De Vereniging van Eigenaars De Sfinx in Rijswijk staat momenteel onder druk vanwege een juridisch conflict dat heeft geleid tot het afzetten van het bestuur en het opzetten van een rechtszaak. Deze situatie is het gevolg van fundamentele verschillen in visie op het beheer van een gemeenschappelijke ruimte in het seniorencomplex. Het conflict toont de complexiteit van de rol van een VVE (Vereniging van (Onder)Eigenaars) bij het beheer van appartementswooningen en de juridische aansprakelijkheid van zowel corporaties als bewoners. Dit artikel biedt een overzicht van de feiten, de juridische aspecten en de betekenis van dit geval binnen de bredere context van woningbeleid en woonvormen in Nederland.
Inleiding
De Sfinx is een seniorencomplex in Rijswijk dat sinds 2016 in het oog van de storm staat door een geplande uitbreiding van de gemeenschappelijke ruimte in de centrale hal. Deze uitbreiding, bekend geworden als het “Glazen Huis”, heeft geleid tot een scherp juridisch en beheerconflict tussen de woningcorporatie Rijswijk Wonen en de Vereniging van Eigenaars. In juni 2016 werd het bestuur van de VVE De Sfinx door de woningcorporatie afgezet, waarbij het conflict snel juridische vorm aannam. De rechtszaak die volgde heeft sindsdien verschillende juridische kwesties aan het licht gebracht, waaronder de rol van corporaties in VVE-besturen, de geldigheid van besluiten en de bevoegdheden van de gemeente bij dergelijke geschillen.
De achtergrond van het conflict
Het “Glazen Huis”
Het initiatief tot de bouw van een kas-achtige ruimte in de centrale hal van het complex is ontstaan uit bezorgdheid van bewoners over het klimaat in het atrium. In de winterperiode was het atrium volgens bewoners te koud om sociaal gebruik te kunnen maken. Aangezien commerciële partijen hun ondersteuning voor plannen om de ruimte te verbeteren intussen hadden ingetrokken, besloten een aantal bewoners om zelf actie te ondernemen. In 2015 werd een kas aangeschaft voor circa 30.000 euro, waarvoor het geld werd geleend uit de reserves van de VVE. De woningcorporatie Rijswijk Wonen gaf aan dat de bouw van dit "glazen huis" niet volledig volgens de regels was verlopen. Bovendien stelde Rijswijk Wonen dat er verhuurders waren die de aanwezigheid van zo’n ruimte niet gewenst vonden. Een alternatieve locatie werd voorgesteld, maar door de bewoners afgewezen, omdat deze locatie volgens hen niet geschikt was.
De rol van Rijswijk Wonen in de VVE
Rijswijk Wonen heeft een meerderheidsbelang in de VVE De Sfinx. Dit betekent dat de corporatie een bepalende rol speelt in de stemmingen en besluitvorming van de vereniging. In 2016 besloot Rijswijk Wonen om het bestuur van de VVE af te zetten, omdat zij het vertrouwen in het bestuur opzegde. Het bestuur, dat bestond uit bewoners van het complex, had besloten om het “Glazen Huis” te bouwen. Rijswijk Wonen was tegen deze beslissing en zag hier een overtreding van de regels in. De woningcorporatie onthield zich van stemming in eerdere ledenvergaderingen, maar vond uiteindelijk dat de besluiten niet in lijn stonden met het beleid van de corporatie.
Het afzetten van het bestuur
Tijdens een hectisch verlopen ledenvergadering in juni 2016 is het bestuur van de VVE afgezet. Dit was mogelijk doordat Rijswijk Wonen over de meerderheid van stemmen beschikte. Het nieuwe bestuur bestond uit drie personen: Arie Rijlaarsdam, die al voorzitter was van het oude bestuur, een nog aan te wijzen bestuurslid namens Rijswijk Wonen en een extern bestuurder. De stemming vooraf was gespannen, omdat Rijswijk Wonen zich tegen had verzet tegen de aanwezigheid van leden van de gemeenteraad en vertegenwoordigers van de pers tijdens de vergadering. Deze aanwezigheid was echter statutair toegestaan, omdat de leden van de VVE hen als adviseurs hadden meegenomen.
