Uitbreiding van het aanbod van voorschoolse educatie: nieuwe beleidsrichtlijnen en praktijkuitwerkingen

Inleiding

In de Nederlandse voorschoolse opvang (VVE) is sinds 2020 een duidelijke wending in het beleid waarneembaar. Het kabinet heeft besloten om het aanbod van voorschoolse educatie (VE) voor zogenaamde doelgroeppeuters uit te breiden, van tien naar zestien uur per week, met het oog op de ontwikkeling van jonge kinderen. Deze uitbreiding is gedeeltelijk verplicht, maar ook flexibel uit te werken, afhankelijk van de lokale omstandigheden en de mogelijkheden van de kinderopvangorganisaties.

Deze uitbreiding is onderdeel van een bredere strategie om de kwaliteit van de voorschoolse educatie te verhogen, met name door de inzet van HBO-graden en de introductie van gestructureerde leertrajecten. Bovendien wordt er nadruk gelegd op de aansluiting tussen de voorschoolse educatie en de basisleerjaren. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de nieuwe beleidsrichtlijnen, de praktijkuitwerkingen in de gemeenten, en de betekenis van deze veranderingen voor zowel kinderen, ouders, als instellingen. Het artikel is gebaseerd op de beleidsdocumenten van twee gemeenten, die in de praktijk verschillende benaderingen toepassen, maar allen uitgaan van het rijksbeleid.

Uitbreiding van het aantal uren voorschoolse educatie

Rijksbeleid en verplichtingen

Het kabinet heeft besloten om vanaf 1 augustus 2020 het aantal uren voorschoolse educatie (VE) voor doelgroeppeuters te verhogen van tien naar zestien uur per week. Doelgroeppeuters zijn jonge kinderen tussen de 2,5 en 4 jaar oud die aan bepaalde sociale of economische criteria voldoen. Deze uitbreiding is bedoeld om hun ontwikkeling op meerdere vlakken – zoals taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling – te ondersteunen.

Het minimum aantal uren is berekend op 960 uur, wat overeenkomt met 1,5 jaar, 40 weken per jaar en zestien uur per week. De verdeling van deze uren over de weken en dagen is niet vastgelegd, maar wel zijn er beperkingen. Zo mag per dag dat een kind de voorschoolse educatie bezoekt, maximaal zes uur meetellen in het totaal van 960 uren. Dit betekent dat het aanbod van zestien uur per week in de praktijk moet worden opgebouwd uit minimaal drie of vier dagen, afhankelijk van de uitwerking door de kinderopvangorganisatie.

Deze uitbreiding geldt alleen voor kinderen die vanaf 1 augustus 2020 in de voorschoolse educatie starten. Voor kinderen die daarvoor al in de VVE zaten, geldt het oude model nog tot aan de volgende indicatie of toewijzing. Deze aanpak maakt het mogelijk om een overgangsperiode te creëren waarin ouders niet plotseling met wijzigingen geconfronteerd worden.

Lokale uitwerking

In de gemeente waarin deze beleidsnotitie is opgesteld, zijn de peuters vanaf 2 jaar al welkom in de VVE. Daarnaast is er een onderscheid gemaakt tussen halve en hele dagopvang. Voor instellingen die halve dagopvang aanbieden, geldt dat zij zelf mogen bepalen hoe zij de 960 uren verdelen over de week, mits het totaal aan uren bereikt wordt. Mogelijke opties zijn bijvoorbeeld vier dagen van vier uur of drie dagen van zes uur, zolang deze uren zich binnen de 40 weken per jaar bevinden.

Deze flexibiliteit maakt het mogelijk om het aanbod aan te passen aan de behoeften van de lokale bevolking en aan de mogelijkheden van de instellingen. In sommige gemeenten, zoals Valkenswaard, is er zelfs gekozen om deze uitbreiding al vanaf 1 januari 2020 in te voeren voor alle kinderen die aan de doelgroepcriteria voldoen. Dit betekent dat kinderen die na 1 augustus 2020 hun indicatie ontvangen, vanaf het begin recht hebben op zestien uur per week, maar kinderen die daarvoor al in de VVE zaten, mogen hun oude contract behouden of overstappen naar het nieuwe model.

