De financiële structuur van een gemeente vormt de ruggengraat van de publieke dienstverlening. In de gemeente Hollands Kroon spelen gemeentelijke belastingen en heffingen een cruciale rol in het waarborgen van de kwaliteit van leven, de openbare ruimte en de infrastructuur. Vanaf dinsdag 24 februari 2026 ontvangen inwoners en ondernemers in deze gemeente de aanslag voor het belastingjaar 2026. Deze aanslag bevat diverse posten, waarvan de onroerende zaakbelasting (OZB), de rioolheffing en de afvalstoffenheffing de kern vormen. Het begrip van deze mechanismen is essentieel voor eigenaren, huurders en investeerders die de lokale lastendruk willen begrijpen en de financiële impact van hun vastgoedbezit willen inschatten.
Het doel van de gemeentelijke belastingen is tweeledig. Enerzijds dienen deze inkomsten als financiële basis voor het onderhoud van de basisinfrastructuur zoals wegen, fietspaden, parken en openbaar groen. Anderzijds financieren ze de inzameling en verwerking van afval, het beheer van het rioolstelsel en het ondersteunen van onderwijsvoorzieningen en sportaccommodaties. Daarnaast zijn er ruimte voor maatschappelijke initiatieven en investeringen in maatregelen die inwoners helpen om hun energiekosten te verlagen. De gemeente streeft ernaar om de leefomgeving bestand te maken tegen extreme weersomstandigheden, zoals hevige regenbuien en langere periodes van droogte. Hierdoor dragen de belastingen direct bij aan een gemeente waar het prettig wonen, werken en ondernemen is, zowel in het heden als in de toekomst.
De Structuur van de Gemeentelijke Belastingen en Heffingen
De gemeente Hollands Kroon hanteert een gestructureerd systeem van heffingen dat zich richt op verschillende groepen: eigenaren en gebruikers van onroerende zaken. Het is cruciaal om te begrijpen dat niet elke belasting op elke inwoner van toepassing is. Voor huurders zijn alleen de hoogte van de afvalstoffenheffing en de rioolheffing bepalend, aangezien zij niet worden aangeslagen voor de onroerende zaakbelasting. Eigenaren worden voor alle drie de belastingen aangeslagen, met uitzondering van de rioolheffing voor panden die niet op het gemeentelijke riool zijn aangesloten.
De tarieven voor 2026 zijn vastgesteld in de Nota Tarieven 2026. Deze nota beschrijft de gemeentelijke belastingen en heffingen inclusief de onroerende zaakbelasting, afvalstoffenheffing, rioolheffing, lijkbezorgingsrechten, havengeld, leges, staangeld, forensenbelasting en verblijfsbelasting. De tarieven zijn verhoogd in lijn met de inflatie en nieuwe beleidsmaatregelen. Specifiek is een inflatiepercentage van 3,7% toegepast, wat resulteert in een aanpassing van de tarieven voor de diverse heffingen.
Een belangrijk aspect is de tijdsschikking van de verzending van de aanslagen. De aanslag voor de gemeentelijke belastingen wordt verstuurd vanaf dinsdag 24 februari 2026. Dit geldt voor inwoners en ondernemers. Er zijn echter uitzonderingen voor specifieke belastingsoorten. De toeristenbelasting wordt eind januari verstuurd, terwijl de forensenbelasting eind oktober wordt verstuurd. Deze tijdsaanduidingen zijn cruciaal voor de financiële planning van de gemeente en de inwoners.
De basis van de heffing ligt in de relatie tussen eigendom en gebruik. De onroerende zaakbelasting is een belasting over de eigendom van onroerende zaken. De heffing vindt plaats op grond van het bezit van een onroerende zaak, ongeacht de WOZ-waarde. Voor de berekening van de OZB wordt uitgegaan van een WOZ-waarde van € 200.000 in 2019, rekening houdend met de waardeontwikkeling in 2020 en 2021. Dit dient als rekenvoorbeeld om de lokale lastendruk te demonstreren. Voor de afvalstoffenheffing wordt uitgegaan van een meerpersoonshuishouden in deze berekeningen.
