VVE-Programma’s in de Regio Brabant: Beleid, Kwaliteit en Uitvoering

Inleiding

Het Vroeg Vroeg Educatie (VVE) programma speelt een centrale rol in de voorschoolse educatie in Nederland, met het doel kinderen met ontwikkelingsachterstanden op vroeg stadium te ondersteunen. In de regio Brabant, en met name in de gemeente Geertruidenberg, zijn er gedetailleerde beleidsregels en uitvoeringsrichtlijnen voor VVE-programma’s. Deze richtlijnen zijn vastgelegd in beleidsstukken en wetgeving, zoals het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie en andere landelijke kwaliteitseisen.

In dit artikel wordt ingegaan op de kwaliteitseisen voor VVE-begeleiders, de doelgroepdefinitie, de uitvoering van het VVE-programma in samenwerking met partners, het gebruik van kindvolgsystemen, en de financiële en logistieke aspecten zoals het 960-uren-aanbod en de toekomstige rol van hbo’ers in VVE-groepen. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de overdracht van VVE-kinderen naar het basisonderwijs en de rol van VVE als voorportaal naar de jeugdzorg.

Het doel van dit artikel is om een overzicht te geven van het VVE-beleid in de regio Brabant, en meer in het bijzonder in Geertruidenberg, met nadruk op de kwaliteitsaspecten, de organisatorische inzet en de samenwerking tussen de betrokken partijen.

Opleidingseisen voor VVE-begeleiders

Een kernaspect van het VVE-programma is de kwalificatie van de pedagogische medewerkers (pm’ers) die kinderen in de VVE-groep begeleiden. In het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie zijn duidelijke eisen opgesteld, zoals minimaal een MBO-3 niveau, het behalen van het certificaat van een VVE-keuzedeel en een 3F taalniveau.

Hoewel er geen harde eisen zijn voor nascholing binnen de wet, is het beleid van de gemeente Geertruidenberg om medewerkers minstens eens in de vijf jaar bij te scholen. Aanbieders van VVE-programma’s zijn verplicht om een bijscholing te organiseren om te blijven erkend worden als VVE-interventie. Dit betekent dat bijscholing op dit moment een belangrijk onderdeel is van de kwaliteit van VVE-dienstverlening.

De kwaliteitsborging van VVE-programma’s is dus gedeeltelijk afhankelijk van de inzet van de organisaties zelf, aangevuld met gemeentelijk beleid dat nadruk legt op nascholing en voortdurende ontwikkeling van pedagogisch personeel.

Kwaliteitseisen en Beleid in VVE

Niet alleen de opleidingseisen, maar ook het algemene kwaliteitsbeleid voor voorschoolse educatie is van groot belang voor het VVE-programma. Landelijk zijn er duidelijke kwaliteitseisen opgesteld, zoals de verhouding tussen het aantal kinderen en beroepskrachten, die vastgelegd zijn in artikel 3 van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. Hierin staat dat er ten minste één beroepskracht per acht kinderen moet zijn, en dat een groep uit ten hoogste zestien kinderen mag bestaan.

Daarnaast is er een focus op taalachterstand bij kinderen in de VVE-groep. De gemeente Geertruidenberg heeft resultaatafspraken opgesteld waarin gesteld wordt dat kinderen die met een taalachterstand van 2 maanden of meer instromen, deze achterstand op het domein taal moeten afnemen bij uitstroom. In de voorschoolse sector is dit doel gesteld voor VVE-kinderen die instromen in KIJK!, en in de vroegschoolse sector voor kleuters die instromen in groep 1.

De meting van deze resultaatafspraken gebeurt via observatiesystemen en wordt verder uitgewerkt in de VVE-werkgroep. Dit onderstrekt de kwaliteit van het VVE-programma en de focus op ontwikkelingsgroei van kinderen met specifieke achterstanden.

Doelgroepdefinitie en Toeleiding

Het beleid rond de doelgroepdefinitie van VVE is een essentieel onderdeel van het VVE-programma. In 2012 is in Geertruidenberg een duidelijke doelgroepdefinitie opgesteld, waarbij kinderen met een risico op taalachterstand centraal stonden. In 2019 is deze definitie verder uitgebreid, met als doel kinderen met ook sociaal-emotionele of motorische achterstanden te kunnen betrekken.

De reden voor deze verruimde doelgroepdefinitie is het toenemende aantal kleuters met gedragsproblemen in het onderwijs. Hierbij wordt VVE gezien als een belangrijke ondersteuning om dit aantal te laten dalen. De aanbieders van VVE-programma’s zijn verantwoordelijk voor het aanbod aan deze uitgebreide doelgroep, en indien dit moeilijk is, moet dit worden gesignaleerd in de VVE-werkgroep.

De toeleiding van kinderen naar VVE-locaties is een samenwerking tussen verschillende partijen, waaronder de gemeente, GGD, schoolraad en ouders. De inzet van deze partijen is om ouders te overtuigen om hun kind naar een VVE-locatie te sturen. Dit is van groot belang om zowel de doelgroep te bereiken als de kwaliteit van het VVE-programma te waarborgen.

Keuze VVE-programma en Kindvolgsysteem

De keuze van het VVE-programma is een vrijwillige keuze voor organisaties in Geertruidenberg, op voorwaarde dat het gekozen programma opgenomen staat in de databank van het NJi met effectieve interventies. Vanaf 2019 is er een verandering geweest in de doelgroepdefinitie, waardoor er meer kinderen een VVE-indicatie krijgen. Hierdoor is het noodzakelijk dat elk VVE-programma elementen bevat voor minimaal vier ontwikkelingsdomeinen van jonge kinderen: taal, ontluikend rekenen, motorisch en sociaal emotioneel.

