Inleiding
De gemeente Stein streeft naar een duurzame en kindvriendelijke leefomgeving, waarin zowel ouders als kinderen ondersteuning krijgen bij de balans tussen werk, opvoedkundige verantwoordelijkheden en ontwikkeling. Deze doelstelling wordt verwezen naar in verschillende beleidsdocumenten, waaronder de Subsidieverordening voor het Peuterprogramma uit 2016 en de Beleidsregels voor de Uitvoering van SMI (Sociaal Medische Indicatie) van 2021. Deze regelingen zijn van fundamenteel belang voor de aanbieding van kinderopvang, in het bijzonder voor peuters (kinderen van 2 tot 4 jaar) en doelgroeppeuters (peuters met een indicatiestelling voor voorschoolse educatie van Zuyderland Jeugdgezondheidszorg).
Een belangrijk onderdeel van deze beleidsuitvoering is de samenwerking met voorschoolse educatie (VE) en voor- en vroegschoolse educatie (VVE)-voorzieningen. Deze voorzieningen spelen een cruciale rol in de aanvullende opvang van kinderen en in de voorkoming van ontwikkelingsachterstanden. In dit artikel wordt een gedetailleerd overzicht gegeven van de regelingen, de doelgroepen, de voorwaarden voor een tegemoetkoming en de rol van VVE-voorzieningen in de gemeente Stein.
Doelgroepen en definities
De beleidsdocumenten van de gemeente Stein maken onderscheid tussen verschillende doelgroepen, waarbij centraal staat dat het gaat om kinderen in de leeftijd van 2 tot 4 jaar. In het kader van de Subsidieverordening Peuterprogramma 2016 is een peuter gedefinieerd als een kind in de leeftijd van 2 tot 4 jaar. Een doelgroeppeuter is daarmee een peuter die een indicatiestelling heeft voor voorschoolse educatie, uitgevaardigd door Zuyderland Jeugdgezondheidszorg.
De subsidie op grond van deze regeling is bedoeld voor drie categorieën ouders:
- Ouders met recht op kinderopvangtoeslag en een doelgroeppeuter;
- Ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag met een peuter;
- Ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag met een doelgroeppeuter.
Een belangrijke voorwaarde is dat ouders aan de inspanningsplicht voldoen. Dit betekent dat zij zo beperkt mogelijk kinderopvang moeten zoeken, en dat zij moeten meewerken aan het vinden van alternatieve opvangoplossingen. Ouders die niet voldoen aan deze eisen, kunnen geen gebruik maken van de tegemoetkoming.
Aanvraagproces en voorwaarden
De aanvraagprocedure voor subsidie is gestructureerd en vooraf gepland. Aanvragen moeten uiterlijk voor 1 september van het voorafgaande jaar worden ingediend. Dit betekent dat ouders vroegtijdig moeten plannen, aangezien de gemeente Stein samen met de aanvrager een activiteitenplan opstelt. In dit plan wordt bepaald welke activiteiten zullen worden uitgevoerd en hoe de subsidie wordt ingezet.
De aanvrager moet een peuteropvang aanbieden binnen de gemeente Stein en moet aantonen dat er pedagogische relaties bestaan met een van de in Stein opererende besturen voor primair onderwijs. Voorbeelden van dergelijke organisaties zijn Stichting Spelenderwijs, MIK Kinderopvang en Kidts Kinderopvang. Deze drie organisaties zijn verantwoordelijk voor het garantie geven van de spreiding van peuteropvang in de gemeente.
Daarnaast moet de opvanglocatie zijn ingeschreven in het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen (LRKP). Dit register bevat alle kinderopvanginstellingen die voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen. Een opvanglocatie die niet in het LRKP staat geregistreerd, is niet aanvaardbaar voor het programma.
Weigeringsgronden
De subsidie kan op verschillende gronden worden geweigerd of ingetrokken. Zoals bepaald in de Subsidieverordening:
- De opvanglocatie staat niet in het LRKP;
- De ouder behoort niet tot de doelgroep zoals gedefinieerd in het beleid;
- De noodzakelijke inspanning van ouders is niet gedaan;
- De opvang wordt verzorgd door een instelling die niet in het LRKP staat;
- De opvang is niet noodzakelijk of adequaat;
- Er is sprake van een adequate voorliggende voorziening zoals voor- en vroegschoolse educatie (VVE) of bijdrage van de werkgever.
