Inleiding
De overgang van een 10-uur naar een 16-uur aanbod van voorschoolse educatie (VVE) is een strategische keuze die binnen een bredere beleidscontext is genomen. Het doel van deze uitbreiding is om de kwaliteit en het effect van VVE te verhogen, met name voor kinderen die het risico lopen op onderwijsachterstand. In dit artikel wordt ingegaan op de motieven achter de uitbreiding, de praktische implementatie in verschillende regio’s, en de financiële en organisatorische implicaties. Op basis van de beschikbare bronnen uit Valkenswaard en Vlieland wordt een overzicht gegeven van de huidige situatie, de beleidsuitvoering en de verwachtingen voor de toekomst.
Motieven voor de uitbreiding van VVE
De beslissing om voorschoolse educatie uit te breiden van 10 naar 16 uur per week is genomen binnen het kader van het regeerakkoord, met als doel de kansen van kinderen die onderwijsachterstand riseren te vergroten. Het uitbreiden van het aanbod met zes uur per week biedt meer tijd voor ontwikkelingsgerichte activiteiten en ondersteunt de voorbereiding op het basisonderwijs.
De overgang heeft ook invloed op de structuur van het aanbod. In plaats van 10 uur per week, wordt er nu sprake van 16 uur, verspreid over vier dagdelen van vier uur. Dit betekent dat de totale invulling van het VVE-programma zich richt op een tijdsinvestering van 960 uur over een periode van 1,5 jaar per kind. In de praktijk betekent dit dat de activiteiten in het VVE-programma uitgebreid kunnen worden, bijvoorbeeld in de domeinen taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling.
Tevens wordt het aanbod van VVE kwalitatief versterkt door de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker. Deze medewerker ondersteunt pedagogische medewerkers bij het uitwerken van een kwalitatief hoogwaardig programma. Hoewel deze uitbreiding pas op 1 januari 2022 volledig ingaat, is het duidelijk dat het kabinet streeft naar een langdurige verbetering van het VVE-aanbod.
Uitvoering in Valkenswaard
In Valkenswaard is de overgang van 10 naar 16 uur VVE formeel ingevoerd met ingang van 1 januari 2020. Deze vooruitgang is eerder ingezet dan de landelijke regel, die vanaf 1 augustus 2020 in werking treedt. De gemeente heeft hiermee een overgangsperiode gecreëerd waarin ouders en opvangorganisaties zich kunnen aanpassen aan het nieuwe aanbod.
De uitbreiding van het aanbod betekent een aanzienlijke toename van het Onderwijsachterstandenbeleid (OAB) budget. In 2019 stijgt dit budget van €48.000 naar circa €232.000, en in 2020 naar €307.000. Dit budget wordt gebruikt om de extra uren te financieren en de kwaliteit van het aanbod te waarborgen. De gemeente benadrukt dat deze bedragen ramingen zijn vanuit het Rijk en dat er geen rechten aan kunnen worden ontleend.
Ouders blijven verantwoordelijk voor de keuze om hun kind in te schrijven voor VVE, maar de overheid stimuleert de deelname aan het 16-uur aanbod. In de praktijk is het zelden dat ouders het VVE-aanbod niet opvolgen. Voorlichting speelt een belangrijke rol in dit proces. Ouders worden geïnformeerd over het aanbod via gesprekken, voorlichtingsmateriaal en voorlichtingsavonden. De rol van de kinderopvangorganisatie is hierin essentieel, vooral bij kinderen die al regulier gebruik maken van de opvang.
Wanneer ouders toch kiezen om niet te deel te nemen aan VVE, moet deze keuze worden gemeld aan het Jeugd- en Gezondheidscentrum (JGZ). Op basis van een risicotaxatie kan besloten worden of er contact moet worden opgenomen met het Centraal Jeugd en Gezondheidsdienst (CJG). Deze aanpak zorgt voor een systeem waarin kinderen die het meest in risico zijn, toch in aanmerking komen voor een extra ondersteuning.
Uitvoering in Vlieland
Vlieland vertoont een andere uitdaging in de implementatie van VVE. Aangezien Vlieland een eiland is met een beperkte bevolkingsgraad en een klein aantal kinderen in de doelgroep, is het VVE-aanbod daar fragiel. Kinderopvang ‘De Jutter’ is de enige aanbieder van VVE op Vlieland, wat maakt dat de druk op de organisatie groot is.
De gemeente Vlieland heeft daarom gekozen voor een pragmatische aanpak. In plaats van aan alle inwoners van 2,5 tot 4 jaar gratis vier ochtenden VVE per week aan te bieden, richt de gemeente zich eerst op doelgroeppeuters. Dit betekent dat VVE wordt aangeboden aan vier dagen per week, maar uitsluitend aan kinderen die onderwijsachterstand riseren. De opvangorganisatie ontvangt een subsidie van de gemeente, waarbij voorwaarden zijn gesteld om de kwaliteit en continuïteit van het aanbod te waarborgen.
Het VVE-aanbod in Vlieland is vastgelegd voor de periode 2023-2026. De gemeente streeft naar een totaal aanbod van 960 uur over 1,5 jaar per kind, verspreid over 40 weken. De organisatie richt zich op vier dagdelen van vier uur per week, wat resulteert in 640 uur per jaar. De gemeente benadrukt dat deze aanpak binnen de kaders van kwaliteit, rechtmatigheid en doelmatigheid moet plaatsvinden.
