Het aandeel in het vermogen van de VvE en de inkomstenbelasting: wat appartementenbezitters moeten weten

Voor appartementenbezitters is het aandeel in het vermogen van de Vereniging van Eigenaren (VvE) een belangrijk aspect bij het indienen van de aangifte inkomstenbelasting. Het vermogen van de VvE kan invloed hebben op het belastbare vermogen van een individu, afhankelijk van de omvang van het totale vermogen en de fiscale situatie. In dit artikel bespreken we op basis van recente informatie en juridische precedents hoe het aandeel in het VvE-vermogen wordt bepaald, welke belastingsituatie er ontstaat en welke praktische aandachtspunten appartementenbezitters moeten kennen.

Inleiding

De Vereniging van Eigenaren (VvE) is een wettelijk instrument dat dient om het gemeenschappelijke deel van een appartementsgebouw te beheren. Elk lid van de VvE heeft een aandeel in het totale vermogen van deze vereniging. Dit aandeel is van invloed op de aangifte inkomstenbelasting, omdat het wordt meegerekend in de berekening van het belastbare vermogen. De belastingdienst legt hierbij specifieke regels vast, die ook in het licht van recente juridische uitspraken zijn geüpdatet.

Het is van belang dat appartementenbezitters goed begrijpen hoe hun aandeel in het VvE-vermogen moet worden aangemeld en hoe dit beïnvloedt of ze belasting moeten betalen. In dit artikel leggen we de belangrijkste zaken uiteen, inclusief de heffingsvrijheid, de berekening van het belastbare vermogen, het verschil tussen banktegoeden en overige bezittingen en praktische stappen bij het invullen van de aangifte.

Wat is het aandeel in het VvE-vermogen?

Het aandeel in het VvE-vermogen is gedefinieerd als het deel van het totale vermogen van de VvE dat toekomt aan een appartementenbezitter. Dit vermogen bestaat meestal uit reserves, spaargeld en andere financieringen die door de VvE worden gehouden voor de onderhoudskosten van het gemeenschappelijke deel van het appartementsgebouw.

Het belangrijkste feit is dat de belastingdienst het aandeel in het VvE-vermogen als onderdeel van het totale vermogen beschouwt. Dit is een essentieel punt bij de berekening van de inkomstenbelasting. Het aandeel in het VvE-vermogen moet dus worden meegerekend in de aangifte inkomstenbelasting, net zoals bijvoorbeeld spaartegoeden of aandelen.

Voorbeelden uit de praktijk tonen aan dat het aandeel in het VvE-vermogen in veel gevallen binnen de heffingsvrije grens valt. Dit betekent dat appartementenbezitters in die gevallen geen belasting hoeven te betalen over dit aandeel. Allereerst is het daarom belangrijk om de heffingsvrije grens te begrijpen en te weten hoe het totale vermogen moet worden berekend.

De heffingsvrije grens en het belastbare vermogen

De heffingsvrije grens voor het vermogen is een belangrijk concept bij de aangifte inkomstenbelasting. Voor het jaar 2023 bedraagt deze grens €57.000 per persoon, of €114.000 voor een koppel. Dit is het bedrag dat niet belast wordt, ook als het aandeel in het VvE-vermogen daaraan bijdraagt.

Voorbeeld: Een appartementenbezitter met een aandeel in het VvE-vermogen

Stel dat een appartementenbezitter een aandeel in het VvE-vermogen heeft van €15.000. Als hij of zij geen ander vermogen heeft (zoals spaartegoeden of aandelen), dan valt dit aandeel ruim onder de heffingsvrije grens van €57.000. In dit geval hoeft er dus geen belasting te worden betaald over het aandeel in het VvE-vermogen.

Voorbeeld: Een koppel met een hoger totaal vermogen

Als een koppel samen een vermogen heeft van €120.000, waarvan €30.000 het aandeel in het VvE-vermogen is, dan is het totale vermogen €120.000. De heffingsvrije grens voor een koppel is €114.000. Hierdoor is er een overschot van €6.000. Voor dit overschot moet belasting worden betaald.

