In het kader van de voorschoolse en vroegschoolse educatie (VVE) zijn diverse voorstellen en beleidsmaatregelen ontwikkeld om de kwaliteit van de zorg voor jonge kinderen te verbeteren. Deze maatregelen zijn doorgestreken door lokale regelgeving, beleidsdocumenten en praktijkrichtlijnen. De focus ligt op de taalontwikkeling van kinderen tussen 2,5 en 6 jaar, een essentieel onderdeel van de voortgang in de basiseducatie. In dit artikel worden de belangrijkste voorstellen en uitwerkingen rond VVE beschreven, met aandacht voor beleid, praktijkuitvoering, financiële voorwaarden en juridische kaders.
Introductie
De VVE wordt uitgevoerd door gemeenten (voorschoolse educatie) en scholen (vroegschoolse educatie). Het doel is om kinderen met taalachterstand een extra ondersteuning te bieden zodat ze beter kunnen meekomen in de reguliere educatieve context. In de praktijk betekent dit dat er regelmatige overleggen zijn tussen de voorschool en basisschool, een aangepaste werkwijze voor pedagogische medewerkers, en een specifieke focus op het meten van de effectiviteit van het beleid.
De voorstellen om VVE te verbeteren of uit te breiden zijn vaak het resultaat van samenwerking tussen gemeenten, scholen en andere betrokken partijen. Deze samenwerking wordt ondersteund door beleidsstukken, zoals die van de gemeente Geertruidenberg, en wordt uitgevoerd in het kader van overheidsnormen en regelgeving.
Beleidsvoorstellen en uitwerking
1. Het nieuwe VVE-beleid van de gemeente Geertruidenberg
In de gemeente Geertruidenberg is een nieuw beleidsplan voor VVE in ontwikkeling. Dit beleid wordt mede begeleid door het adviesbureau Oberon. De betrokken partijen, zoals kinderopvang, onderwijs en de gemeente zelf, hebben hun ambities en wensen kenbaar gemaakt. Het conceptdocument wordt op 29 oktober besproken met alle betrokkenen, wat aangeeft dat het beleid in open dialoog ontstaat.
Het huidige beleid richt zich op het verbeteren van de taalontwikkeling van kinderen die instromen met een taalachterstand. De voorschoolse VVE-sector streeft ernaar dat deze achterstand bij uitstroom uit de voorschool met minstens twee maanden is afgenomen. Voor de vroegschoolse sector geldt een soortgelijke doelstelling, maar dan voor kinderen die instromen in groep 1.
Het beleid wordt uitgevoerd met behulp van een observatiesysteem dat het taalniveau van kinderen meet. Hierbij wordt uitgegaan van een norm die is vastgelegd in het systeem. Dit betekent dat het beleid niet alleen gericht is op het bieden van extra uren, maar ook op het meten van de effectiviteit van deze uren.
2. Invulling van het VVE-programma
Het VVE-programma wordt uitgevoerd binnen een bepaald kader van uren. De aanbodverplichting ligt bij 960 uur in 1,5 jaar. Dit is een richtlijn die geldt voor de voorschoolse educatie. In de praktijk kan echter voorkomen dat kinderen structureel minder uren afnemen dan verstrekt. In dat geval is er een afgesproken procedure om het contract aan te passen.
Bij structurele afwezigheid (zoals het afnemen van 3 in plaats van 4 dagdelen per week) wordt het contract aangepast. Dit gebeurt op basis van vertrouwen tussen de aanbieder en de ouders. De aanbieder dient contact op te nemen met de ouders en het nieuwe contract aan te melden bij de GGD. Dit is belangrijk om zichtbaar te maken welke kinderen het volledige aanbod afnemen en welke niet.
3. Inzet van hbo’ers in de vroegschoolse educatie
Vanaf 1 januari 2022 is het verplicht dat er hbo’ers aanwezig zijn in de vroegschoolse educatie. Dit beleid is onderdeel van een bredere strategie om de kwaliteit van de VVE te verhogen. Het Rijk heeft aangekondigd dat er 10 uren per ingeschreven VVE-doelgroeppeuter zullen worden ingezet. Dit betekent dat er professionele kaders beschikbaar moeten zijn om de kinderen te begeleiden.
In de jaren voor 2022 is er een beleidsstuk ontwikkeld dat de inzet van hbo’ers voorbereidt. Dit stelt scholen in staat om te zorgen voor een vloeiende overgang naar het nieuwe model. De Onderwijsinspectie controleert of VVE-kleuters een rijk taalaanbod krijgen, wat betekent dat de inzet van hbo’ers direct invloed heeft op de kwaliteit van de ondersteuning.
Praktijkuitvoering van VVE
1. Overleggen en samenwerking
Een essentieel onderdeel van de uitvoering van VVE is het overleg tussen voorschool en basisschool. Dit overleg, ook wel het koppeloverleg genoemd, wordt voornamelijk geleid door pedagogisch medewerkers, intern begeleiders en leerkrachten. De GGD-verpleegkundige is op dit niveau niet betrokken.
De frequentie van deze overleggen ligt bij de partijen zelf, wat betekent dat het afhankelijk is van de situatie en de behoeften van de betrokken partijen. Dit overleg is gericht op casuïstiek, samenwerking, warme overdracht en de doorgaande lijn van de zorg voor het kind. Het is een informeel overleg dat gericht is op het uitwisselen van informatie en ervaringen.
2. De rol van de VVE-werkgroep
De VVE-werkgroep speelt een centrale rol in het uitwerken van het beleid en de praktijk. Deze werkgroep is verantwoordelijk voor het meten van de resultaatafspraken. Deze afspraken zijn gericht op het verbeteren van de taalontwikkeling van kinderen met taalachterstand.
