VVE Doelgroepkinderen: Breed en Smal in de Praktijk van Gemeenten

Inleiding

De wetgeving rondom Vroegtijdige Voorschoolse Educatie (VVE) stelt hoge eisen aan het aanbod en uitvoering voor kinderen die risico lopen op onderwijsachterstanden. In de praktijk varieert de toepassing van VVE per gemeente, afhankelijk van de doelgroepdefinities, toeleidingprocedures en monitoring. In dit artikel wordt ingegaan op het concept van breed en smal toepassen van VVE, met een focus op doelgroepkinderen, in de context van gemeenten als Bedum, De Marne en Winsum.

Deze gemeenten hebben verschillende benaderingen ontwikkeld, waarbij de smalle doelgroepdefinitie (gebaseerd op het opleidingsniveau van ouders) en de brede doelgroepdefinitie (inclusief medische indicaties of andere ontwikkelingsgerelateerde factoren) elk hun eigen betekenis en uitwerking hebben op het VVE-aanbod. Het doel van VVE is om de taal- en ontwikkelingssituatie van kinderen positief te beïnvloeden voordat ze de basisschool bereiken.

Deze analyse is gebaseerd op gegevens uit lokale regelgeving en interne documentatie van gemeenten, waarin de huidige situatie, uitdagingen en actiepunten voor het VVE-beleid worden beschreven. Het artikel biedt een overzicht van de praktijk, met aandacht voor het beleid rondom doelgroepen, toeleiding, monitoring en de uitdagingen om VVE 100% dekbaar te maken.

Doelgroepdefinitie en VVE in de Gemeente Bedum

In de gemeente Bedum is er geen gemeentebrede doelgroepdefinitie voor VVE. De focus ligt op het opleidingsniveau van ouders om kinderen in aanmerking te laten komen voor VVE. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen een smalle en brede doelgroep.

Smalle Doelgroepdefinitie

De smalle doelgroepdefinitie in Bedum is gebaseerd op het opleidingsniveau van de ouders. Kinderen werven VVE-gewichten op, die bepalend zijn voor de financiering van onderwijsachterstandenbeleid. Deze definitie is gelijk aan de zogenaamde gewichtenregeling van het basisonderwijs. Kinderen die in deze categorie vallen, hebben automatisch een hogere prioriteit op VVE-plekken.

De gemeente Bedum houdt geen gemeentelijke monitoring op dit vlak. De peuterspeelzalen registreren wel het opleidingsniveau van ouders, en kinderen die tot de doelgroep behoren, kunnen prioriteit krijgen in de toeleiding. Toeleiding van doelgroepkinderen gebeurt in overleg met de Jeugdgezondheidszorg (JGZ). Kinderen die op de wachtlijst staan, kunnen voorrang krijgen als er plek is.

Brede Doelgroepdefinitie

Bij de brede doelgroepdefinitie in Bedum worden ook kinderen ingeschat die medische indicaties hebben of problemen op het gebied van taalontwikkeling of bijzonder gedrag tonen. In dat geval wordt er overleg gehouden tussen peuterspeelzalen, JGZ en de interne begeleider om de toeleiding te bepalen. De JGZ speelt een centrale rol in de signalering en toegang tot VVE.

De gemeente Bedum heeft tot augustus 2011 de tijd om het VVE-aanbod volledig dekkend te maken. Dit houdt in dat alle kinderen in aanmerking komen voor VVE, zolang ze aan de gestelde criteria voldoen. Tegen die tijd moet het VVE-aanbod in lijn zijn met de Wet OKE, met betrekking tot erkende programma’s, gescraineerde leidsters, groepsgroottes en ouderbetrokkenheid.

