Gasverbruik bij het gebruik van stadsverwarming: een overzicht van verbruik, kosten en vergelijkingen

Het gebruik van stadsverwarming biedt een alternatief voor traditionele gasaansluitingen en is in opkomst in stadswijken en collectieve woningbouwprojecten. Voor eigenaren en toekomstige kopers van woningen met stadsverwarming is het belangrijk om te begrijpen hoe het gasverbruik bij dit systeem wordt gemeten en hoe dit zich verhoudt tot het verbruik bij reguliere aardgasinstallaties. Deze tekst biedt een gedetailleerd overzicht van de relevante gegevens, inclusief verbruikscijfers, kostenstructuur, en mogelijke voordelen en nadelen van stadsverwarming. De informatie is gebaseerd op actuele data en officiële berekeningsmethoden, zoals deze worden gegeven in de beschikbare bronnen.

Inleiding

In Nederland is stadsverwarming een steeds populairder vorm van warmtevoorziening, vooral in stedelijke gebieden en bij grootschalige woningbouwprojecten. In tegenstelling tot een traditionele gasaansluiting, waarbij het verbruik van aardgas wordt gemeten in kubieke meters, wordt het verbruik van stadsverwarming aangegeven in gigajoules (GJ). Voor bewoners is het dus belangrijk om te begrijpen hoe deze eenheden zich verhouden en hoe het verbruik en de kosten in de praktijk werken.

De beschikbare gegevens tonen aan dat het gemiddelde warmteverbruik per woning met stadsverwarming varieert tussen ongeveer 35 GJ en 42 GJ per jaar, afhankelijk van factoren zoals woningtype, isolatiegraad en huishoudgrootte. Deze verbruikscijfers worden vaak vergeleken met het equivalent in aardgas: 1 GJ komt overeen met ongeveer 30 tot 36 m³ aardgas. Aan de hand van deze vergelijkingen is het mogelijk om het verbruik en de kosten van stadsverwarming te beoordelen ten opzichte van regulier gas.

Wat is stadsverwarming en hoe werkt het?

Stadsverwarming is een centrale vorm van warmtevoorziening waarbij warmte wordt opgewekt in een centrale installatie en via een warmtenet wordt geleverd naar individuele woningen. Het gebruik van een centrale installatie kan meestal leiden tot hogere efficiëntie en duurzamere energieproductie, omdat restwarmte uit bijvoorbeeld elektriciteitscentrales of industrie kan worden benut.

Een belangrijk verschil met een gasaansluiting is dat bij stadsverwarming geen individuele cv-ketel nodig is. Dit betekent dat er geen kosten zijn voor aankoop, onderhoud of afschrijving van een cv-ketel. Daarnaast is er geen gasaansluiting nodig, wat de risico’s op lekken of brand vermindert.

Een nadeel is echter dat bij stadsverwarming meestal sprake is van een monopolistische levering. Bewoners kunnen in de praktijk niet overstappen van leverancier, wat beperkingen kan opleveren op het gebied van prijsdruk en kwaliteit van service.

Hoe wordt gasverbruik gemeten bij stadsverwarming?

Bij een reguliere aardgasinstallatie wordt het verbruik gemeten in kubieke meters (m³), waarbij het verbruik van gas gemiddeld ligt tussen 4 en 6 m³ per dag, wat overeenkomt met 40 tot 60 kWh per dag. Bij stadsverwarming wordt het verbruik in gigajoules (GJ) uitgedrukt, omdat het hier gaat om geleverde warmte in plaats van aardgas.

Het gemiddelde warmteverbruik per woning met stadsverwarming is volgens de meest recente cijfers zo’n 35 GJ per jaar voor verwarming en warm water samen. Voor alleen warm water wordt een verbruik van 6,6 GJ per jaar aangegeven.

Om de kosten van stadsverwarming te vergelijken met die van regulier gas, is het nodig om het verbruik in GJ om te rekenen naar het equivalente gasverbruik in m³. Een gemiddelde van 1 GJ is gelijk aan ongeveer 31,6 m³ aardgas. Dit betekent dat een verbruik van 35 GJ per jaar overeenkomt met ongeveer 1106 m³ aardgas.

Kostenstructuur van stadsverwarming

De kosten van stadsverwarming worden opgebouwd uit meerdere onderdelen:

  1. Vaste kosten per jaar: Deze kosten zijn gelijk aan het tarief dat per woning wordt vastgesteld en zijn onafhankelijk van het verbruik. Deze kosten zijn vaak hoger dan bij regulier gas, omdat ze ook eenmalige aansluitkosten en infrastructuurkosten meenemen.

