VVE Doelgroepbepaling en Uitvoering in de Gemeente Oldebroek

Inleiding

In de gemeente Oldebroek is een beleid ontwikkeld dat gericht is op de voortgezette en vroegschoolse educatie (VVE), met als doel het voorkomen en bestrijden van ontwikkelingsachterstanden bij jonge kinderen. Deze aanpak richt zich op een brede doelgroepbepaling, waarbij kinderen met mogelijke ontwikkelingsachterstanden op verschillende gebieden, zoals taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling, een intensief VVE-traject krijgen aangeboden.

Het beleid houdt rekening met de behoeften van zowel doelgroepkinderen als niet-doelgroepkinderen, waarbij het VVE-programma breed wordt aangeboden aan gemengde groepen. Daarnaast zijn er subsidieplaatsen beschikbaar op de peuterspeelzalen, waarbij een coördinator verantwoordelijk is voor de controle op het aantal gesubsidieerde kindplaatsen. Deze subsidieplaatsen spelen een belangrijke rol in de uitvoering van het beleid, omdat zij de toegankelijkheid vergroten en de drempel voor ouders verlagen.

In deze artikel wordt een overzicht gegeven van de doelgroepbepaling, het VVE-programma en de praktische uitvoering ervan. Aan de hand van de gegevens uit de beschikbare bronnen wordt ingegaan op de doelgroep, de inhoud van het VVE-programma, de uitvoering in de praktijk en de rol van subsidieplaatsen. Daarnaast wordt aandacht besteed aan taalstimulering als een kernaspect van het VVE-beleid en aan de toekomstplannen voor de uitbreiding van het programma over meerdere locaties in de gemeente.

Doelgroepbepaling en Doelgroepkenmerken

De doelgroepbepaling in de gemeente Oldebroek is een beleidsvrijheid van de gemeente, maar wordt uitgevoerd in afstemming met betrokken partners. Hoewel de gemeente de vrijheid heeft om de doelgroep te bepalen, moet het minimaal het aantal peuters behalen dat is vastgesteld op basis van de gewichtenregeling. Voor Oldebroek zijn dit 42 peuters, die op basis van de doelgroepbepaling intensief VVE-aanbod krijgen. Dit VVE-aanbod bestaat uit minimaal 10 uur per week, waarbij doelgroepkinderen extra aandacht krijgen voor het voorkomen en bestrijden van ontwikkelingsachterstanden.

De keuze voor een brede doelgroepbepaling maakt het mogelijk om kinderen met verschillende soorten achterstanden te bereiken. Achterstanden kunnen ontstaan door diverse oorzaken, variërend van taal- en rekenachterstanden tot motorische of sociaal-emotionele problemen. Het beleid richt zich hierop door een breed VVE-programma te implementeren dat aansluit bij de ontwikkeling van jonge kinderen.

Doelgroepkinderen volgen het reguliere VVE-programma, maar ontvangen minimaal 10 uur per week intensief VVE-aanbod. Deze extra uren zijn bedoeld om ontwikkelingsachterstanden te voorkomen of te compenseren. De ouders van deze kinderen hebben bovendien een verlaagde ouderbijdrage op de peuterspeelzaal om de toegankelijkheid te vergroten. Voor kinderen die VVE ontvangen via de kinderopvang is de ouderbijdrage al verlaagd via de kinderopvangtoeslag van de belastingdienst.

Het doelgroepbeleid is opgenomen in een duidelijke procedure, waarbij de coördinator van de peuterspeelzaal verantwoordelijk is voor de controle op het aantal gesubsidieerde kindplaatsen. Deze subsidieplaatsen spelen een essentiële rol in het VVE-beleid, omdat zij ervoor zorgen dat kinderen met ontwikkelingsachterstanden toegang krijgen tot intensief VVE-aanbod.

Uitvoering van VVE in de Praktijk

De uitvoering van VVE in de gemeente Oldebroek gebeurt op diverse voorschoolse voorzieningen, waarbij een VVE-programma centraal staat. Dit programma is een breed educatief kader dat gericht is op taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling. Het doel is om jonge kinderen te ondersteunen bij hun ontwikkeling door middel van uitnodigende en uitdagende activiteiten die passen bij het ontdekkende spelen en leren van jonge kinderen.

Op de peuterspeelzalen wordt het VVE-programma op twee manieren ingezet. Allereerst wordt het programma gebruikt in de reguliere peuterspeelzaal, waar het dagelijks wordt aangeboden aan alle kinderen. Daarnaast zitten er op de peuterspeelzaal doelgroepkinderen, die het reguliere VVE-programma volgen, maar minimaal 10 uur per week intensief VVE-aanbod ontvangen. Deze extra uren zijn bedoeld om de ontwikkelingsachterstanden van deze kinderen te voorkomen of te compenseren.

