Aandelen in VvE-reserves en hun belastingtak in box 3

Inleiding

Aandelen in de reserves van verenigingen van eigenaren (VvE’s) vallen onder het vaste vermogen dat belast kan worden in het kader van box 3 van de inkomstenbelasting. De vraag hoe deze aandelen moeten worden geëvalueerd voor belastingdoeleinden – ofwel of ze als banktegoeden of als overige bezittingen moeten worden belast – is centraal in meerdere recente uitspraken van de rechter en in de jurisprudentie. De belastinginspectie en belastingplichtigen hebben hierover geschillen gehad, die op hoger niveau zijn beslecht. Het hof en de Hoge Raad zijn hierover niet altijd met elkaar eens geweest, wat heeft geleid tot onduidelijkheid in de praktijk. Dit artikel geeft een overzicht van de juridische en fiscale betekenis van aandelen in VvE-reserves binnen box 3, inclusief de relevante jurisprudentie, wettelijke ontwikkelingen en praktische gevolgen voor belastingplichtigen.

De aard van aandelen in VvE-reserves

Aandelen in VvE-reserves zijn een vorm van vermogensrecht die de eigenaar een aandeel geeft in een collectieve reserve die door een VvE wordt beheerd. Deze reserves worden vaak opgebouwd om mogelijke toekomstige uitgaven, zoals renovatie of heraanpassing van gemeenschappelijke ruimtes in een woningcorporatie of woningcomplex, te financieren. De aandelen in deze reserves zijn niet direct uitwisselbaar, noch is er sprake van een directe toegang tot de middelen, zoals bij een gewone bankrekening. Dit verschil speelt een sleutelrol bij de juridische classificatie van deze aandelen voor box 3-belastingdoeleinden.

Juridische classificatie: banktegoed of overige bezitting?

Het verschil tussen een banktegoed en een overige bezitting heeft directe gevolgen voor het forfaitaire rendement dat bij box 3 wordt toegepast. Voor banktegoeden geldt een lager forfaitair rendement (in 2023 en 2024 0,12%), terwijl voor overige bezittingen een hoger rendement (5,38%) wordt aangegrepen. De vraag is dus: vallen aandelen in VvE-reserves onder de categorie banktegoed of onder overige bezittingen?

De Hoge Raad oordeelde in 2018 dat aandelen in VvE-reserves niet als banktegoeden moeten worden beschouwd, maar als overige bezittingen. Dit oordeel was gebaseerd op de wettelijke regeling van die tijd, die niet duidelijk maakte dat dergelijke aandelen onder banktegoeden vielen. Het hof Arnhem-Leeuwarden had in een eerdere uitspraak het forfaitaire rendement van 0,12% toegepast, maar de Hoge Raad omschreef dit als een misverstand. Het hof had volgens de Hoge Raad het rendement van het hele box-3 vermogen moeten meenemen in de evaluatie, en niet alleen het rendement van de VvE-reserves.

Een belangrijk argument van de Hoge Raad was dat de VvE-reserves op grond van de wet als een soort spaarrekening functioneren, maar dat dit niet voldoende was om ze onder banktegoeden te classificeren. Het juridische karakter van een banktegoed vereist een directe toegang tot het vermogen, wat bij VvE-reserves niet het geval is. Daarom bleef de Hoge Raad bij de conclusie dat aandelen in VvE-reserves als overige bezittingen moeten worden belast.

Belastingplichtige bezwaart tegen aanslag

Een belastingplichtige maakte bezwaar tegen een aanslag op het aandeel in VvE-reserves, op grond waarvan het forfaitaire rendement van 5,38% was aangegrepen. De belastingplichtige stelde dat dit rendement hoger was dan het werkelijk behaalde rendement en dat hiermee onvoldoende rechtsherstel was gegeven. Het hof Arnhem-Leeuwarden beoordeelde de aanslag en besloot dat het forfaitaire rendement van 0,12% toch zou moeten worden toegepast, omdat er sprake was van een spaarsaldo dat op grond van art. 5:126 lid 3 BW zou moeten worden geacht op een aparte spaarrekening te staan.

Het hof stelde echter ook dat het werkelijke rendement op de VvE-reserves niet voldoende was bewezen, waardoor er geen sprake was van discriminatie of onredelijke belastingbehandeling. Uiteindelijk werd de aanslag verlaagd, maar de belastingplichtige kreeg geen verdere rechtsherstelling. Het hof benadrukte dat de belastinginspecteur niet voldoende had kunnen aantonen dat het werkelijke rendement lager was dan 5,38%, waardoor het forfaitaire rendement van 5,38% niet in aanmerking kon komen.

