Geld lenen voor een VvE: Wettelijke mogelijkheden en praktijkuitdagingen

In de huidige woningmarkt spelen Verenigingen van Appartementseigenaars (VvE’s) een essentiële rol bij de financiering en verduurzaming van appartementsgebouwen. Een van de recente ontwikkelingen is het wettelijk kader rondom het lenen van geld door VvE’s. Hoewel de mogelijkheid in theorie al bestond, was er in de praktijk aanzienlijke onzekerheid over de juridische toepassing en de financiële haalbaarheid van dergelijke leningen. In de afgelopen jaren zijn er maatregelen genomen om deze onzekerheid weg te nemen, met name om verduurzaming en energiebesparing mogelijk te maken. Dit artikel geeft een overzicht van de wettelijke mogelijkheden, de praktijkuitdagingen, en de invloed van recente wijzigingen op het lenen van geld door VvE’s.

Inleiding

Voor appartementseigenaars is het lenen van geld door hun VvE een onderwerp dat zowel juridisch als financieel complex is. Historisch gezien zijn VvE’s niet direct toegankelijk voor traditionele leningen, vanwege de bijzondere juridische structuur van een vereniging en de verdeelbaarheid van schulden tussen de leden. Echter, gezien de toegenomen aandacht voor verduurzaming en energiebesparing in woningbouwprojecten, is er een wettelijke en praktische evolutie ontstaan die VvE’s in staat stelt om leningen aan te gaan voor bouw- of herstelprojecten.

De Rijksoverheid, met name via het Nationaal Energiebespaarfonds (NEF), heeft dit proces gestimuleerd. Ook private financiële instellingen en banken zijn hierin betrokken, hoewel hun bereidheid tot lenen nog beperkt is. In dit artikel bespreken we hoe VvE’s in de praktijk geld kunnen lenen, welke wettelijke bepalingen van toepassing zijn, en welke risico’s of voordelen dit met zich meebrengt voor appartementseigenaars en verenigingen.

Wettelijke kader en recente wijzigingen

Wetsvoorstel en toelichting

In 2015 werd een wetsvoorstel ingediend dat de juridische mogelijkheid voor VvE’s om geldleningen aan te gaan verduidelijkte. Tot die tijd was er in de praktijk onzekerheid over of VvE’s inderdaad legaal een lening konden afsluiten. Deze onzekerheid was grotendeels het gevolg van het gebruik van modelreglementen, die vaak geen duidelijke richtlijnen gaven over financiële activiteiten van VvE’s.

Het wetsvoorstel uit 2015 bevatte een aanpassing aan artikel 126 van de Wet Verenigingen (VvE), waarin werd opgenomen dat een VvE een geldleningsovereenkomst kan aangaan, tenzij het reglement van de VvE daar uitdrukkelijk anders over beslist. Deze wijziging is bedoeld om de rechtszekerheid te vergroten en om VvE’s in staat te stellen om externe financiering aan te trekken, bijvoorbeeld voor energiebespaarprojecten.

Deelbaarheid van schulden en aansprakelijkheid

Een belangrijk juridisch aspect bij het lenen door VvE’s is de deelbaarheid van schulden. In de meeste gevallen zijn schulden van een VvE deelbaar, wat betekent dat de aansprakelijkheid over de schuld verdeeld is onder de leden van de vereniging. Dit is een gunstig aspect, omdat het voorkomt dat één lid volledig aansprakelijk wordt gesteld voor een schuld die door de VvE is aangegaan.

Echter, er zijn ook gevallen waarin de schuld als ondeelbaar kan worden beschouwd. Dit kan bijvoorbeeld voorkomen als in de leningsovereenkomst is bepaald dat de schuld niet deelbaar is, of als het een specifieke verplichting betreft die niet gedeeld kan worden, zoals bijvoorbeeld een kunstwerk dat gemaakt moet worden in de gemeenschappelijke ruimte van het appartementsgebouw. In dergelijke gevallen kunnen de leden van de VvE hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor het hele bedrag, zelfs nadat zij hun appartement hebben verkocht.