Inzet van HBO-graden in de voorschoolse educatie

Extra inzet van pedagogisch beleidsmedewerkers

Een belangrijk onderdeel van het nieuwe beleid is de extra inzet van HBO-graden in de voorschoolse educatie. Vanaf 1 januari 2022 zijn VE-locaties verplicht om een pedagogisch beleidsmedewerker op HBO-niveau een minimaal aantal uren in te zetten per groep. Het doel hiervan is om de kwaliteit van de voorschoolse educatie te verhogen, door het ontwikkelen en uitvoeren van een gestructureerd pedagogisch beleid en het coachen van pedagogisch medewerkers.

Het minimum aantal uren dat een pedagogisch beleidsmedewerker moet worden ingezet, is gebaseerd op een norm van tien uur per doelgroeppeuter per jaar. Het totaal aantal benodigde uren per locatie kan flexibel worden verdeeld, zolang het minimum per groep is bereikt. Deze inzet is aanvullend op de bestaande verplichting vanaf 2019, waarbij alle kinderopvangorganisaties verplicht zijn om ten minste één pedagogisch beleidsmedewerker te hebben.

Het pedagogisch beleidsmedewerker kan op verschillende manieren worden ingezet. Hij of zij kan werken binnen een specifieke groep, als coach voor pedagogisch medewerkers, of verantwoordelijk zijn voor het pedagogisch beleid op locatie. Deze rol is bedoeld om de kwaliteit van de educatie te verbeteren, en tegelijkertijd de samenwerking tussen medewerkers en ouders te versterken.

Praktijkuitwerking en aansluiting op basisonderwijs

Aanbod en programma

De voorschoolse educatie wordt in de praktijk aangeboden via een erkend programma van het Nederlands Jeugdinstituut (NJI), dat zich richt op verschillende ontwikkelingsdomeinen, zoals taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling. Deze programma’s zijn ontworpen om jonge kinderen te ondersteunen bij het opbouwen van basisvaardigheden, die cruciaal zijn voor hun toekomstige leertraject.

In de voorschoolse educatie wordt bij voorkeur gewerkt met een kindvolgsysteem, zoals KIJK! of een vergelijkbaar systeem. Dit systeem maakt het mogelijk om de ontwikkeling van elk kind te volgen en eventuele achterstanden op tijd in beeld te krijgen. Dit zorgt voor een betere aansluiting met het basisonderwijs, waarin het kind na afloop van de voorschoolse educatie terechtkomt.

Daarnaast wordt er in de voorschoolse educatie gewerkt in groepen waarin ook kinderen die niet in de doelgroep vallen, aanwezig zijn. Dit heeft het voordeel dat de doelgroeppeuters van de interactie met andere kinderen profiteren, en dat er minder stigmatisering of segregatie optreedt. Deze aanpak is ook goed voor de kwaliteit van de educatie in het algemeen, omdat alle kinderen van elkaar kunnen leren.

Aansluiting op groep 1

Een belangrijk aspect van de voorschoolse educatie is de aansluiting op het basisonderwijs, met name groep 1. Voor elk kind met een VVE-indicatie vindt zowel een koude overdracht als een warme overdracht plaats. De koude overdracht betreft het overbrengen van administratieve en pedagogische informatie van de voorschool naar de basisschool. De warme overdracht betreft een persoonlijk gesprek tussen de ouders, de voorschool, en de leerkracht van groep 1.

Deze warme overdracht vindt plaats via een drie-in-een gesprek, zoals beschreven in de uniforme overdrachtsafspraken van de gemeente Valkenswaard. In dit gesprek wordt het behandelingsplan besproken, met een nadruk op eventuele aandachtspunten bij de aansluiting op de doelen van groep 1. Deze aanpak zorgt ervoor dat de leerkracht van groep 1 reeds op voorhand geïnformeerd is over de ontwikkeling van het kind, en dat er eventueel al aandacht is voor eventuele ondersteuning die het kind nodig heeft.

