Het aandeel in het vermogen van een Vereniging van Eigenaars (VvE), in het bijzonder het aandeel in het reservefonds, speelt een centrale rol in de inkomstenbelastingaangifte van eigenaars van appartementen. Dit vermogensrecht valt onder de categorie “overige bezittingen” in box 3 en wordt daarom belast met een forfaitair rendement. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de juridische, fiscale en praktische aspecten van het aandeel in een VvE, met een focus op de aangifte voor 2022. De betekenis van rechtsherstel, het verschil tussen forfaitair en werkelijk rendement, en de praktische stappen voor eigenaars om hun aandeel in het reservefonds in te vullen, worden hier besproken.
Aandeel in het reservefonds: een overige bezitting
Het reservefonds van een VvE dient als financiering voor groot onderhoud en is van essentieel belang voor de duurzaamheid van de woning. Voor eigenaars is dit aandeel in het reservefonds een vermogensrecht dat onder de categorie banktegoeden valt, wat leidt tot een lager forfaitair rendement dan bijvoorbeeld bij vastgoed. Dit verschil heeft directe fiscale gevolgen.
In de aangifte van inkomstenbelasting voor 2022 dient het aandeel in het reservefonds opgenomen te worden in box 3. Dit gebeurt op basis van de jaarstukken van de VvE en de splitsingsakte. De waardepeildatum is 1 januari van het jaar waarover de aangifte wordt gedaan, wat betekent dat eigenaars moeten kijken naar het aandeel in het reservefonds op die datum.
Het aandeel in het reservefonds wordt als een overige bezitting behandeld, vergelijkbaar met spaartegoeden. Dit is belangrijk omdat het een forfaitair rendement kent, in dit geval 5,38%, tenzij een lager rendement kan worden aangewezen in het kader van rechtsherstel. In de aangifte dient dit aandeel daarom opgenomen te worden, en wordt het automatisch meegenomen in de inkomstenbelastingaangifte via het persoonlijke dossier van de VvE.
Juridisch kader: box 3 en de Hoge Raad
Het box-3 stelsel is in de jaren voor 2023 het onderwerp geweest van juridische discussies, met name vanwege de vraag of het rendement dat op de bezittingen in deze box wordt toegerekend, redelijk is. In 2019 oordeelde de Hoge Raad dat de belastingheffing in box 3 ten hoogste op basis van het werkelijk behaalde rendement moest plaatsvinden. Deze uitspraak heeft geleid tot het mogelijk maken van rechtsherstel voor belastingplichtigen die in het verleden een hoger forfaitair rendement zijn aangerekend dan het werkelijke rendement.
Voor de jaren 2021 tot en met 2023 heeft de Belastingdienst in principe alle aanslagen inkomstenbelasting aangehouden van belastingplichtigen met een box 3 beleggingsvermogen. De wetgever heeft bepaald dat voor de jaren 2023 t/m 2027 het aandeel in een VvE, evenals het vermogen op een derdengeldenrekening van een notaris of gerechtsdeurwaarder, onder de categorie banktegoeden valt, wat leidt tot een lager forfaitair rendement.
De Hoge Raad heeft in haar uitspraak benadrukt dat de belastingwetgeving binnen de grenzen van de fundamentele vrijheden moet blijven. De wetgever heeft hierbij een grote beoordelingsruimte, maar het rechtsherstel is ingevoerd om ervoor te zorgen dat belastingplichtigen niet worden belast met hogere bedragen dan feitelijk verdiend zijn.
Praktijk: het aangifteproces en rechtsherstel
Voor de aangifte in 2022 is het aandeel in het reservefonds van de VvE verplicht op te nemen in de inkomstenbelastingaangifte. Appartementseigenaren kunnen dit aandeel vaak zelf inzien via beheerderssoftware zoals Convect of Twinq. Het aandeel reservefonds op 1 januari 2024 is bijvoorbeeld belangrijk omdat het overeenkomt met de waardepeildatum voor de aangifte in box 3.
Het aangifteproces voor box 3 kan als volgt worden uitgevoerd:
- Opvragen van documenten via het eigenaarsmenu van de VvE.
- Controleer of het document “Aangifte Box 3” in het persoonlijke dossier staat.
- Als het document niet aanwezig is, maak het aan via “Mijn gegevens” en het tabblad “Objecten”.
Het aandeel in het reservefonds wordt opgenomen als een overige bezitting in box 3. De beheerder kan dit document ook al automatisch in het persoonlijke dossier plaatsen. Appartementseigenaren zijn daarom wellicht alvast uitgenodigd om dit document in te zien.
Het is belangrijk om te beseffen dat het aandeel in het reservefonds niet hetzelfde is als een spaarrekening bij een bank. Het is echter vergelijkbaar met spaartegoeden, wat betekent dat het een forfaitair rendement kent. Dit rendement is voor 2022 standaard 5,38%, tenzij het werkelijke rendement lager is en rechtsherstel mogelijk is.
Rechtsherstel en werkelijk rendement
Rechtsherstel is een mechanisme dat eigenaars de mogelijkheid biedt om de belastingaanslag te verlagen als het forfaitair rendement hoger is dan het werkelijke rendement. Dit geldt voor de periode 1 januari 2023 tot en met 31 december 2025. In het kader van rechtsherstel dient de eigenaar aan te tonen dat het werkelijke rendement lager is dan het forfaitair rendement.
De Belastingdienst biedt voor deze doeleinden het formulier "opgaaf werkelijk rendement" aan. Dit formulier stelt eigenaars in staat om hun werkelijke rendement te vermelden en zo de belastingaanslag aan te passen. Voor 2022 is het aandeel in het reservefonds meestal opgenomen met het forfaitaire rendement van 5,38%, maar als het werkelijke rendement lager is, kan rechtsherstel aanspraak worden gemaakt.