  2. Variabele kosten per gigajoule: De variabele kosten zijn afhankelijk van het verbruik in GJ. In 2025 zijn deze variabele kosten gedaald tot €43,79 per GJ (tegenover €46,69 in 2024).

  3. Aansluitbijdrage: Bij het aansluiten van een woning op het warmtenet kan een eenmalige aansluitbijdrage worden gedaan. Deze bijdrage varieert afhankelijk van de leeftijd van de woning, de afstand tot het warmtenet en de infrastructuur die eventueel moet worden aangelegd.

  4. Opeisbare kosten bij opzegging: Als een woning op termijn wordt verlaten of wordt afgestoten, kunnen er kosten zijn voor het opzeggen van de aansluiting. Deze kosten kunnen bijvoorbeeld optreden bij het overstapken naar een warmtepomp of bij het verlaten van een woning met stadsverwarming.

  5. Aanvullende kosten voor warm water: In woningen met stadsverwarming kan ook apart warm water worden gemeten. Dit gebeurt via een warmwatermeter die het verbruik in kubieke meter (m³) registreert. Deze gegevens worden apart verwerkt in de energierekening.

Het maximumtarief voor stadsverwarming

Vanweeg de monopolistische aard van stadsverwarming is er in Nederland een Wet collectieve warmtevoorziening in werking getreden, waarin een maximumtarief is vastgelegd. Dit maximumtarief is gebaseerd op de gemiddelde aardgasprijs op 1 januari van elk jaar. In 2024 bedroeg het maximumtarief voor stadsverwarming €90,91 per GJ, terwijl dit in 2025 is gedaald naar €43,79 per GJ. Dit betekent dat de variabele kosten voor stadsverwarming in 2025 met 49% zijn gedaald ten opzichte van de huidige maximumtarief.

Het maximumtarief is bedoeld om bewoners te beschermen tegen onredelijk hoge prijzen, omdat ze bij stadsverwarming geen alternatieve leveranciers kunnen kiezen. De toezichthouder ACM stelt dit tarief jaarlijks vast op basis van de aardgasprijs.

Hoe verhouden de kosten van stadsverwarming zich tot die van regulier gas?

Het vergelijken van de kosten van stadsverwarming met die van regulier gas is een complexe klus, omdat de kosten niet alleen van het verbruik afhankelijk zijn, maar ook van structurele factoren zoals vaste kosten, aansluitbijdrage en eventuele onderhoudskosten.

Een belangrijk verschil tussen stadsverwarming en regulier gas is dat bij stadsverwarming geen cv-ketel is vereist. Dit betekent dat er geen kosten zijn voor aankoop, onderhoud of afschrijving van een cv-ketel. Daarnaast zijn er geen netbeheerkosten voor het gasnet. Aan de andere kant zijn de vaste kosten voor stadsverwarming vaak iets hoger dan die van regulier gas, zelfs als de kosten voor een cv-ketel worden meegenomen.

Een concreet voorbeeld is dat bij een verbruik van 35 GJ per jaar (ongeveer 1106 m³ gas) de variabele kosten voor stadsverwarming €43,79 per GJ bedragen. Dit geeft een totaal variabel bedrag van €1532,65 per jaar. Bij regulier gas kan het verbruik per m³ variëren, maar op dit moment ligt de gemiddelde prijs rond €1,33 per m³. Voor hetzelfde verbruik zou dit €1471,98 per jaar kosten. Hieruit blijkt dat het variabele verbruik met stadsverwarming iets hoger is dan bij regulier gas.

Het totaalbedrag per jaar is echter ook afhankelijk van de vaste kosten. Bij regulier gas zijn deze meestal lager dan bij stadsverwarming. In de praktijk is het dus mogelijk dat het totale verbruik per jaar met stadsverwarming iets hoger uitvalt dan met regulier gas, vooral bij lage verbruikscijfers.

Voordelen en nadelen van stadsverwarming

Voordelen

  • Geen cv-ketel nodig: Door het afwezigheid van een cv-ketel zijn er geen kosten voor aankoop, onderhoud of afschrijving.
  • Duurzamere energie: Stadsverwarming maakt vaak gebruik van restwarmte of duurzamere energiebronnen, wat gunstig is voor het CO₂-voetspoor.
  • Geen gasaansluiting nodig: Door het afwezigheid van een gasaansluiting zijn er minder risico’s op lekken of brand.
  • Gemakkelijkere administratie: Omdat het verbruik van stadsverwarming in één rekening wordt verwerkt, is het administratieproces vaak eenvoudiger dan bij een combinatie van gas en stroom.

