Veranderingen in de Vroegschoolse Educatie voor Peuters in Arnhem

Inleiding

Sinds de invoering van de Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzalen in 2018 zijn er significante veranderingen opgetreden in de aanpak van vroegschoolse educatie (VVE) voor peuters in Arnhem. Deze veranderingen zijn mede het gevolg van nieuwe wettelijke kaders, zoals de Wet kinderopvang (WKO), de Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang (IKK), en het Besluit kwaliteit kinderopvang. Deze wetgevingen leggen nieuwe verplichtingen op aan gemeenten, zoals Arnhem, om zorg te dragen voor een geïntegreerd en kwalitatief hoogwaardig educatief aanbod voor peuters die risico lopen op een (taal)achterstand.

De focus van VVE is op het voorbereiden van deze peuters op het basisonderwijs, met het doel om hen in groep 3 van de basisschool op gelijke voet te zetten met hun peers. Dit betekent dat er niet alleen aandacht is voor het kind zelf, maar ook voor de rol van de ouders en de samenwerking met externe zorgverleners. Bovendien zijn er veranderingen op het gebied van professionalisering van pedagogisch medewerkers en de financiering van deze educatieve aanbiedingen.

In dit artikel worden de belangrijkste veranderingen in de VVE-beleidslijnen van de gemeente Arnhem besproken, met een nadruk op juridische kaders, pedagogische kwaliteit, financiering en samenwerking. De informatie is gebaseerd op officiële beleidsdocumenten, wetgeving en toezichtmaatregelen die van toepassing zijn op Arnhem.

Juridische en beleidsmatige veranderingen

De invoering van de Wet harmonisatie kinderopvang

De Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzalen is een belangrijke juridische verandering die sinds 2018 van kracht is. Deze wet heeft geleid tot een herstructurering van de wetgeving op het gebied van kinderopvang. De oude Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen zijn vervangen door de Wet kinderopvang (WKO) en een aantal andere wetten. Daarnaast zijn de kwaliteitseisen apart geregeld in de Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang (IKK), die in januari 2018 in werking is getreden.

De nieuwe wetgeving legt onder meer de verplichting op voor gemeenten om een aanbod te maken van vroegschoolse educatie voor peuters met een risico op een (taal)achterstand. Sinds 1 augustus 2020 is het verplicht voor gemeenten zoals Arnhem om een aanbod van 960 uur VVE per jaar te leveren aan peuters van 2,5 tot 4 jaar. Daarnaast ontvangt de gemeente middelen van het Rijk, bekend als Asscher-middelen, om ook een aanbod te maken voor peuters zonder risico op onderwijswijsachterstand, waarvan de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag.

Kwaliteitseisen en toezicht

De Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang (IKK) stelt nieuwe kwaliteitseisen voor kinderopvang. Deze wetgeving heeft geleid tot een herziening van de kwaliteitsborging in de kinderopvangsector. De gemeente Arnhem is verantwoordelijk voor het toezicht op de kwaliteit van de kinderopvang en moet zorgdragen voor het naleven van deze kwaliteitseisen. Deze toezichttaken worden uitgevoerd door de GGD, die jaarlijks inspecties uitvoert om de kwaliteit van de kinderopvang te monitoren.

Daarnaast is er een sterkere nadruk op pedagogische kwaliteit, zoals beschreven in het Besluit kwaliteit kinderopvang. Dit betekent dat kinderopvanginstellingen zich moeten richten op het ontwikkelen van sociaal-emotionele vaardigheden, taalontwikkeling en rekenvaardigheden bij kinderen. In Arnhem is er een duidelijke focus op het versterken van de pedagogische kwaliteit van de VVE-aanbiedingen, zoals uitgelegd in de subsidiegids voor het voorschoolse aanbod.

Doelgroepdefinities en indicatiestelling

Definities van VVE-peuters

De gemeente Arnhem heeft een duidelijke doelgroepdefinitie opgesteld voor VVE-peuters. Deze definities zijn onderdeel van het Onderwijs aan Basiskinderen (OAB)-model, dat wordt gebruikt om de middelen voor voorschoolse educatie te bepalen. In dit model worden omgevingskenmerken gebruikt om het risico van een kind op een onderwijsachterstand te bepalen. Deze kenmerken zijn:

  1. Opleidingsniveau van de ouders;
  2. Herkomst van het kind;
  3. Verblijfsduur van de moeder in Nederland;
  4. Status in de schuldsanering;
  5. Gemiddeld opleidingsniveau van de moeders op school.