Tarieven en Ontwikkeling van de Onroerende Zaakbelasting
De onroerende zaakbelasting (OZB) is een van de belangrijkste bronnen van inkomsten voor de gemeente. De tarieven variëren afhankelijk van het type eigendom (woning of niet-woning) en de status (eigenaar of gebruiker). In de periode 2022 tot en met 2025 zijn er sprake van schommelingen in de percentages, wat getuigt van een dynamisch belastingbeleid dat reageert op economische omstandigheden.
Volgens de beschikbare gegevens voor het jaar 2026 zijn de volgende tarieven vastgesteld voor de OZB:
- OZB Eigenaren woning: 0,0923%
- OZB Eigenaren niet-woning: 0,2278%
- OZB Gebruikers niet-woning: 0,178%
Het is opmerkelijk dat voor "Gebruikers woning" geen tarief van toepassing is (nvt), wat impliceert dat de heffing voor huurders voor dit specifieke item niet van toepassing is. De vergelijking met de jaren daarvoor toont een stijgende trend bij de eigenaren van niet-woningen, terwijl de tarieven voor huurders van niet-woningen eveneens stijgen.
Om de ontwikkeling van de tarieven te visualiseren, biedt onderstaande tabel een overzicht van de percentages over de jaren 2022 tot en met 2026 voor de belangrijkste categorieën:
| Belastingsoort | 2026 | 2025 | 2024 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|---|---|---|
| OZB Eigenaren woning | 0,0923% | 0,0881% | 0,0920% | 0,09% | 0,0994% |
| OZB Eigenaren niet-woning | 0,2278% | 0,1901% | 0,1947% | 0,1983% | 0,1791% |
| OZB Gebruikers niet-woning | 0,178% | 0,1431% | 0,1461% | 0,1404% | 0,1320% |
Deze data toont een duidelijke stijging van de lastendruk voor zowel woningen als niet-woningen, met name in de sector van de niet-woningen waar de stijging significant is. De gemeente past deze tarieven aan om de inflatie op te vangen en de financiële positie te waarborgen. Het is essentieel voor vastgoedontwikkelaars en investeerders om deze percentages te monitoren, aangezien ze direct van invloed zijn op de opbrengst van verhuur en de kostenstructuur van het vastgoed.
Afvalstoffenheffing en Rioolheffing: Kosten en Mechanismen
Naast de OZB spelen de heffingen voor afvalstoffen en riool een centrale rol in de jaarlijkse lasten voor de inwoner. Deze heffingen zijn gebaseerd op het gebruik en het onderhoud van de infrastructuren.
Afvalstoffenheffing
De afvalstoffenheffing is vastgesteld voor verschillende types huishoudens. Voor 2026 zijn de volgende bedragen vastgesteld: * Vast tarief éénpersoonshuishouden: € 202,20 * Vast tarief meerpersoonshuishouden: € 289,32
Daarnaast zijn er specifieke tarieven voor het ledigen van containers en het gebruiken van ondergrondse containers. De kosten per lediging en per aanbieding zijn als volgt: * Lediging 140 liter restafvalcontainer: € 8,17 * Lediging 240 liter restafvalcontainer: € 14,00 * Aanbieding in ondergrondse container (grote trommel): € 3,50 * Aanbieding in ondergrondse container (kleine trommel): € 1,75 * Extra container, éénmalig (exclusief ledigingen): € 89,18
De ontwikkeling van deze tarieven toont een constante stijging. Ter illustratie volgt een overzicht van de ontwikkeling van de afvalstoffenheffing van 2022 tot 2026:
| Heffingstype | 2026 | 2025 | 2024 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|---|---|---|
| Vast tarief éénpersoonshuishouden | € 202,20 | € 195,00 | € 219,12 | € 205,08 | € 195,00 |
| Vast tarief meerpersoonshuishouden | € 289,32 | € 279,00 | € 303,36 | € 285,00 | € 270,00 |
| Tarief per lediging 140L container | € 8,17 | € 8,17 | € 5,25 | € 4,90 | € 4,67 |
| Tarief per lediging 240L container | € 14,00 | € 14,00 | € 9,00 | € 8,40 | € 8,00 |
| Extra container (éénmalig) | € 89,18 | € 86,00 | € 84,26 | € 79,00 | € 75,00 |
Rioolheffing
De rioolheffing is een vast tarief per perceel. Voor het jaar 2026 bedraagt dit tarief € 222,48 per perceel. Dit is een stijging ten opzichte van het voorgaande jaar (2025: € 213,60). De rioolheffing is van toepassing voor panden die aangesloten zijn op het gemeentelijke rioolstelsel. Voor panden die niet aangesloten zijn, geldt geen rioolheffing.
