De VVE (Voor- en Vroegschoolse Educatie) is een kernaspect van de lokale educatieve structuur in Goirle en speelt een centrale rol in de ontwikkeling van kinderen in de voorschoolse periode. Het beleidskader voor VVE is niet enkel gericht op het bieden van speel- en ontwikkelingsmogelijkheden, maar ook op het verhogen van de kwaliteit van peuterspeelzalen en het uitvoeren van gerichte ondersteuning voor kinderen met (dreigende) ontwikkelingsachterstanden. Deze artikel bespreekt het VVE-beleid van Goirle, de kwaliteitsregels voor peuterspeelzalen, en de praktische implementatie ervan, met aandacht voor beleidsdoelstellingen, kwaliteitskaders, financiële voorwaarden en monitoring.
Inleiding
Het VVE-beleid in Goirle is een geïntegreerd onderdeel van de bredere voorschoolse educatieve structuur en heeft als doel om de kwaliteit van peuterspeelzalen te verhogen, zodat kinderen in de leeftijd van 2 tot 4 jaar optimale ontwikkelingskansen krijgen. Het beleid is gecentreerd op de voortzetting van een doorgaande leerlijn naar de basisschool toe en richt zich op het signaleren, ondersteunen en begeleiden van kinderen die een risico lopen op taal- of ontwikkelingsachterstand.
De oude kwaliteitsregels voor peuterspeelzalen werden in 2005 vastgesteld, maar werden vervolgens vervangen door een nieuw beleidskader in 2009. Deze regels zijn een voorafgaand stuk aan de inwerkingtreding van de wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie (Wet OKE), die in 2010 zou worden ingevoerd. De nieuwe regels zijn een directe uitwerking van het gemeentelijke beleidsplan VVE en zijn gericht op het verhogen van het kwaliteitsniveau van peuterspeelzalen van niveau 1 naar niveau 2.
Het beleidsplan VVE in Goirle
Het beleidsplan VVE voor de periode 2023-2027 is een uitbreiding en verfijning van het eerder genoemde beleidskader. Het beoogt de kwaliteit van voorschoolse voorzieningen te verbeteren en te institutionaliseren binnen een gestructureerd kader. De doelstelling is dat kwaliteitsnormen concreet, implementeerbaar en uitnodigend zijn voor verdere ontwikkeling.
1.1 Doelstellingen en structuur van het beleidsplan
Het beleidsplan VVE is opgebouwd in vier hoofdstukken: Visie en doelstelling, Kwaliteitskader, Financiering en Monitoring. Elk hoofdstuk bevat specifieke richtsnoeren en kaders die worden vertaald naar praktische afspraken met betrokken partijen. Het beleidsplan VVE fungeert dus als een zogenaamd ‘groeimodel’, waarin het beleid niet statisch is, maar zich in de loop van de jaren verder ontwikkelt en verbetert.
Het beleidsplan maakt een onderscheid tussen wettelijke eisen en gemeentelijke ambities. Tijdens de beleidsperiode werkt de gemeente Goirle samen met maatschappelijke partners om deze ambities uit te voeren binnen de financiële kaders die beschikbaar zijn. Dit betekent dat het beleid een balans zoekt tussen wettelijke verplichtingen en de visie van de gemeente op kwaliteit in voorschoolse opvang.
Kwaliteitskader voor VVE
Het kwaliteitskader is een centraal element van het VVE-beleid. Het kader bevat normen en richtlijnen die worden ingezet om de kwaliteit van peuterspeelzalen te waarborgen. Deze richtlijnen zijn niet enkel gericht op het aanbod van speelmogelijkheden, maar ook op het signaleren van ontwikkelingsachterstanden en het bieden van gerichte begeleiding.
2.1 Aanbod voorschoolse educatie
In Goirle is er voor alle peuters van 2,5 tot 4 jaar een voorschools aanbod van minstens twee dagdelen van in totaal 11 uur per week. Dit aanbod is beschikbaar gedurende 40 weken per jaar. Voor kinderen die in het VVE-programma zijn ingeschreven, is er een extra aanbod van 5,5 uur per week, wat resulteert in een totaal van 16,5 uur per week over drie dagdelen. Dit extra aanbod is gericht op kinderen met (dreigende) ontwikkelingsachterstanden en helpt hen op weg naar een doorgaande leerlijn naar de basisschool.
Het VVE-aanbod vindt waar mogelijk plaats in een Kindcentrum, waar dagopvang, peuteropvang en onderwijs samenkomen. Dit zorgt voor een geïntegreerde aanpak en een betere overdracht naar de vroegschool (groep 1 en 2 van de basisschool). De aanbieders gebruiken erkende VVE-programma’s of werkwijzen die zijn gebaseerd op VVE-programma’s, waarbij de ontwikkeling van kinderen op het gebied van taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling wordt gestimuleerd op een gestructureerde manier.
2.2 Samenwerking tussen voorschoolse voorzieningen en vroegschool
Een goed functionerende samenwerking tussen de voorschoolse voorzieningen en de vroegschool is van groot belang voor een doorgaande ontwikkeling van kinderen. Het VVE-beleid legt daarom nadruk op een goed functionerende VVE-coördinatie. Dit betreft onder andere de overdracht van kinderen van de voorschoolse voorziening naar de vroegschool, de afstemming van pedagogisch handelen en interne zorg, en de participatie van ouders in het proces.
