Inleiding
In 2019 zijn er belangrijke wijzigingen en verplichtingen opgedaan in het kader van voorschoolse educatie (VVE) binnen Nederlandse gemeenten. Deze verplichtingen zijn grotendeels bepaald door nieuwe wetgeving, zoals de Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk en de Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang. Deze wetten hebben gevolgen voor de aanbieders van VVE, zoals kindercentra en voorschoolse voorzieningen. Bovendien zijn er subsidies beschikbaar gesteld om de kwaliteit van VVE te bevorderen, zoals de Subsidieregeling Kwaliteit VVE en OAB Delfzijl 2019. Deze subsidie regeling is een voorbeeld van hoe gemeenten proberen om kinderen met een taal- of ontwikkelingsachterstand beter te ondersteunen via hoogwaardige educatieve voorzieningen.
In dit artikel worden de verplichtingen, subsidiebeleid en kwaliteitsnormen voor VVE in 2019 nader toegelicht, met specifieke aandacht voor de regelingen in gemeenten zoals Valkenswaard en Delfzijl. De nadruk ligt op de juridische en praktische aspecten van de VVE-beleidsmaatregelen, inclusief de rol van de GGD, de eisen aan medewerkers en de samenwerking tussen gemeenten, scholen en opvangorganisaties.
Subsidieregelingen voor VVE in 2019
In Delfzijl is in 2019 een subsidie regeling opgesteld om de kwaliteit van VVE te bevorderen. Deze Subsidieregeling Kwaliteit VVE en OAB Delfzijl 2019 is vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op 20 november 2018 en treedt in werking op 1 januari 2019. De regeling vervangt eerdere subsidiebeleidsmaatregelen en brengt nieuwe verplichtingen met zich mee voor aanbieders van VVE. De subsidie is bedoeld voor kindercentra en andere voorschoolse voorzieningen die aan de kwaliteitsnormen voldoen.
De subsidie kan worden aangevraagd door de houder van een geregistreerd kindercentrum of door het schoolbestuur van een voorschoolse organisatie. De aanvraag moet voldoen aan de Algemene Subsidieverordening van de gemeente. Daarnaast moet de aanvrager een overzicht verstrekken van het aantal locaties en lokalen waar VVE wordt gegeven. De aanvraagtermijn voor subsidies in 2019 loopt tot en met 31 maart 2019, en het beslistermijn voor subsidiebehandeling is vóór 30 mei 2019. Dit biedt aanbieders van VVE voldoende tijd om hun voorstellen in te dienen en te voldoen aan de wettelijke eisen.
De subsidie wordt alleen verstrekt aan voorschoolse voorzieningen die voldoen aan het Kwaliteitskader VVE 2019. Dit kader houdt rekening met de wettelijke eisen, zoals de leidster-kind-ratio, de taaleisen voor medewerkers en de aanwezigheid van mentoren voor alle kinderen. Aanbieders van VVE moeten zich dus conformeren aan deze eisen om in aanmerking te komen voor subsidies.
Verplichtingen voor aanbieders van VVE in 2019
Aanbieders van VVE hebben in 2019 meerdere verplichtingen die voortvloeien uit de nieuwe wettelijke kaders en de subsidie regelingen. Deze verplichtingen zijn zowel juridisch als operationeel van aard en zijn bedoeld om de kwaliteit van VVE te verhogen en kinderen met een taal- of ontwikkelingsachterstand beter te ondersteunen.
Wettelijke eisen
De Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk en de Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang hebben geleid tot meer eisen aan de kwaliteit van VVE. Zo is de leidster-kind-ratio aangepast, wat betekent dat er meer aandacht is voor individuele begeleiding van kinderen. Daarnaast moet ieder kind een mentor krijgen en moeten alle medewerkers voldoen aan aangescherpte taaleisen. Deze eisen zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat kinderen vroegtijdig ondersteuning krijgen in hun taalontwikkeling en sociaal-emotionele groei.
Subsidie verplichtingen
Aanbieders van VVE die subsidies ontvangen onder de Subsidieregeling Kwaliteit VVE en OAB Delfzijl 2019 hebben ook verplichtingen inzake verantwoording en kwaliteitsborging. Deze verplichtingen zijn grotendeels gebaseerd op de Algemene Subsidieverordening van de gemeente, maar zijn aanvullend met specifieke eisen voor VVE. Zo moet de aanvrager bijvoorbeeld een overzicht leveren van het aantal locaties en lokalen waar VVE wordt gegeven. Daarnaast moeten aanbieders zich houden aan de kwaliteitsnormen die zijn vastgelegd in het Kwaliteitskader VVE 2019.
Kwaliteitsborging
Kwaliteitsborging is een belangrijk onderdeel van de verplichtingen voor aanbieders van VVE. De GGD speelt een centrale rol bij de toetsing van de kwaliteit van VVE voorzieningen. Wanneer een voorziening voldoet aan de kwaliteitsnormen, wordt het geregistreerd als VVE-voorziening. De JGZ-verpleegkundige is verantwoordelijk voor de toeleiding en indicering van VVE doelgroepkinderen naar deze voorzieningen. Ouders hebben een vrije keuze waar zij VVE afnemen, mits de voorziening geregistreerd is en voldoet aan de kwaliteitseisen.
