Inleiding
De werkwijze van Sporen is een integrale pedagogische aanpak die zich richt op vroeg- en voorschoolse educatie. Het is geïnspireerd op de pedagogische filosofie uit Reggio Emilia in Italië, maar ontwikkeld binnen de Nederlandse context. Sporen is sinds 2007 erkend als VVE-programma en is in 2016 herbeoordeeld en opnieuw erkend. Het programma richt zich op de brede en samenhangende ontwikkeling van kinderen in de leeftijd van 2,5 tot en met groep 2 van het primair onderwijs. Het accent ligt op het creëren van een leeromgeving waarin kinderen, leerkrachten en ouders actief betrokken zijn bij het leerproces. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de kernprincipes, randvoorwaarden en praktische toepassing van de Sporen werkwijze binnen de VVE-educatie.
Kernprincipes van de Sporen werkwijze
De Sporen werkwijze is geen methode, maar een integrale pedagogiek met een systematische aanpak. Het programma gaat uit van de kracht, creativiteit en intelligentie van alle kinderen en hun begeleiders. Centraal staat de overtuiging dat kinderen honderd talen hebben om te leren en zich uit te drukken. Deze benadering wordt ondersteund door een dagelijks kijken en luisteren naar de kinderen, waarbij het onderzoeken en documenteren van hun activiteiten een essentieel onderdeel vormen van het pedagogisch werk.
De rol van pedagogista en atelierista
Een kernaspect van de Sporen werkwijze is de aanwezigheid van een pedagogista en een atelierista, twee functies die speciaal zijn ontwikkeld binnen de Sporen pedagogiek. De pedagogista zorgt voor scholing en begeleiding van de leerkrachten, terwijl de atelierista zich richt op de creatieve en artistieke aspecten van het onderwijs. Deze functies zijn essentieel voor een doorgaand scholingssysteem en het ontwikkelen van een passende organisatie- en ruimtelijke structuur.
De pedagogista en atelierista zijn verantwoordelijk voor het ontwikkelen van een leeromgeving waarin kinderen zich op hun gemak voelen en waar hun leren zichtbaar en bespreekbaar wordt gemaakt. Hierbij wordt gebruikgemaakt van pedagogische documentatie, waarin het leren van de kinderen vastgelegd wordt. Deze documentatie vormt de basis voor het aanbod van leeractiviteiten die aansluiten bij de vragen, ideeën en ontwikkelingen van de kinderen, leerkrachten en ouders.
Horizontale en vaste groepen
Bij de Sporen werkwijze is het organisatiemodel van horizontale en vaste groepen van groot belang. In horizontale groepen werken kinderen van verschillende leeftijden samen, wat stimuleert tot leersituaties waarin oudere kinderen jongere kinderen begeleiden en vice versa. Vaste groepen bevorderen daarentegen een diepe relatie tussen kinderen en begeleiders, wat essentieel is voor een stabiele en vertrouwde leeromgeving.
Daarnaast is het aanwezig zijn van een vaste tweetal begeleiders een essentieel voorwaarde. Dit tweetal zorgt voor een consistente aanpak binnen de groep en voor vaste voor- en nabereidingstijden. Deze voorbereidingen zijn nodig om een doorgaand en geïntegreerd pedagogisch programma te realiseren.
Praktijktoepassing van de Sporen werkwijze
De praktijktoepassing van de Sporen werkwijze houdt in dat het leerproces van kinderen zichtbaar en bespreekbaar wordt gemaakt. Dit gebeurt door middel van pedagogische documentatie, waarin het doen, maken en zeggen van kinderen vastgelegd wordt. Deze documentatie vormt de basis voor het ontwikkelen van een aanbod dat nauw aansluit bij de vragen en ideeën van de kinderen, leerkrachten en ouders.
Pedagogische documentatie
Pedagogische documentatie is een centraal onderdeel van de Sporen werkwijze. Het gaat hierbij niet om eenvoudige verslagen, maar om een systematisch proces waarin het leren van kinderen vastgelegd wordt via plaatjes, teksten, film en andere media. Deze documentatie wordt gebruikt om het leerproces van de kinderen te bespreken en om een leeractiviteit te ontwikkelen die aansluit bij hun ontwikkeling. Het doel is om het leren van kinderen zichtbaar te maken en om leerkrachten en ouders betrokken te houden bij het leerproces.
De documentatie wordt gebruikt om leerkrachten in staat te stellen om het leerproces van kinderen te begrijpen en om activiteiten te ontwikkelen die passen bij hun individuele ontwikkeling. Ouders worden op de hoogte gebracht van het leerproces van hun kind en kunnen actief meewerken aan het ontwikkelingstraject.
