De vereniging van eigenaars (VvE) speelt een cruciale rol in de eigendom en het beheer van woningcomplexen, waardoor het aandeel van ieder lid in het VvE-vermogen niet alleen juridisch relevant is, maar ook fiscaal. Voor VvE-leden is het belangrijk te begrijpen hoe hun aandeel in het VvE-vermogen opgenomen moet worden in de aangifte inkomstenbelasting, met name in de context van Box 3. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de regels voor het aandeel in VvE-vermogen in 2023, inclusief praktische stappen bij de belastingaangifte en voorbeelden van het berekenen van belasting.
Belastingrechtelijke context van VvE-vermogen
Het aandeel van VvE-leden in het vermogen van de vereniging is sinds 1 januari 2023 ondergebracht in de categorie overige bezittingen binnen Box 3. Dit is een verfijning die is ingevoerd via het Belastingplan 2024 en heeft gevolgen voor de manier waarop VvE-leden hun belastingaangifte moeten invullen.
Wijzigingen in de belastingregelgeving vanaf 2023
In het kader van de overbruggingswetgeving voor Box 3 zijn er belangrijke wijzigingen doorgevoerd:
- Het aandeel in het vermogen van een VvE wordt als een vermogensrecht beschouwd en valt daarom in de categorie overige bezittingen in Box 3.
- Deze categorie kent een lagere forfaitaire rente dan bijvoorbeeld banktegoeden, wat gunstig kan zijn voor VvE-leden.
- Onderlinge vorderingen en schulden tussen fiscale partners, zoals in het kader van een jaarlijks verrekeningsbedrag binnen huwelijkse voorwaarden, zijn sinds 1 januari 2023 gedefiscaliseerd. Dit betekent dat deze vorderingen en schulden niet langer in de belastingaangifte hoeven te worden opgenomen.
- Voor fiscale partners wordt bij de berekening van het rendement in Box 3 uitgegaan van een gezamenlijke rendementsgrondslag.
Wat is het aandeel in het VvE-vermogen?
Het aandeel in het VvE-vermogen wordt bepaald op basis van de bijdrage van elk lid aan het totale vermogen van de vereniging. Deze bijdrage is afhankelijk van de aansluitingsvoorwaarden en eventuele extra bijdragen die zijn ingevorderd.
Onderdeel van het vermogen
Het aandeel in het VvE-vermogen omvat:
- Het aandeel in het reservefonds van de VvE
- Eventuele extra bijdragen die zijn ingevorderd in het kader van de aansluitingsvoorwaarden
Het spaargeld of kasgeld van de VvE zelf valt daarentegen niet onder het aandeel van individuele leden en hoeft daarom niet in de belastingaangifte opgenomen te worden.
Praktische stappen bij de belastingaangifte
Voor VvE-leden is het belangrijk om de waarde van hun aandeel correct vast te stellen, omdat dit een invloed kan hebben op de hoogte van de belasting die betaald moet worden.
Stap 1: Waarde van het aandeel bepalen
De waarde van het aandeel in het VvE-vermogen wordt bepaald op 1 januari van het betreffende belastingjaar. Dit komt overeen met de waarde van het aandeel per 31 december van het vorige jaar.
Het VvE-beheerder of het bestuur van de VvE kan een overzicht leveren van het aandeel in het vermogen van de vereniging. Dit overzicht kan gebruikt worden bij het invullen van de belastingaangifte.
Stap 2: Invoeren in Box 3
Het aandeel in het VvE-vermogen wordt in Box 3 verwerkt onder de categorie overige bezittingen. Aangezien het aandeel in VvE-vermogen in deze categorie valt, wordt een forfaitaire rente toegekend, die lager ligt dan bijvoorbeeld de rente op banktegoeden.
Het forfaitaire rendement op overige bezittingen in 2023 bedraagt 5%, terwijl het forfaitaire rendement op banktegoeden slechts 0,1% is.
Voorbeelden van belastingberekening
De belasting die moet worden betaald op het aandeel in het VvE-vermogen hangt af van het totale vermogen, de vrijstellingen en het forfaitaire rendement.
Voorbeeld 1: Klein aandeel in VvE-vermogen
Stel dat het aandeel in het VvE-vermogen € 20.000 is en het VvE-lid heeft een fiscale partner. Samen hebben ze € 100.000 spaargeld.
- Het heffingsvrije vermogen voor een koppel is in 2023 € 114.000.
