De verdeling van de verantwoordelijkheid voor het betalen van gemeentelijke belastingen en heffingen is een complex juridisch en administratief domein dat vaak leidt tot onduidelijkheid voor burgers, zorginstellingen en gemeenten. De kernvraag "wie betaalt wat" is niet statisch maar hangt af van de aard van de woning, de status van de bewoner (eigenaar, huurder, of bewoner in een zorginstelling) en de specifieke afspraken tussen de betrokken partijen. In het geval van zorginstellingen, zoals verzorgingstehuizen en woon-zorgcentra, komt de vraag naar voren of de kosten voor afvalstoffenheffing, rioolheffing en onroerende zaakbelasting (OZB) voor rekening van de bewoner, de instelling of de gemeente moeten komen.
Deze complexiteit wordt versterkt door de interactie tussen het Centraal Administratiekantoor (CAK), de gemeente en de zorginstelling. In veel situaties zijn gemeentelijke belastingen reeds opgenomen in de eigen bijdrage die een zorgontvanger aan het CAK betaalt. Echter, wanneer een zorginstelling weigert afspraken te maken met de gemeente over de betaling van deze aanslagen, ontstaat er een situatie waarin de bewoner lijkt te betalen voor kosten die al zijn verrekend in de zorgbijdrage. Dit leidt tot dubbele belasting, een situatie die de Nationale Ombudsman heeft onderzocht en waarbij de verantwoordelijkheid voor de oplossing vaak vastloopt op de onwilligheid van de zorginstelling om mee te werken.
Het begrip "gemeentelijke heffingen" omvat diverse lokale lasten, waaronder afvalstoffenheffing, rioolheffing, onroerende zaakbelasting (OZB) en watersysteemheffing. De verdeling van de betalingsverplichting verschilt fundamenteel afhankelijk van het type woning en de aard van het verblijf. Voor een zelfstandige woning ontvangt de eigenaar of huurder de aanslag direct van de gemeente. Bij onzelfstandige woonruimten, zoals een kamer, ontvangt de verhuurder de aanslag en mag deze de kosten aan de huurder doorberekenen, mits dit in de huurovereenkomst is vastgelegd. Bij zorginstellingen speelt bovendien de vraag of de ruimte als "woning" of als "niet-woning" wordt gekwalificeerd, wat direct van invloed is op het tarief en de heffingsgrondslag.
Deze analyse doelt op het verhelderen van de juridische en praktische kanten van deze kwestie. Het is essentieel om te begrijpen dat de wetgeving ruimte laat voor afspraken tussen gemeenten en zorginstellingen, maar dat deze afspraken geen wettelijke verplichting vormen voor de instelling. Wanneer een instelling weigert mee te werken, blijft de gemeente vaak gebonden aan de bestaande wetgeving die de aanslag aan de bewoner oplegt, wat resulteert in een situatie die de Ombudsman betreurt maar niet kan oplossen door dwang.
Juridische Kader en Definitie van Gemeentelijke Heffingen
Om de verantwoordelijkheden te kunnen bepalen, moet eerst de wettelijke basis van gemeentelijke belastingen worden begrepen. Volgens artikel 219 van de Gemeentewet hebben gemeenten de bevoegdheid om belastingen en rechten te heffen. Deze bevoegdheid omvat zowel belastingen als rechten die door de gemeente kunnen worden geheven. Het is belangrijk om te onderscheiden tussen belastingen die gekoppeld zijn aan het bezit van onroerend goed (zoals OZB) en heffingen die gerelateerd zijn aan het gebruik van gemeentelijke voorzieningen (zoals afvalstoffen- en rioolheffing).
De wetgeving maakt onderscheid tussen verschillende soorten heffingen. De onroerende zaakbelasting (OZB) is gekoppeld aan het eigendom van de woning. De afvalstoffenheffing en rioolheffing zijn echter vaak gekoppeld aan het gebruik van de woning. Dit betekent dat de verantwoordelijkheid voor betaling verschilt naargelang het gaat om eigendom of gebruik. Voor de toepassing van beleidsregels wordt verstaan onder de belanghebbende de belastingplichtige of degene die de belasting als hoofdelijk mede-aansprakelijke heeft betaald. Ook is er sprake van een driejaarstermijn, waarbij de bevoegdheid tot het vaststellen van een aanslag vervalt na verloop van drie jaar na het ontstaan van de belastingschuld.
