Invorderingspraktijk bij gemeentelijke belastingen: beleid en procedure

Inleiding

De verwerkelijking van gemeentelijke belastingplichten is een essentieel onderdeel van het financiële kader van elke gemeente. Aangezien gemeenten belastingen zoals gemeente- en woonlasten heffen, is het evenwichtig om te zorgen voor de naleving van deze plichten. Dit artikel richt zich op de invorderingspraktijk van gemeentelijke belastingen, zoals die in de leidraad van de gemeente Heerenveen wordt beschreven. Deze leidraad is opgesteld op basis van de Invorderingswet 1990 en aangesloten bij de Rijksleidraad, maar is geëigend aan de specifieke situatie van gemeenten.

De leidraad bevat beleidsregels, niet werkinstructies, en sluit aan op zowel nationale als modelregelingen. Aan de hand van deze beleidsrichtlijnen wordt de aanpak bij de invordering van gemeentelijke belastingen beschreven, met een nadruk op procedurele kaders, faillissementspraktijk, dwangbevelen, schuldsaneringen en het gebruik van civielrechtelijke middelen.

Het artikel biedt een overzicht van de relevante regels en procedures voor zowel belastingplichtigen als professionals in de bouw- en vastgoedsector, met het oog op juridische verantwoordelijkheid, praktische toepassing en efficiëntie in de invorderingspraktijk.

Algemene uitgangspunten bij insolventieprocedures

De gemeente Heerenveen is verplicht om belastingschulden op te nemen in de verificatievergadering bij wettelijke schuldsanering of faillissement. In het kader van deze procedures is de belastingplichtig verplicht om zijn schulden te melden, evenals de gemeente om die schulden te verifiëren bij de bewindvoerder. De gemeente dient dit te doen uiterlijk veertien dagen vóór de verificatievergadering.

De gemeente is ook bevoegd om conserverende belastingschulden aan te melden, ook al is er geen actieve verificatie nodig. Dit geldt bijvoorbeeld voor schulden die ontstaan door belastingaanslagen die verder niet zijn uitbetaald.

Gedurende de procedure, mag de gemeente belastingaanslagen aanhouden of aansprakelijkstelling uitvoeren, zowel tijdens een faillissement als tijdens een wettelijke schuldsanering. Dit betekent dat de gemeente de belastingschulden niet automatisch opzij zet zodra de schuldenaar een formele schuldsanering aangaat.

Daarnaast is de gemeente bevoegd om bepaalde bepalingen te negeren die niet van toepassing zijn voor gemeenten. Dit is te lezen uit het feit dat sommige artikelen of subartikelen in de leidraad worden gemarkeerd met de opmerking dat zij niet van toepassing zijn op gemeentelijke procedures. Dit is gedaan om consistentie met de Rijksleidraad te bewaren en wijzigingen te vergemakkelijken.

Invorderingsmaatregelen tijdens schuldsanering of faillissement

Tijdens schuldsanering of faillissement kan de gemeente actief blijven in de invorderingsprocedure. Dit betekent dat belastingschulden worden meegenomen in de verificatievergadering, en dat de gemeente aansprakelijkstelling kan uitvoeren op basis van artikel 19 van de Invorderingswet 1990.

De gemeente verweert haar rechten via de curator, indien nodig. Daarbij kan de gemeente bijvoorbeeld eisen dat de curator dadelijk voldoening verleent. Deze bevoegdheid is beschreven in artikel 19.2.3 van de leidraad.

Ook kan de gemeente aandringen op voldoening via civielrechtelijke middelen, zoals dwangbevelen of beslagen. Dit is bijvoorbeeld van toepassing op zaken die niet vastgoed zijn, zoals beweegbare goederen of andere vermogensobjecten. De gemeente dient echter te verklaren dat zij bijna nooit gebruikmaakt van artikel 196 van de Insolventiewet om na het faillissement verder te vorderen. Dit is een beleidskeuze, die gericht is op het vermijden van juridische complicaties en het waarborgen van een efficiënte procedure.

Indien de gemeente toch verder wil vorderen na het faillissement, dient dit te gebeuren via dwangbevel of andere civielrechtelijke middelen. Dit is bijzonder van toepassing op juridische personen of belastingplichtigen die binnen vijf jaar na het faillissement over een modaal inkomen of vermogen beschikken. In dergelijke gevallen is het beleid van de gemeente om verder te vorderen, mits het in overleg met de curator kan worden geregeld.

Aansprakelijkheid en dwangbevelen

Een belangrijk instrument in de invorderingsprocedure is het dwangbevel. Het dwangbevel is een juridisch middel dat de gemeente kan inzetten om de belastingplichtige verplicht te maken tot betaling.

Het dwangbevel kan op twee manieren worden beteken: per post of door de deurwaarder. De voorkeur gaat uit naar de post, omdat dit efficiënter en kosteneffectiever is. Bij de postbetekening dient de gemeente het dwangbevel met bevel tot betaling aan de belastingschuldige te sturen naar het adres dat in de Basisregistratie Personen is opgenomen. Indien de belastingschuldige een ander adres heeft aangewezen voor de ontvangst van post, kan het dwangbevel ook daar worden gestuurd.

De gemeente kan echter ook kiezen voor betekening via de deurwaarder. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de postbetekening niet werkt of als de gemeente vreest dat er sprake is van verhaalbaarheid. In dergelijke gevallen kan de gemeente maatregelen nemen om haar rechten te veiligen.