Naast de reguliere peuterspeelzalen werkt ook de SKO (Sociaal-kinderopvang) met de Bas-boeken en Bas-materialen. Het doel is om VVE geleidelijk op diverse locaties in de gemeente in te voeren, waarbij het programma breed wordt aangeboden aan gemengde groepen van doelgroepkinderen en niet-doelgroepkinderen. Dit maakt het mogelijk dat ook kinderen die niet expliciet opgenomen zijn in de doelgroep van VVE, in aanraking komen met de activiteiten en methoden van het programma.

Op de peuterspeelzaal van de Eben Haëzer wordt al met een VVE-programma gewerkt, maar het aanbod is beperkt tot minder dan 10 uur per week. Daardoor kunnen deze kinderen niet opgenomen worden in de verantwoording voor het rijk, maar ze ontvangen wel een gedeelte van het VVE-aanbod. Dit benadrukt de noodzaak van uitbreiding van het programma over meerdere locaties in de gemeente om het beleid effectief te maken.

Rol van Subsidieplaatsen

Subsidieplaatsen spelen een cruciale rol in de uitvoering van het VVE-beleid in de gemeente Oldebroek. Deze plaatsen zijn beschikbaar op de peuterspeelzalen en worden gebruikt om kinderen met ontwikkelingsachterstanden extra ondersteuning te bieden. De coördinator van de peuterspeelzaal is verantwoordelijk voor de controle op het aantal gesubsidieerde kindplaatsen, wat zorgt voor transparantie en naleving van de beleidsregels.

De aanwezigheid van subsidieplaatsen vergroot de toegankelijkheid voor ouders van doelgroepkinderen, omdat de ouderbijdrage voor deze kinderen verlaagd is. Dit maakt het mogelijk dat ook gezinnen met beperkte middelen in aanraking komen met het VVE-programma. Voor kinderen die VVE ontvangen via de kinderopvang is de ouderbijdrage al verlaagd via de kinderopvangtoeslag van de belastingdienst, wat automatisch zorgt voor een lagere drempel voor ouders.

De subsidieplaatsen worden gecontroleerd en uitgevoerd in overleg met betrokken partners, zoals de coördinator van de peuterspeelzaal en eventueel andere instellingen in de gemeente. Deze samenwerking is essentieel voor het behoud van kwaliteit en consistentie in het VVE-aanbod.

De uitvoering van subsidieplaatsen wordt in hoofdstuk 3.3 van de beleidsregel besproken, waarin de procedure en het beleid rondom de toekenning van subsidies en de rol van coördinatoren nader worden uitgelegd. Het doel is om ervoor te zorgen dat de subsidieplaatsen effectief worden ingezet en dat kinderen met ontwikkelingsachterstanden de nodige ondersteuning krijgen.

Taalstimulering in het VVE-beleid

Taalstimulering is een kernaspect van het VVE-beleid in de gemeente Oldebroek. Wanneer er bij een peuter achterstanden worden geconstateerd, ligt dit vaak in de taal- en spraakontwikkeling. In de gemeente Oldebroek is het gebruik van een dialect thuis een mogelijke oorzaak van achterstand in de taalontwikkeling. Dit maakt taalstimulering een essentieel onderdeel van het VVE-programma, omdat het helpt om jonge kinderen op te voeden in een taalomgeving die aansluit bij hun ontwikkeling.

De taalstimulering in Oldebroek begint op jonge leeftijd met het programma Boekstart, dat al op 3 á 4 maanden begint. Daarna volgt Boekenbas bij 18 maanden, een programma dat doorloopt tot het 6e levensjaar. Deze programma’s zijn speciaal ontworpen om jonge kinderen te stimuleren in hun taalontwikkeling en te creëren een positieve relatie met lezen en boeken.

Op de peuterspeelzalen wordt Boekstart en Boekenbas ingezet als onderdeel van het VVE-programma. Daarnaast blijven de instellingen werken met Boekenbas, omdat het programma een goede aanvulling is op het reguliere VVE-aanbod. Hierdoor wordt het eerder opgebouwde programma en de kennis en ervaring niet verspild, wat een voordelig effect heeft op de kwaliteit van het VVE-aanbod.

De combinatie van Boekstart en Boekenbas met het VVE-programma zorgt ervoor dat kinderen niet alleen op het gebied van taalontwikkeling worden gestimuleerd, maar ook op andere ontwikkelingsgebieden, zoals rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling. Het doel is om jonge kinderen op te voeden in een omgeving die rijk is aan taalactiviteiten en die hen stimuleert om hun taalvaardigheden te ontwikkelen.

