De kosten van stadsverwarming in Nederland: een overzicht van tarieven, vaste kosten en trends

Inleiding

Stadsverwarming is in de afgelopen jaren een steeds relevanter onderwerp geworden in het kader van duurzame energieopwekking en -verbruik. In steden als Amsterdam, Rotterdam, Eindhoven, Arnhem, Nijmegen, Leiden, Breda en Tilburg wordt stadswarmte verstrekt aan woningen en bedrijven. Deze warmte wordt vaak afkomstig van centrale bronnen, zoals industriële restwarmte of warmtepompen. Omdat stadsverwarming een belangrijk alternatief is voor gasverwarming, is het van belang om de daaraan verbonden kosten goed te begrijpen.

Deze paragraaf richt zich op de kosten van stadsverwarming, met een nadruk op de tarieven die consumenten in 2025 en 2026 kunnen verwachten. Hierbij worden zowel variabele kosten (afhankelijk van verbruik) als vaste kosten (ongeacht verbruik) besproken. De informatie is gebaseerd op de meest recente gegevens van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) en andere betrouwbare bronnen. Het doel is om een duidelijk en feitelijk overzicht te geven van de kosten en eventuele trends die van invloed zijn op de prijs van stadsverwarming in Nederland.

De opbouw van de stadsverwarmingstarieven

De kosten van stadsverwarming bestaan uit twee hoofdcomponenten: variabele kosten en vaste kosten. De variabele kosten hangen af van het verbruik in gigajoule (GJ), terwijl de vaste kosten onafhankelijk zijn van het verbruik. Deze kosten zijn vastgelegd in de maximumtarieven die de ACM heeft bepaald voor 2025 en 2026.

Variabele kosten per GJ

De variabele kosten worden berekend op basis van het verbruik van stadswarmte per GJ. In 2025 was de leveringskost per GJ € 43,79. In 2026 is deze prijs gedaald tot € 40,97. Deze daling is het gevolg van stabilisering op de energiemarkt na de piek in 2022, waarin de prijs per GJ oploopt tot € 54.

In 2025 betaalde een gemiddeld huishouden in een hoekwoning € 124,55 per maand aan variabele kosten. In 2026 is het verwachte verbruikskostbedrag gedaald, maar de vaste kosten zijn juist toegenomen, wat betekent dat het totaalbedrag voor stadsverwarming mogelijk niet significant is gedaald voor kleine huishoudens.

Vaste kosten

Vaste kosten zijn kosten die onafhankelijk zijn van het verbruik en worden jaarlijks of maandelijks in rekening gebracht. Deze kosten zijn bedoeld om de infrastructuur en administratie van de warmteleverancier te dekken. Voor 2025 bedroegen deze vaste kosten:

  • Vaste kosten: € 577,48 per jaar
  • Vaste kosten lauw water: € 321,69 per jaar
  • Meettarief: € 32,80 per jaar
  • Huur afleverset (verwarmen + warm water): € 150,49 per jaar
  • Huur afleverset alleen verwarmen: € 144,11 per jaar
  • Huur afleverset alleen warm water: € 120,77 per jaar

In 2026 zijn deze tarieven iets gewijzigd:

  • Vaste kosten: € 615,66 per jaar
  • Vaste kosten lauw water: € 330,71 per jaar
  • Meettarief: € 33,73 per jaar
  • Huur afleverset (verwarmen + warm water): € 178,51 per jaar
  • Huur afleverset alleen verwarmen: € 184,10 per jaar
  • Huur afleverset alleen warm water: € 184,10 per jaar

Deze toename van vaste kosten heeft tot gevolg dat het totale jaarbedrag voor stadsverwarming stijgt, vooral voor huishoudens met een laag verbruik. Voor een fictief huishouden met een verbruik van 26 GJ per jaar is het prijsverschil tussen stadsverwarming en gasverwarming in 2025 € 539 in het nadeel van stadsverwarming. In 2023 was dit verschil nog € 220, in 2024 € 470.

Samenstelling van het totale bedrag

Het totale bedrag dat een huishouden jaarlijks of maandelijks voor stadsverwarming betaalt, is de som van de variabele kosten en de vaste kosten. In 2025 was het totale maandbedrag voor een hoekwoning ongeveer € 193,55, waarvan € 124,55 variabele kosten en € 69 vaste kosten. In 2026 is het totale maandbedrag gedaald, maar de vaste kosten zijn sterk gestegen, zodat het totaalbedrag voor kleine huishoudens juist hoger kan zijn.

Voor huishoudens die gebruikmaken van een collectieve afleverset (zoals in woningcorporaties of wooncomplexen) zijn de kosten anders. Voor een collectieve afleverset type CW4 / 100kW zonder warmtewisselaar bedragen de jaarlijks maximumtarieven in 2025:

  • Verwarmen + warm water: € 3.404,48
  • Alleen verwarmen: € 3.322,90
  • Alleen warm water: € 3.322,90

In 2026 zijn deze tarieven iets gedaald:

  • Verwarmen + warm water: € 3.297,75
  • Alleen verwarmen: € 3.325,83
  • Alleen warm water: € 3.325,83

Deze kosten worden verdeeld over alle bewoners van het wooncomplex. Dit betekent dat individuele bewoners mogelijk minder betalen dan bij een individuele aansluiting, maar het is belangrijk om te weten dat ook deze verdeling kan variëren afhankelijk van het verbruik en de verhouding tussen verwarming en warm water.