Een belangrijk aspect is de mogelijkheid tot ambtshalve vermindering, ontheffing, teruggaaf of vrijstelling van belastingen, zoals bedoeld in artikel 65 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en artikel 244 van de Gemeentewet. Dit betekent dat de gemeente onder bepaalde omstandigheden de belasting kan verlagen of vrijstellen. De vraag is echter of deze vrijstellingen ook van toepassing zijn op specifieke situaties, zoals het wonen in een zorginstelling.
De wetgeving voorziet in specifieke regels voor zorginstellingen. Bij de heffing van OZB van zorginstellingen is de vraag of de onroerende zaak kwalificeert als woning of als niet-woning van cruciaal belang. Een onroerende zaak die als woning kwalificeert, ontvangt alleen een aanslag OZB-eigenaren tegen het woning-tarief, wat lager is dan het tarief voor niet-woningen. Bovendien wordt dan geen aanslag OZB-gebruiker opgelegd.
Voor delen van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen, geldt de zogenaamde woondelenvrijstelling. Dit houdt in dat geen OZB-gebruiksbelasting wordt geheven over de waarde van die delen die ten minste 70% tot woning dienen of dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Het criterium 'in hoofdzaak' is hierbij essentieel. Als een zorginstelling overtuigd kan worden dat de ruimten voor ten minste 70% dienen als woning, blijven deze delen buiten de OZB-gebruikersbelasting. Dit is een belangrijke uitzondering die de financiële last voor de instelling en de bewoner kan verkleinen.
Bovendien speelt de inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP) een rol. Op basis van eerdere jurisprudentie geldt als uitgangspunt dat indien bewoners duurzaam in een zorginstelling verblijven, dat verblijf het karakter heeft van 'wonen'. Dit komt tot uitdrukking doordat zij op dat adres staan ingeschreven in de BRP. Deze inschrijving is vaak de sleutel tot het toekennen van het status van 'woning' in plaats van 'niet-woning'.
Verantwoordelijkheid bij Zorginstellingen en de Rol van het CAK
De situatie rondom gemeentelijke heffingen voor bewoners van zorginstellingen is complex vanwege de interactie tussen de eigen bijdrage aan het CAK en de directe aanslagen van de gemeente. In veel gevallen zijn de gemeentelijke belastingen reeds opgenomen in de eigen bijdrage die een bewoner aan het CAK betaalt. Dit betekent dat de bewoner indirect al heeft betaald voor deze heffingen via de zorgkosten.
Echter, in sommige situaties weigert de zorginstelling afspraken te maken met de gemeente over de betaling van deze aanslagen. Dit leidt ertoe dat de bewoner een aparte aanslag ontvangt van de gemeente, wat resulteert in een dubbele betaling. De bewoner betaalt al via het CAK, maar krijgt daarnaast ook nog een directe aanslag van de gemeente.
De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft een handreiking uitgegeven waarin staat dat gemeentelijke belastingen in de eigen bijdrage aan het CAK zitten. Deze handreiking stelt ook dat sommige mensen in zorginstellingen wonen, waar ook mensen wonen die geen zorg nodig hebben. In die gevallen roept de VNG op om afspraken te maken tussen de gemeente en de zorginstelling. De gemeente zou in die gevallen moeite moeten doen om de zorginstelling zover te krijgen dat zij de aanslagen betalen.
Echter, deze handreiking is niet dwingend. De zorginstelling is niet wettelijk verplicht om mee te werken. In het geval van een specifieke klacht bij de Nationale Ombudsman, bleek dat de Dienst voor Omgeving en Wonen en Regio (DOWR) elk jaar probeerde om afspraken met de zorginstelling te maken, maar dat de instelling dit weigerde. Omdat de handreiking van de VNG niet dwingend is, kan de gemeente niet anders dan de aanslagen aan de bewoner op te leggen.
De Nationale Ombudsman oordeelde dat de gemeente (DOWR) voldoende moeite heeft gedaan om het probleem op te lossen. Het is de zorginstelling die niet wil meewerken. De gemeente kan hier helaas niets aan doen. Zowel de Nationale Ombudsman als de gemeente betreuren dit en hopen dat de zorginstelling later alsnog afspraken wil maken met de gemeente. Dit toont aan dat de verantwoordelijkheid vaak vastloopt op de onwilligheid van de zorginstelling om mee te werken, terwijl de gemeente geen wettelijk middel heeft om dit af te dwingen.