De juridische kwesties
De aanslag op het bestuur
De beslissing van Rijswijk Wonen om het bestuur af te zetten werd aangevochten door een oud-bestuurslid, Koos van Helden. Volgens hem had de woningcorporatie zich niet correct gedragen bij het afzetten van het bestuur. Hij stelde dat de beslissing om het bestuur af te zetten illegaal was en dat Rijswijk Wonen geen recht had om een dergelijke actie te ondernemen. Van Helden voerde zijn zaak voor de rechter, die besloot om de zaak uit te stellen om een gezamenlijke behandeling mogelijk te maken met een ander juridisch geschil dat betrekking had op het “Glazen Huis”.
De rechtszaak
De rechtszaak begon met een pro-formazitting in mei 2020, waarbij de rechter aangaf dat zij beide kwesties – het “Glazen Huis” en het afzetten van het bestuur – gezamenlijk wilde behandelen. De uitspraak werd ertoe uitgesteld tot 10 mei 2020. Tijdens deze zitting kwam ook naar voren dat er sprake was van een interne geschil tussen het oud-bestuurslid en de woningcorporatie. De rechter zag in dat het conflict niet alleen gericht was op de bouw van de kas, maar ook op de procedure van het afzetten van het bestuur.
De rol van de gemeente Rijswijk
De gemeente Rijswijk heeft in de loop van het geschil een neutrale houding ingenomen. Wethouder Van der Meij gaf aan dat de gemeente geen oordeel wilde geven over het juridische geschil rond de VVE. Zij stelde dat de gemeente geen partij was in de zaak en dat zij zich niet wilde mengen in de beheerbesluiten van de VVE. Raadslid Ger Kruger van de lokale partij Beter voor Rijswijk vond dit echter onwenselijk. Hij stelde dat de wethouder wel degelijk een rol had moeten spelen als bemiddelaar, omdat het conflict ook impact heeft op de inwoners van de stad. Kruger sprak Van der Meij daarover aan en drong aan op een actieve rol van de gemeente.
De betekenis van het geval voor VVE’s
De rol van corporaties in VVE-besturen
Het geval van De Sfinx toont aan hoe complex de rol van corporaties in VVE-besturen kan zijn. Hoewel corporaties een meerderheidsbelang kunnen hebben in een VVE, heeft dit ook consequenties voor de beheerbesluiten. In dit geval was Rijswijk Wonen in staat om het bestuur af te zetten vanwege het verlies van vertrouwen. Dit benadrukt de aansprakelijkheid van corporaties en de noodzaak voor duidelijke regels over het optreden van corporaties in VVE-besturen.
De bevoegdheid van VVE’s
De VVE De Sfinx heeft in dit geval geprobeerd om actief te zijn in de beheerbesluiten van het complex. Door het initiatief van het “Glazen Huis” zijn de bewoners proactief geweest in het verbeteren van de woonomgeving. De woningcorporatie zag dit echter als een overtreding van de regels. Het geval benadrukt het belang van duidelijke regels over de bevoegdheid van VVE’s bij het beheer van gemeenschappelijke ruimtes in appartementenwoningen.
De juridische aansprakelijkheid van VVE’s
Een belangrijke juridische kwestie in dit geval is de aansprakelijkheid van de VVE bij het beheer van gemeenschappelijke ruimtes. De beslissing om het “Glazen Huis” te bouwen is door de woningcorporatie gezien als een overtreding van de regels. De rechtszaak zal uiteindelijk moeten bepalen of de beslissing van de VVE geldig was en of er sprake was van een juridische overtreding. Dit benadrukt het belang van duidelijke juridische kaders bij het beheer van gemeenschappelijke ruimtes in appartementenwoningen.
Conclusie
Het juridisch en beheerconflict rond de VVE De Sfinx in Rijswijk toont aan hoe complex de rol van VVE’s en corporaties kan zijn bij het beheer van appartementenwoningen. Het geval benadrukt de aansprakelijkheid van corporaties bij het afzetten van besturen en de bevoegdheid van VVE’s bij het beheer van gemeenschappelijke ruimtes. De rechtszaak die op komst is, zal uiteindelijk moeten bepalen of de besluiten van de VVE geldig waren en of er sprake was van een juridische overtreding. Het geval van De Sfinx is een illustratie van de bredere kwesties rond het beheer van woningen in Nederland en benadrukt de noodzaak voor duidelijke regels en procedures bij het beheer van appartementenwoningen.