De berekening is als volgt: - Het overschot is €6.000. - Voor het aandeel in het VvE-vermogen geldt een forfaitair rendement. - De belasting wordt berekend over het veronderstelde rendement van het overschot.

In dit voorbeeld is de belasting relatief laag: in 2023 is het percentage 32% van het belastbare rendement. Dit betekent dat de belasting meestal slechts een paar euro’s bedraagt, afhankelijk van de grootte van het overschot en het rendement.

Het verschil tussen banktegoeden en overige bezittingen

Een belangrijk aspect bij de aangifte inkomstenbelasting is het onderscheid tussen banktegoeden en overige bezittingen. Dit heeft gevolgen voor het rendement dat wordt verondersteld en daarmee ook voor de hoogte van de belasting.

Banktegoeden

Banktegoeden zijn spaargeld, tegoeden op bankrekeningen en dergelijke. Voor banktegoeden geldt een verondersteld rendement van 0,12% in 2023. Dit is een laag percentage en betekent dat de belasting over banktegoeden vaak zeer gering is.

Het aandeel in het VvE-reservefonds wordt in sommige gevallen ook beschouwd als een banktegoed. Dit is belangrijk, omdat het rendement dan lager is dan bij overige bezittingen, wat de belasting verlaagt.

Overige bezittingen

Overige bezittingen zijn vermogensbeleggingen zoals aandelen, onroerend goed en dergelijke. Voor overige bezittingen geldt een verondersteld rendement van 5,38% in 2023. Dit is een hoger rendement dan voor banktegoeden, wat betekent dat de belasting over overige bezittingen meestal hoger is.

Het aandeel in het VvE-vermogen kan hierin liggen, afhankelijk van hoe de belastingdienst het vermogen classificeert. In een recente rechtszaak is er een belangrijk precedent ontstaan dat het aandeel in het VvE-reservefonds als een banktegoed kan worden gezien. Dit heeft geleid tot een lagere belasting dan wanneer het aandeel was meegerekend als overige bezitting.

Praktische gevolgen van het onderscheid

Het onderscheid tussen banktegoeden en overige bezittingen heeft directe invloed op de hoogte van de belasting die moet worden betaald. In de praktijk betekent dit dat appartementenbezitters met een aandeel in het VvE-vermogen een gunstiger belastingtaks kunnen krijgen, mits het aandeel als een banktegoed wordt geclassificeerd.

Een voorbeeld laat zien hoe groot het verschil kan zijn. Stel dat iemand een aandeel in het VvE-vermogen heeft van €5.000 en boven de heffingsvrije grens komt. Als het aandeel als banktegoed wordt geclassificeerd, is de belasting lager dan wanneer het als overige bezitting wordt gezien. In een voorbeeld is het verschil in belastingruim de €80.

Hoe geef je het aandeel in het VvE-vermogen aan bij de aangifte?

Het aandeel in het VvE-vermogen moet op een specifieke manier worden aangemeld bij de aangifte inkomstenbelasting. Dit betreft de waarde van het aandeel per 1 januari van het betreffende jaar. Voor de aangifte in 2024 (voor het jaar 2023) is dit de waarde per 1 januari 2023, wat gelijk is aan de waarde per 31 december 2022.

De waarde van het aandeel wordt meestal verstrekt door de VvE-beheerder of het bestuur van de VvE. Appartementenbezitters kunnen deze waarde opvragen bij de VvE, die verplicht is om jaarlijks een overzicht te verstrekken. Het is belangrijk dat dit overzicht correct is en duidelijk maakt hoe het aandeel in het VvE-vermogen is samengesteld.

Voor de aangifte is het voldoende om de waarde van het aandeel op te geven in Box 3 van de aangifte inkomstenbelasting. In Box 3 worden banktegoeden en overige bezittingen meegerekend, inclusief het aandeel in het VvE-vermogen.