Afspraken tussen Gemeente en Zorginstelling
De mogelijkheid tot het maken van afspraken tussen gemeenten en zorginstellingen is een cruciaal mechanisme om de dubbele belasting te voorkomen. De VNG handreiking adviseert gemeenten om actief met zorginstellingen in gesprek te gaan over de betaling van gemeentelijke heffingen. Het doel is om te bereiken dat de zorginstelling de aanslagen betaalt, zodat de bewoner niet dubbel betaalt.
In de praktijk blijkt echter dat deze afspraken vaak niet worden gemaakt. De zorginstelling weigert vaak mee te werken, omdat ze niet wettelijk verplicht zijn. De gemeente kan geen dwangmiddelen inzetten om de instelling te dwingen tot betaling van de aanslagen. Dit betekent dat de bewoner de aanslag moet betalen, ondanks dat de kosten al in de eigen bijdrage aan het CAK zitten.
Deze situatie toont de beperkingen van de huidige wetgeving. De gemeente kan proberen om de instelling over te halen, maar als de instelling weigert, blijft de gemeente gebonden aan de wet die de aanslag aan de bewoner oplegt. Dit leidt tot een situatie waarin de bewoner onterecht dubbel betaalt. De Nationale Ombudsman bevestigt dat de gemeente voldoende heeft gedaan, maar dat de oplossing in handen ligt van de zorginstelling.
Verschil tussen Zelfstandig en Onzelfstandig Wonende Bewoners
De verantwoordelijkheid voor het betalen van gemeentelijke heffingen verschilt fundamenteel naargelang het type van de woonruimte. Bij een zelfstandige woning, zoals een appartement of een eengezinswoning, ontvangt de eigenaar of huurder de aanslagen direct van de gemeente. Deze heffingen zijn dan de verantwoordelijkheid van de bewoner.
Bij het huren van een onzelfstandige woonruimte, zoals een kamer, ontvangt de verhuurder de aanslagen. De verhuurder mag de heffingen die voor huurders bestemd zijn wel met de huurder verrekenen. Dit betekent dat de huurder indirect betaalt via de huurprijs, maar de aanslag staat op naam van de verhuurder.
In het geval van zorginstellingen is dit onderscheid ook van toepassing. Als een bewoner in een zorginstelling woont in een zelfstandige ruimte (met eigen keuken, douche en toilet), blijft de bewoner belastingplichtig voor OZB en watersysteemheffing. Als de bewoner echter in een onzelfstandige ruimte woont (zonder eigen keuken, douche en/of toilet), verandert er iets aan de heffingen. In dat geval betaalt de bewoner vanaf het moment van verhuizing geen of minder rioolheffing, afvalstoffenheffing en/of zuiveringsheffing voor woonruimten. Deze worden automatisch aangepast.
Dit betekent dat de verantwoordelijkheid voor betaling van gemeentelijke heffingen afhankelijk is van de mate van zelfstandigheid van de woonruimte. Bij onzelfstandig wonen in een zorginstelling worden bepaalde heffingen aangepast of afgeschaft, omdat de bewoner geen volledig zelfstandige woning heeft. Bij zelfstandig wonen met zorg blijven de belastingen ongewijzigd, omdat de bewoner als zelfstandig gebruiker wordt gezien.
Verhuizing naar een Zorginstelling en Belastingaanpassingen
Bij het verhuizen naar een woon-zorgcentrum, bejaardentehuis of verzorgingstehuis, zijn er specifieke procedures te volgen. De bewoner moet zijn nieuwe adres doorgeven bij de afdeling Burgerzaken van de gemeente. Dit geldt ook als de bewoner in dezelfde gemeente blijft wonen. De gemeente ontvangt de verhuizing automatisch via de Basisregistratie Personen (BRP). De bewoner hoeft dit dus niet zelf aan de gemeente door te geven.
Wat er met de belastingen gebeurt, hangt af van de persoonlijke situatie van de bewoner:
- Als de woning van de bewoner nog op zijn naam staat, blijft hij eigenaar en dus belastingplichtig voor de onroerendezaakbelasting (OZB) en de watersysteemheffing. Als de woning tijdelijk leegstaat, verandert er meestal niets aan deze belastingen.
