Harmonisatie van VVE in Amsterdam: Aanpassingen, Subsidies en Kwaliteitsborging

Inleiding

De harmonisatie van kinderopvang en voor- en vroegschoolse educatie (VVE) is een belangrijke ontwikkeling in de zorg voor jonge kinderen in Nederland. In Amsterdam zijn deze maatregelen vanaf 2018 in werking getreden, waardoor peuterspeelzalen werden omgezet in kinderdagverblijven. Deze wijziging heeft directe gevolgen voor zowel de organisatie van de kinderopvang als voor de wettelijke eisen, arbeidsvoorwaarden en financiële onderbouwing van het aanbod. Tegelijkertijd is het voor de gemeente en de aanbieders essentieel om de kwaliteit van het VVE-aanbod te waarborgen, aangezien het doel is om jonge kinderen met (risico op) ontwikkelingsachterstand vroegtijdig te ondersteunen.

In dit artikel bespreken we de juridische en praktische aspecten van de harmonisatie van VVE in Amsterdam, met een nadruk op de subsidieregelingen die zijn ingevoerd om de organisaties te ondersteunen bij deze overgang, de kwaliteitsborging die is afgedwongen, en de rol van verschillende partijen in het realiseren van een duurzaam en kwalitatief hoogwaardig aanbod. We richten ons vooral op de periode tussen 2018 en 2023, met een blik op de maatregelen die zijn genomen om de continuïteit van het VVE-aanbod te waarborgen.

De juridische context van de harmonisatie

De harmonisatie van kinderopvang en VVE-aanbod in Nederland is voortgekomen uit de Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk, die in 2018 in werking trad. Deze wet heeft geleid tot een herstructurering van de regelgeving rondom de arbeidsvoorwaarden, tarieven en kwaliteitseisen voor kinderopvang en VVE. In praktijk betekent dit dat vroeger losse peuterspeelzalen zijn omgezet in kinderdagverblijven die aan dezelfde wettelijke eisen voldoen als reguliere kinderopvang.

De gemeente Amsterdam heeft dit proces ondersteund met de invoering van tijdelijke subsidieregelingen. Deze regelingen zijn bedoeld om de voormalige peuterspeelzalen te compenseren voor de veranderingen in inkomsten en arbeidsvoorwaarden. De tijdelijke subsidieregeling harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk 2020-2022 is een voorbeeld van dergelijke maatregelen, waarbij houders van kindercentra subsidie kregen voor personeelskosten die verhoogden als gevolg van de harmonisatie. Deze subsidie was alleen beschikbaar voor organisaties die hun aanbod als VVE in Amsterdam leverden en die aan bepaalde kwaliteits- en registratieregels voldeden.

Het beleidsplan “Eén voorziening voor alle Amsterdamse peuters” (2018-2022), vastgesteld op 7 februari 2017, ligt hierbij als richtlijn voor het beleid van de gemeente Amsterdam. Dit beleidsplan streeft naar een geïntegreerd aanbod voor jonge kinderen, waarbij VVE en kinderopvang binnen één voorziening worden aangeboden. Daardoor is het mogelijk om beter te reageren op de behoeften van kinderen met (risico op) taalachterstand of andere ontwikkelingsproblemen.

Subsidieregelingen en hun doel

De subsidieregelingen die zijn ingevoerd door de gemeente Amsterdam zijn van essentieel belang voor de continuïteit van het VVE-aanbod. De belangrijkste subsidieregeling is de tijdelijke subsidieregeling harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk 2020-2022, die geldig was vanaf 1 november 2019 tot 31 augustus 2023. Deze regeling is bedoeld om de houders van kindercentra die zijn ontstaan uit voormalige peuterspeelzalen te ondersteunen bij de overgang naar een geïntegreerd aanbod van kinderopvang en VVE.

De subsidie is toegankelijk voor organisaties die aan een aantal voorwaarden voldoen. Zo moet de subsidieontvanger bijvoorbeeld ieder kind dat deelneemt aan of is aangemeld voor deelname aan voorschoolse educatie registreren in het Elektronisch Loket VVE. Dit systeem zorgt voor een transparant en actueel overzicht van de kinderen die deelname aan VVE. Daarnaast moet de organisatie minimaal 15 uur per week VVE aanbieden aan kinderen in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar, verspreid over minimaal drie dagen per week. Dit is een centraal eis van de regeling en dient om te garanderen dat er voldoende tijd beschikbaar is voor de ontwikkeling van jonge kinderen.

