De gemeente Hoorn heeft een duidelijke en gestructureerde aanpak van de voorschoolse voorziening (VVE), waarbij subsidies worden toegekend aan kinderdagverblijven die geregistreerd staan in het Landelijk Registreer- en Kentekenstelsel (LRK(P)) en die het VVE-programma uitvoeren. Het beleid richt zich op de ontwikkeling van kinderen van 2,5 tot 3,5 jaar, binnen de doelgroep van kinderen die door het Jeugdzorg- en Gezondheidszorg Consultatiebureau (JGZ) zijn aangewezen voor extra ondersteuning. Deze ondersteuning omvat activiteiten op het gebied van rekenen, taal, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling, conform het erkend VVE-programma. De huidige regeling is van toepassing op subsidies voor de deelname aan een VVE-programma, met een duidelijke regelgeving voor aanvragen, toepassing, kwaliteitseisen en financiële ondersteuning.
Deze artikel biedt een overzicht van de belangrijkste aspecten van het VVE-beleid in de gemeente Hoorn, inclusief de toepassingsbereik, de regels voor subsidieaanvragen, de eisen voor het VVE-programma, en de samenwerking tussen kinderopvanglocaties en basisscholen. Het artikel is opgesteld op basis van de informatie uit de subsidieverordening van de gemeente Hoorn, met nadruk op feiten die in de officiële documenten zijn verwerkt.
Toepassingsbereik van de subsidieraming voor VVE
De subsidieraming voor VVE is een onderdeel van de bredere subsidievoorwaarden voor kinderopvang in de gemeente Hoorn. De regeling is van toepassing op alle subsidies die het college van burgemeester en wethouders verstrekt voor de deelname van peuters aan een VVE-programma. Het beleid richt zich op een specifieke doelgroep, namelijk kinderen die op indicatie van JGZ aangewezen zijn voor voorschoolse voorziening. Deze indicatie dient als voorwaarde voor toegang tot het VVE-programma.
De VVE-peuterplaatsen zijn gericht op kinderen tussen 2,5 en 3,5 jaar. Een kind dat deelneemt aan het programma gebruikt minstens 16 uur per week aan 16 weken per jaar, wat neerkomt op 960 uur per anderhalf jaar. Dit is een essentieel criterium voor de subsidieaansprakelijkheid. De aanvragen voor subsidie moeten voldoen aan duidelijke formele en inhoudelijke eisen, zoals het gebruik van een erkend VVE-programma en de registratie in het LRK(P).
De huidige subsidieraming is ingevoerd op 1 januari 2020 en geldt terugwerkend tot hetzelfde tijdstip. De regeling is vastgesteld op basis van de Algemene subsidieverordening van de gemeente Hoorn uit 2015 en de Algemene Wet Bestuursrecht. De regeling is opgenomen in het gemeenteblad en is op elk moment beschikbaar via de officiële website van de gemeente Hoorn.
Subsidieaanvragen en administratieve eisen
Subsidieaanvragen voor het VVE-programma moeten voldoen aan een aantal verplichtingen. Een belangrijk aspect is de termijn waarin aanvragen moeten worden ingediend. Subsidieaanvragen kunnen uitsluitend schriftelijk worden ingediend voor 1 november van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar. Dit betekent dat aanvragen voor het jaar 2024 voor 1 november 2023 moeten zijn ingediend. De aanvraag moet worden gedaan op basis van een reële inschatting van het aantal bezette (VVE-)peuterplaatsen en de te factureren ouderbijdragen.
De aanvraag moet worden ingediend via een door de gemeente vastgesteld format. Dit betekent dat een standaardvorm wordt gebruikt om consistente en vergelijkbare aanvragen te garanderen. Daarnaast dient de aanvrager de benodigde aanvullende documenten in, zoals een inkomensverklaring van de Belastingdienst. Deze verklaring is nodig om de subsidieaansprakelijkheid te bepalen, aangezien de subsidie voor VVE voornamelijk gericht is op gezinnen met een lager inkomen.
Een belangrijk aspect van de aanvraagprocedure is dat houders van kinderdagverblijven die een VVE-programma uitvoeren, tevens geregistreerd moeten zijn in het LRK(P) en een toekenning "Voorschoolse educatie" moeten hebben. Dit betekent dat niet elk kinderdagverblijf automatisch in aanmerking komt voor subsidie voor VVE. De aanvragende instelling moet voldoen aan de kwaliteitseisen die zijn vastgesteld in de subsidieraming.