Het nieuwe box-3-stelsel en verfijningen

Het nieuwe box-3-stelsel dat in het kader van het Belastingplan 2024 is ingevoerd, betreft een fundamentele wijziging in de manier waarop het rendement uit vermogen wordt belast. In plaats van het forfaitaire rendement dat tot nu toe gebruikt werd, gaat het nieuwe stelsel uit van het werkelijke rendement dat is behaald. Dit betekent dat elke individuele vermogensbestanddeel wordt geëvalueerd op basis van zijn werkelijke waarde- en rendementsontwikkeling.

Aandelen in VvE-reserves zijn in dit kader expliciet genoemd als vermogensbestanddeel dat tot de categorie overige bezittingen behoort. Dit is een belangrijke juridische vaststelling, aangezien het betekent dat het rendement van deze aandelen niet automatisch lager wordt ingeschat dan 0,12%, zoals was het geval bij banktegoeden. Het nieuwe stelsel legt dus duidelijk de nadruk op het werkelijke rendement van het vermogen in de praktijk.

Groene beleggingen en schuldendrempel

Het nieuwe box-3-stelsel introduceert ook enkele belangrijke verfijningen. Zo is er bijvoorbeeld een schuldendrempel ingevoerd van 3.700 euro. Schulden die boven deze drempel liggen, worden wel meegenomen in de belastingberekening. Voor de bepaling van het werkelijke rendement wordt deze drempel echter buiten beschouwing gelaten, wat betekent dat de rente op alle box-3-schulden aftrekbaar is.

Daarnaast zijn groene beleggingen gedeeltelijk vrijgesteld in box 3. Voor 2024 geldt een vrijstelling tot maximaal 71.251 euro (of 142.502 euro bij fiscale partners), en in 2025 is dit afgenomen tot 30.000 euro (60.000 euro bij fiscale partners). Deze vrijstelling wordt pro rata toegepast, afhankelijk van de situatie op 1 januari van het betreffende jaar. Voor belastingplichtigen met aandelen in VvE-reserves kan dit betekenen dat een deel van het rendement op deze aandelen vrijgesteld is, afhankelijk van het totale vermogen.

Praktische gevolgen voor belastingplichtigen

De uitspraken van de Hoge Raad en de hofrechter hebben directe gevolgen voor belastingplichtigen die aandelen in VvE-reserves bezitten. Het feit dat deze aandelen worden geëvalueerd als overige bezittingen betekent dat het forfaitaire rendement van 5,38% wordt toegepast, in plaats van het lagere rendement voor banktegoeden. Dit kan leiden tot hogere belastingaanslagen, vooral bij grotere aandelen in reserves.

Belastingplichtigen moeten dit in hun jaarlijks fiscale aangifte meenemen. In het kader van het nieuwe box-3-stelsel, dat op het werkelijke rendement is gebaseerd, is het ook belangrijk om nauwkeurige gegevens te hebben over de waarde- en rendementsontwikkeling van de aandelen in de reserves. Aangezien het werkelijke rendement nu meegenomen wordt, is het noodzakelijk dat belastingplichtigen deze gegevens kunnen leveren bij de inspectie.

Rechtszekerheid en onduidelijkheden

Hoewel de Hoge Raad in 2018 een duidelijke richting heeft uitgewezen, blijft er toch enige onzekerheid in de praktijk. Het verschil tussen het forfaitaire en het werkelijke rendement is een ingewikkeld juridisch vraagstuk, dat voor veel belastingplichtigen lastig te begrijpen is. Daarnaast kan het moeilijk zijn om het werkelijke rendement van aandelen in VvE-reserves te bepalen, omdat deze vaak niet op een bankrekening staan en niet direct uitwisselbaar zijn.

Het nieuwe box-3-stelsel biedt hier enige duidelijkheid, maar het vereist wel dat belastingplichtigen goed op de hoogte zijn van de wettelijke regels. Voor diegenen die twijfelen of hun aandelen in VvE-reserves onder banktegoeden of overige bezittingen vallen, is het aan te raden om professionele begeleiding te zoeken bij een belastingadviseur of juridisch adviseur.

De rol van de VvE bij de bepaling van het vermogen

De VvE zelf speelt ook een rol bij de bepaling van het vermogen van de eigenaren. Aandelen in VvE-reserves zijn namelijk niet direct eigendom van de belastingplichtige, maar vormen een vermogensrecht dat wordt onderhouden door de VvE. Dit betekent dat de VvE verantwoordelijk is voor het beheer van de reserves en voor het bijhouden van de aandelen van de eigenaren.

