Inleiding
De opbouw van een sluitende aanpak voor werving, toeleiding en bereik binnen de voorschoolse voorzieningen is van essentieel belang om zowel kwaliteit als toegankelijkheid van de zorg en begeleiding voor jonge kinderen te waarborgen. In de context van de Wet Onderwijskansen door Kwaliteit en Educatie (OKE), ligt er een nadruk op het harmoniseren van regelgeving en het samenwerken tussen gemeenten, voorzieningen en instellingen zoals de Jeugdgezondheidszorg (JGZ). Dit artikel biedt een overzicht van de strategieën, afspraken en uitdagingen die de gemeenten Bedum, De Marne en Winsum in het kader van de Wet OKE hanteren, met een specifieke focus op het bereik van de Vroegtijdige Vroege Educatie (VVE), de toeleiding van kinderen en de samenwerking tussen diverse instellingen.
Samenwerking tussen gemeenten en instellingen
In de regio waarin Bedum, De Marne en Winsum gelegen zijn, is er een duidelijke voorkeur voor samenwerking. Deze gemeenten hebben erkend dat er veel overlap is in visie, beleid en uitvoering, wat leidt tot een gemeenschappelijke aanpak. De samenwerking kan uitgebreid worden naar het uitwerken van gezamenlijke plannen en beleidsdocumenten. Daartoe zijn diverse actiepunten genoemd:
- Het opstellen van een plan van aanpak toeleiding;
- De definitie van de doelgroep;
- Het opstellen van een spreidingsbeleid voor een 100% dekkend aanbod van VVE;
- Het afstemmen van toezicht met de GGD;
- Het opstellen van een handhavingsprotocol;
- Het uitwerken van een verordening.
Deze actiepunten zijn bedoeld om de samenwerking niet alleen te versterken, maar ook om de kwaliteit van de aanbiedingen te verbeteren en te harmoniseren. In deze context is het belangrijk dat gemeenten en voorzieningen samenwerken met betrokken partijen, zoals de JGZ, sociale diensten en scholen.
Kwaliteitsnormen en ambities
De ambities van de peuterspeelzalen en kinderopvangcentra zijn vastgelegd in kwaliteitsnormen. In het kader van de Wet OKE worden deze normen voortgezet of aangevuld. In Winsum zijn bijvoorbeeld duidelijke richtlijnen opgesteld op basis van het ambitiesniveau 1 en 2. Zo is er een norm voor het aantal leidsters per groep, de groepsgrootte, en de verplichte pedagogische documentatie.
De normen voor ambitieniveau 1 en 2 zijn als volgt:
| Norm | Ambitieniveau 1 | Ambitieniveau 2 | Winsum |
|---|---|---|---|
| Aantal leidsters per groep | Een professionele leidster en een begeleider per groep | Twee professionele leidsters per groep | x |
| Groepsgrootte | Max. 15 peuters per groep | Max. 12 peuters per groep | 13/15, 12 |
| Pedagogisch beleidsplan | x | x | x |
| Contract met ouders | x | x | x |
| Klachtenprotocol | x | x | x |
| Periodiek overleg met ouders | x | x | x |
| Jaarlijkse observatie | x | x | x |
| Kindbespreking met ouders | x | x | x |
| Overdrachtsformulier | x | x | x |
| Peuter volgsysteem | x | x | x |
Deze normen zorgen voor een hoge kwaliteit van zorg en onderwijs, en zorgen dat kinderen een stimulerende en ondersteunende omgeving krijgen.
Doelgroep en toeleiding
De definie van de doelgroep voor VVE is belangrijk om te garanderen dat de kinderen die het meest in risico zijn, aan een ondersteunende omgeving kunnen toegang krijgen. De gemeenten hanteren verschillende benaderingen bij de definitie van deze doelgroep:
- In Winsum is de doelgroep gebaseerd op het opleidingsniveau van ouders. Er is een aangepaste berekening in gebruik, die afwijkt van de standaarddefinitie van het rijk.
- In De Marne wordt de doelgroep ook gedefinieerd op basis van het opleidingsniveau van ouders. Daarnaast worden kinderen met medische indicaties of ontwikkelingsachterstanden meegenomen in het bereik van VVE.
