Het VVE-beleid in de kinderopvang en voorbereiding op de basisschool

In de huidige maatschappij speelt voorschoolse educatie (VVE) een steeds belangrijkere rol in de ontwikkeling van jonge kinderen. Het VVE-beleid richt zich op het voorbereiden van kinderen op het basisonderwijs en helpt bij het voorkomen van onderwijsachterstanden, met name op het gebied van taal en rekenen. De rol van de kinderopvang in dit proces is fundamenteel, aangezien het in de leeftijd van 2 tot 6 jaar gaat om een cruciale periode voor de cognitieve, sociaal-emotionele en fysieke ontwikkeling van kinderen. Het beleid is daarmee gericht op de samenwerking tussen kinderopvang, ouders en basisscholen, om een doorgaande ontwikkelingslijn te creëren.

Deze artikelen geven een overzicht van het VVE-beleid in de kinderopvang, met aandacht voor de doelen, organisatie, samenwerking en overdrachtsprocedures. Daarnaast worden de verantwoordelijkheden van gemeenten, instellingen en ouders belicht. De nadruk ligt op het belang van een kwaliteitsvolle aanpak van VVE, waarbij de voorschoolse educatie als een cruciale voorbereiding op het basisonderwijs wordt beschouwd.

VVE-beleid en doelgroep

Het VVE-beleid richt zich op jonge kinderen, met name peuters in de leeftijd van 2 tot 6 jaar, met een (taal- of spraak)achterstand. Deze kinderen worden vaak identificeerd in de kinderopvang of bij medische screenings. Het doel van het beleid is om deze kinderen vroegtijdig te ondersteunen, zodat ze beter voorbereid zijn op de overstap naar de basisschool.

De gemeente Valkenswaard heeft een beleid ontwikkeld dat zich op deze groep richt en die gericht is op preventie en vroegtijdige interventie. Dit beleid is ontwikkeld in het kader van het 3D beleidskader sociaal domein, dat sinds 2019 in werking is. In dit beleidskader is een actieprogramma genaamd "Kansrijke Start" opgenomen, dat gericht is op kwetsbare gezinnen en kinderen in de leeftijd van 2 tot 6 jaar. Het programma richt zich op gezonde zwangerschap, veilige opvoedingsomstandigheden en de preventie van onderwijsachterstanden.

Een belangrijk aspect van het VVE-beleid is de nadruk op een doorgaande lijn in de ontwikkeling van kinderen. Dit betekent dat kinderopvang, basisscholen en ouders samenwerken om een coherente aanpak te garanderen. De gemeente Valkenswaard is verantwoordelijk voor de voorschoolse educatie, terwijl het basisonderwijs verantwoordelijk is voor de vroegschoolse periode (groep 1 en 2). De samenwerking tussen deze partijen is hierbij essentieel.

Organisatie van VVE-arrangementen

De organisatie van VVE-arrangementen is in de regel opgenomen in het beleidsplan van de kinderopvang. Dit plan beschrijft de manier waarop VVE wordt uitgevoerd, de doelen die worden gesteld en de samenwerking met basisscholen en ouders. De kinderopvang is verplicht om VVE aan te bieden in een dekkend aanbod, wat betekent dat ouders kunnen rekenen op een plek voor hun kind in een voorschoolse voorziening met VVE. Deze spreiding moet zo zijn dat segregatie niet in de hand wordt gewerkt.

In de praktijk betekent dit dat kinderopvanginstellingen VVE aanbieden in groepen waarin ook kinderen zonder VVE-indicatie zitten. Het doel van deze aanpak is om een groter effect te bereiken, aangezien peuters van elkaar kunnen leren. Bovendien is het van belang dat kinderen met een VVE-indicatie niet afgeschermd worden van hun leeftijdsgenoten. Dit helpt bij het opbouwen van sociale vaardigheden en het creëren van een inclusieve leeromgeving.

Een VVE-arrangement wordt vaak aangeboden gedurende 40 weken per jaar en bestaat uit 16 uur per week, verspreid over vier dagdelen van vier uur. In deze tijd wordt gewerkt met een erkend VVE-programma, waarbij de focus ligt op taal, rekenen, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling. De ontwikkeling van elk kind wordt structureel gevolgd zodat eventuele achterstanden snel in beeld komen en een handelingsplan kan worden opgesteld.

