Stadsverwarming: Kostenaanblik en Tarieven in 2026

Inleiding

Stadsverwarming is tegenwoordig een steeds populairdere oplossing voor het verwarmen van woningen en gebouwen in stedelijke gebieden. Deze vorm van centrale verwarming maakt gebruik van een warmtenetwerk, waarbij warmte wordt opgewekt op één centrale locatie en vervolgens via buizen naar individuele huishoudens wordt geleverd. Voorwonenden zoals Duiven, Almere en Nieuwegein hebben al een aantal jaren stadsverwarming ingevoerd, waarbij woningen zijn aangesloten op een collectief warmtenetwerk. Omdat er geen individuele CV-ketel nodig is, betekent dit ook dat er geen jaarlijks onderhoud nodig is en dat woningen veiliger zijn.

In dit artikel geven wij een overzicht van de tarieven, vaste kosten, meetkosten en huur van afleversets voor stadsverwarming. Daarnaast wordt ingegaan op de financiële aspecten van stadsverwarming en de impact op huishoudens met lager verbruik. De informatie is gebaseerd op de meest recente tarieven en richtlijnen van 2026, zoals vastgelegd door de Autoriteit Consument & Markt (ACM) en andere betrouwbare bronnen. Het doel van dit artikel is om potentiële kopers, huurders en investeerders een duidelijk en feitelijk overzicht te geven van de kostenstructuren van stadsverwarming in 2026.

Opbouw van de stadsverwarmingtarieven

De tarieven voor stadsverwarming in Nederland zijn grotendeels gestandaardiseerd en zijn afhankelijk van het aantal leveranciers waarmee men aansluit. In 2026 worden drie van de grootste leveranciers genoemd in de beschikbare gegevens: Vattenfall, Eneco en Ennatuurlijk. Samen leveren zij ruim 74% van de stadswarmte in Nederland. Deze drie leveranciers hanteren exact dezelfde tarieven in 2026. De opbouw van deze tarieven is als volgt:

  • Variabele kosten per GJ: € 40,97
  • Vaste kosten: € 615,66
  • Meetkosten: € 33,73
  • Huur afleverset voor verwarmen en warm water: € 178,51

Deze tarieven zijn inclusief btw. Het opvallende is dat de variabele kosten per GJ in 2026 zijn gedaald ten opzichte van 2025, terwijl de vaste kosten en meetkosten zijn gestegen. Voor een huishouden met een gemiddeld verbruik van 35 GJ per jaar betekent dit een lichte daling van de totale kosten. Echter, voor kleinere huishoudens met een verbruik onder de 26 GJ betekent de stijging van de vaste kosten een relatief hogere belasting.

Het is belangrijk om te weten dat deze tarieven de maximumtarieven zijn die door de ACM zijn vastgesteld. Dat betekent dat een warmteleverancier deze tarieven niet mag overschrijden, ongeacht het contract of de locatie. Dit biedt consumenten een zekerheid dat ze niet worden aangegrepen door onredelijke tarieven, ook al zijn er in de praktijk beperkte mogelijkheden om leveranciers te wisselen.

Vaste kosten bij stadsverwarming

Bij stadsverwarming zijn er verschillende soorten vaste kosten die jaarlijks worden in rekening gebracht, onafhankelijk van het energieverbruik. Deze kosten zijn van essentieel belang en vormen een groot deel van de totale kosten voor het gebruik van stadsverwarming. De belangrijkste vaste kosten zijn:

  • Onderhoud en beheer van het warmtenetwerk: Dit betreft de kosten die verband houden met het onderhouden van de infrastructuur van het warmtenetwerk, inclusief de buizen, pompen en andere componenten.
  • Meetkosten: De meetkosten zijn gericht op het opnemen en administratief verwerken van de meterstanden. Ook het vervangen en onderhoud van de warmtemeter zijn hierin opgenomen.
  • Huur van de afleverset: De afleverset is de technische apparatuur die geïnstalleerd wordt bij het huis en waarbij de warmte wordt afgestaan. De huur van deze apparatuur is ook een vaste kostenpost en verschilt per toepassing (verwarmen en warm water of alleen verwarmen/alleen warm water).

De vaste kosten per huishouden zijn in 2026 gedaald ten opzichte van 2025, maar er zijn ook kosten die zijn gestegen, zoals de meetkosten. Dit heeft geleid tot een lichte verhoging van de totale vaste kosten per huishouden.