- In Bedum wordt geen gemeentebrede doelgroep gedefinieerd. De toeleiding gebeurt voornamelijk via de JGZ, die kinderen met ontwikkelingsproblemen of bijzonder gedrag signaliseert.
Toeleiding en monitoring
De toeleiding van doelgroepkinderen gebeurt in de praktijk vaak via de JGZ. Kinderen die op de wachtlijst staan, kunnen prioriteit krijgen bij de toewijzing aan een plek in een peuterspeelzaal, mits er ruimte is. In alle gevallen wordt overleg gevoerd tussen de JGZ en de peuterspeelzaal om te bepalen of een kind in aanmerking komt voor deelname aan VVE-programma's.
De monitoring van de doelgroep en het bereik van VVE is in de drie gemeenten echter niet gelijk. In Winsum en De Marne wordt het aantal gewichten- en doelgroepkinderen bijgehouden, terwijl in Bedum geen gemeentelijke monitoring plaatsvindt. De peuterspeelzalen leveren wel gegevens aan de gemeente, maar de analyse en evaluatie gebeurt niet op gemeentelijk niveau.
VVE-programma's en kwalificatie leidsters
In de gemeente Winsum wordt gebruikgemaakt van specifieke VVE-programma's zoals 'Ik ben Bas' en 'Startblokken'. Deze programma's zijn gericht op het stimuleren van taalontwikkeling en ontwikkeling van cognitieve vaardigheden. Leidsters zijn getraind in het werken met deze programma's en werken met een kindvolgsysteem zoals 'Pravoo', waarmee vroege ontwikkelingsachterstanden kunnen worden geïdentificeerd.
In tegenstelling tot andere instellingen, zoals Kids2b, heeft D'Ukkies in Winsum besloten geen VVE-programma's te implementeren. D'Ukkies is van oordeel dat jonge kinderen nog te jong zijn voor taalstimuleringsprogramma's en dat deze programma's niet van belang zijn voor de ontwikkeling. Deze visie is niet in lijn met de Wet OKE, die expliciet aandacht besteedt aan vroegtijdige begeleiding en ondersteuning.
Samenwerking tussen instellingen
Hoewel er in Winsum verschillende instellingen zijn die VVE-programma's uitvoeren, zoals Kids2b, bestaat er geen samenwerking met D'Ukkies. De instellingen werken elk op eigen lijn, wat kan leiden tot een fragmentarische aanpak. In de toekomst is er sprake van een pilot voor halve dagopvang, waarin samenwerking mogelijk wordt versterkt.
Subsidiabele activiteiten en loopbaanoriëntatie
Naast de focus op VVE is er ook aandacht voor de jongeren en hun toekomstperspectieven. In het kader van de regio Utrecht zijn subsidiebeleidslijnen opgesteld voor activiteiten die gericht zijn op loopbaanoriëntatie en een doorlopende leerlijn. Deze subsidieactiviteiten zijn onderdeel van het regionale programma VSV 2019-2020 en zijn gericht op het creëren van een sterke basis voor jongeren, het organiseren van loopbaanoriëntatie en het verbeteren van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt.
De subsidies zijn alleen toegankelijk voor organisaties met minimaal drie jaar ervaring en een relevant netwerk van scholen en werkgevers. Dit zorgt ervoor dat de subsidies aan partijen worden uitgereikt die bewezen hebben betrokken te zijn bij de toekomstbegeleiding van jongeren.
Conclusie
De samenwerking tussen gemeenten, instellingen en organisaties speelt een centrale rol in het opbouwen van een sluitende aanpak voor werving, toeleiding en bereik van VVE in de regio Utrecht. De aandacht voor kwaliteitsnormen, doelgroepdefinities en monitoring is essentieel om te zorgen voor een consistente aanpak. Aan de andere kant blijkt uit de beschikbare informatie dat de monitoring en samenwerking nog niet volledig harmoniseerd zijn, wat ruimte biedt voor verdere verbetering. Door gezamenlijke plannen op te stellen, kwaliteitsnormen te versterken en subsidies effectief in te zetten, kan de toegankelijkheid en kwaliteit van VVE en loopbaanoriëntatie worden verhoogd.