- Het totale vermogen is € 120.000, wat € 6.000 boven het heffingsvrije bedrag uitkomt.
- De belasting is 32% van € 62,20, wat neerkomt op € 19.
In dit voorbeeld blijkt dat de belasting op het aandeel in het VvE-vermogen zeer laag is.
Voorbeeld 2: Groter aandeel in VvE-vermogen
Stel dat het aandeel in het VvE-vermogen € 30.000 is, de VvE-lid een fiscale partner heeft en samen € 100.000 spaargeld en een aandelenportefeuille van € 100.000 bezit.
- Het heffingsvrije vermogen is € 114.000.
- Het totale vermogen is € 230.000, wat € 116.000 boven het heffingsvrije bedrag uitkomt.
- De belasting is 32% van € 4.050,42, wat € 1.296 is.
Hoewel het belastingbedrag in dit geval hoger is dan in het vorige voorbeeld, blijft het toch relatief laag.
Belastingtarief en heffingvrij vermogen in 2023
Het tarief voor het voordeel uit sparen en beleggen (Box 3) in 2023 is 32%. Dit tarief is licht hoger dan in 2022 (32%) en het blijft hetzelfde in 2024.
Het heffingvrije vermogen in 2023 is verhoogd naar € 57.000 voor individuele belastingplichtigen en € 114.000 voor fiscale partners. Dit betekent dat een deel van het vermogen van VvE-leden vrij blijft van belasting, zolang het onder deze limiet blijft.
Belangrijke aandachtspunten bij de aangifte
Bij het invullen van de belastingaangifte zijn er een aantal belangrijke aandachtspunten voor VvE-leden:
- Het aandeel in het VvE-vermogen moet opgenomen worden in Box 3, onder de categorie overige bezittingen.
- Alleen het aandeel in het reservefonds is van belang; het spaargeld van de VvE zelf hoeft niet in de aangifte opgenomen te worden.
- Het forfaitaire rendement op het aandeel in het VvE-vermogen is 5% in 2023.
- Vorderingen en schulden tussen fiscale partners of tussen ouder en kind zijn gedefiscaliseerd en hoeven niet in de aangifte opgenomen te worden.
VvE’s met commercieel karakter
Voor VvE’s die een commercieel karakter hebben kan de situatie iets ingewikkelder zijn. In dergelijke gevallen kan het aandeel in het vermogen van de VvE verder inkomsten genereren, wat extra aandacht vereist bij de belastingaangifte.
Het is daarom aan te raden om bij dergelijke VvE’s extra consultancy in te schakelen, bijvoorbeeld bij een belastingadviseur of juridisch deskundige, om te zorgen dat de aangifte correct is opgesteld en eventuele belastingverplichtingen zijn meegenomen.
Toekomstige ontwikkelingen en eventuele veranderingen
In 2025 is er een voornemen om het heffingsvrije vermogen te verlagen naar € 52.048. Dit zou een impact kunnen hebben op de belasting die VvE-leden moeten betalen. Eind 2025 wordt besloten of dit voornemen uitgevoerd wordt of dat er een andere dekking wordt ingezet.
Daarnaast is aangekondigd dat in 2026 het forfait voor overige bezittingen met 1,78% verhoogd gaat worden. Dit kan gevolgen hebben voor de belastingaangifte in latere jaren.
Conclusie
Het aandeel in het VvE-vermogen is sinds 2023 ondergebracht in de categorie overige bezittingen binnen Box 3, wat een lagere forfaitaire rente oplevert dan bijvoorbeeld bij banktegoeden. VvE-leden moeten het aandeel in hun VvE-vermogen correct opnemen in de belastingaangifte, op basis van de waarde van 1 januari van het betreffende belastingjaar.
Het heffingsvrije vermogen in 2023 is verhoogd tot € 57.000 voor individuen en € 114.000 voor fiscale partners, wat betekent dat een deel van het vermogen vrij blijft van belasting. De belasting op het aandeel in het VvE-vermogen is in veel gevallen verwaarloosbaar laag, zeker als het aandeel klein is.
Voor VvE-leden is het aan te raden om zich op de hoogte te houden van eventuele toekomstige wijzigingen in de belastingwetgeving, aangezien deze invloed kunnen hebben op de belastingaangifte in latere jaren. In complexere gevallen is het verstandig om professionele hulp in te schakelen.