De implementatie van zonnestroominstallaties in Nederland is sinds 2016 sterk beïnvloed door de SDE+-regeling (Stimulering Duurzame Energie-productie). Deze subsidie is bedoeld om de opmars van duurzame energie te versnellen en speelt een cruciale rol in het behalen van de nationale doelen op het gebied van klimaatneutraal wonen. Voor Verenigingen van Eigenaren (VVE's) is het belangrijk om te begrijpen hoe deze subsidie in 2019 werkte, aangezien dit een belangrijke beslissingsfactor was bij de realisatie van zonnepanelen in woonzwaarte. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de juridische, technische en praktische aspecten van de SDE-subsidie voor VVE's in het kader van zonnestroominstallaties in 2019, gebaseerd op de beschikbare informatie uit de voorgestelde bronnen.
Inleiding
In 2019 was de SDE+-subsidie nog steeds een centrale stimulans voor de realisatie van zonnepanelen in Nederland. In het kader van woningcorporaties, woningbouwverenigingen en VVE's werd deze subsidie vaak ingezet om grootschalige zonnestroominstallaties te financieren. Voor VVE's was het belangrijk om niet alleen de technische aspecten van zonnestroominstallaties te begrijpen, maar ook de juridische en administratieve eisen die met deze subsidie gepaard gingen. In dit artikel worden de relevante subsidievoorwaarden, technische mogelijkheden en juridische kaders in detail besproken, met een focus op de toepassing in VVE's in het jaar 2019.
De SDE+-subsidie in 2019
Juridische kaders en regelgeving
De SDE+-subsidie is een maatregel van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Voedingskwaliteit en wordt uitgevoerd via de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). In 2019 gold deze regeling nog onder de geldende wettelijke kaders van de Wet duurzame energieproductie en het Algemene Subsidie Act (ASA) uit 2013. De regeling was onderdeel van het SDE+-programma, dat in 2016 werd opgezet als vervanger voor de eerdere regelingen.
Voor VVE's was het belangrijk om te begrijpen dat de SDE+-subsidie niet automatisch toegankelijk was. Aanvragers moesten voldoen aan een aantal juridische en technische voorwaarden. Deze werden bepaald door de RVO en moesten door de VVE's of hun adviseurs worden gevolgd om een succesvolle subsidieaanvraag mogelijk te maken.
Een belangrijk juridisch kader was het verband tussen de subsidie en de verantwoordelijkheid van de VVE als juridisch persoon. Aangezien VVE's vaak bestuurders zijn van woningcorporaties of woningbouwverenigingen, gold de subsidie als een juridisch bindend instrument. Daarbij was het belangrijk om te onthouden dat de subsidie niet verleend kon worden aan personen of individuen, maar enkel aan juridische entiteiten zoals VVE's of woningcorporaties.
Subsidievoorwaarden voor VVE's
De SDE+-subsidie voor zonnepanelen in 2019 had een aantal specifieke voorwaarden die voor VVE's van belang waren. Ten eerste moest de zonnestroominstallatie voldoen aan de technische eisen zoals opgenomen in de Bouwbesluit-richtlijnen. Ten tweede moest het project op een duurzame manier worden geïmplementeerd, conform de richtsnoeren van de SDE+-regeling.
Een belangrijk aspect was ook de bepaling van het vermogen in kWp (kilowatt-peak). De subsidiebedragen werden op basis van dit vermogen berekend. In 2019 gold het volgende subsidiepercentage per kWp: 0,43 eurocent per kWh (bron: CBS, zie tabel in bron 1). Dit betekende dat VVE's een financiële compensatie kregen voor de opgewekte zonnestroom, die meestal over 20 jaar liep.
Voor VVE's die grootschalige installaties plaatsten, was het mogelijk om extra voorwaarden te voldoen om de subsidie te verhogen. Dit gold bijvoorbeeld voor projecten die gericht waren op het stimuleren van collectieve zonprojecten of waarbij de opbrengsten van de zonnepanelen gedeeld werden tussen meerdere partijen.
Subsidiabele activiteiten
Naast het opstellen van zonnepanelen zelf, konden ook bepaalde voorbereidende activiteiten worden gesubsidieerd. Dit betrof bijvoorbeeld:
- het opstellen van een projectplan voor de realisatie van een zonnestroominstallatie;
- juridische en technische studies;
- de voorbereiding van de bouw- of installatieactiviteiten;
- de communicatie met de woningeigenaren of huurders.
Voor VVE's was dit een belangrijk aspect, omdat het subsidiebedrag vaak ook werd gebruikt om de startkosten van het project te dekken. Deze activiteiten moesten wel voldoen aan de subsidievoorwaarden, zoals vastgelegd in de subsidieregeling.
Technische aspecten van zonnepaneelinstallaties voor VVE's
Zonnecollectoren en vermogen
Voor VVE's in 2019 was het kiezen van het juiste type zonnecollectoren en het bepalen van het vereiste vermogen een technische keuze die beïnvloed werd door de subsidieregeling. In 2019 was het gemiddelde vermogen van zonnestroominstallaties in Nederland tussen de 30 en 50 kWp (bron: CBS, tabel 1). Voor VVE's die zonnepanelen op meerdere flats of woningen installeerden, was het mogelijk om het totale vermogen van meerdere installaties te combineren in een enkel subsidieproject.
