Inleiding
Startblokken is een VVE-programma dat gericht is op de voorschoolse educatie en wordt gebruikt in peuterspeelzalen en voorscholen. Het programma is ontwikkeld om jonge kinderen te stimuleren in hun leer- en ontwikkelingsproces via thematische spelactiviteiten. Het programma sluit aan bij actuele thema's uit het alledaagse leven van kinderen en biedt zo een betekenisvolle en ontwikkelingsgerichte begeleiding.
Startblokken is een onderdeel van het bredere vroegschoolse programma Basisontwikkeling, dat al sinds 1990 actief is. In 2001 werd Startblokken als een uitbreiding daarvan geïntroduceerd voor kinderen in voorscholen, en in 2007 werd het programma uitgebreid voor medewerkers in de kinderopvang, waardoor het ook geschikt werd voor kinderen tot twee jaar. Het programma is ontwikkeld door De Activiteit, het landelijk centrum voor Ontwikkelingsgericht Onderwijs, en erkend door het Nederlands Jeugdinstituut.
In dit artikel worden de kernaspecten van het Startblokken-programma besproken, zoals thematisch werken, taalontwikkeling en spelactiviteiten. Daarnaast wordt ingegaan op de praktische toepassing van het programma in de VVE-context, met aandacht voor de opzet van een certificeringstraject en de rol van pedagogisch medewerkers. Tot slot wordt de relatie tussen Startblokken en andere VVE-programma's verduidelijkt, evenals de kwaliteitseisen die er op het uitvoeringsproces rusten.
Kernaspecten van Startblokken
Spelactiviteiten
Spelactiviteiten vormen het centrale element van het Startblokken-programma. Door middel van deze activiteiten worden kinderen betrokken bij thema’s die aansluiten op hun belevingswereld. Voorbeelden van dergelijke thema’s zijn ‘Naar bed gaan’ of ‘Verjaardag’. De activiteiten worden zo ingericht dat kinderen kunnen experimenteren en ontdekken, wat essentieel is voor hun ontwikkeling.
De pedagogisch medewerker speelt een actieve rol in deze activiteiten. Hij of zij brengt het kind bij met woorden, legt uit wat het kind wil en leert nieuwe begrippen aan. Hierdoor ontstaan leerervaringen die gericht zijn op de ontwikkeling van de kinderen in meerdere domeinen, zoals taal, sociaal-emotionele vaardigheden en motoriek.
Taalontwikkeling
Taalontwikkeling is een ander belangrijk aspect van het Startblokken-programma. In de context van de spelactiviteiten wordt aandacht besteed aan het leren van nieuwe woorden en het gebruik van begrippen die relevant zijn voor de thema’s. De pedagogisch medewerker gebruikt dit moment om de kinderen te ondersteunen in hun taalontwikkeling. Door het begeleiden van kinderen tijdens het spelen, wordt hun taalgebruik gestimuleerd en uitgebreid.
De opzet van het programma zorgt ervoor dat kinderen niet alleen passief luisteren, maar ook actief leren. Ze worden uitgenodigd om te praten, vragen te stellen en hun ideeën te delen. Dit draagt bij aan een positieve taalontwikkeling en een betere communicatie met anderen.
Thematisch werken
Thematisch werken is een kernaspect van het Startblokken-programma. Het betekent dat kinderen in een speelomgeving thema’s uit het echte leven nabootsen. Voorbeelden zijn een huishoek of een bouwhoek. Deze thema’s geven kinderen de mogelijkheid om zich te mengen in de wereld van de 'grote mensen', wat essentieel is voor hun sociaal-emotionele ontwikkeling.
De thema’s worden niet willekeurig gekozen, maar zijn gebaseerd op de interesses en verhalen van de kinderen. Hierdoor is het werk aansluitend bij de leefwereld van de kinderen en wordt de betrokkenheid van de kinderen versterkt. De pedagogisch medewerker helpt bij het uitwerken van deze thema’s en zorgt ervoor dat de materialen passen bij de activiteiten.
Praktische toepassing van Startblokken
Certificeringstraject
Om effectief met Startblokken te werken, is een tweejarig certificeringstraject verplicht. Dit traject is bedoeld voor pedagogisch medewerkers, VVE-coördinatoren en leerkrachten voor groep 1 en 2. Tijdens het traject combineren de deelnemers theorie en praktijk. Er zijn zestien inhoudelijke bijeenkomsten, waarbij aandacht is voor onderwerpen zoals thema-ontwerp, speelleeromgeving en interactievaardigheden.