Een zogenaamde 'tijdige en warme overdracht' is een kernconcept van het VVE-beleid. Dit houdt in dat kinderen niet alleen op tijd worden overgedragen naar de vroegschool, maar dat dit proces ook gebeurt in een emotioneel en pedagogisch verantwoorde manier. De afstemming van het aanbod en pedagogisch handelen tussen voorschool en vroegschool zorgt voor een consistente leeromgeving voor het kind.
Kwaliteitsregels voor peuterspeelzalen
De kwaliteitsregels voor peuterspeelzalen zijn vastgelegd in de verordening die in 2009 is ingevoerd. Deze regels zijn een voorbereiding op de inwerkingtreding van de Wet OKE in 2010 en bepalen het minimale kwaliteitsniveau waaraan peuterspeelzalen in Goirle moeten voldoen. Het minimum kwaliteitsniveau is ambitieniveau 2, wat gericht is op spelen, ontmoeten, ontwikkelen, signaleren en ondersteunen.
15. Groepsgrootte
Een belangrijke kwaliteitsregel is de groepsgrootte. Kinderen worden verzorgd in vaste groepen in passend ingerichte ruimtes. In elke groep zijn minimaal 12 en maximaal 16 kinderen gelijktijdig aanwezig. Deze regel zorgt voor een goed verhouding tussen kinderen en begeleiders en maakt het mogelijk om individuele aandacht te geven aan elk kind.
16. Aantal beroepskrachten per groep
Voor ambitieniveau 2 zijn in elke groep minstens twee beroepskrachten aanwezig tijdens de openingsuren. Beroepskrachten zijn personen die een passende beroepskwalificatie hebben en onder de CAO voor peuterspeelzaalwerk vallen. Bovendien kan de houder van een peuterspeelzaal naast deze beroepskrachten begeleiders inzetten. Begeleiders ondersteunen de beroepskrachten, bijvoorbeeld in administratieve of praktische zaken.
17. Schriftelijke overeenkomst tussen houder en ouder
De opvang in een peuterspeelzaal geschiedt op basis van een schriftelijke overeenkomst tussen de houder en de ouder of verzorger van het kind. Deze overeenkomst is een juridisch bindend document dat de voorwaarden van de opvang vastlegt. Het is een belangrijk instrument om verwachtingen te beheren en om juridische zekerheid te bieden aan zowel de ouder als de houder.
18. Informatieplicht aan de ouders of verzorger
Voorafgaand aan het aangaan van deze overeenkomst informeert de houder de ouder of verzorger over een aantal belangrijke aspecten:
- De plaatsingsprocedure en voorwaarden.
- Het ambitieniveau van de peuterspeelzaal.
- Het beleid van de peuterspeelzaal, inclusief veiligheid, gezondheid en pedagogisch beleid.
- De wijze en frequentie van informatie-uitwisseling na plaatsing.
- De participatie van ouders in het VVE-beleid en activiteiten.
Deze informatieplicht is bedoeld om ouders een duidelijk overzicht te geven van wat hen te wachten staat en om een transparante samenwerking tussen houder en ouder te waarborgen.
Bevoegdheden en uitvoering van de verordening
Het beleid en de kwaliteitsregels worden uitgevoerd door het college van burgemeester en wethouders. Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van de verordening en kan daarbij nadere beleidsregels formuleren om de kwaliteitsnormen te concretiseren. De verordening bevat ook een aantal bepalingen over de meldingsplicht bij in exploitatie nemen van een peuterspeelzaal.
3. Meldingsplicht bij in exploitatie nemen van een peuterspeelzaal
Iedereen die van plan is een peuterspeelzaal in exploitatie te nemen binnen de gemeente Goirle, dient daarvan melding te doen aan het college. De melding moet op een door het college vastgesteld formulier worden ingediend. De exploitatie van een peuterspeelzaal mag pas beginnen na acht weken na het tijdstip van melding, tenzij de toezichthouder vaststelt dat een eerder starttijd mogelijk is, mits de regels zijn nageleefd.
6. Verbod op het in exploitatie nemen van een peuterspeelzaal
Indien de toezichthouder concludeert dat het in exploitatie nemen van een peuterspeelzaal niet in overeenstemming is met de regels, kan het college besluiten om de exploitatie te verbannen. Dit is een maatregel om de kwaliteit van peuterspeelzalen te waarborgen en om te voorkomen dat kinderen in een ongeschikte omgeving worden verzorgd.
Conclusie
Het VVE-beleid en de kwaliteitsregels voor peuterspeelzalen in Goirle vormen een uitgebreid kader dat gericht is op het verbeteren van de kwaliteit van voorschoolse voorzieningen en het verhogen van de ontwikkelingskansen van kinderen. Het beleid is gebaseerd op een duidelijke visie en doelstellingen, die zijn vertaald naar concrete kaders en afspraken. De kwaliteitsregels leggen normen vast die zorgen voor een goed functionerende peuterspeelzaal, waarin kinderen op een gestructureerde en passende manier worden begeleid en gestimuleerd.
De samenwerking tussen voorschool en vroegschool is een kernaspect van het beleid en draagt bij aan een doorgaande leerlijn voor kinderen. De verordening en het beleidsplan zijn een voorbereiding op de inwerkingtreding van de Wet OKE, waardoor de kwaliteit van de peuterspeelzalen verder zal worden verbeterd. Het college van burgemeester en wethouders is verantwoordelijk voor de uitvoering van het beleid en kan daarbij nadere regels formuleren om de kwaliteitsnormen te concretiseren.