Om dit juridische obstakel te omzeilen, is in het wetsvoorstel bepaald dat een leningsschuld in principe deelbaar is, tenzij daarover iets anders in de overeenkomst is bepaald. Hiermee wordt afgestemd op artikel 6:6 BW van het Burgerlijk Wetboek, dat stelt dat een deelbare prestatie die door meerdere schuldenaren is aangegaan, in beginsel leidt tot een gelijke aansprakelijkheid van de schuldenaren.

Verantwoordelijkheid van de VvE voor leningen

Een VvE kan een lening aangaan op voorwaarde dat het reglement daarvoor geen wettelijke beperkingen oplegt. Het is aan de VvE zelf om te bepalen of het nodig is om een lening aan te gaan, bijvoorbeeld voor verduurzaming of onderhoud. Uitgangspunt is dat VvE’s een reservefonds hebben voor het verwachte onderhoud van het gebouw. In geval van extra benodigdheden kan de vergadering van eigenaars beslissen om extra bijdragen van VvE-leden te vragen. Het aangaan van een lening is een aanvulling op deze mogelijkheden.

Het wetsvoorstel bevat ook een overgangstermijn van drie jaar, zodat VvE’s die op het moment van inwerkingtreding van de wijziging nog geen jaarlijkse reservering voor het reservefonds realiseren, de tijd krijgen om aan de verplichte minimale reservering te voldoen. Dit helpt bij het opbouwen van financiële reserves voor mogelijke investeringen of leningen.

Praktijkuitdagingen voor VvE’s

Hoewel het wettelijk kader duidelijk is geworden, blijven er praktische uitdagingen voor VvE’s die geld willen lenen. Deze uitdagingen zijn vooral te vinden in de financiering en het vertrouwen van banken en andere financiële instellingen in de solvabiliteit van VvE’s.

Moeilijke zekerheid bij banken

Sinds de financiële crisis van 2008 zijn banken over het algemeen terughoudender geworden in het verstrekken van leningen, ook aan VvE’s. Een van de redenen is dat het moeilijk is om zekerheid te bieden voor dergelijke leningen. Banken vragen vaak om onderpand of garanties, wat voor VvE’s niet altijd haalbaar is.

Een mogelijke oplossing is het gebruik van het reservefonds van de VvE. Omdat dit fonds meestal uit bijdragen van de leden bestaat, kan het worden ingezet als zekerheid bij de bank. Ook kunnen individuele leden van de VvE als garant optreden. Dit is echter niet zonder risico, aangezien het betekent dat individuele eigenaars aansprakelijk kunnen worden gesteld voor de schuld van de VvE.

Invloed van het reglement

Het reglement van een VvE kan een belangrijke beperking vormen bij het aangaan van een lening. Als het reglement bijvoorbeeld bepaalt dat een VvE geen leningen mag aangaan, dan kan de vereniging in theorie geen geld lenen. Hoewel het wetsvoorstel deze mogelijkheid verduidelijkt, hangt het uiteindelijk van het reglement af of lenen überhaupt toegestaan is.

Daarom is het belangrijk dat VvE’s hun reglement regelmatig beoordelen en bijstellen indien nodig. Dit geldt met name voor verenigingen die serieus overwegen om financiering aan te trekken voor verduurzaming of andere investeringen.

Risico’s voor appartementseigenaars

Niet alle appartementseigenaars zijn bereid om zekerheid te bieden voor een lening van de VvE. Dit kan vooral het geval zijn bij leden die overwegen om hun woning te verkopen. Aangezien de aansprakelijkheid voor een lening van de VvE meestal langdurig blijft gelden, kan een voormalig eigenaar nog steeds geconfronteerd worden met schulden die zijn aangegaan na zijn aankoop. Dit is een belangrijk juridisch aspect dat moet worden overwogen bij het aangaan van een lening door de VvE.

Een mogelijke oplossing is om in de leningsovereenkomst te bepalen dat de schuld deelbaar is en dat de aansprakelijkheid wordt verdeeld over de huidige leden van de VvE. Dit kan worden ingebouwd in de leningsovereenkomst en dient zorgvuldig te worden opgesteld in overleg met een juridisch adviseur.