Doelgroepdefinitie en VVE in de Gemeente De Marne

In de gemeente De Marne is de doelgroepdefinitie iets anders dan in Bedum. Er is geen expliciete doelgroepdefinitie vastgesteld voor VVE. In plaats daarvan wordt elk driejarig kind dat de peuterspeelzaal bezoekt, automatisch aangemerkt als doelgroepkind. Dit betekent dat het VVE-aanbod in De Marne relatief breder is dan in Bedum.

Toeleiding en Prioriteit

Hoewel de gemeente geen officiële doelgroepdefinitie heeft, is er wel sprake van een gesubsidieerde toeleiding van kinderen die gebruik maken van VVE. De gemeente De Marne ontvangt subsidies op basis van de gewichtenregeling van het basisonderwijs, wat betekent dat het aantal gewichtenkinderen (kinderen met ouders op een lager opleidingsniveau) bepalend is voor de financiering.

De peuterspeelzalen in De Marne houden het aantal gewichtenkinderen bij en leveren deze gegevens aan bij de gemeente. Deze monitoring helpt bij het bepalen van het VVE-aanbod. Er is echter geen gemeentelijke monitoring van het VVE-aanbod zelf. De peuterspeelzalen zijn verantwoordelijk voor het registreren van deelname en het volgen van het VVE-programma.

Monitoring en Evaluatie

De peuterspeelzaal houdt een jaarlijks rapportage aan over het aantal kinderen dat het derde dagdeel heeft bezocht en de resultaten daarvan. Deze evaluatie helpt bij het verbeteren van het VVE-aanbod en het identificeren van kinderen die nog niet bereikt zijn.

Een voorbeeld uit de gegevens toont aan dat in 2009 in De Marne, van een totaal van 225 twee- en driejarigen, 129 driejarigen het VVE-aanbod kregen, terwijl 17 kinderen in de categorie van gewichtenkinderen vielen. Hieruit blijkt dat het VVE-aanbod in De Marne redelijk breed is, maar er nog ruimte is voor verbetering.

Doelgroepdefinitie en VVE in de Gemeente Winsum

In de gemeente Winsum is de aanpak van VVE iets anders. Winsum is al sinds 2002 actief met VVE en heeft samen met de peuterspeelzalen en kinderopvanginstellingen zoals Kids2b een beleid ontwikkeld dat gericht is op een zo groot mogelijke deelname van kinderen in VVE-programma’s.

Smalle en Brede Toepassing

De gemeente Winsum heeft de smalle doelgroepdefinitie (opleidingsniveau ouders) aangepast, zodat ze beter aansluit bij de lokale situatie. In overleg met peuterspeelzalen, kinderopvang en JGZ is een lokale doelgroepdefinitie ontwikkeld die ook medische indicaties en ontwikkelingsgerelateerde factoren meeneemt.

Het doel is om zoveel mogelijk kinderen te bereiken die een risico lopen op onderwijsachterstanden. Winsum streeft naar een 100% dekkend VVE-aanbod, waarbij alle kinderen die in aanmerking komen voor VVE, toegang krijgen tot het programma.

Toeleiding en Monitoring

De toeleiding van doelgroepkinderen gebeurt via de Jeugdgezondheidszorg (JGZ). Kinderen die op de wachtlijst staan, krijgen voorprioriteit bij de toegang, mits er plek beschikbaar is. De JGZ speelt een centrale rol in de signaleringsfunctie van kinderen met ontwikkelingsgerelateerde problemen of taalachterstanden.

Monitoring van VVE in Winsum wordt gedaan via landelijke registratie en evaluatie. De gemeente levert jaarlijks gegevens aan aan het landelijk register peuterspeelzalen en het onderwijsachterstandsregister. Deze gegevens bevatten informatie over het aantal deelnemende kinderen, de intensiteit van gebruik, de capaciteit en de professionalisering van beroepskrachten.

De gemeente heeft ook een actieplan ontwikkeld om het bereik van VVE te verhogen tot 100%. Dit omvat actieve benadering van ouders, verbetering van de voorlichting en het verbeteren van de kwaliteit van het VVE-aanbod.