Toekomstplannen en Uitbreiding van VVE

De gemeente Oldebroek streeft ernaar om het VVE-beleid geleidelijk uit te breiden over meerdere locaties in de gemeente. De huidige situatie is dat het VVE-programma op de peuterspeelzalen en de SKO al wordt ingezet, maar dat de aanbieding op enkele locaties beperkt is tot minder dan 10 uur per week. Dit betekent dat het beleid op die locaties niet volledig effectief is, omdat de doelgroepkinderen niet de benodigde 10 uur intensief VVE-aanbod ontvangen.

Het plan is om het VVE-programma breed te implementeren op alle voorschoolse voorzieningen in de gemeente, waarbij het programma wordt aangeboden aan gemengde groepen van doelgroepkinderen en niet-doelgroepkinderen. Hierdoor kan het beleid effectiever worden, omdat ook kinderen die niet expliciet opgenomen zijn in de doelgroep in aanraking komen met het VVE-aanbod. Dit maakt het mogelijk om het VVE-programma niet alleen als een intensief programma te zien voor kinderen met ontwikkelingsachterstanden, maar ook als een preventief beleid dat gericht is op het voorkomen van ontwikkelingsachterstanden bij jonge kinderen.

De uitbreiding van het VVE-programma over meerdere locaties in de gemeente hangt af van de beschikbaarheid van subsidies en het aantal gesubsidieerde kindplaatsen. De gemeente heeft het doel om minimaal 42 doelgroepkinderen te bereiken, maar het huidige aantal subsidieplaatsen is beperkt. Het plan is om dit aantal geleidelijk uit te breiden, zodat alle kinderen die intensief VVE-aanbod nodig hebben, deze ondersteuning kunnen ontvangen.

De uitvoering van deze toekomstplannen wordt in hoofdstuk 3.3 van de beleidsregel besproken, waarin de procedure en de doelen voor de uitbreiding van het VVE-programma nader worden uitgelegd. De gemeente streeft ernaar om het VVE-beleid zo uit te breiden dat het effectief is voor alle kinderen in de gemeente, ongeacht hun ontwikkelingsniveau of achtergrond.

Conclusie

Het VVE-beleid in de gemeente Oldebroek is gericht op het voorkomen en bestrijden van ontwikkelingsachterstanden bij jonge kinderen. De doelgroepbepaling is een belangrijk onderdeel van dit beleid, waarbij kinderen met mogelijke achterstanden op taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling intensief VVE-aanbod krijgen. De aanbieding van minimaal 10 uur per week intensief VVE is bedoeld om ontwikkelingsachterstanden te compenseren of te voorkomen.

Subsidieplaatsen spelen een cruciale rol in de uitvoering van het VVE-beleid, omdat zij ervoor zorgen dat kinderen met ontwikkelingsachterstanden toegang krijgen tot intensief VVE-aanbod. De ouderbijdrage van doelgroepkinderen is verlaagd om de toegankelijkheid te vergroten, wat zorgt voor een lagere drempel voor ouders.

Taalstimulering is een kernaspect van het VVE-programma, waarbij kinderen op jonge leeftijd worden gestimuleerd in hun taalontwikkeling. De combinatie van Boekstart en Boekenbas met het VVE-programma zorgt ervoor dat kinderen niet alleen op het gebied van taalontwikkeling worden gestimuleerd, maar ook op andere ontwikkelingsgebieden.

De gemeente streeft ernaar om het VVE-programma geleidelijk uit te breiden over meerdere locaties in de gemeente, waarbij het programma breed wordt aangeboden aan gemengde groepen van doelgroepkinderen en niet-doelgroepkinderen. De uitbreiding van het VVE-programma is afhankelijk van subsidies en het aantal gesubsidieerde kindplaatsen, maar de gemeente streeft ernaar om alle kinderen die intensief VVE-aanbod nodig hebben, deze ondersteuning te kunnen bieden.

Het VVE-beleid in de gemeente Oldebroek is een voorbeeld van hoe een beleid kan worden ontwikkeld dat gericht is op de voortgezette en vroegschoolse educatie van jonge kinderen. De aanpak is gebaseerd op een brede doelgroepbepaling, subsidies en intensief VVE-aanbod, wat ervoor zorgt dat kinderen met ontwikkelingsachterstanden de nodige ondersteuning krijgen. De uitvoering van het beleid is in overleg met betrokken partners en wordt uitgevoerd met een duidelijke procedure die zorgt voor transparantie en consistentie in het VVE-aanbod.

Bronnen

  1. Lokale regelgeving Overheid.nl - CVDR105839/1
  2. Lokale regelgeving Overheid.nl - CVDR105839

Related Posts