Deze voorliggende voorzieningen kunnen de noodzaak voor kinderopvang verminderen of zelfs onnodig maken. Het beleid stelt daarom expliciet dat ouders moeten aantonen dat er geen alternatieven voorhanden zijn.
Sociaal-medische indicatie (SMI)
Naast het Peuterprogramma biedt de gemeente Stein ook ondersteuning aan gezinnen die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag, maar die door sociaal- of medische problematiek tijdelijk niet in staat zijn om zelf voor de kinderopvang te zorgen. Deze ondersteuning wordt gegeven via een sociaal-medische indicatie (SMI).
Aanvraag en vaststelling
De noodzaak voor kinderopvang op grond van een SMI wordt vastgesteld door medewerkers van het team Wmo/Jeugd. Dit proces start met een melding, telefonisch of schriftelijk, waarbij de situatie van het gezin wordt beoordeeld. Het proces omvat een keukentafelgesprek tussen de ouder(s) en medewerkers van het team Wmo en Jeugd. Hierbij wordt de situatie van het kind en de ouder(s) in kaart gebracht om te bepalen of er sprake is van een ernstige risico op een ontwikkelingsachterstand.
Voorwaarden voor een SMI
Een SMI wordt alleen ingezet als er in het voorliggende veld geen andere, gepaste ondersteuning beschikbaar is. De ouder moet woonachtig zijn in de gemeente Stein, Nederlands staatsburger zijn of gelijkgesteld met een Nederlander. Daarnaast moet er sprake zijn van een sociaal-medische problematiek bij de ouder of het kind (leeftijd 0-13 jaar) die leidt tot een ernstig risico op een ontwikkelingsachterstand.
De uitvoering van de SMI-regeling is ingevoerd op 1 april 2021, waardoor de oude beleidsregels uit november 2017 zijn vervallen.
Voor- en vroegschoolse educatie (VVE) en voorschoolse educatie (VE)
In de context van kinderopvang en educatie speelt voor- en vroegschoolse educatie (VVE) een centrale rol. VVE is gedefinieerd als educatie verdeeld in een voorschoolse periode (2- en 3-jarigen) en een vroegschoolse periode (4- en 5-jarigen) die doorlopend is in de eerste jaren van het basisonderwijs. Deze voorzieningen zijn bedoeld om kinderen te ondersteunen in hun ontwikkeling en leren leren, en spelen een rol in de voorkoming van ontwikkelingsachterstanden.
Rol van VVE in de uitvoering van kinderopvang
De gemeente Stein benadrukt dat VVE-voorzieningen een adequate voorliggende voorziening vormen in de context van kinderopvang. Dit betekent dat een gezin niet recht heeft op een subsidie of tegemoetkoming als er al een VVE-voorziening aanwezig is. De aanwezigheid van VVE kan bijvoorbeeld betekenen dat ouders hun kind reeds ondersteunen via een VVE-inschrijving of dat er een bijdrage van de werkgever is.
Samenwerking tussen VVE-voorzieningen en kinderopvang
De Subsidieverordening voor het Peuterprogramma benadrukt dat de aanvrager moet aantonen dat er pedagogische relaties bestaan met een van de in Stein opererende besturen voor primair onderwijs. Dit betekent dat kinderopvangorganisaties moeten samenwerken met VVE-voorzieningen om de kwaliteit van de opvang en educatie te waarborgen. Deze samenwerking is niet alleen een vereiste voor de subsidie, maar draagt ook bij aan een duurzame opvangstructuur die gericht is op kinderontwikkeling en ouderschapssteun.
Financiële aspecten en subsidieuitkering
De gemeente Stein heeft het recht om de bedragen genoemd in de subsidieverordening aan te passen op basis van relevante prijsontwikkelingen. Dit betekent dat subsidies niet statisch zijn, maar kunnen worden aangepast als de kostprijs van kinderopvang stijgt of daalt.
Daarnaast kan de gemeente in ongewone gevallen van de regels afwijken. Deze hardheidsclausule geldt in situaties waarin de toepassing van de regeling tot onbillijke gevolgen zou leiden. In dergelijke gevallen kan het college van burgemeester en wethouders een afwijkende beslissing nemen.
