In de huidige maatschappij is het belang van vroegkindelijke educatie en ouderparticipatie steeds duidelijker. Kinderen in de leeftijd van 0 tot 6 jaar zijn in een cruciale fase van hun ontwikkeling, waarin zowel cognitieve, sociale, als emotionele vaardigheden worden gevormd. Ondersteuning van ouders en de toegang tot kwalitatieve educatieve programma’s zijn essentieel om deze ontwikkeling te stimuleren. In dit kader spelen de Stapprogramma’s en VVE Thuis een belangrijke rol. Deze programma’s zijn speciaal ontworpen voor gezinnen met jonge kinderen en richt zich op het voorkomen van ontwikkelingsachterstanden via gezinsgerichte interventies.
De Stapprogramma’s en VVE Thuis behoren tot de zogenaamde effectieve jeugdinterventies die door het Nederlands Jeugdinstituut (NJI) zijn gecatalogiseerd. Ze zijn onder andere opgenomen in het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid en vormen een onderdeel van het kabinetprogramma ‘Ontwikkeling jonge kind’. De programma’s zijn er op gericht om de interactie tussen ouders en kind te verbeteren, de taalontwikkeling te bevorderen en ouders te ondersteunen bij het stimuleren van de ontwikkeling van hun kind.
In de volgende hoofdstukken zullen we de essentiële kenmerken van deze programma’s, hun doelgroep, werking en uitvoering bespreken. We zullen ook aandacht besteden aan de organisatie en de toekomstige ontwikkelingen van deze programma’s.
Wat zijn de Stapprogramma’s en VVE Thuis?
De Stapprogramma’s en VVE Thuis zijn onderdeel van het bredere concept ‘Spelend Leren Thuis’, een initiatief dat gericht is op jonge kinderen en hun ouders. Deze programma’s zijn ontworpen om de onderwijskansen van kinderen in achterstandssituaties te vergroten. Ze zijn gericht op de vroege kinderjaren en hebben als doel om de ontwikkeling van jonge kinderen positief te beïnvloeden via de rol van de ouder.
De Stapprogramma’s bestaan uit twee varianten:
- Opstapje: gericht op kinderen van 1 tot en met 4 jaar.
- Opstap: gericht op kinderen van 4 tot 6 jaar.
Beide programma’s zijn tweejarig en combineren huisbezoeken en groepsactiviteiten. De programma’s richten zich op de totale ontwikkeling van het kind en leggen een nadruk op de kwaliteit van de interactie tussen ouder en kind. Onderzoek heeft aangetoond dat deze programma’s effectief zijn in het voorkomen van ontwikkelingsachterstanden.
Naast de Stapprogramma’s is er ook het programma VVE Thuis, dat gericht is op kinderen van 3 tot 6 jaar. Dit programma is een jaarlijks programma en is minder intensief dan Opstapje of Opstap. Het richt zich specifiek op de taalontwikkeling van jonge kinderen en is uitgevoerd via themaboekjes en ouderbijeenkomsten.
Doelgroep en werking
De doelgroep van de Stapprogramma’s en VVE Thuis bestaat uit ouders van kinderen in de leeftijd van 1 tot 6 jaar, met een speciale focus op kinderen in achterstandssituaties. Deze programma’s zijn ontworpen voor gezinnen die meedoen aan voor- en vroegschoolse educatie, zoals peuterspeelzalen, kindercentra of groep 1 en 2 van de basisschool.
De werking van de programma’s is gebaseerd op een actieve betrokkenheid van ouders. In Opstapje en Opstap wordt de ouder geacht als co-therapeut te fungeren, wat betekent dat hij of zij een actieve rol speelt in de ontwikkeling van het kind. Dit gebeurt via geregeld contact met een professional (zoals een kinderontwikkelaar of pedagogisch medewerker) en via groepsbijeenkomsten waar ouders leren hoe ze effectief kunnen omgaan met hun kind.
VVE Thuis werkt iets anders. Hierbij ontvangt de ouder een themaboekje met acht activiteiten die thuis uitgevoerd kunnen worden. Deze activiteiten zijn uitgevoerd op een manier die speels en interactief is, met een nadruk op taal. Daarnaast zijn er ouderbijeenkomsten waarin ouders leren hoe ze de activiteiten het beste kunnen uitvoeren en waarin informatie wordt gegeven over de ontwikkeling van kinderen.
Organisatie en uitvoering
De uitvoering van de Stapprogramma’s en VVE Thuis is georganiseerd via verschillende instellingen. In veel gevallen worden deze programma’s uitgevoerd door gemeenten in samenwerking met onderwijsinstellingen en jeugdhulporganisaties. Het Nederlands Jeugdinstituut (NJI) heeft deze programma’s tot 2023 zelf uitgevoerd, maar heeft besloten om deze over te dragen aan andere partijen. Dit is gebeurd om het instituut te kunnen richten op een rol als onafhankelijk kennisinstituut in het jeugdveld.
