijke sociale- of emotionele situatie. De VVE-voorziening werkt nauw samen met de jeugdhulpaanbieders en de gemeente.
- De kinderopvang en VVE-voorzieningen moeten van kwalitatief hoog niveau zijn, met speerpunten als ouderbetrokkenheid, ondersteuningsstructuur en interne kwaliteitszorg.
Deze doelstellingen tonen aan dat het beleid niet alleen gericht is op het aantal kinderen dat VVE ontvangt, maar ook op de kwaliteit van het aanbod. Het accent ligt op preventie, betrokkenheid van ouders en samenwerking met jeugdhulpdiensten. De gemeente Vlieland is daarmee een voorbeeld van een gemeente die haar VVE-beleid niet alleen richt op het aantal uren dat kinderen volgen, maar ook op de effectiviteit van die uren.
Kwaliteitseisen en monitoring
Wettelijke kwaliteitseisen
VVE-voorzieningen moeten aan een aantal wettelijke kwaliteitseisen voldoen. Deze eisen omvatten onder andere het aantal personen per kind, de opleiding van medewerkers, en de beschikbaarheid van een ondersteunende structuur. De beschikbare bronnen tonen aan dat de kwaliteit van VVE in Nederland verbeterd moet worden, met name op het gebied van het opleidingsniveau van medewerkers en de intensiteit van het aanbod.
In de context van Vlieland is het wettelijke kader duidelijk: de gemeente moet zorgen voor VVE-voorzieningen van voldoende kwaliteit. Dit betekent dat ze ook aandacht moet besteden aan de indicering van kinderen die VVE nodig hebben, de toeleiding van deze kinderen naar VVE-voorzieningen, en de monitoring van de effecten van het programma.
Monitoring en uitvoering
De monitoring van VVE-uitvoering is een essentieel onderdeel van het beleid. In Vlieland is afgesproken dat de uitvoering en kwaliteit van VVE jaarlijks worden gemeten. Deze monitoring vindt plaats in samenwerking tussen de VVE-locatie en de gemeente. De resultaten van de metingen worden gebruikt om acties te ondernemen op de geconstateerde verbeterpunten en om succesvolle methodes te behouden.
De belangrijkste doelstelling in de beleidsperiode is dat kinderen zoveel mogelijk profiteren van hun deelname aan VVE. Dit betekent dat de monitoring niet alleen gericht is op het aantal kinderen dat VVE volgt, maar ook op de kwaliteit van de ervaring en de opbrengsten voor de kinderen.
Conclusie
De voorschoolse en vroegschoolse educatie (VVE) is een belangrijk onderdeel van het Nederlandse onderwijsbeleid en speelt een sleutelrol in het voorkomen van onderwijsachterstanden. De beschikbare data tonen aan dat de Rijksoverheid en de gemeenten samenwerken om een breed, betaalbaar en kwalitatief hoogwaardig aanbod van VVE te realiseren. De focus ligt op het bereiken van kinderen met een risico op onderwijsachterstand, maar ook op het uitbreiden van het aanbod naar alle kinderen in de leeftijdscategorie 2,5 tot 4 jaar.
De financiering van VVE is een centraal aspect in het beleid, met een duidelijke verdeling van middelen per jaar. In gemeenten zoals Vlieland is de uitvoering beïnvloed door de beperkte beschikbaarheid van kinderopvangcapaciteit. De gemeente heeft daarom gekozen om doelgroepkinderen voorrang te geven en het aanbod aan te passen aan de beschikbare middelen. In de jaren 2023–2026 is het doel dat tenminste 90 % van de doelgroepkinderen VVE ontvangt en dat het aanbod van kwalitatief hoog niveau is.
Het beleid rond VVE is niet statisch, maar ontwikkelt zich in reactie op maatschappelijke veranderingen en kritische evaluaties. In de toekomst is het van belang dat gemeenten en scholen verder werken aan het verbeteren van de kwaliteit van VVE, het opleidingsniveau van medewerkers en de toegang tot het aanbod voor alle kinderen. Alleen zo kan VVE haar doel bereiken: het verhogen van de kansen op een succesvolle schoolloopbaan voor alle kinderen.