VVE in de Praktijk: Programma’s en Uitvoering

De uitvoering van VVE verschilt per gemeente en per instelling. In de gemeenten Bedum, De Marne en Winsum worden verschillende programma’s en methodes gebruikt, die aansluiten bij de VVE-richtlijnen en de Wet OKE.

Programma’s en Kwalificatie van Leidsters

In de gemeenten wordt gebruikgemaakt van erkende programma’s zoals ‘Ik ben Bas’ en ‘Startblokken’. Deze programma’s zijn gericht op taalstimulering en ontwikkelingsbegeleiding van jonge kinderen. Leidsters zijn geschoold en gecertificeerd in het werken met deze programma’s en voldoen aan de eisen van de Wet OKE.

In peuterspeelzalen zoals Kids2b wordt ook gewerkt met het kindvolgsysteem Pravoo, waarmee vroegtijdig kan worden geïdentificeerd of een kind ontwikkelingsachterstanden heeft. In sommige gevallen kan een derde dagdeel worden aangeboden aan doelgroepkinderen, wat extra begeleiding biedt buiten de reguliere tijden van de peuterspeelzaal.

Uitdagingen en Actiepunten

Er zijn meerdere uitdagingen in de praktijk van VVE. Een belangrijke uitdaging is het niet-bereiken van alle doelgroepkinderen. In sommige gemeenten blijkt uit de evaluaties dat er kinderen zijn die niet of nauwelijks gebruik maken van het VVE-aanbod. De oorzaak hiervoor kan liggen in ongelijke toegang, moeilijk toegankelijke locaties, of ongeveerlijke communicatie met ouders.

Om dit aan te pakken, zijn er actiepunten ontwikkeld, zoals:

  • Actieve benadering van ouders in risicogroepen;
  • Verbetering van de voorlichting over het belang van VVE;
  • Samenwerking met JGZ en andere instellingen voor betere signalering;
  • Uitbreiding van de VVE-locaties en -tijden voor betere toegankelijkheid;
  • Professionalisering van leidsters en het gebruik van erkende programma’s.

In de gemeenten Bedum, De Marne en Winsum wordt samen met peuterspeelzalen, kinderopvanginstellingen en basisscholen gewerkt aan het realiseren van een 100% dekkend VVE-aanbod. Dit houdt in dat alle kinderen die in aanmerking komen voor VVE, toegang krijgen tot het programma.

VVE in de Broader Samenleving: Onderwijsachterstandsbeleid en Financiering

Het VVE-beleid is een onderdeel van het onderwijsachterstandsbeleid van het rijk. De financiering van VVE wordt gedeeltelijk bepaald door het aantal gewichtenkinderen in een gemeente. Hoe meer gewichtenkinderen, hoe meer subsidies de gemeente ontvangt. Deze subsidies worden gebruikt voor onderwijsachterstandsbeleid op voorschoolse niveau, zoals VVE-programma’s en begeleiding.

Gewichtenregeling en Financiering

De gewichtenregeling is een centraal instrument in de financiering van onderwijsachterstandsbeleid. Kinderen met ouders die een lager opleidingsniveau hebben, krijgen een hogere gewichtswaarde, waardoor ze automatisch in een risicogroep vallen. Deze groep kinderen is in het onderwijsachterstandsbeleid de doelgroep voor extra begeleiding en ondersteuning.

De gemeenten krijgen via de specifieke uitkering of brede doeluitkering OAB (onderwijsachterstandenbeleid) geld voor VVE. De uitkering is afhankelijk van het aantal gewichtenkinderen in de gemeente. De drempel ligt op 6% van het totaal aantal basisschoolleerlingen. Als het aantal gewichtenkinderen boven deze drempel ligt, ontvangt de gemeente extra subsidies.