Samenwerking tussen gemeenten, scholen en opvangorganisaties
In 2019 is er een toenemende nadruk op samenwerking tussen gemeenten, scholen en opvangorganisaties in het kader van VVE. Deze samenwerking is bedoeld om de kwaliteit van VVE te verhogen en ervoor te zorgen dat kinderen met een taal- of ontwikkelingsachterstand vroegtijdig ondersteuning krijgen.
LEA-overleg
Een voorbeeld van deze samenwerking is het LEA-overleg, waarbij schoolbesturen en gemeenten relevante onderwerpen bespreken die betrekking hebben op het gemeentelijk onderwijsbeleid. Bij dit overleg worden gezamenlijke speerpunten en actiepunten bepaald. Onderwijs en gemeenten hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor VVE als onderdeel van de LEA. Vanaf schooljaar 2019-2020 is er een stap verder gegaan door voorschoolse partners ook in het LEA-overleg te betrekken. Daarnaast zijn er werkgroepen opgericht die bestaan uit opvang- en onderwijsmedewerkers om samen aan kwaliteitsverbeteringen te werken.
OAB-regelgeving
Ook de OAB-regelgeving (Ontwikkelingsbevorderende Aanpak) speelt een rol in de samenwerking tussen gemeenten en scholen. OAB is een aanpak die gericht is op het inlopen van achterstanden bij kinderen in de vroegschoolse fase. De inhoud van afspraken tussen schoolbesturen en gemeenten moet gericht zijn op het verminderen van achterstanden bij kinderen, zodat ze aan groep 3 beginnen met of zonder een beperkte achterstand.
Werkgroepen
In Valkenswaard is er sinds 2016 een werkgroep VVE opgestart, waarin partners van voorschoolse voorzieningen, JGZ-verpleegkundigen en ambtenaren van onderwijs meedoen. Deze werkgroepen zijn bedoeld om relevante kwesties te bespreken en de kwaliteit van VVE te verbeteren. De besprekingspunten uit deze werkgroepen kunnen worden meegenomen in het LEA-overleg. Dit betekent dat er een vaste lijn is ontstaan tussen de diverse organisaties die betrokken zijn bij VVE.
Kwaliteitskaders en kaders voor VVE in 2019
In 2019 zijn er duidelijke kaders opgesteld voor VVE, met een nadruk op kwaliteitsborging en wettelijke eisen. Deze kaders zijn zowel juridisch als operationeel van aard en zijn bedoeld om de kwaliteit van VVE te verhogen en kinderen met een taal- of ontwikkelingsachterstand beter te ondersteunen.
Kwaliteitskader VVE 2019
Het Kwaliteitskader VVE 2019 is een belangrijk instrument dat is vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders in Delfzijl. Dit kader houdt rekening met de wettelijke eisen, zoals de leidster-kind-ratio, de taaleisen voor medewerkers en de aanwezigheid van mentoren. Aanbieders van VVE moeten zich conformeren aan dit kader om in aanmerking te komen voor subsidies.
Wettelijke kaders
De wettelijke kaders voor VVE zijn in 2019 aangescherpt door de invoering van de Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk en de Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang. Deze wetten hebben gevolgen voor de leiding en begeleiding van kinderen in VVE-voorzieningen. Zo is er meer aandacht voor de individuele ontwikkeling van kinderen en zijn er aangescherpte eisen voor medewerkers.
Operationele kaders
Naast de wettelijke kaders zijn er ook operationele kaders voor VVE. Deze kaders zijn gericht op de praktijk van VVE en omvatten onder andere de organisatie van de dagelijkse activiteiten, de samenwerking met ouders en de communicatie tussen verschillende partijen. Aanbieders van VVE moeten zich houden aan deze kaders om ervoor te zorgen dat de kwaliteit van VVE behouden blijft.
Conclusie
In 2019 zijn er belangrijke verplichtingen, subsidiebeleid en kwaliteitskaders opgesteld voor VVE in Nederlandse gemeenten. Deze maatregelen zijn bedoeld om de kwaliteit van VVE te verhogen en kinderen met een taal- of ontwikkelingsachterstand beter te ondersteunen. De Subsidieregeling Kwaliteit VVE en OAB Delfzijl 2019 is een voorbeeld van hoe gemeenten proberen om subsidies te verstreken aan aanbieders van VVE die aan de kwaliteitsnormen voldoen. Aanbieders van VVE hebben verplichtingen inzake wettelijke eisen, subsidie verplichtingen en kwaliteitsborging. Daarnaast is er een toenemende nadruk op samenwerking tussen gemeenten, scholen en opvangorganisaties om de kwaliteit van VVE te verhogen. De kaders voor VVE zijn zowel juridisch als operationeel van aard en zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat kinderen vroegtijdig ondersteuning krijgen in hun ontwikkeling.