Nadelen

  • Geen overstapmogelijkheid: Bij stadsverwarming kun je geen kiezen voor een andere leverancier, wat beperkt de prijsdruk.
  • Hoge aanlegkosten: De aansluitbijdrage en infrastructuurkosten kunnen de totale kosten verhogen.
  • Vaste kosten: De vaste kosten voor stadsverwarming zijn meestal hoger dan bij regulier gas.
  • Geen directe controle: Omdat het warmteverbruik centraal wordt aangemaakt, heeft de bewoner minder invloed op de efficiëntie van de installatie.

De rol van de Warmtewet

De Warmtewet is een wettelijke regelgeving die is opgesteld om bewoners te beschermen tegen onredelijke prijzen voor stadsverwarming. Aangezien het gebruik van stadsverwarming vaak monopools is, is het voor de overheid belangrijk om prijsbeheersing en transparantie te waarborgen.

De Wet collectieve warmtevoorziening is een recente wet die deze regelgeving verder uitbreidt. Deze wet stelt een maximumtarief vast, dat jaarlijks wordt bepaald door de toezichthouder ACM. Deze tarief is gebaseerd op de aardgasprijs op 1 januari. De overheid werkt aan het verder uitwerken van deze wet om de markttransparantie en kwaliteit van dienstverlening verder te verbeteren.

Het invloed van droogte op het verbruik van stadsverwarming

Een belangrijk aspect dat invloed kan hebben op het verbruik van stadsverwarming is het klimaat. Bij droogteperioden kan het verbruik van warmte stijgen, omdat de behoefte aan verwarming groter is. Volgens enkele bronnen kan het verbruik in het eerste jaar na een droogteperiode met 10 tot 30 GJ toenemen. Dit betekent dat het verbruik in extreme klimatologische omstandigheden aanzienlijk kan variëren, afhankelijk van de behoefte aan verwarming.

De toekomst van stadsverwarming

De toekomst van stadsverwarming in Nederland is nauw verbonden aan de doelen op het gebied van duurzaamheid en energiebesparing. Het gebruik van restwarmte en duurzamere energiebronnen maakt stadsverwarming een aantrekkelijke optie in het kader van een transformatie naar een koolstofarme maatschappij.

In veel stadsontwikkelingen en collectieve woningbouwprojecten wordt stadsverwarming al ingezet als centrale warmtevoorziening. Door de centrale productie en distributie van warmte kan er efficiënter worden gewerkt met energie, waardoor het CO₂-voetspoor kan worden verlaagd.

Daarnaast is stadsverwarming een interessant alternatief voor woningen die geen aansluiting op het gasnet hebben of waar het gasnet wordt afgesloten. In deze gevallen kan stadsverwarming een duurzamere en betrouwbare oplossing bieden voor de warmtevoorziening.

Conclusie

Het gebruik van stadsverwarming biedt een interessante alternatieve vorm van warmtevoorziening ten opzichte van regulier gas. Het verbruik wordt in gigajoules gemeten en kan variëren tussen 35 en 42 GJ per jaar, afhankelijk van factoren zoals woningtype, isolatiegraad en huishoudgrootte.

De kostenstructuur van stadsverwarming is iets anders dan bij regulier gas, aangezien er geen cv-ketel of gasaansluiting nodig is. De variabele kosten zijn gedaald in 2025 tot €43,79 per GJ, terwijl de vaste kosten vaak iets hoger liggen dan bij regulier gas. Het totale verbruik per jaar is afhankelijk van zowel variabele als vaste kosten, waardoor het in sommige gevallen gunstig kan zijn om stadsverwarming te kiezen.

De Wet collectieve warmtevoorziening en het maximumtarief zijn belangrijke juridische instrumenten om bewoners te beschermen tegen onredelijke prijzen. Door deze wetten en regelgeving wordt de markttransparantie en kwaliteit van dienstverlening verbeterd.

Ten slotte is stadsverwarming een duurzamere en centrale vorm van warmtevoorziening die een belangrijke rol kan spelen in de toekomstige energietransitie. Met name in stadsontwikkelingen en collectieve woningbouwprojecten is stadsverwarming een aantrekkelijke optie voor duurzame warmtevoorziening.

Bronnen

  1. keuze.nl - Energie - Stadsverwarming
  2. webwoordenboek.nl - Hoeveel gas is 1 GJ stadsverwarming
  3. deenergievergelijker.nl - Energietools - Stadsverwarming
  4. independer.nl - Energie - Info - Verwarming - Stadsverwarming

Related Posts