Inleiding
In 2018 werd het toezicht op de voorschoolse educatie (VVE) herzien in meerdere gemeenten in Nederland. Deze herziening vond plaats in het kader van het streven naar een hogere kwaliteit in de zorg voor peuters en het verdiepen van de samenwerking tussen instellingen en overheidsorganen. De bronnen die voor deze informatie ter beschikking staan, tonen een duidelijke focus op de juridische kaders, de rol van de GGD, en de uitvoering van beleid in relatie tot subsidies en kwaliteitseisen.
Deze artikel biedt een overzicht van het toezichtkader voor voorschoolse educatie (VVE) in 2018, met een nadruk op het beleid van de gemeenten, de betrokken partijen zoals de GGD en de Inspectie van Onderwijs, en de juridische en praktische implementatie ervan. De informatie is gebaseerd op openbare documenten, zoals subsidiesverordeningen, beleidskaders en officiële publicaties in de Staatscourant.
Juridisch en Beleidskader
Wettelijke basis van toezicht
Het toezichtkader voor voorschoolse educatie in 2018 is juridisch gesteund door de Wet op het onderwijstoezicht (WOT) en gerelateerde onderwijswetten, zoals de Leerplichtwet 1969, Wet op de expertisecentra (WEC), en de Wet overige OCW-subsidies. Deze wetten vormen de juridische basis voor de toezichtsactiviteiten van de Inspectie van Onderwijs en het toezicht in gemeentelijke instellingen. In dit kader is het doel van het toezicht om de kwaliteit van onderwijs en zorg voor kinderen in de voorschoolse leeftijd te waarborgen.
De Wet kinderopvang speelt eveneens een belangrijke rol in het toezichtkader, met een focus op de veiligheid, kwaliteit en regelgeving voor kinderopvanginstellingen. In de gemeente Deurne bijvoorbeeld is besloten dat de houders van kinderopvangvoorzieningen benaderd kunnen worden via overleg en overreding als het kader niet wordt nageleefd. Deze aanpak benadrukt een preventieve en samenwerkinggeoriënteerde aanpak.
Subsidies en financiële kaders
In de gemeente Velsen werd een subsidieregeling voor peuteropvang en voorschoolse educatie vastgesteld voor het jaar 2018. Deze regeling is gebaseerd op artikel 3, tweede lid van de Algemene Subsidie Verordening 2017 Velsen, en heeft als doel de financiering en het kwaliteitsbeleid voor voorschoolse educatie te reguleren. De regeling legt uit dat subsidies worden toegekend aan instellingen die voldoen aan de eisen van het kwaliteitskader en aan wettelijke voorwaarden.
De Algemene Subsidieverordening speelt hierin een centrale rol. Deze verordening stelt eisen aan instellingen die voorschoolse educatie willen aanbieden en bepaalt de financiële voorwaarden voor subsidies. In combinatie met het Kwaliteitskader VVE, dat in 2018 voor de Groningse instellingen werd gebruikt, bieden deze documenten richtlijnen voor kwaliteitsontwikkeling en het behalen van bepaalde doelstellingen.
Kwaliteitskader VVE
Het Kwaliteitskader VVE is ontwikkeld in samenspraak met betrokken partijen en is gericht op de verdere kwaliteitsontwikkeling van voorschoolse educatie. Het kader legt niet alleen de eisen voor de instellingen neer, maar biedt ook een perspectief op de mogelijke verdieping van kwaliteit. Het kwaliteitskader is in 2019 gepland om verder te worden verankerd in het toezichtsbeleid via een pilot met de GGD.
De indicatoren die in het kwaliteitskader zijn opgenomen, zijn bedoeld om te worden gebruikt in zowel het basistoezicht als het verdiepend toezicht, beiden op locatieniveau. Het kwaliteitskader is jaarlijks herzienbaar op basis van evaluatie en nieuwe ontwikkelingen in de wet- en regelgeving.
Praktijk en Uitvoering
Overleg en handhaving
Het toezichtkader voor 2018 benadrukt de rol van overleg en overreding bij het handhavingsproces. In de gemeente Deurne is bijvoorbeeld besloten dat de gemeente, na ontvangst van een inspectierapport, als eerste stap kan kiezen voor overleg met de betrokken houder van een kinderopvangvoorziening. Deze aanpak is vergelijkbaar met die van de GGD en dient vooral tot het verbeteren van de situatie op een samenwerkinggeoriënteerde manier.
De gemeente Deurne heeft het Regionaal beleidskader toezicht en handhaving kinderopvang 2018 vastgesteld in mei 2018. Dit beleidskader vervangt een eerder beleidskader dat vanaf 2 februari 2016 gold. Het nieuwe beleidskader treedt in werking op de dag na publicatie in het gemeenteblad en is doorgestuurd naar houders van kinderopvangvoorzieningen voor informatieve doeleinden.