Peuters die vallen binnen deze risicogroep kunnen een VVE-indicatie krijgen. Deze indicatie wordt voornamelijk gebaseerd op het opleidingsniveau van de ouders. Er zijn drie categorieën gedefinieerd:

  • Categorie 1 (gewicht 1.2): Ouders met maximaal basisonderwijs of (v)so-zmlk.
  • Categorie 2 (gewicht 0.3): Ouders met maximaal lbo/vbo, praktijkonderwijs of vmbo basis- of beroepsgerichte leerweg.
  • Categorie 3 (gewicht 0): Ouders met voortgezet of hoger onderwijs.

Peuters uit categorie 1 en 2 krijgen een VVE-indicatie. Deze indicatie wordt vastgesteld door een consultatiebureau op basis van een toeleidingsprotocol.

VVE-indicatie en toeleiding

Een VVE-indicatie is een eerste stap in het proces van toeleiding naar een VVE-aanbod. Als een peuter een VVE-indicatie heeft, wordt deze doorgegeven naar de kinderopvang. Als de ouders niet reageren op deze indicatie, neemt het consultatiebureau contact op met de ouders om hen te informeren over de beschikbare VVE-aanbiedingen. Deze communicatie is onderdeel van het stroomschema dat in de beleidsdocumenten van de gemeente is opgenomen.

In de praktijk betekent dit dat kinderopvanginstellingen nauw samenwerken met het consultatiebureau om zorg te dragen voor een tijdige toeleiding van VVE-peuters. Deze samenwerking is ook onderdeel van het gemeentelijke uitvoeringsoverleg, waar regelmatig wordt besproken of de doelgroepdefinities en toeleidingen adequaat zijn.

Het aanbod van VVE en intensieve begeleiding

Aanbod van VVE-peuterplaatsen

Het aanbod van VVE in Arnhem bestaat uit een jaarlijks programma van 640 uur, verdeeld over 40 of 46 weken per jaar. Dit betekent dat de kinderopvanginstellingen zorgen moeten dragen voor een minimum van 3 dagdelen per week, verdeeld over minimaal 3 dagen per week. Het maximale aantal uren per dag is beperkt tot 6 uur.

Daarnaast is het aanbod van VVE verder uitgebreid met intensieve begeleiding voor zowel de peuter als de ouders. Deze begeleiding is gericht op het bevorderen van taalontwikkeling, sociaal-emotionele ontwikkeling en het opbrengstgericht werken. De intensieve begeleiding is onderdeel van de financiële verantwoordelijkheid van de gemeente en wordt ondersteund door subsidies van het Rijk.

Financiering en subsidiegids

De financiering van VVE-aanbiedingen in Arnhem is geregeld via de subsidiegids voor het voorschoolse aanbod. In deze subsidiegids zijn de voorwaarden voor het aanbieden van VVE- en VVE-intensieve programma's beschreven. De gemeente ontvangt middelen van het Rijk via het OAB-subsidieprogramma, dat is uitgewerkt in het CBS-model. Dit model houdt rekening met de omgevingskenmerren van de kinderen en hun ouders om de hoogte van de subsidies te bepalen.

Daarnaast is er een aparte financiering voor het intensieve aanbod, die mede wordt gesteund door de Asscher-middelen. Deze middelen zijn bedoeld voor peuters zonder risico op onderwijswijsachterstand, waarvan de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag.

Toezicht en controle

Het aanbod en de uitvoering van VVE in Arnhem worden onderworpen aan een jaarlijkse subsidiecontrole. Het toetsingsprotocol voor deze controle is vastgelegd in het toetsingsprotocol Accountant Subsidieregeling Voorschools aanbod Arnhem. In dit protocol worden de benodigde documenten beschreven die de subsidieontvanger op orde moet hebben. Deze documenten omvatten onder meer inkomensverklaringen van de ouders, bewijzen van deelname aan VVE-programma's en rapportages over de ontwikkeling van de kinderen.

De GGD speelt een cruciale rol in het toezicht op de kwaliteit van de kinderopvang en VVE-aanbiedingen. Tijdens de jaarlijkse inspecties wordt gecontroleerd of de kinderopvanginstellingen aan de kwaliteitseisen voldoen. Deze inspecties zijn onderdeel van het kwaliteitsbeleid van de gemeente en zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat alle kinderen een hoogwaardig aanbod krijgen.

Professionalisering van pedagogisch medewerkers

Opbrengstgericht werken (OGW)

Sinds 2023 is er een sterke focus op de professionalisering van pedagogisch medewerkers in de VVE-sector. Deze professionalisering is mede geïnitieerd door de drie door de gemeente gesubsidieerde kinderopvangorganisaties, die gevraagd hebben om verdieping in de pedagogische werkwijzen. Deze verdieping richt zich op het opbrengstgericht werken (OGW), dat als doel heeft om de educatieve kwaliteit te verhogen.