Daarnaast moet de organisatie aan de Amsterdamse kwaliteitsvoorwaarden voldoen. Deze voorwaarden zijn gedefinieerd op zowel organisatieniveau als groepsniveau. Op organisatieniveau zijn er eisen inzake het aantal kinderen dat per groep wordt opgenomen, de beschikbaarheid van geschikte ruimtes, en de betrokkenheid van ouders. Op groepsniveau zijn er eisen rondom de samenstelling van de groep, de verhouding tussen kinderen en medewerkers, en het aanbod van activiteiten gericht op taalontwikkeling en sociaal- emotionele ontwikkeling.

Het doel van de subsidieregeling is het vasthouden van het VVE-aanbod in Amsterdam, vooral voor kinderen die een risico lopen op ontwikkelingsachterstand. Door de subsidie te verlenen op basis van het gemiddeld aantal kinderen dat aan VVE deelt, wordt er zorg voor genomen dat er voldoende capaciteit is om deze kinderen te ondersteunen. Bovendien wordt er in de regeling aandacht besteed aan frictiekosten, zoals eenmalige kosten die ontstaan bij de overgang van peuterspeelzaalwerknemers naar kinderopvang, waardoor de organisaties niet gediscrimineerd worden door het verschil in arbeidsvoorwaarden.

Kwaliteitsborging en toezicht

De kwaliteitsborging van het VVE-aanbod in Amsterdam is een belangrijk aspect van de harmonisatie. De gemeente Amsterdam heeft hierbij een aantal eisen opgesteld die worden bepaald door zowel de Amsterdamse kwaliteitsvoorwaarden als de wettelijke kaders zoals de Wet kinderopvang en het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. Deze regelgeving stelt minimale eisen aan het aantal kinderen per medewerker, de ruimtelijke voorzieningen, het aanbod van activiteiten, en de betrokkenheid van ouders.

Een van de centrale regels is dat in elke groep minimaal acht Amsterdamse kinderen van 2,5 tot 4 jaar worden opgenomen. Hierbij dient de organisatie ook te zorgen voor een voldoende aantal groepen om de wachttijden voor kinderen met (risico op) ontwikkelingsachterstand te beperken. Bovendien moet elk Amsterdams kind in deze leeftijdsgroep minimaal 15 uur per week VVE kunnen ontvangen, verspreid over minimaal drie dagen. Dit is een maatregel om te garanderen dat er voldoende tijd is voor de ontwikkeling van de kinderen.

De toezichttaken zijn uitgevoerd door de gemeente Amsterdam en de GGD, die regelmatig controleren op naleving van de kwaliteitsvoorwaarden. De GGD voert ook toetsingen uit op basis van de Wet IKK (Integratie Kinderopvang en Kwaliteit), die in 2018 is ingevoerd als deel van de harmonisatie. Deze wet stelt duidelijke eisen aan het kwaliteitsonderzoek en het toezicht op kinderopvang en VVE. Door het gebruik van deze wet is het mogelijk om het aanbod van VVE te verbinden met het aanbod van kinderopvang in een integrale voorziening.

Daarnaast is er aandacht voor de betrokkenheid van ouders in het VVE-aanbod. In de subsidieregelingen is er een eis opgenomen dat de subsidieontvanger op verzoek van de gemeente deelneemt aan onderzoek dat gerelateerd is aan het doel van de subsidie. Dit betekent dat er onderzoek kan worden gedaan naar de effectiviteit van het VVE-aanbod, de betrokkenheid van ouders, en de langdurige effecten van de VVE op de ontwikkeling van kinderen.

Samenwerking en coördinatie

Een succesvolle implementatie van de harmonisatie van VVE in Amsterdam houdt ook samenwerking en coördinatie in. In Valkenswaard, bijvoorbeeld, zijn er vijf organisaties die kinderopvang aanbieden, waarvan er vier geregistreerd zijn als VVE-aanbieders. De vijde organisatie was in 2020 nog niet in staat om VVE aan te bieden, maar had plannen om dit in 2021 te doen. Dit laat zien dat de overgang naar een geïntegreerd aanbod van kinderopvang en VVE niet alleen juridisch en financieel wordt ondersteund, maar ook vanuit de organisaties zelf een doel is dat wordt nastreef.

De gemeente Valkenswaard benadrukt de samenwerking tussen verschillende partijen in het VVE-aanbod. Deze partijen zijn onder andere de JGZ (Jeugdzorg), scholen en voorschoolse voorzieningen. Door samenwerking is het mogelijk om een geïntegreerd aanbod te realiseren dat voldoet aan de behoeften van jonge kinderen. De JGZ speelt een rol in het identificeren van kinderen met (risico op) ontwikkelingsachterstand, terwijl scholen en voorschoolse voorzieningen het aanbod van VVE faciliteren. De gemeente Valkenswaard benadrukt de noodzaak van duidelijke afspraken en coördinatie tussen deze partijen om ervoor te zorgen dat kinderen op tijd worden ondersteund.