Kwaliteitseisen en toezicht
De kwaliteit van het VVE-programma is een centraal thema in de subsidieraming. De kwaliteitseisen zijn vastgelegd in de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzaalwerk (Wko) en de daarbij behorende onderliggende regelgeving. Daarnaast zijn er in de beleidsregels van de gemeente Hoorn ook bovenwettelijke kwaliteitseisen opgenomen. Deze eisen gaan verder dan de wettelijke vereisten en zijn bedoeld om het kwaliteitsniveau van het VVE-programma te verhogen.
Een belangrijk verplichting is dat op alle locaties met gesubsidieerde (VVE-)peuterplaatsen een erkend VVE-programma moet worden aangeboden. Dit programma moet worden uitgevoerd door pedagogisch medewerkers die gecertificeerd zijn voor het werken met een erkend VVE-programma. Daarnaast dient er gebruik te worden gemaakt van een kind-volgsysteem, wat betekent dat de ontwikkeling van elk kind gedetailleerd wordt bijgehouden en beoordeeld.
Een andere verplichting is dat er sprake moet zijn van een warme overdracht van doelgroeppeuters naar het primair onderwijs. Dit betekent dat er een vastgesteld overdrachtsprotocol moet zijn dat zorgt voor een naadloze overgang van het VVE-programma naar de basisschool. De warme overdracht is van belang om te zorgen dat de kinderen goed georiënteerd zijn op de structuur en de eisen van het primair onderwijs.
Ouders moeten ook betrokken worden in het VVE-programma. Voor ouderbetrokkenheid gelden wettelijke eisen uit de Wko en alle daaruit voortvloeiende landelijke en lokale regelgeving. Wijzigingen in de werkwijze omtrent ouderbetrokkenheid moeten conform regelgeving worden ingevuld. De toezichthouder van de GGD zal dit bij het jaarlijkse onderzoek toetsen. Dit betekent dat de betrokkenheid van ouders niet alleen een wenselijk aspect is, maar ook een juridisch verplichte eis.
Daarnaast dient er sprake te zijn van een aantoonbare samenwerking met ten minste één basisschool. Deze samenwerking moet worden uitgedrukt in een jaarplan, waarin aandacht is voor de invulling van de doorgaande lijn voor (doelgroep)peuters. Ook moet er sprake zijn van een aantoonbare samenwerking binnen de bestaande jeugdhulp- en zorgstructuur in de gemeente Hoorn.
De rol van het VVE-jaarbedrag en het maximum uurtarief
Een belangrijk aspect van de subsidieraming is de financiële ondersteuning in de vorm van een VVE-jaarbedrag en een maximum uurtarief. Het college van burgemeester en wethouders stelt voor 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar het maximum uurtarief per (VVE-)peuterplaats en het VVE-jaarbedrag vast. Deze tarieven zijn essentieel voor de financiële planning van kinderdagverblijven die een VVE-programma uitvoeren.
Het VVE-jaarbedrag is een vergoeding in de vorm van een jaarbedrag aan de houder voor de extra werkzaamheden die nodig zijn voor een doelgroeppeuter. Dit bedrag is bedoeld om de extra inspanningen van de pedagogisch medewerkers te compenseren. Het VVE-jaarbedrag wordt vastgesteld door het college en is afhankelijk van het aantal VVE-peuterplaatsen en het totale aantal uren per peuter.
Het maximum uurtarief per peuterplaats is een tweede belangrijk aspect van de subsidie. Dit tarief is vastgesteld om de financiële aansprakelijkheid voor ouderbijdragen te bepalen. Het tarief is het hoogste bedrag dat een ouder moet betalen voor de deelname van hun kind aan het VVE-programma. Het college stelt dit tarief vast, op basis van het gemiddelde inkomensniveau in de gemeente en het budget dat beschikbaar is voor VVE.
De combinatie van het VVE-jaarbedrag en het maximum uurtarief maakt het mogelijk om een subsidie te verstrekken die zowel de instellingen als de ouders ondersteunt. De subsidie is bedoeld om kinderen uit minder welvarende gezinnen toegang te geven tot een kwalitatief hoogstaand VVE-programma. Door middel van deze subsidie wordt het kwaliteitsniveau van het VVE-programma verhoogd, zodat kinderen beter voorbereid worden op de overstap naar de basisschool.