Tegemoetkomingen en financiering
De tegemoetkoming voor kinderopvang is een kindgebonden subsidie, wat betekent dat de subsidie per kind wordt uitgekeerd. De hoogte van de subsidie hangt af van factoren zoals:
- De leeftijd van het kind;
- De duur van de opvang (in uren per week);
- De aard van de opvang (bijvoorbeeld opvang in een kindercentrum of via gastouderopvang).
De subsidie kan niet worden uitgekeerd als het kind reeds recht heeft op kinderopvangtoeslag of als de opvang niet noodzakelijk is. Daarnaast wordt de opvang noodzakelijk geacht als zonder deze opvang een ontwikkelingsachterstand dreigt te ontstaan.
Controle en toetsing
De gemeente Stein heeft het recht om de aangeleverde gegevens van aanvragers inhoudelijk te toetsen en te controleren op juistheid en rechtmatigheid. Dit betekent dat de gemeente niet alleen verantwoordelijk is voor de toekenning van subsidies, maar ook voor de controle op de correcte uitvoering van het programma.
De aanvraagprocedure is dus niet alleen een kwestie van formulieren invullen, maar ook van documentatie leveren en aanvullende gesprekken met medewerkers van het college of het team Wmo/Jeugd. Deze gesprekken dienen om te bepalen of de aanvraag voldoet aan de wettelijke en beleidsmogelijkheden van de gemeente.
Juridische en beleidskaders
De regelingen voor kinderopvang in de gemeente Stein zijn geregeld in meerdere juridische en beleidsdocumenten. Deze documenten zijn onderdeel van het bredere kader van wettelijke kwaliteitseisen voor kinderopvang en educatie. Zo is er sprake van wettelijke kaders zoals de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.
Daarnaast zijn er beleidsregels die bepalen hoe deze wettelijke kaders worden uitgevoerd op lokaal niveau. Een voorbeeld hiervan is de Subsidieverordening Peuterprogramma 2016, die expliciet de samenwerking met VVE-voorzieningen benadrukt en bepaalt welke organisaties qua pedagogisch profiel en kwaliteit geschikt zijn voor het programma.
Vaststelling van de regelingen
De regelingen zijn door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld. Zoals bepaald in de Subsidieverordening Peuterprogramma 2016, is het college verantwoordelijk voor de uitvoering van de regeling. De inwerkingtreding van de regeling is op 1 september 2016, waarbij de oude subsidieverordening uit 2015 tegelijkertijd is ingetrokken.
De Beleidsregels uitvoering SMI zijn ingevoerd op 1 april 2021 en vervangen daarmee de oude beleidsregels uit november 2017. Deze regels zijn een onderdeel van de bredere inzet van de gemeente Stein om sociaal- en medische problematiek in gezinnen te ondersteunen en te voorkomen dat dit leidt tot een ontwikkelingsachterstand bij jonge kinderen.
Conclusie
De gemeente Stein stelt via haar beleid en regelingen een actieve inzet neer om kinderopvang en educatie te ondersteunen voor gezinnen met kinderen in de leeftijd van 2 tot 4 jaar. Deze inzet is gericht op zowel peuters als doelgroeppeuters en is gebaseerd op samenwerking met VVE-voorzieningen, kinderopvanginstellingen en wetgevende kaders.
De subsidie- en tegemoetkomingssystemen zijn gedetailleerd en voorwaardelijk, waarbij het pedagogische profiel, de kwaliteit van de opvang, en de noodzaak van de opvang centraal staan. De aanvraagprocedures zijn streng geformuleerd, maar zijn ook gericht op transparantie, controle en duurzaamheid van de opvangstructuur in de gemeente.
De rol van VVE-voorzieningen is essentieel in deze structuur. Deze voorzieningen vormen niet alleen een ondersteunende rol bij de opvang, maar ook een voorliggende voorziening die kan leiden tot het niet-recht op subsidie of tegemoetkoming. Het beleid benadrukt dat ouders zich moeten inzetten voor alternatieven voor kinderopvang, zodat subsidies en tegemoetkomingen alleen worden ingezet waar dat werkelijk nodig is.
In de toekomst is het van belang dat de gemeente Stein blijft werken aan een duurzame en kindvriendelijke opvangstructuur, waarin zowel ouders als kinderen ondersteuning krijgen in hun ontwikkeling en balans tussen werk en gezin.