Diversiteit en inclusiviteit
De Sporen werkwijze legt ook een sterk accent op diversiteit en inclusiviteit. Het programma is ontworpen om aansluiting te leggen bij de diverse culturele en sociale achtergronden van kinderen, leerkrachten en ouders. Door dagelijks te kijken en te luisteren naar de kinderen en hun omgeving, wordt het leren van kinderen in hun unieke context begrepen. Dit leidt tot een leeromgeving waarin alle kinderen zich op hun gemak voelen en waar hun leerproces centraal staat.
Het leren kennen, zichtbaar maken en bespreken van de diversiteit van kinderen, ouders en leerkrachten is een kernaspect van de Sporen werkwijze. Hierbij wordt gebruikgemaakt van pedagogische documentatie om het leren van kinderen in hun unieke context te begrijpen en om leerkrachten en ouders betrokken te houden bij het leerproces.
Randvoorwaarden voor het toepassen van de Sporen werkwijze
De toepassing van de Sporen werkwijze vereist een aantal essentiële randvoorwaarden. Deze randvoorwaarden zijn ontwikkeld om ervoor te zorgen dat de Sporen werkwijze effectief kan worden toegepast binnen vroeg- en voorschoolse educatie.
Pedagogista en atelierista
Een essentiële randvoorwaarde is het aanwezig zijn van een pedagogista en een atelierista, beide opgeleid in de Sporen pedagogiek. Deze functies zijn ontwikkeld om een doorgaand scholingssysteem te realiseren en om een passende organisatie- en ruimtelijke structuur te creëren. De pedagogista en atelierista zijn verantwoordelijk voor het ontwikkelen van een leeromgeving waarin kinderen zich op hun gemak voelen en waar hun leren zichtbaar en bespreekbaar wordt gemaakt.
Organisatiemodel
Een ander essentieel aspect is het organisatiemodel. Hierbij is een passend model voor horizontale en vaste groepen van groot belang. Binnen horizontale groepen werken kinderen van verschillende leeftijden samen, wat leert omgaan met verschillende leeftijden en leert niveaus. Vaste groepen bevorderen daarentegen een diepe relatie tussen kinderen en begeleiders, wat essentieel is voor een stabiele en vertrouwde leeromgeving.
Daarnaast is het aanwezig zijn van een vaste tweetal begeleiders essentieel. Dit tweetal zorgt voor een consistente aanpak binnen de groep en voor vaste voor- en nabereidingstijden. Deze voorbereidingen zijn nodig om een doorgaand en geïntegreerd pedagogisch programma te realiseren.
Implementatie en ondersteuning
De implementatie van de Sporen werkwijze vereist een sterke inspanning van de organisatie. Hierbij is het belangrijk dat de besturen en directies van kinderopvanginstellingen de essentiële randvoorwaarden ondersteunen. In de praktijk is gebleken dat niet alle organisaties deze verregaande stappen hebben genomen, wat heeft geleid tot het feit dat sommige processen niet zijn afgerond met een certificering.
Pedagogiek 07 heeft in 2014 een eigen ‘Sporen van Reggio’ schooltje opgericht in Den Haag. Hierin is een integrale aanpak van kinderdagverblijf, voor- en vroegschool geïmplementeerd. Deze aanpak is ontworpen om de Sporen werkwijze volledig in te passen binnen de huidige wet- en regelgeving. In 2024 is een onderzoek gestart of dit schooltje een (V)VE-locatie kan worden nu de wet- en regelgeving rondom (V)VE landelijk is gewijzigd.
De Sporen werkwijze in de praktijk
In de praktijk toepassen van de Sporen werkwijze vereist niet alleen een passend organisatiemodel en de aanwezigheid van een pedagogista en atelierista, maar ook een sterke inspanning van de organisatie. Hierbij is het belangrijk dat de organisatie de essentiële randvoorwaarden ondersteunt en dat deze randvoorwaarden worden ingepast in de dagelijkse praktijk.
Voorbeeld: Perron 07
Perron 07 in Den Haag is een voorbeeld van een school die de Sporen werkwijze volledig heeft ingepast. Hier is een integrale aanpak van kinderdagverblijf, voor- en vroegschool geïmplementeerd. Deze aanpak is ontworpen om de Sporen werkwijze volledig in te passen binnen de huidige wet- en regelgeving. In 2024 is een onderzoek gestart of dit schooltje een (V)VE-locatie kan worden nu de wet- en regelgeving rondom (V)VE landelijk is gewijzigd.