Lenen door VvE’s voor verduurzaming

Een van de belangrijkste redenen waarom VvE’s lenen, is verduurzaming. In de afgelopen jaren is er veel aandacht geweest voor energiebesparing en duurzame woningbouw, wat heeft geleid tot verschillende initiatieven van de Rijksoverheid. Het Nationaal Energiebespaarfonds (NEF) is een voorbeeld van zo’n initiatief, waarbij VvE’s en particuliere huiseigenaars leningen kunnen afsluiten voor energiebesparende maatregelen.

Nationaal Energiebespaarfonds (NEF)

Sinds juni 2015 stelt het NEF leningen beschikbaar voor VvE’s die investeren in energiebespaarprojecten. Deze leningen zijn bedoeld om de financiering van isolatieprojecten, warmtepompen, zonnepanelen en andere duurzame maatregelen mogelijk te maken.

Het NEF is ontworpen om ook VvE’s met een lager inkomen of een beperkte toegang tot traditionele financiering in staat te stellen om verduurzaming te realiseren. Dit maakt de lening toegankelijker en maakt het mogelijk om verduurzame maatregelen uit te voeren zonder dat individuele eigenaars onnodig zwaar worden belast.

Energiebespaarlening

Een specifiek voorbeeld van een lening die VvE’s kunnen afsluiten is de Energiebespaarlening. Deze lening is bedoeld voor investeringen in energiebesparing en heeft een aantal voordelen. Zo is er geen bovengrens voor de leeftijd van de aanvrager, wat betekent dat ook VvE’s met oude leden gemakkelijker kunnen lenen. Bovendien is de aanvraag geldig gedurende drie maanden, wat voldoende tijd biedt voor de planning en uitvoering van het project.

De lening is bedoeld voor projecten die een significante impact hebben op de energieprestatie van het appartementsgebouw. Aanvragen kunnen worden ingediend via de website van het Nationaal Warmtefonds, een initiatief van de Rijksoverheid.

De rol van de bank

Hoewel VvE’s nu wettelijk in staat zijn om leningen aan te gaan, is het aan de bank of financiële instelling om te beslissen of een lening wordt toegestaan en onder welke voorwaarden. Banken zullen meestal een aantal criteria hanteren, zoals het solvabiliteitsbeeld van de VvE, de betrouwbaarheid van de leden, en de verantwoordelijkheid voor de schuld.

Een bank kan bijvoorbeeld vragen om een onderpand, zoals een tegoed op een bankrekening van de VvE of een garantie van individuele leden. In sommige gevallen kan het reservefonds van de VvE ook dienen als zekerheid. Het is belangrijk dat VvE’s vooraf duidelijkheid krijgen over de voorwaarden van de lening en de verantwoordelijkheden die met de schuld gepaard gaan.

Invloed van recente wijzigingen

De recente wetswijzigingen en het initiatief van het Nationaal Energiebespaarfonds hebben geleid tot een verduidelijking van de mogelijkheden voor VvE’s om leningen aan te gaan. De KNB (Kamer van Notariërs) en de NVM (Nederlandse Vereniging van Makelaars) zien dit als een positieve ontwikkeling, omdat het rechtszekerheid biedt en de mogelijkheden voor externe financiering verbreedt.

De KNB stelt dat de wetswijziging bijdraagt aan de juridische duidelijkheid rondom het lenen door VvE’s. Dit betekent dat notariële kantoren en andere juridische professionals beter in staat zijn om VvE’s te ondersteunen bij het afsluiten van leningen, zonder onnodige juridische risico’s.

De NVM benadrukt dat deze ontwikkelingen een stimulans vormen voor de verduurzaming van appartementsgebouwen. Door de financiering van energiebespaarprojecten te vergemakkelijken, kunnen VvE’s hun woningen duurzamer maken en hun woonlasten verlagen. Dit heeft een positieve impact op zowel de leefbaarheid van de woning als op de marktwaarde van het appartementsgebouw.