Zonnecollectoren die voor een zonnestroominstallatie werden gekozen, moesten voldoen aan bepaalde technische normen. Deze richtlijnen bepaalden onder andere de efficiëntie van de zonnepanelen, de levensduur, en de garantieperiode. In 2019 waren de meest gebruikte zonnepanelen nog steeds mono- en poly-crystal zonnepanelen. De efficiëntie van deze panelen lag tussen de 15 en 20%.
Installatie en onderhoud
Voor VVE's was het ook belangrijk om te begrijpen dat de installatie van zonnepanelen niet alleen een technische uitdaging was, maar ook een juridische. De VVE moest ervoor zorgen dat de installatie in overeenstemming was met de lokale regelgeving en bouwvoorschriften. Daarnaast moest de VVE ook een onderhoudsplan opstellen dat aangeeft hoe de zonnepanelen gedurende de levensduur van de installatie onderhouden zouden worden.
In de subsidieregeling van 2019 werd expliciet aangegeven dat de VVE verantwoordelijk was voor de technische uitvoering van het project. Dit hield in dat zij zowel de installateur als de leverancier moesten selecteren op basis van kwaliteit en betrouwbaarheid.
Administratieve en juridische vereisten
Subsidieaanvraagproces
Het aanvragen van subsidie onder de SDE+-regeling in 2019 vereiste een zorgvuldig administratief proces. Voor VVE's betekende dit dat zij een gedetailleerd projectplan moesten opstellen dat het volgende bevatte:
- een beschrijving van het project;
- een overzicht van de technische specificaties van de zonnepanelen;
- een juridische evaluatie van de toepassing van de subsidieregeling;
- een kosten- en opbrengstenanalyse van het project;
- een verantwoording van de financiering van het project.
Daarnaast moest de VVE ook bepaalde documenten leveren, zoals een bouwvergunning, een energiecertificaat en een onderhoudsplan. Deze documenten moesten aan de RVO worden ingezonden als onderdeel van de subsidieaanvraag.
Subsidieverlening en voorschotten
In 2019 was het mogelijk om een voorschot te ontvangen op de subsidieschuld. Dit voorschot kon maximaal 75% van het totale subsidiebedrag bedragen (artikel 4.11 bron 3). Voor VVE's was dit een belangrijk aspect, omdat het voorschot de startkosten van het project kon dekken.
De subsidie was echter een schuld die aan het einde van de looptijd terugbetaald moest worden. De VVE had echter geen verplichting om deze schuld terug te betalen, zolang het project functioneerde en voldoende opbrengsten levert. Dit maakte de subsidie een aantrekkelijk instrument voor VVE's die zich niet in de positie bevonden om het project volledig zelf te financieren.
Invloed van de SDE+-subsidie op de duurzame woningbouw
CO2-uitstoot en energiebesparing
De implementatie van zonnepaneelinstallaties in VVE's had in 2019 een directe invloed op de CO2-uitstoot en het energieverbruik van de woningcorporatie of woningbouwvereniging. In 2019 leidden zonnestroominstallaties in Nederland tot een verminderde verbruik van fossiele energie en een verminderde CO2-uitstoot.
Volgens de CBS-gegevens uit bron 1, leidde het gebruik van zonnecollectoren in 2019 tot een verminderde verbruik van 1.271 TJ fossiele primaire energie en een verminderde uitstoot van 72 kton CO2. Voor VVE's was het belangrijk om te begrijpen dat de SDE+-subsidie niet alleen een financieel voordelige maatregel was, maar ook een maatregel die bijdroeg aan de duurzaamheidsdoelen van de woningbouw.
Invloed op de VVE-voetbalregel
In 2019 was de SDE+-subsidie ook van invloed op de VVE-voetbalregel, die bepaalt hoe kosten en opbrengsten tussen huurders en eigenaren worden verdeeld. Voor VVE's die gebruik maakten van de SDE+-subsidie, was het belangrijk om te begrijpen hoe de opbrengsten van de zonnepanelen verdeeld zouden worden tussen de woningeigenaren.
In veel gevallen werd besloten dat de opbrengsten van de zonnepanelen in de eerste jaren volledig aan de VVE toeviel. In latere jaren kon het bedrag worden verdeeld tussen de huurders of eigenaren, afhankelijk van de lokale regelingen. Voor VVE's was het belangrijk om deze aspecten te begrijpen, omdat ze bepalend waren voor de financiële haalbaarheid van het project.
Conclusie
In 2019 was de SDE+-subsidie een belangrijk instrument voor VVE's die zonnepaneelinstallaties wilden realiseren. De subsidie was juridisch en technisch goed geregeld, maar vereiste wel een zorgvuldig administratief en juridisch proces. Voor VVE's was het belangrijk om niet alleen de technische aspecten van zonnepanelen te begrijpen, maar ook de subsidievoorwaarden, de administratieve eisen en de juridische kaders.
De implementatie van zonnepaneelinstallaties had in 2019 een directe invloed op de CO2-uitstoot en het energieverbruik van de VVE. Daarnaast had de SDE+-subsidie ook een positieve invloed op de duurzame woningbouw, doordat het het gebruik van duurzame energie stimuleerde. Voor VVE's was het belangrijk om deze aspecten te begrijpen, omdat ze bepalend waren voor de financiële en juridische haalbaarheid van het project.
In de komende jaren is het te verwachten dat de SDE+-regeling zal worden aangepast of vervangen. Voor VVE's is het belangrijk om zich op de hoogte te houden van de ontwikkelingen op dit gebied, zodat ze in staat zijn om effectief gebruik te maken van de beschikbare subsidies voor duurzame energieproductie.