De ervaringen van Perron 07 tonen aan dat het mogelijk is om de Sporen werkwijze volledig te implementeren binnen de huidige wet- en regelgeving. Hierbij is het belangrijk dat de organisatie de essentiële randvoorwaarden ondersteunt en dat deze randvoorwaarden worden ingepast in de dagelijkse praktijk.
Uitvoering van VVE-programma’s
In de praktijk worden VVE-programma’s uitgevoerd binnen diverse instellingen, waaronder peuterspeelzalen en kinderopvangcentra. Deze programma’s zijn gericht op het voorkomen en bestrijden van ontwikkelingsachterstanden. Hierbij worden kinderen gestimuleerd en ondersteund door middel van uitnodigende en uitdagende activiteiten die passen bij het ontdekkend spelen en leren van het jonge kind.
De uitvoering van VVE-programma’s gebeurt op twee manieren. Allereerst wordt in het reguliere kinderopvangcentrum gebruik gemaakt van een VVE-programma, dat wordt ingezet in de dagelijkse praktijk en aangeboden aan alle kinderen die de instelling bezoeken. Daarnaast zitten er op de instelling doelgroepkinderen die het reguliere VVE-programma volgen, maar minimaal 10 uur per week VVE aangeboden krijgen.
Wettelijke en regelgevingseisen
De uitvoering van VVE-programma’s wordt bepaald door een aantal wettelijke en regelgevingseisen. De houder van een VVE-locatie is verantwoordelijk voor de registratie van de in de VVE-groep werkzame beroepskracht(en) gedurende de uitvoering van het VVE-arrangement. Daarnaast is het belangrijk dat de houder zorgt voor een goede, warme overdracht van de peuter die een VVE-programma volgt naar de basisschool.
De warme overdracht houdt in dat er persoonlijk contact is tussen de beroepskracht en de leerkracht om de school te informeren over de ontwikkeling en de leefsituatie van het kind. Daarnaast wordt de pedagogische en didactische aansluiting en de zorgbehoefte van het kind besproken. Onderdeel van de warme overdracht is het op feestelijke wijze uitreiken van een VVE-certificaat aan het kind als het heeft kunnen voldoen aan de gestelde voorwaarden.
De toekomst van de Sporen werkwijze
De toekomst van de Sporen werkwijze hangt af van de continuïteit van de essentiële randvoorwaarden en de ondersteuning van de organisatie. In de praktijk is gebleken dat niet alle organisaties deze verregaande stappen hebben genomen, wat heeft geleid tot het feit dat sommige processen niet zijn afgerond met een certificering.
De ervaringen van Pedagogiek 07 tonen aan dat het mogelijk is om de Sporen werkwijze volledig te implementeren binnen de huidige wet- en regelgeving. Hierbij is het belangrijk dat de organisatie de essentiële randvoorwaarden ondersteunt en dat deze randvoorwaarden worden ingepast in de dagelijkse praktijk.
Onderzoek en evaluatie
In 2016 is Sporen herbeoordeeld en opnieuw erkend als VVE-programma, onderbouwd door divers nieuw onderzoek. Deze evaluatie heeft geleid tot het feit dat Sporen is opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het NJI. Echter, in 2024 is Sporen van deze databank verdwenen omdat het niet langer als VVE-programma werd uitgevoerd. Dit heeft geleid tot een heroverweging van de toekomst van de Sporen werkwijze binnen de VVE-educatie.
Pedagogiek 07 heeft in 2024 een onderzoek gestart om te onderzoeken of het mogelijk is om een (V)VE-locatie te worden nu de wet- en regelgeving rondom (V)VE landelijk is gewijzigd. Dit onderzoek is van groot belang voor de toekomst van de Sporen werkwijze binnen de VVE-educatie.
Conclusie
De Sporen werkwijze is een integrale pedagogiek die zich richt op vroeg- en voorschoolse educatie. Het programma is geïnspireerd op de pedagogische filosofie uit Reggio Emilia en is ontwikkeld binnen de Nederlandse context. Centraal staat de overtuiging dat kinderen kracht, creativiteit en intelligentie bezitten en dat hun leren zichtbaar en bespreekbaar wordt gemaakt door middel van pedagogische documentatie.
De toepassing van de Sporen werkwijze vereist een aantal essentiële randvoorwaarden, waaronder de aanwezigheid van een pedagogista en atelierista, een passend organisatiemodel en een sterke inspanning van de organisatie. In de praktijk is gebleken dat het mogelijk is om de Sporen werkwijze volledig te implementeren binnen de huidige wet- en regelgeving. De toekomst van de Sporen werkwijze hangt af van de continuïteit van deze randvoorwaarden en de ondersteuning van de organisatie.