Stadsverwarming versus gasverwarming

Hoewel stadsverwarming wordt gepresenteerd als een duurzamer alternatief voor gasverwarming, blijkt uit de beschikbare gegevens dat het in de praktijk structureel duurder kan zijn. Deze toename van kosten is het gevolg van verschillende factoren:

  1. Hogere vaste kosten: De vaste kosten bij stadsverwarming zijn in verhouding tot gasverwarming hoger. Dit heeft te maken met de infrastructuurkosten en de administratiekosten van de warmteleverancier.
  2. Vastgestelde tarieven: Warmteleveranciers hanteren vaak de wettelijk vastgestelde maximumtarieven, terwijl gasverwarming vaak op de markt is. Dit betekent dat er minder concurrentie is bij stadsverwarming.
  3. Financiële berekening: De manier waarop rendementen worden berekend bij stadsverwarming kan verschillen van gasverwarming. De ACM heeft in 2025 verscherpte accountingregels ingevoerd om deze verschillen beter te controleren.

Ondanks deze structurele kostenverschillen is het mogelijk om kosten te besparen bij stadsverwarming. Een belangrijk advies is om een apart stroomcontract te nemen bij een lage stroomleverancier. Terwijl het overstappen van warmteleverancier niet mogelijk is, is het wel mogelijk om stroomtarieven te optimaliseren, wat kan leiden tot een lager totaalbedrag voor energie.

Tarieven per energieleverancier

In Nederland zijn meerdere energieleveranciers actief op het gebied van stadsverwarming. De belangrijkste leveranciers zijn Vattenfall, Eneco en Ennatuurlijk. Elke leverancier heeft zijn eigen tarieven, die echter niet mogen overschrijden de door de ACM vastgestelde maximumtarieven.

In 2025 bedroeg het tarief per GJ voor alle leveranciers € 43,79, wat het maximumtarief is. De vaste kosten per jaar variëren echter:

  • Vattenfall: € 760,77
  • Eneco: € 618,82
  • Ennatuurlijk: € 577,48

Deze variatie in vaste kosten betekent dat huishoudens kunnen besparen door een leverancier te kiezen met lagere vaste kosten. Echter, omdat het overstappen van leverancier niet mogelijk is bij stadsverwarming, is het belangrijk om bij aansluiting zorgvuldig te kiezen voor een warmteleverancier.

Maximale tarieven voor koude

In sommige steden wordt niet alleen warmte, maar ook koude via een warmte-koude systeem (WKO-systeem) geleverd. Deze systemen worden vaak gebruikt in kantoorgebouwen of wooncomplexen waar zowel verwarming als airconditioning nodig is.

De maximale tarieven voor koude zijn in 2026 als volgt vastgesteld:

  • Vastrecht: € 300,01 per jaar
  • Opslag: € 72,96 per jaar per kW boven de 2kW aansluitcapaciteit

Deze tarieven zijn inclusief btw en gelden alleen als het volgende geldt:

  • Er wordt gebruikgemaakt van een warmte-koude systeem, zoals een WKO-systeem.
  • De gebruiker moet warmte én koude afnemen; er is geen keuze.
  • Het contract is aangegaan na 1 januari 2020, of het systeem is ingebruik genomen na deze datum.
  • De warmteleverancier is niet de verhuurder of VVE.

Als deze voorwaarden niet zijn voldaan, kunnen de tarieven hoger zijn dan de maximumtarieven.

Conclusie

Stadsverwarming is in de afgelopen jaren een steeds relevanter onderwerp geworden in het kader van duurzame energieopwekking. De kosten van stadsverwarming bestaan uit variabele kosten (afhankelijk van het verbruik in GJ) en vaste kosten (ongeacht het verbruik). In 2025 en 2026 zijn de variabele kosten per GJ gedaald, maar de vaste kosten zijn juist gestegen, wat heeft geleid tot een hoger totaalbedrag voor kleine huishoudens.

Hoewel stadsverwarming structureel duurder is dan gasverwarming, is het mogelijk om kosten te besparen door bijvoorbeeld een apart stroomcontract te nemen. Bovendien zijn er verschillen in tarieven tussen leveranciers, wat betekent dat het belangrijk is om bij aansluiting zorgvuldig te kiezen voor een warmteleverancier.

De ACM speelt een belangrijke rol in het bepalen van maximumtarieven en het toezicht op de markt. In 2025 zijn verscherpte accountingregels ingevoerd om de financiële verschillen tussen leveranciers beter te controleren. Dit kan leiden tot meer transparantie en eerlijke tarieven voor consumenten.

In de komende jaren is het belangrijk om de kosten van stadsverwarming nauwlettend te volgen, zowel op individueel als collectief niveau. Voor zowel huishoudens als woningcorporaties is het van belang om te weten hoe de kosten worden berekend en hoe deze kunnen worden geoptimaliseerd.

Bronnen

  1. keuze.nl
  2. consuwijzer.nl
  3. energievergelijk.nl
  4. selectra.nl

Related Posts