Samenwerking met basisscholen

De samenwerking tussen kinderopvang en basisscholen is een kernaspect van het VVE-beleid. Omdat de overgang naar de basisschool een belangrijke stap is in de levensloop van een kind, is het essentieel dat deze overstap vloeiend verloopt. Dit betekent dat er afspraken moeten zijn tussen de kinderopvang en de basisschool over het VVE-programma en de doelen die gesteld worden. Deze afspraken moeten bijvoorbeeld het formuleren van tussen- en einddoelen omvatten, overdrachtsprocedures en het aansluiten van de SLO-doelen voor de vroegschool.

De samenwerking tussen kinderopvang en basisschool is in 2020 op regionaal niveau gemaakt en indien nodig lokaal aangepast. Het doel van deze samenwerking is om een doorgaande lijn in de ontwikkeling van kinderen te creëren. Hierbij wordt gelet op zowel taal- en rekenontwikkeling als sociaal-emotionele ontwikkeling. De samenwerking moet leiden tot een consistente aanpak van onderwijs en ondersteuning.

Een belangrijk onderdeel van deze samenwerking is de overdracht van het kind naar de basisschool. Deze overdracht moet op een warme manier gebeuren, waarbij persoonlijk contact tussen de beroepskracht en de leerkracht centraal staat. Tijdens deze overdracht wordt het kind, de leefsituatie, de pedagogische en didactische aansluiting en de zorgbehoefte besproken. De houder van de kinderopvang legt in het beleidsplan of werkplan vast hoe hij zorgt voor een warme overdracht van de VVE-peuter naar de basisschool.

Rol van ouders in het VVE-beleid

De rol van ouders is een essentieel onderdeel van het VVE-beleid. Ouders worden betrokken bij het VVE-programma en moeten actief meewerken aan het ontwikkelingsproces van hun kind. In het ouderbeleidsplan of werkplan van de kinderopvang wordt beschreven hoe ouders betrokken worden bij het VVE-programma. Hierbij kan bijvoorbeeld een stappenplan worden opgenomen voor het geval dat een kind minder dan tien uur per week deelneemt aan het VVE-arrangement. Het doel is dan om het kind zo spoedig mogelijk weer te laten deelnemen aan het volledige arrangement van tien uur per week.

Ouders worden ook geïnformeerd over de verantwoordelijkheden van de kinderopvang en de doelen die worden gesteld. In het kader van de VVE-overdracht wordt een schriftelijke afspraak gemaakt met de ouders dat hun kind ten minste één jaar ononderbroken deelneemt aan het VVE-arrangement. Dit geldt tenzij omstandigheden in het gezin of bij het kind dit onmogelijk maken. De houder heeft een inspanningsverplichting om de ouders te bewegen om het kind aan het volledige arrangement te laten deelnemen.

De betrokkenheid van ouders is niet alleen belangrijk voor het ontwikkelingsproces van het kind, maar ook voor de samenwerking tussen kinderopvang en basisschool. Ouders kunnen hierbij een brugfunctie vervullen en helpen om de communicatie tussen de partijen te bevorderen. Hierbij kan bijvoorbeeld een drie-in-een gesprek worden georganiseerd tussen ouders, kinderopvang en leerkracht van groep 1, zoals beschreven in de uniforme overdrachtsafspraken van de gemeente Valkenswaard.

Kwaliteitsborging van VVE-arrangementen

De kwaliteitsborging van VVE-arrangementen is een essentieel onderdeel van het beleid. Omdat VVE gericht is op jonge kinderen met ontwikkelingsachterstanden, is het van groot belang dat de aanpak kwaliteitsvol is en dat er voldoende toezicht en evaluatie plaatsvinden. De houders van een kinderopvanglocatie zijn wettelijk verplicht om hun locatie te registreren in het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen. Bovendien moeten de opvanglocaties voldoen aan de eisen van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wko) en de hieruit voortvloeiende regelgeving.