- Als de bewoner zich inschrijft op het adres van de zorginstelling, hangt het er van af hoe hij daar woont.
- Bij niet-zelfstandig wonen (zonder eigen keuken, douche en/of toilet) betaalt hij vanaf het moment van verhuizing geen of minder rioolheffing, afvalstoffenheffing en/of zuiveringsheffing. Deze worden automatisch aangepast.
- Bij zelfstandig wonen met zorg (met eigen keuken, douche en toilet en zorg) veranderen de belastingen niet, omdat hij als zelfstandig gebruiker wordt gezien.
- Als de woning wordt verkocht of iemand anders gaat er wonen, ontvangt de nieuwe eigenaar of bewoner vanaf het volgende heffingsjaar een eigen aanslag. Via de notaris kan de belasting van het huidige jaar eventueel worden verrekend met de nieuwe eigenaar.
Dit toont aan dat de verhuizing naar een zorginstelling een complexe procedure is waarbij de belastingaanslagen automatisch worden aangepast op basis van de nieuwe situatie. De gemeente ontvangt de verhuizing automatisch via de BRP en past de aanslagen aan. Dit zorgt ervoor dat de bewoner niet onnodig betaalt voor heffingen die niet meer van toepassing zijn.
OZB en Woondelenvrijstelling bij Zorginstellingen
De onroerende zaakbelasting (OZB) is een cruciaal onderdeel van de gemeentelijke heffingen bij zorginstellingen. De vraag of een zorginstelling als woning of als niet-woning wordt gekwalificeerd, is van groot belang voor de hoogte van de belasting. Een onroerende zaak die als woning kwalificeert, ontvangt alleen een aanslag OZB-eigenaren tegen het woning-tarief. Dit tarief is lager dan het OZB-eigenarentarief voor niet-woningen. Bovendien wordt dan geen aanslag OZB-gebruiker opgelegd.
Het verschil met een onroerende zaak die als niet-woning kwalificeert is groot. Indien sprake is van een niet-woning, dient te worden beoordeeld of delen van die onroerende zaak toch onder de specifieke woondelenvrijstelling kunnen worden gebracht. De woondelenvrijstelling houdt in dat geen OZB-gebruiksbelasting wordt geheven over de waarde van die delen van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.
Het criterium 'in hoofdzaak' houdt in: 70%. Dit betekent dus dat indien deze delen van de onroerende zaak voor ten minste 70% dienen tot woning dan wel voor ten minste 70% dienstbaar zijn aan woondoeleinden, deze delen buiten de OZB-gebruikersbelasting blijven. Dit is een belangrijke uitzondering die de financiële last voor de instelling en de bewoner kan verkleinen.
Bovendien speelt de inschrijving in de BRP een rol. Op basis van eerdere jurisprudentie geldt als uitgangspunt dat indien bewoners duurzaam in een zorginstelling verblijven, dat verblijf het karakter heeft van 'wonen'. Dit komt tot uitdrukking doordat zij op dat adres staan ingeschreven in de gemeentelijke BRP. Deze inschrijving is vaak de sleutel tot het toekennen van het status van 'woning' in plaats van 'niet-woning'.
Tabel: Verantwoordelijkheidsverdeling voor Gemeentelijke Heffingen
De volgende tabel vat samen wie verantwoordelijk is voor het betalen van diverse gemeentelijke heffingen in verschillende situaties:
| Type Woning / Situatie | Afvalstoffenheffing | Rioolheffing | OZB (Eigenaar) | OZB (Gebruiker) | Opmerkingen |
|---|---|---|---|---|---|
| Zelfstandige woning (Eigenaar) | Eigenaar | Eigenaar | Eigenaar | Niet van toepassing | Directe aanslag aan eigenaar |
| Zelfstandige woning (Huurder) | Huurder (indien gemeente dit vraagt) | Huurder (indien gemeente dit vraagt) | Eigenaar | Niet van toepassing | Huurder ontvangt aanslag |
| Onzelfstandige ruimte (Huurder) | Verhuurder (kan doorberekenen) | Verhuurder (kan doorberekenen) | Eigenaar | Niet van toepassing | Aanslag naar verhuurder |
| Zorginstelling (Niet-zelfstandig) | Geen of minder (automatisch aangepast) | Geen of minder (automatisch aangepast) | Geen (als woning) | Geen (als woning) | Woondelenvrijstelling van toepassing |
| Zorginstelling (Zelfstandig) | Bewoner | Bewoner | Bewoner | Geen (als woning) | Bewoner betaalt als zelfstandig gebruiker |
| Zorginstelling (Niet-zelfstandig, CAK) | Zorginstelling (indien afspraken) | Zorginstelling (indien afspraken) | Zorginstelling | Geen | Afhankelijk van afspraken met gemeente |
De Rol van de Nationale Ombudsman en Juridische Grenzen
De Nationale Ombudsman speelt een belangrijke rol bij het onderzoeken van klachten over gemeentelijke heffingen bij zorginstellingen. In een specifiek geval heeft de Ombudsman onderzocht of de gemeente voldoende heeft gedaan om de dubbele belasting te voorkomen. De conclusie was dat de gemeente voldoende moeite heeft gedaan om afspraken met de zorginstelling te maken, maar dat de instelling weigerde mee te werken.