Deze heffingen worden gebruikt voor het beheer en onderhoud van het rioolstelsel, wat een essentieel onderdeel is van de publieke infrastructuur. De stijgingen in deze tarieven worden geredeneerd door de toename van de onderhoudskosten en de inflatie.
Specifieke Heffingen en Tarieven voor Specifieke Groepen
Naast de algemene heffingen kent de gemeente Hollands Kroon diverse specifieke belastingen die gerelateerd zijn aan specifieke activiteiten of groepen.
Toeristenbelasting en Verblijfsbelasting
De toeristenbelasting (verblijfsbelasting) is een heffing die op toeristen van toepassing is. Het tarief voor 2026 is verhoogd naar € 2,00 per persoon per nacht. Dit is een stijging ten opzichte van € 1,55 in 2025. De reden voor deze heffing is dat toeristen op deze manier bijdragen aan de algemene voorzieningen in de gemeente. In voorgaande jaren was het tarief alvast op € 1,50 gehandhaafd in 2020 en 2021, waarbij overleg met ondernemers plaatsvond, maar in 2026 is er sprake van een tariefstijging.
Forensenbelasting
De forensenbelasting wordt eind oktober verstuurd. Voor 2021 werden tarieven als volgt vastgesteld: * Stacaravan: € 210,68 * Forensenbelasting (recreatie) woning: € 462,28
Hoewel de gegevens voor 2026 in de beschikbare feiten niet expliciet voor deze specifieke posten zijn genoteerd, is duidelijk dat de forensenbelasting een significante bijdrage levert aan de gemeentelijke begroting. Deze belasting richt zich op personen die in de gemeente wonen maar elders werken, of in sommige gevallen op recreatieve gebruikers.
Campergeld
Het campergeld is een specifieke heffing voor het parkeren van campers. Het tarief is verhoogd van € 10,00 naar € 11,00 voor 2026. Dit tarief was sinds 2012 niet meer verhoogd. De verhoging weerspiegelt de noodzaak om de infrastructuur voor campergebruikers te onderhouden en te ontwikkelen.
Havengeld en Gerelateerde Heffingen
De gemeente beschikt over specifieke tarieven voor havengebruik, genaamd havengeld. Dit geld wordt geheven voor het gebruik van de vissershaven of de Noorderhaven. De tarieven zijn als volgt: * Passagiersschepen/zeilende bedrijfsvaartuigen: € 0,22 per m² ingenomen wateroppervlakte, per dag (april tot oktober). * Pleziervaartuigen verblijvend in Den Oever: € 1,95 per strekkende meter, per overnachting (minimum € 7,70). * Pleziervaartuigen niet verblijvend in Den Oever: € 1,32 per strekkende meter, per overnachting (minimum € 5,51). * Vaste ligplaatsen: € 35,28 per jaar per strekkende meter voor vaste ligplaatsen in andere havens dan Den Oever. * Kadegeld: € 0,32 per m² per dag voor het hebben van voorwerpen op de gemeentelijke kademuurten.
Daarnaast zijn er specifieke regels voor sportvissersschepen en vaartuigen in de Waddenhaven, waarbij het jaartarief berekend wordt als 52 maal het dagtarief.
De Lokale Lastendruk en Vergelijking met Omliggende Gemeenten
De gemeente heeft aandacht besteed aan de vergelijking met omliggende gemeenten om de lokale lastendruk in perspectief te plaatsen. In de nota wordt een overzicht gegeven van de tarieven van de gemeente Hollands Kroon vergeleken met die van omliggende gemeenten. De vergelijking toont dat de gemeente zich plaatst binnen een regionaal kader van lastendruk.