Evaluatie en aanpassing
Een belangrijk aspect van het toezichtkader is de evaluatie. Zoals vermeld in bron 4, is er sprake van een evaluatiecyclus die uiterlijk voor 1 januari 2022 afgerond moet zijn. De ervaringen met het toezichtkader, de ontwikkelingen in de samenleving en in de sectoren, kunnen leiden tot een aanpassing van het kader voor de periode vanaf 2022.
De Inspectie van Onderwijs speelt een centrale rol in de evaluatie en uitvoering van het kader. Het onderzoekskader is van kracht sinds 1 augustus 2018. Lopende interventies die zijn gestart op basis van vigerende kaders voorafgaand aan 1 augustus 2018, blijven geldig. Dit zorgt voor een geleidelijke overgang en voorkomt disrupties in de zorg voor kinderen in voorschoolse educatie.
Invloed op lokale regelgeving
In de gemeente Velsen wordt de subsidieregeling voor peuteropvang en voorschoolse educatie 2018 gebruikt om de financiering en kwaliteit van de zorg voor peuters te reguleren. De regeling is geldig van 1 januari 2018 tot 31 december 2018 en bevat een aantal begripsomschrijvingen, zoals “aanbieder kinderopvang”, “kindercentrum”, en “kinderopvangtoeslagtabel”. Deze omschrijvingen zijn van belang bij de uitvoering van het beleid en de verdeling van subsidies.
De gemeente Velsen benadrukt in de regeling het belang van ouderbetrokkenheid in de voorschoolse educatie. Dit is verder uitgewerkt in de uitvoeringsnotitie van 2015, die het inhoudelijke kader voor het beleid vormt. Deze nadruk op ouderbetrokkenheid is ook terug te vinden in het Convenant VVE Voor en Vroegschoolse Educatie Velsen (2015).
Toekomstvisie en Verder Ontwikkeling
Samenwerking met externe partijen
Het toezichtkader voor 2018 benadrukt ook de samenwerking tussen gemeenten, GGD, en Inspectie van Onderwijs. In het kader van een pilot met de GGD, die in 2019 zou beginnen, zou het kwaliteitskader verder worden verankerd in het toezichtsproces. Deze samenwerking is bedoeld om indicatoren uit het kwaliteitskader te integreren in zowel het basistoezicht als het verdiepend toezicht op locatieniveau en in het instellingstoezicht.
De samenwerking benadrukt het belang van een duurzame aanpak van kwaliteitsverbeteringen in de voorschoolse educatie. Hierbij is het doel om instellingen te stimuleren tot verder te gaan in de kwaliteitsontwikkeling en te bieden concrete handvatten om dit te realiseren.
Toekomstige veranderingen
Hoewel het toezichtkader voor 2018 een duidelijke basis legt voor het beleid en de uitvoering in die periode, is het ook bedoeld om flexibel te zijn bij veranderende omstandigheden. De Inspectie van Onderwijs benadrukt in bron 4 dat er ervaringen met het kader kunnen leiden tot een vervroegde aanpassing van bepaalde delen van het kader. Dit betekent dat de toezichtsstrategie zich kan aanpassen aan ontwikkelingen in de samenleving, in de sectoren en in de politiek.
De eerste evaluatie van het toezichtkader is voorzien voor 1 januari 2022. In die evaluatie wordt gekeken naar de effectiviteit van de aanpak en de mate waarin het kader bijdraagt aan de kwaliteitsverbetering in de voorschoolse educatie. Indien nodig, wordt het kader dan herzien of vervangen.
Conclusie
Het toezichtkader voor voorschoolse educatie in 2018 is een uitgebreid en juridisch onderbouwd kader dat gericht is op de kwaliteitsverhoging en het veilig stellen van de zorg voor kinderen in de voorschoolse leeftijd. Het kader is opgesteld in samenwerking met betrokken partijen en is gebaseerd op wettelijke kaders, subsidiesverordeningen en kwaliteitsinductoren.
De gemeenten Velsen en Deurne hebben beide eigen beleidskaders vastgesteld die het toezichtsproces sturen en de financiering en kwaliteitsontwikkeling onderbouwen. Het beleid benadrukt de rol van overleg en overreding bij het handhavingsproces, en zorgt voor een geleidelijke aanpassing van het kader aan veranderende omstandigheden.
De Inspectie van Onderwijs speelt een centrale rol in de evaluatie en uitvoering van het kader, en heeft voorzien in een evaluatiecyclus die uiterlijk in 2022 afgerond moet zijn. Deze evaluatie zal leiden tot een mogelijke aanpassing van het kader in de toekomst.
Al met al vormt het toezichtkader voor 2018 een solide basis voor de voorschoolse educatie in Nederland, met de nadruk op samenwerking, evaluatie en duurzame kwaliteitsontwikkeling.