Inleiding
Voor- en vroegschoolse educatie (VVE) speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van jonge kinderen, met het doel onderwijsachterstanden te verkleinen. In de context van kinderopvang zijn er specifieke criteria en regels vastgelegd om ervoor te zorgen dat VVE-effectief en van hoge kwaliteit is. Deze regels zijn opgenomen in lokale regelgeving zoals de "Regeling bekostiging VVE in de kinderopvang" (Amersfoort, 2009) en de "Nadere regels voor VVE-arrangementen" (Enschede, 2016–2022). Deze regelingen bepalen niet alleen de toegankelijkheid van VVE voor doelgroepkinderen, maar ook de wettelijke verplichtingen, kwaliteitseisen en subsidievoorwaarden voor instellingen die VVE aanbieden.
In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste criteria en regels voor VVE in de kinderopvang, met een nadruk op wettelijke kaders, kwaliteitsborging en financiële voorwaarden. Het artikel is bedoeld voor professionalen in het real-estate-ontwikkelingsproject, die betrokken zijn bij de bouw en onderhoud van ruimtes die dienen voor kinderopvang en VVE-activiteiten.
Begripsbepalingen
In de regelgeving zijn verschillende begrippen gedefinieerd om de eisen en doelen van VVE-arrangementen duidelijk te maken. In de regeling van Enschede (2016–2022) wordt bijvoorbeeld het begrip "VVE-groep" gedefinieerd als een groep waarin VVE-programma’s worden uitgevoerd en waarin doelgroepkinderen daadwerkelijk worden opgevangen. Ook wordt "VVE-programma" gedefinieerd als een door het Nederlands Jeugdinstituut erkend programma dat gericht is op vier ontwikkelingsdomeinen: rekenen/ordenen, taal, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling.
De regeling van Amersfoort (2009) introduceert het concept van "doelgroepkinderen", dat gedefinieerd wordt aan de hand van de gewichtenregeling uit het onderwijs. Hierbij worden kinderen geselecteerd op basis van het opleidingsniveau van hun ouders, aangezien onderzoek heeft aangetoond dat dit een belangrijke indicator is voor onderwijsachterstanden.
Doelgroepkinderen en toegang tot VVE
De regelingen leggen duidelijke criteria vast voor welke kinderen in aanmerking komen voor VVE. In de regeling van Amersfoort geldt dat een kind in een VVE-groep moet voldoen aan twee voorwaarden:
- Het kind moet in een van de prioriteitswijken van Amersfoort wonen.
- Het kind moet ten minste drie dagdelen per week deelname aan de dagopvang volgen.
Daarnaast moet de groep in het kindercentrum gemiddeld minstens drie doelgroepkinderen bevatten. Deze doelgroepkinderen worden op basis van het opleidingsniveau van hun ouders bepaald. Dit opleidingsniveau is een maat voor onderwijsachterstanden en vormt een essentieel criterium voor toegang tot VVE-programma’s.
Subsidievoorwaarden voor VVE-arrangementen
Zowel in de regeling van Amersfoort als in de nadere regels van Enschede zijn subsidievoorwaarden opgenomen. De regeling van Amersfoort bepaalt dat er voor de periode 1 juli 2009 tot 31 december 2009 eenmalig een subsidieplafond van € 200.000 beschikbaar was voor het uitvoeren van VVE-programma’s. Deze subsidie was verdeeld over scholing, materiaal en vervanging/voorbereiding van leidsters. De subsidie kon worden aangevraagd door instellingen die VVE aanboden binnen de prioriteitswijken.
In Enschede gelden extra voorwaarden voor de subsidiëring van VVE-arrangementen. De beroepskrachten die VVE aanbieden, moeten minimaal voldoen aan de opleidingseisen van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. Daarnaast moet minstens één beroepskracht in een VVE-groep over een certificaat beschikken van een met succes afgerond scholingsprogramma gerelateerd aan het VVE-programma. Als de andere beroepskracht dit certificaat niet heeft, moet zij binnen zes maanden beginnen met het scholingsprogramma en binnen twee jaar dit succesvol afronden.
De subsidieverlening in Enschede gebeurt op grond van de Algemene Subsidieverordening. Subsidie wordt eerst verleend en daarna vastgesteld. Indien het subsidieplafond overschreden wordt, krijgen kindercentra met de meeste doelgroepkinderen voorrang, gevolgd door aanvragen in volgorde van binnenkomst.
Kwaliteitseisen en toezicht
De regelingen leggen ook nadere eisen op voor de kwaliteit van de opvang in VVE-groepen. De houders van een kinderopvanglocatie zijn wettelijk verplicht om hun locatie te registreren in het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen (LRKP). Buiten de wettelijke regels van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wko), zijn er in de regeling van Enschede extra kwaliteitseisen opgenomen voor VVE-groepen.
Een VVE-groep moet onder andere voldoen aan de vereisten van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. De toezichthouder inspecteert regelmatig de opvang en stelt een inspectierapport op. Handhaving van de kwaliteit van de opvang gebeurt via de Beleidsregels handhaving Wko, die zijn vastgesteld door het college van Burgemeester en Wethouders.
In de regeling van Enschede is tevens een afwegingsmodel opgenomen bij artikel 2 van de nadere regels. Dit model helpt bij de beoordeling van de kwaliteit van VVE-arrangementen en zorgt voor transparantie bij de toekenning van subsidies.
Subsidieaanvraag en administratieve procedures
In beide regelingen wordt aandacht besteed aan de administratieve procedures voor de subsidieaanvraag. In Amersfoort moet de subsidie voor de periode 1 september 2009 tot 31 december 2009 voor 1 september 2009 worden aangevraagd bij het college van burgemeester en wethouders. De regeling treedt in werking op 1 september 2009 en geldt in ieder geval tot afloop van de GSB III periode, met de mogelijkheid tot verlenging.
In Enschede zijn de nadere regels geldend van 1 januari 2016 tot 21 november 2022. Deze regels zijn opgesteld op basis van artikel 8 van de Subsidieverordening Peuter- en VVE-arrangementen en zijn een aanvulling op de landelijke wet- en regelgeving voor de kwaliteit van kinderopvang en voorschoolse educatie.
Overgangs- en slotbepalingen
In de regeling van Amersfoort zijn overgangs- en slotbepalingen opgenomen. De regeling kan worden aangehaald als "Regeling Bekostiging VVE in de kinderopvang" en is vastgesteld in de vergadering van 22 juli 2009. De publicatie van de regeling dateert van 19 augustus 2009. In het geval van fouten in de inhoud van de regeling, wordt geadviseerd om contact op te nemen met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd, namelijk de gemeente Amersfoort.
Conclusie
De regelingen voor VVE in de kinderopvang leggen duidelijke criteria en regels vast voor de toegang, kwaliteit en subsidievoorwaarden van VVE-programma’s. Beide regelingen – van Amersfoort (2009) en Enschede (2016–2022) – tonen overeenkomsten in de benadering van VVE, met nadruk op kwaliteitsborging, doelgroepgerichte toegang en administratieve procedures voor de subsidieverlening. Voor instellingen die betrokken zijn bij de bouw en onderhoud van ruimtes voor kinderopvang en VVE-activiteiten is het van belang om deze regels goed te begrijpen en te integreren in de ontwerpprocessen. Het naleven van wettelijke en kwaliteitseisen is essentieel om VVE-effectief en toegankelijk te maken voor kinderen die daar het meest baat bij hebben.