Het is verder belangrijk om te weten dat het spaargeld van de VvE niet van invloed is op het aandeel in het vermogen. Dit betekent dat het bedrag dat de VvE op een bankrekening heeft, niet direct meegerekend hoeft te worden bij de aangifte. Wel is het aandeel in het reservefonds van de VvE een onderdeel van het vermogen van de VvE en dus relevant voor de aangifte inkomstenbelasting.

Aandachtspunten bij het invullen van de aangifte

Het invullen van de aangifte inkomstenbelasting vereist aandacht voor een aantal belangrijke punten. Deze aandachtspunten zijn vooral van toepassing op appartementenbezitters die een aandeel in het VvE-vermogen hebben.

1. Vraag de waarde van het aandeel bij de VvE op

Het is verplicht dat de VvE jaarlijks een overzicht verstrekken van het aandeel in het VvE-vermogen van elk lid. Appartementenbezitters kunnen dit overzicht opvragen bij het bestuur of de beheerder van de VvE. Het is belangrijk om te controleren of het overzicht accuraat is en of er eventuele wijzigingen zijn ten opzichte van vorige jaren.

2. Vergeet het aandeel in het VvE-vermogen niet in Box 3 op te geven

Het aandeel in het VvE-vermogen moet worden opgenomen in Box 3 van de aangifte inkomstenbelasting. Veel mensen vergeten dit onderdeel, wat kan leiden tot fouten in de aangifte. Het is daarom verstandig om een checklist te maken of het overzicht van de VvE als ondersteuning te gebruiken bij het invullen.

3. Let op de heffingsvrije grens

Het is belangrijk om de heffingsvrije grens voor vermogen te kennen. Voor een koppel is dit in 2023 €114.000. Als het totale vermogen (inclusief het aandeel in het VvE-vermogen) hieronder valt, hoeft er geen belasting te worden betaald. Als het vermogen hierboven ligt, moet het overschot worden belast.

4. Bereken het rendement en de belasting

Als het aandeel in het VvE-vermogen boven de heffingsvrije grens valt, moet het rendement worden berekend. Voor banktegoeden geldt een rendement van 0,12%, voor overige bezittingen 5,38%. De belasting is 32% van het veronderstelde rendement.

Het is belangrijk om deze berekening correct uit te voeren. Veel mensen maken fouten bij het bepalen van het rendement of vergeten het te vermenigvuldigen met de belastingtaks.

5. Schakel de VvE-beheerder of het bestuur in bij onduidelijkheden

Als er twijfels zijn over de waarde van het aandeel in het VvE-vermogen of over de belastingtaks, is het verstandig om contact op te nemen met de VvE-beheerder of het bestuur van de VvE. Deze partijen kunnen extra informatie verstrekken of een overzicht maken van het aandeel in het reservefonds.

Conclusie

Het aandeel in het VvE-vermogen is een onderdeel van het totale vermogen van appartementenbezitters en moet daarom meegerekend worden bij de aangifte inkomstenbelasting. Voor de meeste appartementenbezitters valt dit aandeel binnen de heffingsvrije grens, waardoor er geen belasting hoeft te worden betaald. In gevallen waarin het aandeel boven deze grens ligt, is de belasting meestal gering, vooral als het aandeel als een banktegoed wordt geclassificeerd.

Het is belangrijk dat appartementenbezitters goed begrijpen hoe hun aandeel in het VvE-vermogen wordt bepaald en hoe dit aangegeven moet worden in de aangifte inkomstenbelasting. Door aandacht te besteden aan de heffingsvrije grens, het onderscheid tussen banktegoeden en overige bezittingen en de correcte berekening van het rendement, kunnen appartementenbezitters ervoor zorgen dat ze de juiste belasting betalen.

Bronnen

  1. Vermogen VvE telt mee bij aangifte inkomstenbelasting
  2. Uw belastingaangifte en uw aandeel in het vermogen van de VvE
  3. Aandeel in reservefonds VvE is geen banktegoed voor box 3
  4. Moet de VvE belasting betalen?
  5. Appartementbewoner let dan extra op bij de belastingaangifte

Related Posts