Daarnaast zijn er zestien groepsbezoeken, waarbij de deelnemers begeleid worden in de praktijk. Bij elk groepsbezoek volgt een nagesprek, waarin de voortgang en eventuele uitdagingen worden besproken. De deelnemers bouwen ook een portfolio op, waarin hun eigen ontwikkeling wordt vastgelegd. Deze portfolio fungeert als een spiegel voor hun groei en helpt hen bij hun professionele ontwikkeling.
Tijdens het traject leren de deelnemers hoe ze thema’s kunnen ontwerpen die aansluiten op de leefwereld van kinderen. Ze leren ook hoe ze een speelleeromgeving kunnen creëren en hoe ze hun interactievaardigheden kunnen verbeteren. Daarnaast leren ze hoe ze actief deel kunnen nemen in spel en andere kernactiviteiten, en hoe ze de ontwikkeling van kinderen kunnen observeren en hoe ze passend vervolgaanbod kunnen plannen.
Pedagogisch medewerkers
Pedagogisch medewerkers spelen een centrale rol in het Startblokken-programma. Zij zijn verantwoordelijk voor het ontwerpen van activiteiten, het begeleiden van kinderen tijdens het spelen en het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen. De medewerkers gebruiken de thema’s uit het programma om kinderen te betrekken en hen te ondersteunen in hun leerproces.
Een belangrijk aspect van de rol van de pedagogisch medewerker is het observeren van de kinderen. Door te observeren, kan de medewerker inzicht krijgen in de ontwikkeling van de kinderen en passende interventies plannen. De medewerker werkt op basis van observaties, en deze worden gebruikt om het vervolgaanbod te plannen. Dit zorgt ervoor dat de activiteiten aansluiten bij de behoeften en interesses van de kinderen.
Daarnaast is er aandacht voor interactievaardigheden. De pedagogisch medewerker moet in staat zijn om kinderen te ondersteunen in hun communicatie en sociale vaardigheden. Dit betekent dat hij of zij moet weten hoe ze interacties kunnen stimuleren, hoe ze kinderen kunnen helpen bij het uitdrukken van hun gedachten en hoe ze conflicten kunnen oplossen.
Startblokken in de bredere VVE-context
Verband met andere VVE-programma's
Startblokken is een onderdeel van een bredere verzameling van VVE-programma's. Andere programma's zijn onder meer Piramide, Ko-totaal, Peuterplein en Kleuterplein, Kaleidoscoop, Schatkist, Sporen, Doe meer met Bas, en Speelplezier. Elk programma heeft zijn eigen focus en methode, maar ze zijn allemaal gericht op de vier ontwikkelingsdomeinen: taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling.
Startblokken onderscheidt zich door de nadruk op thematisch werken en spelactiviteiten. Het programma is ontwikkeld om jonge kinderen te stimuleren in hun ontwikkeling via activiteiten die aansluiten op hun belevingswereld. Andere programma's kunnen meer gericht zijn op specifieke vaardigheden of domeinen.
Het gebruik van verschillende programma's binnen de VVE-context is mogelijk om ervoor te zorgen dat de kinderen een breed aanbod krijgen. Het is belangrijk dat de programma’s onderling goed aansluiten en dat er overleg is tussen de medewerkers om ervoor te zorgen dat de activiteiten coherent zijn en aansluiten bij de ontwikkelingsdoelen van de kinderen.
Kwaliteitseisen
Er zijn specifieke kwaliteitseisen die van toepassing zijn op het uitvoeringsproces van VVE-programma's, inclusief Startblokken. Deze eisen zijn opgenomen in het kwaliteitskader VVE, dat een bundeling is van afspraken, praktijken en beleid op het gebied van VVE. Het kwaliteitskader sluit aan bij de indicatoren uit het Toezichtskader VVE van de Onderwijsinspectie en is een lokale uitwerking daarvan.
Een van de kwaliteitseisen is het gebruik van een VVE-programma. Dit betekent dat VVE-locaties moeten werken met één van de erkende programma’s, zoals Startblokken. Daarnaast is er een Kijkwijzer VVE, die een leidraad is voor de praktijk van hbo-coaches. Deze Kijkwijzer is opgesteld aan de hand van negen principes en bevat onder meer aandacht voor pedagogisch handelen en opbrengstgericht werken.