In Arnhem is er een samenwerking aangegaan met de IJsselgroep om deze professionalisering te ondersteunen. Deze samenwerking omvat een reeks verdiepingsbijeenkomsten over onderwerpen zoals sociaal-emotionele ontwikkeling, taalontwikkeling en rekenvaardigheden. Deze bijeenkomsten zijn gericht op het versterken van de pedagogische kwaliteit van de VVE-aanbiedingen en het verbeteren van de interactie tussen medewerkers en kinderen.

Nieuwe wettelijke verplichtingen

Nieuwe wettelijke verplichtingen vanaf 1 januari 2022 hebben geleid tot extra eisen op het gebied van professionalisering. Vanaf deze datum is het verplicht om op VVE-locaties per geïndiceerde peuter 10 uur HBO-inzet per jaar in te zetten. Dit betekent dat kinderopvanginstellingen verplicht zijn om medewerkers met een hoger onderwijsdiploma in te zetten voor het begeleiden van VVE-peuters. De gemeente Arnhem heeft voor deze verplichting middelen opgenomen in haar OAB-middelenbudget.

Samenwerking met externe partners

Zorgsamenwerking en ondersteuningsarrangementen

De kinderopvang in Arnhem werkt nauw samen met externe partners om peuters met een extra ondersteuningsbehoefte te begeleiden. Deze partners omvatten onder meer de GGD, jeugdverpleegkundigen, en externe zorgverleners. Als een peuter een VVE-indicatie heeft, wordt deze doorgegeven naar de kinderopvang, die op haar beurt tijdig verwijst naar externe zorg als de gewenste begeleiding niet intern kan worden verleend.

De kinderopvang en externe partners evalueren regelmatig of de extra ondersteuning en begeleiding van de individuele peuters het gewenste effect heeft. Zo nodig worden interventies bijgesteld. Deze samenwerking is onderdeel van het zorgsamenwerkingbeleid van de gemeente en is bedoeld om ervoor te zorgen dat alle kinderen een passend onderwijs-zorgarrangement krijgen.

Passend onderwijs-zorgarrangement

Het doel van de samenwerking tussen kinderopvang, externe zorgverleners en ouders is om voor elk kind een passend onderwijs-zorgarrangement op te zetten. Dit arrangement is gericht op het bevorderen van de ontwikkeling van het kind en het zorgen voor de juiste ondersteuning in de voorschoolse en scholair stadium.

Een voorbeeld van dit arrangement is het aanmelden van een kind bij een passende vervolgplek in de basisschool, waar het de juiste ondersteuning krijgt. Deze aanmelding kan al plaatsvinden als het kind drie jaar en negen maanden is, zodat het op tijd voor groep 3 kan worden toegewezen aan een passende school. Dit betekent dat het gesprek over het onderwijsperspectief van het kind wordt naar voren gehaald.

Daarnaast is er aandacht voor passende hulp en begeleiding van de pedagogisch medewerkers. Het doel is om ervoor te zorgen dat kinderen zoveel mogelijk zonder extra externe zorg in de voorschoolse educatie terechtkomen.

Conclusie

De veranderingen in de VVE-beleidslijnen van de gemeente Arnhem sinds 2018 hebben geleid tot een sterkere focus op kwaliteit, professionalisering en samenwerking. De invoering van nieuwe wettelijke kaders, zoals de Wet kinderopvang en de Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang, heeft geleid tot verplichtingen voor de gemeente om een geïntegreerd en hoogwaardig aanbod te maken voor peuters met een risico op een (taal)achterstand.

De gemeente Arnhem heeft duidelijke doelgroepdefinities opgesteld en heeft een intensief aanbod van VVE-programma’s ontwikkeld. Deze programma’s zijn ondersteund door subsidies van het Rijk en zijn gericht op het bevorderen van de ontwikkeling van de kinderen. Daarnaast is er een sterke nadruk op pedagogische kwaliteit en professionalisering van medewerkers, zoals uitgelegd in de subsidiegids en het toetsingsprotocol.

De samenwerking met externe partners en de focus op passend onderwijs-zorgarrangementen zorgen ervoor dat kinderen de juiste ondersteuning krijgen zowel in de voorschoolse als scholair fase. De gemeente Arnhem blijft deze beleidslijnen verder uitwerken in overleg met kinderopvangorganisaties, externe zorgverleners en ouders, met als doel om de kwaliteit van de VVE-aanbiedingen te verbeteren en de ontwikkeling van kinderen te ondersteunen.

Bronnen

  1. Toezicht- en handhavingsbeleid kinderopvang gemeente Arnhem (2017)
  2. Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzalen in Arnhem

Related Posts