Omdat de handreiking van de VNG niet dwingend is, kan de gemeente niet anders dan de aanslagen aan de bewoner op te leggen. De Ombudsman oordeelde dat de gemeente hierin geen fout heeft gemaakt. De verantwoordelijkheid ligt bij de zorginstelling, maar de gemeente heeft geen wettelijk middel om de instelling te dwingen tot betaling.
Dit toont de beperkingen van de huidige wetgeving. De gemeente kan proberen om de instelling over te halen, maar als de instelling weigert, blijft de gemeente gebonden aan de wet die de aanslag aan de bewoner oplegt. Dit leidt tot een situatie waarin de bewoner onterecht dubbel betaalt. De Ombudsman en de gemeente betreuren dit, maar kunnen er niets aan doen.
Conclusie
De verantwoordelijkheid voor het betalen van gemeentelijke belastingen en heffingen in de context van zorginstellingen is een complex gebied dat sterk afhankelijk is van de aard van de woonruimte, de relatie tussen gemeente en instelling, en de specifieke situatie van de bewoner. Hoewel de VNG een handreiking heeft uitgegeven om afspraken te maken tussen gemeenten en zorginstellingen, is deze niet dwingend. Wanneer een zorginstelling weigert mee te werken, blijft de gemeente gebonden aan de wet die de aanslag aan de bewoner oplegt, wat kan leiden tot dubbele betaling.
Het is essentieel om te begrijpen dat de wetgeving ruimte laat voor afspraken, maar geen dwangmiddelen biedt. De verantwoordelijkheid ligt dus vaak bij de zorginstelling, maar de gemeente kan deze niet afdwingen. Dit creëert een situatie waarin bewoners van zorginstellingen onterecht dubbel betalen, omdat de kosten reeds in de eigen bijdrage aan het CAK zitten, maar ze ook nog een aparte aanslag van de gemeente ontvangen.
De oplossing ligt in het maken van afspraken tussen de gemeente en de zorginstelling. Als deze afspraken worden gemaakt, kan de dubbele belasting worden voorkomen. Als de instelling weigert, blijft de situatie onopgelost. De Nationale Ombudsman bevestigt dat de gemeente voldoende heeft gedaan, maar dat de oplossing in handen ligt van de zorginstelling.
Het is belangrijk dat bewoners en eigenaren zich bewust zijn van hun rechten en plichten. Bij het verhuizen naar een zorginstelling is het cruciaal om te controleren of de aanslagen correct worden aangepast. Als er sprake is van onzelfstandig wonen, worden bepaalde heffingen automatisch aangepast. Bij zelfstandig wonen blijven de belastingen ongewijzigd.
De wetgeving biedt ook mogelijkheden tot vrijstellingen, zoals de woondelenvrijstelling voor delen van de onroerende zaak die voor ten minste 70% tot woning dienen. Dit kan de financiële last voor de instelling en de bewoner verkleinen. Het is dus belangrijk om de specifieke situatie van de bewoner en de instelling te analyseren om te bepalen welke heffingen van toepassing zijn.
Bronnen
- Nationale Ombudsman - Brief over zorginstellingen en gemeentelijke heffingen
- Huurstunt - Veelgestelde vragen over gemeentelijke heffingen
- Fiscaal van Morgen - Lagere OZB voor zorginstelling
- BW Brabant - Vragen over verhuizing naar woon-zorgcentrum
- Lokale regelgeving - Beleidsregels gemeentelijke belastingen