Meetkosten en huur van de afleverset

De meetkosten bij stadsverwarming zijn een vaste jaarlijkse kostenpost die verband houdt met het meten van het verbruik van warmte. In 2026 zijn deze kosten gedaald, maar de stijging van andere vaste kosten heeft grotendeels deze vermindering opgeheven. Het meettarief is in 2026 € 33,73 per huishouden, wat een verhoging betekent t.o.v. 2025. De huur van de afleverset is daarentegen iets gedaald ten opzichte van 2025.

Voor een huishouden dat zowel verwarmen als warm water gebruikt, is de huur van de afleverset in 2026 € 178,51 per jaar. Voor huishoudens die alleen verwarmen of alleen warm water gebruiken is de huur van de afleverset € 184,10. Het is belangrijk om te weten dat deze huurbedragen ook zijn opgenomen in de maximumtarieven die door de ACM zijn vastgesteld.

Bij collectieve aansluitingen, zoals die voorkomen in wooncomplexen met een gemeenschappelijke CV-ketel, zijn de huurbedragen van de afleverset aanzienlijk hoger. In 2026 zijn deze huurbedragen als volgt:

  • Verwarmen + warm water: € 3.297,75 per jaar
  • Alleen verwarmen: € 3.325,83 per jaar
  • Alleen warm water: € 3.325,83 per jaar

Deze bedragen worden verdeeld over de bewoners van het wooncomplex. Het is duidelijk dat bij collectieve aansluitingen de huurbedragen aanzienlijk hoger liggen dan bij individuele aansluitingen.

Tariefontwikkeling in de jaren 2023-2026

De tariefontwikkeling van stadsverwarming in de afgelopen jaren toont een duidelijke trend: een relatieve daling van de variabele kosten per GJ, maar een stijging van de vaste kosten. Deze trend heeft geleid tot een structuurkostverschil ten nadele van stadsverwarming t.o.v. gas. In 2023 was het prijsverschil tussen gas en stadsverwarming voor een gemiddeld huishouden € 220 per jaar. In 2024 was dit verschil uitgegroeid tot € 470 per jaar en in 2025 tot € 539 per jaar.

Deze toename in het prijsverschil kan worden toegeschreven aan een aantal factoren. Ten eerste hanteren warmteleveranciers vaker de wettelijke maximumtarieven. Ten tweede zijn de vaste kosten van stadsverwarming in vergelijking met gas relatief hoog. Ten slotte zijn er verschillen in de berekening van financiële rendementen door de diverse warmteleveranciers.

In 2026 is het prijsverschil tussen gas en stadsverwarming verder toegenomen, doordat de vaste kosten zijn gestegen en de variabele kosten zijn gedaald. Dit heeft geleid tot een structureel kostverschil in nadeel van stadsverwarming. Het is daarom belangrijk om dit in overweging te nemen bij het maken van een keuze voor of tegen stadsverwarming.

Stadsverwarming versus gas: financiële vergelijking

De financiële vergelijking tussen stadsverwarming en gas is belangrijk voor huishoudens die overwegen om op stadsverwarming over te stappen of die al aangesloten zijn. Uit de beschikbare gegevens blijkt dat stadsverwarming in de praktijk sinds 2023 structureel duurder is dan gas, ondanks de doelstellingen van duurzame verwarming.

De prijsvergelijking is gebaseerd op een gemiddeld verbruik van 26 GJ per jaar voor verwarming en warm water. In 2023 was het prijsverschil tussen gas en stadsverwarming € 220 per jaar. In 2024 was dit verschil uitgegroeid tot € 470 en in 2025 tot € 539. In 2026 is dit verschil verder toegenomen. Dit betekent dat het verbruik van stadsverwarming in vergelijking met gas in de praktijk aanzienlijk duurder is.

Het verschil in prijs is onder andere het gevolg van het feit dat warmteleveranciers vaker de wettelijke maximumtarieven hanteren. Daarnaast zijn de vaste kosten van stadsverwarming in vergelijking met gas relatief hoog. Bovendien zijn er verschillen in de berekening van financiële rendementen door de diverse warmteleveranciers.

Het is belangrijk om te weten dat het verband tussen de prijs van stadsverwarming en gas ook kan variëren per huishouden, afhankelijk van het verbruik, de locatie en de warmteleverancier. Daarom is het aan te raden om een persoonlijke berekening te maken of het gebruik van stadsverwarming financieel verstandig is.

Invloed van stadsverwarming op kleine huishoudens

Kleine huishoudens met een verbruik onder de 26 GJ per jaar hebben in 2026 een relatief grotere financiële last bij stadsverwarming t.o.v. gas. Dit komt voornamelijk door de stijging van de vaste kosten, die onafhankelijk zijn van het verbruik. Voor huishoudens met een lager verbruik is het effect van de stijging van de vaste kosten groter dan het effect van de lichte daling van de variabele kosten per GJ.