Het kindvolgsysteem speelt hierbij een essentiële rol, omdat het zicht geeft op de ontwikkeling van kinderen in het VVE-programma. Vanaf 1 augustus 2020 is de Peutermonitor van Innovatie 0-13 ingevoerd in Geertruidenberg, wat een digitale methode biedt om zicht te krijgen op de locaties van VVE-kinderen. Deze monitor ondersteunt ook de verantwoording van subsidies en het bereik van VVE.

Invulling van het 960-uren-aanbod

De invulling van het 960-uren-aanbod is een essentieel aspect van het VVE-programma. De gemeente heeft een aanbodverplichting van 960 uur in 1,5 jaar tijd. Omdat het echter voorkomt dat ouders een contract afsluiten voor deze uren, maar in de praktijk minder uren afnemen, is er een afgesproken procedure. Aanbieders gaan in gesprek met ouders bij structurele afwezigheid en kunnen het contract aanpassen naar beneden, bijvoorbeeld van 4 naar 3 dagdelen per week.

Deze aanpassing wordt gemeld aan de GGD en geregistreerd in het kindvolgsysteem, zodat zicht is op welke kinderen het volledige aanbod afnemen en welke niet. Dit gebeurt op basis van vertrouwen en is van belang voor het financiële kader en het beleid rond VVE.

Voorbereiding op de Introductie van Hbo’ers

In 2022 wordt het beleid uitgebreid met de verplichte aanwezigheid van hbo’ers in VVE-groepen. De normering voor de inzet is 10 uur per ingeschreven VVE-doelgroeppeuter op 1 januari. Het Rijk heeft op 15 oktober 2019 bekendgemaakt hoe de uitwerking ervan eruit zal zien. In dit beleidsstuk wordt beschreven hoe de komende twee jaren wordt gewerkt om voldoende hbo’ers inzetbaar te maken vanaf 1 januari 2022.

De introductie van hbo’ers is bedoeld om de kwaliteit van VVE te verhogen, met een sterke focus op ondersteuning van kinderen met ontwikkelingsachterstanden. De voorbereiding op deze introductie is van groot belang om zowel de organisaties als de gemeente te voorzien van de benodigde middelen en personeel.

Ouderbetrokkenheid

Ouderbetrokkenheid is een cruciaal aspect in het VVE-programma. De ouders spelen een sleutelrol bij de toeleiding van kinderen naar VVE-locaties en bij het ondersteunen van de ontwikkeling van hun kind. Daarom is er een brochure opgesteld om ouders uitleg te geven over Peuteropvang, VVE en de ouderbijdrage. Deze brochure ondersteunt de toeleiding en zorgt voor transparantie in de financiële aspecten.

Daarnaast is er een sterke focus op het overleg tussen VVE-begeleiders en ouders. Ondersteuning en informatie aan ouders zijn van groot belang om de effectiviteit van het VVE-programma te verhogen en kinderen de beste start in de jeugdzorg te geven.

Zorg aan VVE-kinderen

Het VVE-programma heeft ook een rol als voorportaal naar de jeugdzorg. Door VVE komen organisaties laagdrempelig in contact met kwetsbare gezinnen, waardoor andere organisaties de kans krijgen om signalen van scholen op te pikken en contact te leggen met deze gezinnen. In de visie van de gemeente is deze rol van VVE van groot belang, met name in het zorgdomein. Signalen die VVE-professionals ontvangen over een kind of gezin zijn van groot belang om waar mogelijk en nodig te delen met andere zorgprofessionals.

Overdracht naar het Basisonderwijs

Een goed functionerende overdracht van VVE-kinderen naar het basisonderwijs is een kernaspect van het beleid. De overdracht moet tijdig en goed georganiseerd zijn om ervoor te zorgen dat de voorschoolse ontwikkeling van kinderen een logisch vervolg krijgt in groep 1 en 2. Daarnaast is er een inhoudelijke doorgaande lijn tussen voorschoolse en vroegschoolse educatie, zodat het aanbod aan kleuters een logisch verlengstuk is van hetgeen zij in de voorschoolse periode hebben gekregen.

Na de plaatsing van een kind in VVE neemt de VVE-locatie contact op met de jeugdverpleegkundige om de ontwikkeling van het kind te bespreken. Dit gebeurt op basis van ouders’ toestemming en levert aan de GGD inzicht op in de effectiviteit van VVE.

Conclusie

Het VVE-programma in de regio Brabant, en met name in de gemeente Geertruidenberg, is een gedetailleerd en doelgericht beleidsinstrument met een duidelijke focus op kwaliteit, ontwikkeling en overdracht. Het beleid rond VVE is gebaseerd op landelijke kwaliteitseisen, maar is ook afgestemd op de specifieke situatie van de gemeente. De kwalificatie van pedagogisch personeel, de verruimde doelgroepdefinitie, de invulling van het 960-uren-aanbod, de introductie van hbo’ers en de rol van VVE als voorportaal naar de jeugdzorg vormen samen een robuust kader voor het ondersteunen van kinderen met ontwikkelingsachterstanden.

De samenwerking tussen gemeente, GGD, scholen en VVE-organisaties is van groot belang voor de uitvoering van dit beleid. Ouderbetrokkenheid en transparantie zijn essentieel om zowel het aanbod als de kwaliteit van VVE te waarborgen. Tegen de achtergrond van deze samenwerking en beleidselementen is het VVE-programma een waardevolle aanvulling op de voorschoolse educatie en een sleutelrolspeler in de ontwikkeling van jonge kinderen in de regio Brabant.

Bronnen

  1. Bij het meten van de resultaatafspraken VVE staat het begrip taalachterstand centraal. We formuleren hieronder wat wij hieronder verstaan in het kader van onze resultaatafspraken.

Related Posts