De werkgroep bepaalt hoe het taalniveau van kinderen wordt gemeten, welke indicatoren gebruikt worden en hoe de resultaten worden besproken. Dit is belangrijk om ervoor te zorgen dat het beleid niet alleen wordt uitgevoerd, maar ook geëvalueerd. De resultaten van deze evaluatie helpen om het beleid verder te verfijnen.
Juridische kaders en sancties
1. Stappenplan voor ontzegging van het gebruik
In het kader van VVE kan het voorkomen dat eigenaren van woningen hun regels overtreden. In dat geval kan de VVE-organisatie stappen ondernemen tot ontzegging van het gebruik van de woning. Dit is een ernstige maatregel die alleen genomen mag worden na een serie voorafgaande stappen.
De eerste stap is het geven van een waarschuwing. Deze waarschuwing moet zijn gebaseerd op een besluit van de vergadering van de eigenaren. Het bestuur mag deze beslissing niet zelf nemen. De eigenaar moet op voorhand zijn gehoord en opgeroepen worden voor de vergadering. De oproeping moet per aangetekende brief verstuurd worden, en de eigenaar mag zich tijdens de vergadering laten bijstaan door een raadsman of vertegenwoordigen.
Na de waarschuwing kan de VVE-organisatie een besluit nemen om het gebruik van de woning te ontzeggen. Dit besluit moet opnieuw worden genomen door de vergadering van de eigenaren. De termijnen voor deze procedure zijn afhankelijk van het modelreglement en kunnen 14 of 15 dagen bedragen. In het geval van modelreglement 2017 is een deurwaardersexploot ook toegestaan.
2. De rol van het bestuur
Het bestuur van de VVE-organisatie heeft een belangrijke rol in de uitvoering van het beleid. Het is verantwoordelijk voor de administratie, de communicatie met de betrokken partijen en de coördinatie van de activiteiten. Het bestuur kan geen beslissingen nemen die van betekenis zijn voor de eigenaren, zoals het ontzeggen van het gebruik. Deze beslissingen moeten door de vergadering worden genomen.
Het bestuur kan wel adviseren en voorstellen doen. Het is verantwoordelijk voor het opstellen van agenda’s, het voorbereiden van vergaderingen en het uitvoeren van besluiten die zijn genomen. Dit betekent dat het bestuur een belangrijke rol speelt in de dagelijkse uitvoering van het beleid, maar geen beslissingen mag nemen die van betekenis zijn voor de eigenaren.
Financiële voorwaarden en subsidies
1. Financiële steun en subsidies
De uitvoering van VVE is financieel gesteund door subsidies en financieringsmogelijkheden. Het VvE-loket biedt een overzicht van energiebesparende maatregelen, subsidies en financieringsopties voor VVE-organisaties. Deze maatregelen zijn bedoeld om de duurzaamheid en efficiëntie van de VVE te verhogen.
Het Energieloket voor VVE’s wordt mede mogelijk gemaakt door Gemeente Arnhem. Het loket biedt een handig stappenplan voor de uitvoering van energiebesparende maatregelen, informatie over subsidies en financieringsmogelijkheden, en een overzicht van belangrijke thema’s zoals besluitvorming.
2. Beheer en kosten
Het beheer van VVE-organisaties is verantwoordelijk voor de administratie en het uitvoeren van de activiteiten. Direct VVE Beheer is een voorbeeld van een beheerder die offertes kan uitreiken voor het beheer van VVE-organisaties. Deze beheerder biedt een op maat gemaakt voorstel voor de VVE-organisatie, wat betekent dat de uitvoering van het beleid afgestemd is op de behoeften van de betrokken partijen.
De kosten van het beheer zijn afhankelijk van de omvang van de organisatie en de activiteiten die uitgevoerd worden. De beheerder is verantwoordelijk voor het opstellen van een financieel overzicht, het beheren van de administratie en het uitvoeren van besluiten die zijn genomen door de vergadering van de eigenaren.
Conclusie
De voorstellen voor VVE zijn gericht op het verbeteren van de taalontwikkeling van jonge kinderen en het verbeteren van de samenwerking tussen voorschool en basisschool. Het beleid wordt uitgevoerd in het kader van overheidsnormen, regelgeving en praktijkrichtlijnen. De uitvoering van het beleid is gesteund door subsidies en financieringsmogelijkheden, en de juridische kaders zorgen voor duidelijkheid in de uitvoering.
De VVE-werkgroep speelt een centrale rol in het uitwerken van het beleid en het meten van de effectiviteit. Het beleid wordt uitgevoerd binnen een bepaald kader van uren en het is afhankelijk van de samenwerking tussen de betrokken partijen. De juridische kaders zorgen ervoor dat de uitvoering van het beleid binnen de regels gebeurt en dat de rechten van de eigenaren worden gerespecteerd.
Het beheer van VVE-organisaties is verantwoordelijk voor de administratie en het uitvoeren van de activiteiten. De beheerder kan een op maat gemaakt voorstel uitreiken voor de VVE-organisatie, wat betekent dat de uitvoering van het beleid afgestemd is op de behoeften van de betrokken partijen. De kosten van het beheer zijn afhankelijk van de omvang van de organisatie en de activiteiten die uitgevoerd worden.
In het kader van VVE is het belangrijk om te onthouden dat het beleid niet alleen gericht is op het bieden van extra uren, maar ook op het meten van de effectiviteit van deze uren. De voorstellen en beleidsmaatregelen zijn bedoeld om de kwaliteit van de zorg voor jonge kinderen te verbeteren en te zorgen voor een doorgaande lijn in de educatie.