Dit betekent dat kleine huishoudens in vergelijking met grotere huishoudens een grotere financiële belasting ondervinden bij stadsverwarming. Het is daarom belangrijk om deze aspecten in overweging te nemen bij de keuze voor of tegen stadsverwarming.

Advies voor huishoudens met stadsverwarming

Hoewel het gebruik van stadsverwarming een aantal voordelen biedt, zoals het wegvallen van het jaarlijkse onderhoud van een CV-ketel en de veiligheid die daarmee gepaard gaat, is het financieel in de praktijk sinds 2023 structureel duurder dan het gebruik van gas. Dit betekent dat huishoudens die al aangesloten zijn op stadsverwarming of die overwegen om dit te doen, dit financieel aspect goed moeten meewegen.

Een mogelijke oplossing voor huishoudens die willen besparen op hun energiekosten is het nemen van een los stroomcontract bij een aparte leverancier. Omdat het niet mogelijk is om leveranciers te wisselen voor stadsverwarming, is het aan te raden om op deze manier toch een besparing te realiseren. De laagste stroomprijs in 2026 is € 0,22 per kWh.

Daarnaast is het belangrijk om te weten dat het verband tussen stadsverwarming en gas kan variëren per huishouden. Het is daarom aan te raden om een persoonlijke berekening te maken van de kosten en voordelen van stadsverwarming.

Toekomstige ontwikkelingen bij stadsverwarming

De toekomstige ontwikkelingen bij stadsverwarming zijn van groot belang voor zowel huishoudens als investeerders. In 2025 heeft de ACM verscherpte accountingregels (RAR) opgesteld om de financiële verschillen tussen stadsverwarming en gas beter te kunnen controleren. Deze regels zullen waarschijnlijk leiden tot meer transparantie en eerlijkere prijsvorming in de sector van stadsverwarming.

Daarnaast is het van belang om te kijken naar de voordelen van stadsverwarming in de context van duurzame energie. In de toekomst kan stadsverwarming een belangrijke rol spelen in de overgang naar een koolstofvrije warmtevoorziening. Dit kan bijvoorbeeld door het gebruik van warmtepompen, biomassa of warmte uit industriële processen.

Het is daarom belangrijk om in de toekomst niet alleen te kijken naar de huidige kostenstructuren, maar ook naar de langdurige voordelen en de mogelijkheden voor duurzame warmteproductie. Dit betekent dat huishoudens en investeerders in overweging moeten nemen hoe stadsverwarming in de toekomst kan bijdragen aan een duurzame en efficiënte warmtevoorziening.

Conclusie

Stadsverwarming is tegenwoordig een steeds populairdere oplossing voor het verwarmen van woningen in stedelijke gebieden. Hoewel er voordelen zijn, zoals het wegvallen van het jaarlijkse onderhoud van een CV-ketel en de veiligheid die daarmee gepaard gaat, is het financieel in de praktijk sinds 2023 structureel duurder dan het gebruik van gas. Dit betekent dat huishoudens die al aangesloten zijn op stadsverwarming of die overwegen om dit te doen, dit financieel aspect goed moeten meewegen.

De opbouw van de tarieven voor stadsverwarming in 2026 is duidelijk gestandaardiseerd en bestaat uit variabele kosten per GJ, vaste kosten, meetkosten en huur van de afleverset. Deze tarieven zijn inclusief btw en zijn vastgesteld door de ACM. Het opvallende is dat de variabele kosten per GJ zijn gedaald, terwijl de vaste kosten zijn gestegen. Voor kleine huishoudens betekent dit een relatief grotere financiële last.

Het is belangrijk om te weten dat het verband tussen stadsverwarming en gas kan variëren per huishouden. Het is daarom aan te raden om een persoonlijke berekening te maken van de kosten en voordelen van stadsverwarming. Daarnaast is het aan te raden om een los stroomcontract bij een aparte leverancier te nemen om op deze manier toch een besparing te realiseren.

In de toekomst kan stadsverwarming een belangrijke rol spelen in de overgang naar een koolstofvrije warmtevoorziening. Dit kan bijvoorbeeld door het gebruik van warmtepompen, biomassa of warmte uit industriële processen. Het is daarom belangrijk om in de toekomst niet alleen te kijken naar de huidige kostenstructuren, maar ook naar de langdurige voordelen en de mogelijkheden voor duurzame warmteproductie.

Bronnen

  1. Tarievenoverzicht warmteleveranciers 2026
  2. Stadsverwarming kosten en voordelen
  3. Energievergelijking stadswarmte
  4. Stadsverwarming en blokverwarming

Related Posts