Ouderbetrokkenheid en financiële voorwaarden

Ouderbetrokkenheid

Ouderbetrokkenheid is een kernaspect van de voorschoolse educatie. Ouders worden actief betrokken bij het educatieve proces van hun kind, bijvoorbeeld door betrokken te zijn bij activiteiten, besprekingen over de ontwikkeling van hun kind, en het ontwikkelen van een behandelingsplan. Deze betrokkenheid is belangrijk omdat ouders een unieke rol spelen in de ontwikkeling van hun kind, en hun input kan een grote impact hebben op de effectiviteit van het educatieve aanbod.

Daarnaast wordt er in de voorschoolse educatie gewerkt met een aantal strategieën om ouders te betrekken, zoals het organiseren van informatieavonden, het aanbieden van persoonlijke gesprekken, en het uitwisselen van informatie over de groei en de ontwikkeling van het kind. Deze aanpak maakt het mogelijk om de ouders beter te informeren over de voorschoolse educatie, en hun betrokkenheid te verhogen.

Financiële voorwaarden en subsidie

In de praktijk is het niet altijd mogelijk voor alle VVE-doelgroeppeuters om het aanbod van zestien uur per week volledig te gebruiken. Bijvoorbeeld, als een kind minder dan vier dagen per week gebruikmaakt van de dagopvang, dan wordt niet voldaan aan de voorwaarden voor VVE. In dat geval is het nodig dat het kind een extra dagdeel of -delen per week deelneemt aan het VVE-aanbod.

De gemeente subsidieert voor deze VVE-doelgroeppeuters de extra benodigde uren tot een maximum van acht uur per week, verspreid over twee dagen. Deze subsidie maakt het mogelijk voor ouders om het aanbod van zestien uur per week te realiseren, zonder dat dit een onbetaalbare financiële last wordt.

In Valkenswaard is er zelfs gekozen voor een overgangsregeling, waarbij de gemeente al vanaf 1 januari 2020 de mogelijkheid van zestien uur per week bekostigt. Deze aanpak zorgt ervoor dat ouders niet plotseling met wijzigingen geconfronteerd worden, en dat de overgang naar het nieuwe model geleidelijk verloopt.

Conclusie

De uitbreiding van het aanbod van voorschoolse educatie naar zestien uur per week is een belangrijke stap in de Nederlandse kinderopvang. Het kabinet heeft dit beleid ingevoerd om de ontwikkeling van jonge kinderen te ondersteunen, en tegelijkertijd de kwaliteit van de educatie te verhogen. In de praktijk is deze uitbreiding gerealiseerd via flexibele aanpakken, waarbij de kinderopvangorganisaties zelf bepalen hoe de uren worden verdeeld, zolang het totaal van 960 uren per 1,5 jaar is bereikt.

Daarnaast is er een extra inzet van HBO-graden in de voorschoolse educatie, waardoor het pedagogisch beleid en de coachingsactiviteiten worden versterkt. Deze aanpak maakt het mogelijk om de kwaliteit van de educatie te verbeteren, en tegelijkertijd de samenwerking tussen medewerkers en ouders te versterken.

De aansluiting op het basisonderwijs is ook een belangrijk onderdeel van de voorschoolse educatie. Via een gestructureerde overdracht wordt zorg gezegen dat de leerkracht van groep 1 reeds op voorhand geïnformeerd is over de ontwikkeling van het kind, en eventuele aandachtspunten worden besproken. Ook ouders worden actief betrokken bij het educatieve proces van hun kind, waardoor de effectiviteit van de educatie wordt versterkt.

De financiële voorwaarden zijn in de praktijk ook belangrijk, en de gemeente subsidieert extra uren voor kinderen die niet volledig kunnen profiteren van het aanbod van zestien uur per week. Deze aanpak zorgt ervoor dat ook deze kinderen de voordelen van het nieuwe beleid kunnen ondervinden.

In de toekomst is het belangrijk om continu te bewaken en te evalueren of deze beleidsmaatregelen tot de gewenste resultaten leiden. Bovendien is het van belang om te blijven investeren in de kwaliteit van de voorschoolse educatie, zowel qua personeel, programma, als infrastructuur.

Bronnen

  1. Uitbreiding uren VVE en inzet HBO-ers
  2. Uitwerking VVE-beleid in Valkenswaard

Related Posts