Sinds 1 april 2023 zijn de programma’s beschikbaar via Bereslim, een organisatie die zich richt op het verbeteren van de leefomstandigheden van jonge kinderen. De overname is onderdeel van een strategische keuze om marktgerichte activiteiten over te dragen aan partijen die dit beter kunnen uitvoeren. De oude organisaties, zoals het NJI, blijven betrokken bij het begeleiden van de overnemende partijen en stellen garanties op kwaliteit en continuïteit.
Ook is er sprake van een duidelijke planning voor de toekomst. Zo wil men ervoor zorgen dat alle VVE Thuis gezinnen automatisch deel kunnen nemen aan Opstapje of Opstap, om een doorgaande lijn te creëren tussen voorschool en vroegschool. Deze aanpak is ook in lijn met de wettelijke eisen die gemeenten en onderwijsinstellingen hebben ten aanzien van de aansluiting tussen de voorschoolse educatie en de vroegschoolse educatie.
Taalontwikkeling en interactie
Een van de kernaspecten van zowel de Stapprogramma’s als VVE Thuis is de nadruk op taalontwikkeling. Bij jonge kinderen is taal een belangrijke bouwsteen voor de cognitieve en sociale ontwikkeling. Ouders die goed communiceren met hun kind en stimuleren tot taalgebruik, draagen bij aan de vroege taalontwikkeling van het kind.
In Opstap is taalontwikkeling een expliciet onderdeel van de programma’s. De interactie tussen ouder en kind wordt daarbij gestimuleerd via speelactiviteiten en gesprekken. De professional die betrokken is, helpt ouders bij het herkennen van taalgerichte momenten en geeft tips om deze te versterken.
In VVE Thuis is de nadruk op taal nog duidelijker. De activiteiten zijn gericht op het verbeteren van de taalvaardigheden van het kind en het geven van ouders tools om dit thuis te ondersteunen. De thema’s van de activiteiten zijn gekoppeld aan de thema’s die in de voor- en vroegschoolse educatie worden aangeboden, zodat er sprake is van een doorgaande lijn.
Ondersteuning en training voor medewerkers
Om de kwaliteit van de programma’s te waarborgen, is er ook aandacht voor de training en begeleiding van de medewerkers die deze programma’s uitvoeren. In het kader van Spelend Leren Thuis is er sprake van een basistraining voor medewerkers die betrokken zijn bij voor- en vroegschoolse educatie. Deze training helpt hen bij het uitvoeren van de activiteiten en bij het ondersteunen van ouders in hun rol.
Daarnaast wordt er ook aandacht besteed aan samenwerking met andere instellingen, zoals bibliotheekdiensten. Zo is het programma Voorleespret in bepaalde regio’s een ondersteunende activiteit bij Opstapje en VVE Thuis. Deze samenwerking helpt bij het versterken van de taalontwikkeling van kinderen via het voorlezen van boeken.
Toekomstige ontwikkelingen
De toekomst van de Stapprogramma’s en VVE Thuis is gericht op uitbreiding en verdieping. Een van de doelen is het verhogen van de deelname van ouders aan deze programma’s. In de huidige situatie is er nog geen verplichte deelname, maar er is wel een sterke stimulans om ouders erbij te betrekken. De verwachting is dat ouders in de praktijk de betrokkenheid als een normaal onderdeel ervaren zullen.
Daarnaast is er aandacht voor de ontwikkeling van nieuwe programma’s die aansluiten op de huidige programma’s. Zo is het programma ‘Instapje’ opgenomen in de Databank Effectieve Jeugdinterventies en wordt dit gezien als een logische voortzetting van de huidige aanpak. Deze programma’s zijn gericht op kinderen jonger dan 2 jaar en vullen het huidige portfolio aan.
Conclusie
De Stapprogramma’s en VVE Thuis vormen een essentieel onderdeel van de vroegkindelijke educatie in Nederland. Ze richten zich op jonge kinderen en hun ouders en werken gericht op het voorkomen van ontwikkelingsachterstanden. Door middel van gezinsgerichte interventies, interactieve activiteiten en een sterke betrokkenheid van ouders wordt de onderwijskans van kinderen vergroot. Deze programma’s zijn ondersteund door wetenschappelijk onderzoek en zijn opgenomen in nationale programma’s zoals ‘Ontwikkeling jonge kind’.
De uitvoering van de programma’s is georganiseerd via samenwerking tussen gemeenten, onderwijsinstellingen en jeugdhulporganisaties. Sinds 1 april 2023 zijn de programma’s via Bereslim beschikbaar, wat een nieuwe fase in de uitvoering aanduidt. De toekomst van deze programma’s is gericht op uitbreiding, verdieping en het verhogen van de deelname van ouders.
Door de nadruk op taalontwikkeling, ouderparticipatie en gezinsgerichte interventies worden de Stapprogramma’s en VVE Thuis een waardevolle bijdrage aan de vroegkindelijke ontwikkeling in Nederland.