In praktische zin betekent dit dat belastingplichtigen van de VvE moeten vragen naar het exacte bedrag van hun aandeel in de reserves. Deze informatie is nodig voor de fiscale aangifte, zowel voor de bepaling van het forfaitaire rendement als voor het nieuwe werkelijke rendement.

Invloed van VvE-reserves op het totale box-3-vermogen

Het aandeel in VvE-reserves maakt deel uit van het totale box-3-vermogen van de belastingplichtige. In de praktijk betekent dit dat het bedrag van de aandelen wordt opgeteld bij de andere vermogensbestanddelen die in box 3 vallen. Aangezien aandelen in VvE-reserves als overige bezittingen zijn geclassificeerd, is het forfaitaire rendement van 5,38% van toepassing, wat het totale belastingvermogen dus verder kan verhogen.

In het voorbeeld uit een van de bronnen bedraagt het totale nettovermogen van een belastingplichtige € 1.328.507, waarvan de VvE-reserves € 10.807 uitmaken. Ondanks dat het aandeel in de reserves relatief klein is, is het rendement van deze aandelen toch meegenomen in de berekening van het totale box-3-vermogen.

Box 3 en de totaalvoordeelgedachte

De totaalvoordeelgedachte is een kernprincipe van het nieuwe box-3-stelsel. Dit principe betekent dat het totale rendement uit vermogen wordt belast, inclusief alle voordelen en kosten. Het verschil met het oude stelsel is dat het nieuwe stelsel niet alleen het forfaitaire rendement meeneemt, maar ook de werkelijke waarde- en rendementsontwikkeling van het vermogen.

In de praktijk betekent dit dat aandelen in VvE-reserves niet langer automatisch onder een bepaald rendement vallen, maar dat het rendement afhangt van de werkelijke waardeontwikkeling. Voor belastingplichtigen die aandelen in VvE-reserves bezitten, is het dus belangrijk om deze ontwikkeling nauwkeurig bij te houden.

Vervallen van vorderingen en schulden in box 3

Een verfijning in het nieuwe box-3-stelsel betreft ook de behandeling van vorderingen en schulden tussen fiscale partners. Zo zijn vorderingen en schulden tussen ouders en minderjarige kinderen met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2023 gedefiscaliseerd. Dit betekent dat deze vorderingen en schulden niet langer meegenomen worden in de box-3-berekening.

Voor belastingplichtigen die aandelen in VvE-reserves bezitten, is het belangrijk om te weten dat ook dergelijke vorderingen en schulden geen invloed meer hebben op de box-3-aanslag. Dit kan vooral van betekenis zijn voor gezinnen met meerdere aandelen in VvE-reserves, waarbij de vermogensverdeling tussen de partners of kinderen van invloed kan zijn op de belastingberekening.

Conclusie

Aandelen in VvE-reserves vallen binnen het kader van box 3 onder de categorie overige bezittingen en zijn dus belast met het forfaitaire rendement van 5,38%. Deze classificatie is juridisch onderbouwd door uitspraken van de Hoge Raad en de hofrechter, waarbij het karakter van een banktegoed niet voldoende aanwezig was bij deze aandelen. Het nieuwe box-3-stelsel, dat sinds 2024 in werking is, brengt enige verandering met zich mee, in de vorm van het toepassen van het werkelijke rendement. Voor belastingplichtigen die aandelen in VvE-reserves bezitten, is het dus belangrijk om te weten dat dit rendement in de aangifte moet worden meegenomen.

In praktische zin betekent dit dat belastingplichtigen nauwkeurige gegevens over hun aandelen in VvE-reserves moeten bijhouden, zowel voor het forfaitaire rendement als voor het werkelijke rendement. Het vermogen dat in deze aandelen zit, maakt deel uit van het totale box-3-vermogen en kan dus een aanzienlijke invloed hebben op de belastingaanslag.

Voor belastingplichtigen die twijfelen of hun aandelen in VvE-reserves onder banktegoeden of overige bezittingen vallen, is het aan te raden om professionele hulp in te huren. De wettelijke regels zijn complex en de praktijk kan variëren, afhankelijk van de precieze situatie van de belastingplichtige. Het is daarom belangrijk om goed op de hoogte te zijn van de fiscale regels en om deze correct toe te passen in de jaarlijkse aangifte.

Bronnen

  1. De Hoge Raad oordeelt dat aandelen in VvE-reserves geen banktegoeden zijn
  2. Aandeel in reservefonds VvE is geen banktegoed voor box 3
  3. Wegwijzer box 3 en particulieren

Related Posts