In Amsterdam is deze samenwerking eveneens een kernaspect van het beleid. De gemeente Amsterdam benadrukt regelmatig de noodzaak van een coördinerende rol bij het aanbod van VVE. Hierbij dient de gemeente als een soort katalysator die organisaties aanzet tot samenwerking en waarborgt dat het aanbod voldoet aan de wettelijke eisen en kwaliteitsborging. Door het gebruik van subsidieregelingen en beleidsplanrichtlijnen is het mogelijk om een consistente aanpak te realiseren die gericht is op jonge kinderen met behoefte aan ondersteuning.

De rol van de collega's in het proces

De collega's van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam spelen een essentiële rol in het proces van harmonisatie van VVE. Het college stelt beleidsplannen vast, zoals het beleidsplan “Eén voorziening voor alle Amsterdamse peuters”, en beslist over de subsidieregelingen die worden ingevoerd. Het college is verantwoordelijk voor het stellen van eisen aan de VVE-aanbieders, het vaststellen van kwaliteitsborging en het zorgen voor een duurzaam aanbod.

In de subsidieregelingen is er een nadruk op het vaststellen van de subsidie op basis van het aantal kinderen dat daadwerkelijk VVE ontvangt. Dit gebeurt door het gebruik van gemiddelde aantallen en het toezicht op de registratie in het Elektronisch Loket VVE. Deze registratie is essentieel voor het controleren van het aantal kinderen dat VVE ontvangt en voor het bepalen van de subsidie. Het college heeft hierbij een duidelijke rol in het bepalen van de regels en het toezicht op de naleving.

Bovendien is het college verantwoordelijk voor het stellen van kwaliteitsborging. Het college stelt eisen aan de organisaties die VVE aanbieden, zoals het aanbod van minimaal 15 uur VVE per week en het voldoen aan de Amsterdamse kwaliteitsvoorwaarden. Het college benadrukt ook de noodzaak van een geïntegreerd aanbod, waarbij VVE en kinderopvang binnen één voorziening worden aangeboden. Dit heeft als doel om de samenwerking tussen verschillende partijen te bevorderen en ervoor te zorgen dat kinderen op tijd worden ondersteund.

Conclusie

De harmonisatie van kinderopvang en voor- en vroegschoolse educatie in Amsterdam is een ingrijpende maatregel die zowel juridische, financiële als praktische gevolgen heeft. Door de invoering van de Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk zijn peuterspeelzalen omgezet in kinderdagverblijven, wat heeft geleid tot veranderingen in arbeidsvoorwaarden, inkomsten en kwaliteitsborging. De gemeente Amsterdam heeft dit proces gesteund met tijdelijke subsidieregelingen, zoals de tijdelijke subsidieregeling harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk 2020-2022, die houders van kindercentra compenseren voor de veranderingen in hun inkomsten en arbeidsvoorwaarden.

De subsidieregelingen zijn voorwaardelijk en stellen eisen aan de registratie, kwaliteit en betrokkenheid van ouders. De Amsterdamse kwaliteitsvoorwaarden en de Wet IKK spelen een centrale rol in de toezichttaken en kwaliteitsborging van het VVE-aanbod. Bovendien benadrukt de gemeente Amsterdam de noodzaak van samenwerking tussen verschillende partijen, zoals de JGZ, scholen en voorschoolse voorzieningen, om een geïntegreerd aanbod te realiseren dat voldoet aan de behoeften van jonge kinderen.

De rol van het college van burgemeester en wethouders is essentieel in het proces van harmonisatie. Het college stelt beleidsplannen vast, beslist over subsidieregelingen en zorgt voor kwaliteitsborging en duurzaamheid van het VVE-aanbod. Door het gebruik van subsidies en beleidsplanrichtlijnen is het mogelijk om een consistente aanpak te realiseren die gericht is op jonge kinderen met behoefte aan ondersteuning.

Bronnen

  1. Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam houdende regels om de gevolgen van de harmonisatie voor pedagogisch medewerkers van voormalige peuterspeelzalen te compenseren (Tijdelijke subsidieregeling harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk 2020-2022)
  2. Subsidieregeling voorschoolse educatie Amsterdam 2018
  3. VVE in relatie tot harmonisatie

Related Posts