Het toezicht op en de handhaving van de kwaliteit van de opvang zijn gebaseerd op de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. De toezichthouder inspecteert de opvang en stelt een inspectierapport op. De handhaving verloopt via de Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen van de gemeente Enschede. Deze beleidsregels zijn vastgesteld door het college op 22 juni 2015.

Daarnaast is het gebruik van erkende VVE-programma's en kindvolgsystemen verplicht. Het gebruik van het kindvolgsysteem KIJK! of een vergelijkbaar systeem is aanbevolen om de ontwikkeling van kinderen structureel te volgen. Hierbij wordt gelet op de ontwikkelingsdomeinen taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling. De ontwikkeling van elk kind wordt gevolgd zodat eventuele achterstanden snel in beeld komen en een handelingsplan kan worden opgesteld.

Invloed van VVE op de toekomstige woon- en ontwikkelingskeuzes

De invloed van VVE op de toekomstige woon- en ontwikkelingskeuzes is indirect, maar toch betekenisvol. In de context van wonen en stedebouw is de beschikbaarheid van een kwaliteitsvolle kinderopvang en VVE een belangrijke factor voor families die overwegen om in een bepaalde regio te wonen. Vooral voor jonge ouders is de toegang tot een goede voorschoolse educatie een aanzet om in een bepaalde wijk of gemeente te vestigen. Dit betekent dat gemeenten en stadsontwikkelaars bij de planning van nieuwe woonprojecten rekening moeten houden met de voorziening van kinderopvang en VVE.

Ook de samenwerking tussen kinderopvang, basisscholen en ouders heeft gevolgen voor de woonkeuze. Een doorgaande lijn in de ontwikkeling van kinderen draagt bij aan het creëren van een stabiele en voorspelbare leefomgeving. Dit kan bijdragen aan het vertrouwen van ouders in de wijk en leidt tot langere verblijfsduur in de regio. Hierdoor kan de woningbehoefte in de regio worden beïnvloed, wat van belang is voor stadsontwikkelaars en beheerders van woningcorporaties.

Bovendien is het beleid gericht op inclusiviteit en gelijke kansen. Dit betekent dat ook kinderen uit kwetsbare of lage inkomensgroepen toegang moeten hebben tot een kwaliteitsvolle VVE. In de praktijk heeft dit gevolgen voor de voorziening van kinderopvang en VVE in wijkontwikkelingen. Hierbij is het van belang dat gemeenten en instellingen samenwerken om de beschikbaarheid van VVE in alle delen van de stad te garanderen. Dit helpt bij het voorkomen van segregatie en het creëren van een gelijkwaardige woonomgeving voor alle bewoners.

De rol van externe partijen en beleidsinitiatieven

Naast de rol van gemeenten, kinderopvanginstellingen en ouders, is er ook een rol voor externe partijen en beleidsinitiatieven. Een voorbeeld hiervan is de PO-Raad, die zich inzet voor toegankelijke kinderopvang en VVE. De PO-Raad pleit voor een kinderopvang die toegankelijk is voor alle kinderen, ongeacht de sociale achtergrond of de financiële situatie van de ouders. Hierbij werkt de PO-Raad aan het versterken van de samenwerking tussen primair onderwijs en kinderopvang, zodat ieder kind een gelijke start heeft en goed is voorbereid op de basisschool.

De PO-Raad streeft naar een inclusieve en toegankelijke kinderopvang en VVE, die als publieke voorziening bijdraagt aan de ontwikkeling van alle kinderen en het bevorderen van kansengelijkheid. Daarnaast pleit de PO-Raad voor het instellen van een maximum uurtarief voor kinderopvang zonder aanvullende bijdrage van ouders. Dit is bedoeld om segregatie en kwaliteitsverschillen te voorkomen. Ook pleit de PO-Raad voor het loslaten van de arbeidseis, zodat kinderen van niet-werkende ouders ook toegang kunnen krijgen tot voorschoolse voorzieningen.