De rol van het Burgerservicenummer en de inkomensverklaring
Het Burgerservicenummer (BSN) speelt een belangrijke rol in de subsidieprocedure. Het BSN is een uniek persoonsnummer dat iedereen krijgt die ingeschreven staat in de Basis Registratie Personen (BRP). Het BSN wordt gebruikt om de identiteit van de ouder of verzorger vast te leggen en om de subsidieaansprakelijkheid te bepalen. Voor de aanvraag van een subsidie voor het VVE-programma moet het BSN van de ouder of verzorger worden opgegeven.
Naast het BSN is ook een inkomensverklaring nodig. Deze verklaring is een recente officiële verklaring van de Belastingdienst met daarop de inkomensgegevens van de ouder(s)/verzorger(s) in een bepaald belastingjaar. De inkomensverklaring is nodig om te bepalen of een gezin in aanmerking komt voor subsidie. De subsidie is gericht op gezinnen met een lager inkomen, waarvoor de deelname aan het VVE-programma financieel lastiger is.
De inkomensverklaring kan worden aangevraagd via de belastingtelefoon, die beschikbaar is voor iedereen die een inkomensverklaring nodig heeft. De inkomensverklaring is verplicht bij de aanvraag voor subsidie, omdat het een essentieel onderdeel is van de subsidieaansprakelijkheid. Zonder een inkomensverklaring kan een subsidie niet worden verstrekt.
Samenwerking en netwerken
Een belangrijk aspect van het VVE-beleid is de samenwerking tussen kinderopvanglocaties en basisscholen. De subsidieraming stelt verplichtingen op dit gebied, zoals een aantoonbare samenwerking met ten minste één basisschool. Deze samenwerking moet worden uitgedrukt in een jaarplan, waarin aandacht is voor de invulling van de doorgaande lijn voor (doelgroep)peuters. De doorgaande lijn is van belang om te zorgen dat de kinderen na het VVE-programma goed georiënteerd zijn op de eisen van het primair onderwijs.
Daarnaast moet er sprake zijn van een aantoonbare samenwerking binnen de bestaande jeugdhulp- en zorgstructuur in de gemeente Hoorn. Deze samenwerking is bedoeld om te zorgen dat kinderen met extra ondersteuning goed worden begeleid in hun ontwikkeling. De jeugdhulp- en zorgstructuur bestaat uit een netwerk van instellingen die zich richten op de zorg en ondersteuning van kinderen en jongeren in de gemeente.
De samenwerking met basisscholen en de jeugdhulp- en zorgstructuur is essentieel voor het succes van het VVE-programma. Deze samenwerking zorgt ervoor dat kinderen goed worden begeleid in hun ontwikkeling en dat de ondersteuning continu is, ook na de deelname aan het VVE-programma. De subsidies die worden verstrekt door de gemeente Hoorn zijn bedoeld om deze samenwerking te bevorderen en te versterken.
Conclusie
Het VVE-beleid in de gemeente Hoorn is gericht op de ontwikkeling van kinderen van 2,5 tot 3,5 jaar die door het JGZ zijn aangewezen voor extra ondersteuning. De subsidieraming voor VVE is vastgesteld op 1 januari 2020 en geldt terugwerkend tot dat tijdstip. De regeling is opgenomen in het gemeenteblad en is beschikbaar via de officiële website van de gemeente Hoorn.
De subsidieaanvragen moeten voldoen aan een aantal verplichtingen, zoals het gebruik van een erkend VVE-programma, de registratie in het LRK(P), en de levering van een inkomensverklaring. De subsidies worden verstrekt in de vorm van een VVE-jaarbedrag en een maximum uurtarief, die beide zijn vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders.
De kwaliteitseisen voor het VVE-programma zijn vastgelegd in de subsidieraming en zijn bedoeld om het kwaliteitsniveau van het programma te verhogen. De eisen omvatten onder andere het gebruik van een erkend VVE-programma, de certificering van pedagogisch medewerkers, en de levering van een kind-volgsysteem. Ook moet er sprake zijn van een warme overdracht naar het primair onderwijs en van een aantoonbare samenwerking met basisscholen en de jeugdhulp- en zorgstructuur.
De subsidies voor VVE zijn bedoeld om gezinnen met een lager inkomen te ondersteunen bij de deelname aan het VVE-programma. De subsidies zijn een belangrijk onderdeel van het beleid van de gemeente Hoorn, waarin de focus ligt op de ontwikkeling van kinderen en de samenwerking tussen verschillende instellingen. De subsidies maken het mogelijk om kinderen beter voor te bereiden op de overstap naar de basisschool en om hun ontwikkeling te ondersteunen op een gestructureerde en samenhangende manier.