Het vraagstuk wat voor rente geldt bij rechtsherstel is nog steeds relevant. De Hoge Raad heeft in haar uitspraak bepaald dat de belastingheffing in box 3 ten hoogste op basis van het werkelijke rendement mag plaatsvinden. Dit betekent dat het aandeel in het reservefonds verlaagd kan worden als het rendement lager is dan het forfaitaire rendement.
Het is echter belangrijk om te weten dat het rechtsherstel niet automatisch toepasbaar is voor alle eigenaars. De Belastingdienst heeft in principe alle aanslagen inkomstenbelasting aangehouden van belastingplichtigen met een box 3 beleggingsvermogen voor de jaren 2021 tot en met 2023. Of niet-bezwaarmakers hier ook gebruik van kunnen maken is nog onbekend. Dit maakt het belangrijk voor eigenaars om hun aandeel in het reservefonds nauwkeurig in te vullen en eventueel rechtsherstel in overweging te nemen.
Berekenen van het aandeel in het reservefonds
Het berekenen van het aandeel in het reservefonds is essentieel voor de correcte aangifte in box 3. Dit gebeurt in drie stappen:
Bepaal het vermogen van de VvE: Het vermogen van de VvE bestaat uit het eigen vermogen en het vreemd vermogen. Het reservefonds maakt hier een deel van uit en is een onderdeel van het eigen vermogen. Dit vermogen is meestal te vinden in de jaarstukken van de VvE.
Bereken het aandeel van de eigenaar: Het aandeel van de eigenaar in het reservefonds wordt berekend op basis van de splitsingsakte van de VvE. Deze akte bepaalt hoe het vermogen van de VvE is verdeeld over de eigenaars. Het aandeel van de eigenaar in het reservefonds is dus een fractie van het totale reservefonds.
Stel het aandeel vast op 1 januari van het betreffende jaar: Voor de aangifte in 2022 is de waardepeildatum 1 januari 2022. Dit betekent dat het aandeel in het reservefonds op deze datum bepaald moet worden. Eigenaars kunnen dit aandeel vaak zelf inzien via beheerderssoftware.
Het is belangrijk om te beseffen dat het aandeel in het reservefonds niet hetzelfde is als een spaarrekening bij een bank. Het is echter vergelijkbaar met spaartegoeden, wat betekent dat het een forfaitair rendement kent. Dit rendement is voor 2022 standaard 5,38%, tenzij het werkelijke rendement lager is en rechtsherstel mogelijk is.
Aandeel in de WOZ-waarde
Een ander aspect dat invloed heeft op de belastingaangifte is het aandeel in de WOZ-waarde. De WOZ-waarde van een woning is van invloed op de woonwagenbelasting en is daarom van belang voor appartementseigenaren. Als het aandeel in het reservefonds t.b.v. groot onderhoud is vastgesteld, kan dit in mindering worden gebracht op de WOZ-waarde. Dit kan leiden tot een lager woonwagenbelastingbedrag.
Het is echter belangrijk om te weten dat dit alleen mogelijk is als het aandeel in het reservefonds t.b.v. groot onderhoud is vastgesteld. Dit betekent dat de VvE moet kunnen aantonen dat het reservefonds wordt gebruikt voor groot onderhoud en niet voor andere doeleinden. Dit kan bijvoorbeeld worden gedaan door het gebruik van het reservefonds te documenteren in de jaarstukken van de VvE.
Het aandeel in de WOZ-waarde is dus een indirecte factor die invloed heeft op de inkomstenbelastingaangifte. Het is echter niet direct gerelateerd aan het aandeel in het reservefonds in box 3, maar kan wel leiden tot een verlaging van de woonwagenbelasting.
Conclusie
Het aandeel in het vermogen van een VvE, in het bijzonder het aandeel in het reservefonds, is een belangrijk onderdeel van de inkomstenbelastingaangifte in box 3. Appartementseigenaren zijn verplicht om dit aandeel op te geven, omdat het een vorm van overige bezittingen is. Het reservefonds dient als financiering voor groot onderhoud en is dus van essentieel belang voor de duurzaamheid van de woning.
Het berekenen van het aandeel in het reservefonds gebeurt op basis van de jaarstukken van de VvE en de splitsingsakte. Appartementseigenaren kunnen dit aandeel vaak zelf inzien via beheerderssoftware. Het aandeel moet worden opgenomen in het persoonlijke dossier van de VvE en wordt vervolgens automatisch meegenomen in de inkomstenbelastingaangifte.
Het juridisch kader rondom box 3 is in de afgelopen jaren veranderd. De Hoge Raad heeft bepaald dat de belastingheffing in box 3 ten hoogste op basis van het werkelijke rendement mag plaatsvinden. Dit heeft geleid tot het mogelijk maken van rechtsherstel voor belastingplichtigen die in het verleden een hoger forfaitair rendement zijn aangerekend dan het werkelijke rendement.
Voor de aangifte in 2022 is het aandeel in het reservefonds meestal opgenomen met het forfaitaire rendement van 5,38%, tenzij het werkelijke rendement lager is en rechtsherstel mogelijk is. Het is belangrijk om te beseffen dat het aandeel in het reservefonds niet hetzelfde is als een spaarrekening bij een bank. Het is echter vergelijkbaar met spaartegoeden, wat betekent dat het een forfaitair rendement kent.
Het aandeel in het reservefonds is dus een belangrijk onderdeel van de inkomstenbelastingaangifte. Appartementseigenaren moeten dit aandeel nauwkeurig invullen en eventueel rechtsherstel in overweging nemen als het werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement. Dit is essentieel voor een correcte en eerlijke belastingaangifte.