Landelijke Monitoring

De landelijke monitoring van VVE is uitgevoerd door Sardes tot 2011. De gemeenten leveren jaarlijks gegevens aan over het gebruik van VVE-voorzieningen, zoals het aantal deelnemende kinderen, intensiteit van gebruik, capaciteit en de professionalisering van beroepskrachten.

Het rijk ontwikkelt op dit moment een landelijk register peuterspeelzalen, waarbij gemeenten verplicht zijn om gegevens te registreren en openbaar te maken. Voor kinderdagopvangvoorzieningen bestaat al een landelijk register, waarbij voorzieningen vooraf moeten aanvragen om geregistreerd te worden. Dit is van belang voor het bepalen van het aantal beschikbare plekken en de kwaliteit van het aanbod.

VVE en de Toekomst: Verantwoordelijkheid van Gemeenten en Instellingen

De uitvoering van VVE is een verantwoordelijkheid van zowel gemeenten, peuterspeelzalen, kinderopvanginstellingen en Jeugdgezondheidszorg (JGZ). De gemeente speelt een centrale rol in de doelgroepbepaling, toeleiding, monitoring en financiering van VVE. Het is van belang dat de gemeente samenwerkt met andere betrokken partijen om het VVE-aanbod te verbeteren en 100% dekbaar te maken.

In de praktijk blijkt dat het breed toepassen van VVE een grotere deelname van kinderen mogelijk maakt, maar ook meer resources vereist. Het smalle toepassen van VVE leidt tot een gerichte aanpak, maar kan leiden tot een ongelijk aanbod in de samenleving. De keuze tussen breed en smal toepassen van VVE moet afgestemd zijn op de lokale situatie, behoeften van kinderen en beschikbare middelen.

Verantwoordelijkheid van Peuterspeelzalen en Kinderopvang

Peuterspeelzalen en kinderopvanginstellingen zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van VVE-programma’s. Ze moeten voldoen aan de eisen van de Wet OKE, zoals erkende programma’s, geschoold personeel, groepsgroottes en ouderbetrokkenheid. Het is belangrijk dat leidsters en werknemers goed getraind zijn in het werken met VVE-programma’s en in het vroegtijdig signaleren van ontwikkelingsachterstanden.

Rol van Jeugdgezondheidszorg (JGZ)

De JGZ speelt een centrale rol in de signaleringsfunctie van kinderen die in aanmerking komen voor VVE. Ze zijn verantwoordelijk voor het screenen van kinderen op medische indicaties, taalachterstanden of bijzonder gedrag. De JGZ werkt samen met peuterspeelzalen en kinderopvanginstellingen om kinderen in de juiste richting te sturen voor VVE.

Conclusie

Het VVE-beleid is een essentieel onderdeel van het onderwijsachterstandsbeleid in Nederland. De toepassing van VVE varieert per gemeente, afhankelijk van de doelgroepdefinities, toeleidingprocedures, monitoring en financiering. In gemeenten als Bedum, De Marne en Winsum worden zowel smalle als brede benaderingen van VVE toegepast, afhankelijk van de lokale situatie en behoeften van kinderen.

De uitdaging is om het VVE-aanbod 100% dekkend te maken voor alle kinderen die in aanmerking komen. Dit vereist samenwerking tussen gemeenten, peuterspeelzalen, kinderopvanginstellingen en Jeugdgezondheidszorg. Het is belangrijk dat VVE niet alleen gericht is op gewichtenkinderen, maar ook op kinderen met ontwikkelingsgerelateerde problemen of bijzonder gedrag.

De toekomst van VVE hangt af van de professionalisering van leidsters, verbetering van de voorlichting, actieve benadering van ouders en verbetering van de toegankelijkheid van VVE-voorzieningen. Het is een verantwoordelijkheid van zowel de gemeenten als de instellingen om zorg te dragen voor een kwalitatief hoogwaardig en toegankelijk VVE-aanbod voor alle kinderen die er baat bij hebben.

Bronnen

  1. Lokale regelgeving gemeente Bedum

Related Posts