Het is belangrijk om te benadrukken dat de lokale lastendruk niet alleen wordt bepaald door de hoogte van de belastingen, maar ook door de waarde van de onroerende zaken (WOZ-waarde). Voor de berekening van de lokale lastendruk is uitgegaan van een WOZ-waarde van € 200.000 in 2019, rekening houdend met de waardeontwikkeling. Dit rekenvoorbeeld geeft inwoners en ondernemers een duidelijk beeld van hun totale lastendruk in vergelijking met het naburige gebied.
De tabel hieronder toont de ontwikkeling van de lokale lastendruk in Hollands Kroon voor de jaren 2019 tot en met 2021, wat als basis dient voor de huidige tarieven:
| Jaar | OZB Eigenaren woning (%) | Afvalstoffen éénpersoonshuishouden (€) | Rioolheffing (€) |
|---|---|---|---|
| 2021 | 0,1140% | € 231,60 | € 196,92 |
| 2020 | 0,1190% | € 229,32 | € 195,00 |
Hoewel de data voor latere jaren niet volledig in de brontekst is opgenomen voor deze specifieke tabel, is de trend duidelijk: de gemeente past de tarieven continu aan om de kosten te dekken en de dienstverlening te handhaven. De vergelijking met omliggende gemeenten dient als kwaliteitscontrole en transparantie-instrument voor de inwoners.
Gebruik van Opbrengst en Toekomstperspectief
De opbrengst van de gemeentelijke belastingen wordt ingezet voor een breed scala aan voorzieningen. Het gaat niet alleen om het onderhoud van de fysieke infrastructuur, maar ook om maatschappelijke initiatieven. Een belangrijk aspect is de investering in maatregelen om energiekosten te verlagen. Dit impliceert dat de gemeente actief is in het stimuleren van energie-efficiëntie en duurzame ontwikkeling.
Daarnaast worden aanpassingen gedaan in de leefomgeving om beter bestand te zijn tegen klimaatveranderingen. Hevige regenbuien en langere periodes van droogte vereisen een robuuste infrastructuur. De gemeente investeert hierin via de belastinginkomsten. Dit is een proactieve benadering van ruimtelijke ontwikkeling en veerkracht.
De gemeente legt ook nadruk op de samenwerking met ondernemers. Het tarief voor bepaalde heffingen, zoals het campergeld en toeristenbelasting, wordt in overleg met ondernemers vastgesteld. Dit toont een participatieve aanpak waarbij de belastingbeleidsvorming niet louter bureaucratisch is, maar gebaseerd op dialoog met de betrokken partijen.
Conclusie
De gemeente Hollands Kroon heeft een complex en dynamisch systeem van gemeentelijke belastingen en heffingen ontwikkeld dat essentieel is voor het functioneren van de lokale gemeenschap. De tarieven voor 2026, die vanaf 24 februari worden verstuurd, reflecteren de noodzaak om de inflatie op te vangen en de kwaliteit van de publieke diensten te waarborgen. De verhogingen in de onroerende zaakbelasting, afvalstoffenheffing en rioolheffing zijn direct gerelateerd aan de stijgende kosten voor onderhoud en beheer.
Voor inwoners en ondernemers is het van cruciaal belang om deze tarieven te begrijpen en te monitoren. De gegevens tonen een duidelijke trend van stijgende lasten, wat een impact heeft op de levenskwaliteit en de economische situatie van de gemeente. De vergelijking met omliggende gemeenten biedt inzicht in de relatieve lastendruk en helpt bij het begrijpen van de regionale context.
De gemeentelijke belastingen vormen de financiële basis voor een prettige leefomgeving, inclusief het onderhoud van wegen, parken, afvalverwerking en rioolstelsels. De gemeente streeft naar een evenwicht tussen inkomsten en uitgaven, waarbij rekening wordt gehouden met de behoeften van de toekomstige generaties en de klimaatadaptatie.