De financiële planning voor Vlieland is duidelijk uitgelicht. De beschikbare middelen uit het OAB-budget zijn in 2023 €96.000, en in de jaren daarna €64.000. De gemeente overweegt om middelen uit 2022 mee te nemen, wat het totaal beschikbare budget verder opheft. Deze middelen worden gebruikt om het VVE-aanbod te financieren en de kwaliteit te waarborgen.
Kwaliteitsborging in VVE
Zowel in Valkenswaard als in Vlieland ligt de nadruk op kwaliteitsborging van VVE. In Valkenswaard wordt gewerkt met een erkend VVE-programma van het Nederlands Jeugd Instituut (NJI), gericht op de ontwikkelingsdomeinen taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling. Het gebruik van een kindvolgsysteem, zoals KIJK! of een vergelijkbaar systeem, is verplicht om de ontwikkeling van elk kind structureel te volgen. Dit zorgt ervoor dat eventuele achterstanden vroegtijdig in beeld komen en passende interventies kunnen worden genomen.
In Valkenswaard is er ook een nadruk op de aansluiting met het basisonderwijs. Voor elk kind met een VVE-indicatie vindt zowel een koude als een warme overdracht naar groep 1 plaats. De koude overdracht betreft de uitwisseling van informatie over het kind, terwijl de warme overdracht een gesprek tussen ouders, VVE-leidster en leerkracht groep 1 inhoudt. Deze aanpak zorgt voor een betere aansluiting tussen VVE en het basisonderwijs.
In Vlieland is de nadruk op kwaliteitsborging eveneens duidelijk. De gemeente benadrukt dat het VVE-aanbod kwalitatief hoogwaardig moet zijn en binnen de regelgeving moet vallen. De samenwerking tussen de gemeente, de opvangorganisatie en de scholen is essentieel voor het behouden van een duurzame VVE-uitvoering.
Werkafspraken en organisatie
Zowel in Valkenswaard als in Vlieland zijn werkafspraken opgesteld om de rollen en verantwoordelijkheden van de betrokken partijen duidelijk te maken. Deze documenten geven een overzicht van de stappen die genomen moeten worden voor de implementatie van VVE. In Valkenswaard is sprake van een overgangsregeling waarin ouders niet direct worden geconfronteerd met veranderingen in het aanbod. De gemeente heeft ervoor gekozen om de overgangsperiode in 2020 te gebruiken om geleidelijk het 16-uur aanbod te introduceren.
In Vlieland is de samenwerking tussen gemeente, opvangorganisatie en scholen essentieel. De gemeente benadrukt dat het VVE-aanbod op een structurele en toekomstbestendige manier moet worden ingericht. De voorwaarden voor de subsidie zijn hierin duidelijk gesteld, om continuïteit en kwaliteit te waarborgen.
Financiële kant van VVE
De financiële kant van VVE speelt een centrale rol in de uitvoering van het aanbod. In Valkenswaard is het OAB-budget aanzienlijk toegenomen, van €48.000 in 2019 naar €307.000 in 2020. Deze toename is nodig om de extra uren van VVE te financieren en de kwaliteit van het aanbod te waarborgen. De gemeente benadrukt dat het budget ramingen zijn en dat er geen rechten aan kunnen worden ontleend.
In Vlieland is het beschikbare budget voor VVE in de jaren 2023 tot en met 2026 vastgelegd. In 2023 is het totale budget €96.000, en in de jaren daarna €64.000. De gemeente benadrukt dat dit budget wordt gebruikt om het VVE-aanbod te financieren en de kwaliteit te waarborgen. De subsidie voor de opvangorganisatie is onder voorwaarden gesteld, om zowel kwaliteit als doelmatigheid te garanderen.
Conclusie
De overgang van 10 naar 16 uur voorschoolse educatie is een doelgerichte aanpassing binnen het bredere kader van het onderwijsachterstandsbeleid. Zowel in Valkenswaard als in Vlieland is deze aanpassing ingezet met het oog op een kwalitatief hoogwaardig aanbod en een betere voorbereiding van kinderen op het basisonderwijs. In Valkenswaard is de overgang formeel ingevoerd met ingang van 1 januari 2020, terwijl in Vlieland een pragmatische aanpak is gekozen om rekening te houden met de beperkte voorzieningen en het kleine aantal kinderen in de doelgroep.
De financiële kant van VVE is een essentieel onderdeel van de uitvoering. Zowel in Valkenswaard als in Vlieland is het budget voor VVE duidelijk vastgelegd, en is er een nadruk op kwaliteitsborging en samenwerking tussen gemeente, opvangorganisatie en scholen. De uitvoering van VVE is binnen de landelijke regelgeving en richtlijnen ingevoerd, maar de lokale situaties bepalen ook de manier waarop het aanbod wordt georganiseerd en uitgevoerd.
De toekomstige uitdagingen voor VVE liggen in de continuïteit van het aanbod, de kwaliteit van de activiteiten en de betrokkenheid van ouders. Het is duidelijk dat VVE niet alleen gericht is op kinderen die onderwijsachterstand riseren, maar ook een positieve impact kan hebben op de groep als geheel. Door een breed aanbod te realiseren, kunnen kinderen van elkaar leren en de sociale interactie worden bevorderd.