Daarnaast is er aandacht voor gekwalificeerde beroepskrachten. VVE-locaties moeten werken met medewerkers die over voldoende expertise beschikken en die deel kunnen nemen aan een certificeringstraject zoals dat voor Startblokken geldt. Het is ook belangrijk dat er samenwerking is tussen voor- en vroegschoolse locaties, en dat er een doorgaande lijn is in de begeleiding van kinderen.
Startblokken en het kwaliteitskader VVE
Kwaliteitsverbetering
De afgelopen jaren is er gewerkt aan de kwaliteitsverbetering van het stedelijk VVE-aanbod. Dit is gedaan in het kader van het Masterplan Het Jonge Kind. Door het versterken van de samenwerking tussen voor- en vroegschoolse locaties, het versterken van opbrengstgericht werken en het investeren in het partnerschap met ouders, zijn er opbrengsten behaald die behouden willen worden.
Het kwaliteitskader VVE is een instrument dat deze ontwikkelingen en verworven kennis vastlegt. Het kader is ook een bijlage op de Nadere regels Peuterspeelzaalwerk en Voorschoolse Educatie 2017. Het kwaliteitskader helpt bij het borgen van de ontwikkelde praktijken en het beleid dat is ontwikkeld in het kader van het Masterplan Het Jonge Kind.
Het gebruik van Startblokken binnen het kwaliteitskader is een onderdeel van deze inspanningen. Het programma biedt een betekenisvolle en ontwikkelingsgerichte begeleiding van jonge kinderen en voldoet aan de kwaliteitseisen die voor VVE-programma’s zijn opgesteld.
Toezicht en beoordeling
Er is een toezichtsmechanisme in het kwaliteitskader VVE. Dit betreft een vorm van toezicht per kwaliteitseis. Het toezicht is bedoeld om ervoor te zorgen dat VVE-locaties aan de kwaliteitseisen voldoen en dat de programma’s op een goede manier worden uitgevoerd.
Startblokken is onderdeel van deze toezichtsstructuur. De medewerkers die het programma uitvoeren zijn onder toezicht en hun activiteiten worden geëvalueerd. Het certificeringstraject voor Startblokken is hier een onderdeel van. Tijdens het traject wordt gekeken naar de kwaliteit van de activiteiten, de interactie tussen medewerker en kind en de effectiviteit van het programma.
Het toezicht is ook gericht op de kwaliteit van de speelleeromgeving en de aansluiting van de activiteiten bij de leefwereld van de kinderen. Daarnaast wordt gekeken naar de samenwerking tussen medewerkers en ouders, en naar de doorgaande lijn in de begeleiding van kinderen.
Conclusie
Startblokken is een VVE-programma dat jonge kinderen stimuleert in hun leer- en ontwikkelingsproces via thematische spelactiviteiten. Het programma is ontwikkeld door De Activiteit en erkend door het Nederlands Jeugdinstituut. Startblokken sluit aan bij het bredere vroegschoolse programma Basisontwikkeling en biedt een betekenisvolle begeleiding van kinderen in de voorschoolse leefwereld.
In de praktijk wordt het programma ingezet door pedagogisch medewerkers die een certificeringstraject doorlopen. Tijdens dit traject leren de medewerkers hoe ze thema’s kunnen ontwerpen, hoe ze een speelleeromgeving kunnen creëren en hoe ze interactievaardigheden kunnen versterken. De medewerkers observeren de kinderen en gebruiken deze observaties om passend vervolgaanbod te plannen.
Startblokken is onderdeel van een bredere verzameling van VVE-programma’s en voldoet aan de kwaliteitseisen die voor VVE-locaties zijn opgesteld. Het programma is ingebed in het kwaliteitskader VVE, dat een bundeling is van afspraken, praktijken en beleid op het gebied van VVE. Het kwaliteitskader helpt bij het borgen van de ontwikkelde praktijken en het beleid dat is ontwikkeld in het kader van het Masterplan Het Jonge Kind.
Het gebruik van Startblokken binnen het kwaliteitskader VVE is een onderdeel van de inspanningen om de kwaliteit van de VVE-uitvoering te verhogen. Het programma biedt een betekenisvolle en ontwikkelingsgerichte begeleiding van jonge kinderen en voldoet aan de kwaliteitseisen die voor VVE-programma’s zijn opgesteld. Het toezicht op de uitvoering van het programma is gericht op de kwaliteit van de activiteiten, de interactie tussen medewerker en kind en de effectiviteit van het programma.