Praktische overwegingen bij het lenen door een VvE

Bij het overwegen van het lenen door een VvE zijn er meerdere praktische aspecten die moeten worden meegenomen in de beslissing. Deze aspecten gaan zowel over juridische kwesties, financiële planning, en de communicatie met de leden van de VvE.

Juridische planning

Een juridisch advies is van groot belang bij het aangaan van een lening door een VvE. Het reglement van de vereniging moet worden beoordeeld op zijn toegestane activiteiten, en het is belangrijk om te weten of het aangaan van een lening toegestaan is. Daarnaast moet het juridische kader rondom de schuldverdeling en aansprakelijkheid van de leden worden doorgenomen.

In sommige gevallen kan het nodig zijn om een juridisch onderzoek te laten uitvoeren, bijvoorbeeld om te bepalen of bepaalde schulden als deelbaar of ondeelbaar kunnen worden beschouwd. Dit kan de aansprakelijkheid van de leden beïnvloeden en moet daarom vooraf worden beoordeeld.

Financiële planning

Financiële planning is een essentieel onderdeel van het lenen door een VvE. Het is belangrijk om te bepalen hoe de lening zal worden afgelost en hoe de lasten op de leden van de VvE worden verdeeld. Aangezien de lening vaak wordt afgelost via het reservefonds, is het essentieel dat het fonds voldoende solvabel is om de lasten te dragen.

Daarnaast moet worden overwogen of het reservefonds in staat is om de lening te ondersteunen op lange termijn. Dit houdt rekening met de toekomstige inkomsten van de VvE en de verwachte uitgaven. In sommige gevallen kan het nodig zijn om extra bijdragen van VvE-leden te vragen, wat op voorhand moet worden besproken en goedgekeurd.

Communicatie met de leden

Een VvE is een collectieve organisatie, waarin alle leden een rol spelen. Daarom is het belangrijk dat de leden goed worden ingelicht over het doel van de lening, de voorwaarden, en de verantwoordelijkheden. Dit kan via vergaderingen, schriftelijke berichten, en andere communicatiekanalen worden geregeld.

Het is belangrijk om duidelijkheid te creëren over hoe de lening wordt afgelost, wie eventueel als garant optreedt, en of de schuld deelbaar is of niet. Dit helpt om eventuele juridische of financiële problemen te voorkomen en zorgt voor een sterke basis voor de financiering van het project.

Conclusie

Het lenen van geld door een VvE is in de praktijk mogelijk geworden door recente wettelijke wijzigingen. Deze ontwikkelingen hebben geleid tot een verduidelijking van de juridische kaders rondom het aangaan van leningen, wat betekent dat VvE’s nu beter in staat zijn om externe financiering aan te trekken voor verduurzaming of onderhoud.

Echter, het lenen door een VvE blijft een complex proces. Het hangt niet alleen af van wettelijke toestemming, maar ook van de financiering door banken en de bereidheid van de leden om zekerheid te bieden. Het is daarom belangrijk dat VvE’s vooraf duidelijkheid krijgen over de juridische, financiële, en praktische aspecten van het lenen, en dat ze deze beslissing nemen op basis van zorgvuldige planning en overleg.

De Rijksoverheid en het Nationaal Energiebespaarfonds spelen hierin een belangrijke rol, aangezien ze leningen aanbieden die specifiek zijn ontworpen voor verduurzame projecten. Dit maakt het mogelijk voor VvE’s om investeringen te realiseren zonder dat individuele leden onnodig zwaar worden belast.

In de toekomst is het wenselijk dat ook private financiële instellingen meer bereid zijn om leningen aan VvE’s te verstrekken. Hierdoor kan de financiering van verduurzame projecten worden vergemakkelijkt en kan de woningmarkt zich verder ontwikkelen naar een duurzamere toekomst.

Bronnen

  1. Staatsblad 2016, 30057 – Wetsvoorstel verduidelijking lenen door VvE’s
  2. Nationaal Warmtefonds – Energiebespaarlening voor VvE’s

Related Posts