Op regionaal en lokaal niveau zijn er ook initiatieven om VVE te versterken. Bijvoorbeeld in Valkenswaard is het Actieprogramma Kansrijke Start opgestart, dat gericht is op kwetsbare gezinnen. In dit programma wordt gericht ondersteuning geboden aan gezinnen met een kwetsbare opvoedsituatie. De ondersteuning richt zich op gezonde zwangerschap en veilig opvoeden. Hierbij is een goede koppeling tussen het medische en sociale domein essentieel. In 2020-2022 worden lokale coalities gevormd om deze ondersteuning vorm te geven. De kinderopvang en JGZ spelen hierin een belangrijke rol.

Toekomstvisie en uitdagingen

De toekomstvisie op VVE is gericht op het versterken van de samenwerking tussen kinderopvang, basisscholen en ouders. Hierbij is het van belang dat de overdracht van kinderen naar de basisschool vloeiend verloopt en dat de ontwikkeling van kinderen continu wordt gevolgd. In de toekomst is het ook van belang dat de beschikbaarheid van VVE wordt uitgebreid en dat de voorzieningen toegankelijk blijven voor alle kinderen.

Een van de uitdagingen bij het VVE-beleid is de groeiende vraag naar kinderopvang en VVE. Hierbij lopen de risico’s op kwaliteitsverlies en segregatie. Het is daarom van belang dat gemeenten en instellingen samenwerken om de beschikbaarheid van VVE in alle delen van de stad te garanderen. Daarnaast is het belangrijk dat er voldoende toezicht en evaluatie plaatsvinden om de kwaliteit van de aanpak te waarborgen.

Een andere uitdaging is de betrokkenheid van ouders. Hoewel ouders een essentieel onderdeel van het VVE-beleid zijn, is er nog ruimte voor verbetering. Het is daarom van belang dat kinderopvanginstellingen actief werken aan het betrekken van ouders bij het VVE-programma. Hierbij kan bijvoorbeeld een stappenplan worden opgesteld voor het geval dat een kind minder dan tien uur per week deelneemt aan het VVE-arrangement.

Conclusie

Het VVE-beleid in de kinderopvang speelt een cruciale rol in de voorbereiding van kinderen op het basisonderwijs. Het beleid is gericht op de voorkoming, vroegtijdige detectie en aanpak van taal- en onderwijsachterstanden bij jonge kinderen in de leeftijd van 2 tot 6 jaar. De samenwerking tussen kinderopvang, basisscholen en ouders is hierbij essentieel. Door een doorgaande lijn in de ontwikkeling van kinderen te creëren, kan worden gegarandeerd dat kinderen goed zijn voorbereid op de overstap naar de basisschool.

De rol van ouders is een belangrijk onderdeel van het VVE-beleid. Ouders worden actief betrokken bij het VVE-programma en moeten meewerken aan het ontwikkelingsproces van hun kind. In het kader van de overdracht naar de basisschool wordt een warme overdracht geregeld, waarbij persoonlijk contact tussen de beroepskracht en de leerkracht centraal staat. Hierbij wordt het kind, de leefsituatie, de pedagogische en didactische aansluiting en de zorgbehoefte besproken.

De kwaliteitsborging van VVE-arrangementen is ook een essentieel aspect van het beleid. De houders van kinderopvanglocaties zijn wettelijk verplicht om hun locatie te registreren in het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen. Bovendien moeten de opvanglocaties voldoen aan de eisen van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. Het toezicht op en de handhaving van de kwaliteit van de opvang zijn gebaseerd op deze wet en regelgeving.

In de toekomst is het van belang dat de beschikbaarheid van VVE wordt uitgebreid en dat de voorzieningen toegankelijk blijven voor alle kinderen. Hierbij is het belangrijk dat gemeenten en instellingen samenwerken om de beschikbaarheid van VVE in alle delen van de stad te garanderen. Bovendien is het belangrijk dat er voldoende toezicht en evaluatie plaatsvinden om de kwaliteit van de aanpak te waarborgen.

Bronnen

  1. VVE Beleid 2020-2021, gemeente Valkenswaard
  2. Nadere regels voor VVE-arrangementen, gemeente Enschede
  3. PO-Raad: toegankelijke kinderopvang en VVE

Related Posts