Bij de betekening via de deurwaarder dient de gemeente rekening te houden met de regels die zijn opgenomen in artikel 13 van de Invorderingswet. De deurwaarder kan bijvoorbeeld kennisgeven dat hij zich opnieuw bij het woonadres van de belastingschuldige zal melden om beslag te leggen op beweegbare goederen. Deze kennisgeving dient te worden achtergelaten bij de belastingschuldige of bij iemand die er is.

Beslaglegging en roerende zaken

Een gemeente kan ook beslag leggen op roerende zaken, zoals beweegbare goederen, om de belastingschuld te dekken. Dit is bijvoorbeeld van toepassing op zaken die niet vastgoed zijn, zoals elektronica, meubilair of andere vermogensobjecten.

Voor de beslaglegging van dergelijke zaken dient de gemeente rekening te houden met de regels uit artikel 14 van de leidraad. In het geval dat de deurwaarder niemand thuis aantreft en beslag op roerende zaken alleen kan worden gelegd met gebruikmaking van artikel 444 Rv, dient de gemeente ervoor te zorgen dat er een schriftelijke kennisgeving wordt achtergelaten. Deze kennisgeving dient te vermelden op welke dag en om welk uur de deurwaarder zich opnieuw bij het woonadres zal melden.

De gemeente dient echter te weten dat deze handelwijze niet altijd is toegestaan. Indien de belastingschuldige systematisch misbruik maakt van deze procedure of het beleid van de gemeente hierop laat aankomen, kan de gemeente afzien van het gebruik van dergelijke maatregelen. In dergelijke gevallen is het beleid van de gemeente om de verificatieprocedure efficiënter en minder juridisch conflictueel te maken.

Gebruik van civielrechtelijke middelen

Neben het dwangbevel en de beslaglegging zijn er ook andere civielrechtelijke middelen die de gemeente kan inzetten. Dit zijn bijvoorbeeld civiele aansprakelijkstellingen, aanmaningen of de uitvoering van een proces-verbaal van een verificatievergadering.

De gemeente kan bijvoorbeeld een aanmaning sturen aan de belastingschuldige om tot betaling te komen. Deze aanmaning is een formeel document dat aangeeft dat de gemeente verwacht dat de schuld zal worden voldaan. Indien de schuld niet wordt voldaan, kan de gemeente verdergaan met civielrechtelijke stappen.

Een aanmaning kan ook worden gestuurd aan een wettelijk vertegenwoordiger, bijvoorbeeld bij minderjarige of curatiele personen. In het geval van de overlijden van een belastingschuldige, kan de gemeente de aanmaning ook sturen naar de erfgenamen. Indien de nalatenschap is verdeeld, kan de gemeente een aanmaning sturen naar elk erfgenaam afzonderlijk.

De gemeente dient echter te weten dat ze niet direct kan aangifte doen van een civielrechtelijke stelling, tenzij er voldoende bewijs is dat de schuld bestaat en dat de gemeente rechten heeft. In dergelijke gevallen kan de gemeente maatregelen nemen om haar rechten te veiligen, zoals het aanhouden van goederen of het vorderen van een schuldbekentenis.

Beleid in de praktijk: terugkerende schulden en faillissementen

Het beleid van de gemeente Heerenveen is gericht op het vermijden van herhaalde schulden en de efficiënte afhandeling van faillissementen. In het kader van faillissementen is de gemeente bevoegd om belastingschulden te verifiëren, maar kan de gemeente in de meeste gevallen niet verder vorderen na het faillissement.

De gemeente doet dit alleen in bijzondere omstandigheden, zoals wanneer de belastingschuldige binnen vijf jaar na het faillissement een modaal inkomen of vermogen heeft. In dergelijke gevallen is het beleid van de gemeente om verder te vorderen, mits het in overleg met de curator kan worden geregeld.

Na het faillissement kan de gemeente ook terugbetaling van gelden vorderen, mits er sprake is van een vordering die na het faillissement ontstaat. In dergelijke gevallen dient de gemeente te overleggen met de curator om te bepalen of de schuld nog van toepassing is.

Het beleid van de gemeente is dus gericht op het vermijden van juridische complicaties, maar ook op het waarborgen van een efficiënte invorderingsprocedure. De gemeente wil zowel haar rechten als haar plichten behouden, maar doet dit op een manier die zoveel mogelijk rekening houdt met de situatie van de belastingschuldige.

Conclusie

De invorderingspraktijk van gemeentelijke belastingen is een complexe aangelegenheid die zowel juridische als praktische aspecten omvat. De gemeente Heerenveen heeft hierbij een duidelijke leidraad opgesteld die aansluit bij de nationale regelgeving, maar die ook is aangepast aan de specifieke situatie van gemeenten.

De leidraad bevat beleidsregels en richtlijnen voor het omgaan met schuldenaars, faillissementen, civielrechtelijke middelen en de invorderingsprocedures. De gemeente houdt zich aan deze regels om zowel haar rechten als haar plichten behouden te kunnen.

Het beleid is gericht op het vermijden van juridische complicaties, het waarborgen van efficiëntie en het behouden van de plicht van de belastingschuldige tot betaling. De gemeente doet dit op een manier die zoveel mogelijk rekening houdt met de situatie van de belastingschuldige, maar die ook juridisch en administratief verantwoord is.

Zowel voor belastingplichtigen als voor professionals in de vastgoedsector is het belangrijk om deze beleidsrichtlijnen te kennen, zodat ze weten hoe de gemeente met schulden en faillissementen omgaat. Dit helpt bij het voorkomen van juridische complicaties, maar ook bij het begrijpen van de juridische en praktische kaders waarin gemeentelijke belastingen worden ingevorderd.

Bronnen

  1. Leidraad Invordering Gemeentelijke Belastingen - Gemeente Heerenveen

Related Posts